DE LAATSTE STRIJD OM HET RECTORAAT

03/03/2024
🖋: 

Dat het rectorverkiezingen zijn aan UAntwerpen weet ondertussen elke student. De kandidaten, Koen Augustyns en Herwig Leirs, zijn ook min of meer algemene kennis, maar af en toe hoor je nog wel eens dolkomische vergissingen als “Ken en Harald”. Het beleid van de kandidaten is dan weer minder welbekend bij de gemiddelde student. Om te voorkomen dat er straks studenten naar het stemhokje gaan zonder te weten wat de kandidaten denken over duurzaamheid, artificiële intelligentie of studentenverenigingen, orgaaniseerde de Studentenraad twee rectordebatten. dwars stuurde een gegadigde naar de rectordebatten op de Stadscampus en campus Drie Eiken om verslag uit te brengen en de twee debatrondes samen te vatten. 

 

dilemmaronde 

De debatten starten met een dilemmaronde waarin Leirs en Augustyns met ja of nee moeten antwoorden op tien dilemma’s. Op het eerste dilemma: “Moeten de campussen rookvrij worden?”, reageren beide kandidaten positief. Op het tweede dilemma: “Zou er beter een eengemaakte studentenkoepel komen?” antwoorden beide kandidaten negatief. Het derde dilemma is meteen het enige puntje van onenigheid in deze ronde. Want op de vraag: “Moeten lesopnames gegarandeerd worden voor studenten?”, antwoordt Augustyns nee en Leirs ja. Daarna komt er weer algemene enigheid, want op de dilemma’s: “Moet er meer geïnvesteerd worden in komida om de prijzen voor studenten te verlagen?”, “Moeten schachtenverkopen verboden worden?”, “Moeten geëngageerde studenten zoals stuvers en praesides (en hopelijk hoofdredacteurs van studentenbladen, n.v.d.r.) daarvoor beloond worden met een microcredential?”, en ten slotte: “Is het de verantwoordelijkheid van de universiteit om duurzaam vervoer te voorzien tussen haar campussen?”, antwoorden beide kandidaten ja. Op het achtste dilemma: “Professoren ervaren veel te veel druk door onderzoek, zouden er niet beter onderwijsprofessoren komen die enkel lesgeven?” wordt unaniem nee geantwoord. Die trend wordt verdergezet bij het volgende dilemma: “Moet de universiteit politieke standpunten innemen in geval van internationale conflicten?” Op het laatste dilemma: “Is het de taak van de universiteit om een leidersrol in te nemen in klimaatbeleid?”, antwoorden de kandidaten allebei positief. 

voorstelronde

Na de dilemmaronde is het tijd voor een voorstelronde, waarin Augustyns de spits afbijt. Augustyns vertelt dat hij Farmaceutische Wetenschappen heeft gestudeerd aan KU Leuven en al jaren lesgeeft in de Medicinale Chemie aan UAntwerpen. Augustyns was voorzitter van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen en is daar momenteel decaan. Hij vertelt dat hij zo beleidservaring heeft opgedaan en dat hij zijn mandaat bovendien graag doet. Verder vertelt hij dat hij als decaan heeft gemerkt dat een goede verstandhouding tussen de centrale diensten enorm belangrijk is en dat dat nauw contact een echt focuspunt zal zijn in zijn beleid. 

Dan is de beurt aan Leirs, die bioloog is van opleiding en vertelt dat hij zich engageerde als stuver, praeses en doctoraatsstuver. Leirs vertelt een homo universalis te zijn geworden door zijn onderzoek naar knaagdieren in Tanzania en zijn tijd in Denemarken. Hij was acht jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van UAntwerpen en is momenteel lid van verschillende besturen van internationale organisaties waar hij naar eigen zeggen veel beleidservaring heeft opgedaan. Leirs stelde zichzelf kandidaat omdat hij de universiteit enorm heeft zien groeien, maar ook heeft zien verkokeren. Hij verstaat hieronder het behandelen van problemen door een aantal langs elkaar heen werkende organen. Die verkokering tegengaan is voor hem een focuspunt. 

duurzaamheid

Elke van de zes rondes draait rond een bepaald thema. De eerste ronde gaat over duurzaamheid. De kandidaten wordt gevraagd welke maatregelen zij willen nemen voor een duurzamere universiteit. Leirs stelt allereerst dat de universiteit groener moet en dat er minder verharding moet komen door middel van groene daken en dakmoestuinen. Toch gaat het verduurzamingsproces van de universiteit volgens hem over veel meer. Hij vertelt dat er vooral te besparen valt op de energie die gebruikt wordt voor de gebouwen van en het transport naar onze universiteit. Die besparingen zullen ook nodig zijn, want de universiteit wil tegen 2050 klimaatneutraal en fossielvrij zijn. Dat is volgens Leirs een grote uitdaging,  maar hij levert concrete oplossingen zoals het leggen van zonnepanelen op alle daken die daarvoor geschikt zijn. Alleen dat zou al 3  à 4 gigawatt aan energie opleveren. Naast die zonnepanelen wil Leirs ook het autobestand van de universiteit elektrisch maken. Ten slotte wil hij de verouderde gebouwen die toe zijn aan vernieuwing wel 30 tot 40 procent verkleinen. Augustyns vertelt dat hij het eens is met wat Leirs al gezegd heeft. Daarnaast zegt hij dat hij het klimaatprobleem echt als een maatschappelijke uitdaging ziet. Daarom wil hij de expertise die we aan UAntwerpen hebben rond klimaatopwarming uitdragen naar de maatschappij. Hij gaat verder en zegt dat het de verantwoordelijkheid is van onze universiteit om kennis te verspreiden en die niet alleen te gebruiken om onze eigen universiteit te verbeteren.  

Wanneer de moderator vraagt of er wel budgetten zijn voor al die maatregelen, geeft Leirs toe dat die fondsen er momenteel niet zijn. Er is al wel 40 miljoen euro beschikbaar voor de komende jaren, maar dat is niet genoeg. Leirs stelt voor om leningen aan te gaan om in ieder geval al zonnepanelen te leggen en die leningen af te betalen met het bespaarde geld. Daarnaast wil hij vooral inzetten op fasering: de gebouwen in fasen gedeeltelijk veranderen om ze uiteindelijk volledig te vervangen. 

Augustyns  stelt dat die verouderde gebouwen wel 39 procent van de voetafdruk van onze universiteit beslag nemen. De gebouwen zijn ondertussen al meer dan 50 jaar oud en ook onderzoekstechnisch uitgeleefd, vertelt Augustyns. Er zijn dus sowieso investeringen nodig. Hij volgt Leirs in de redenering dat de gebouwen kleiner kunnen door efficiënter te werken en  gemeenschappelijke technologieën samen te brengen. Zo brengt Augustyns investering in onderzoek samen met investering in klimaat. Augustyns benadrukt ook het belang van mobiliteit, goed voor 44 procent van onze voetafdruk. Hij wil het pendelverkeer en het woon-werkverkeer verduurzamen door een tramlijn tussen de buitencampussen en het stadsnetwerk. Ook Leirs wil graag zo’n tramlijn.  

Als laatste onderwerp van deze reeds lange en gewichtige ronde komt belegging aan bod. Het is niet iets waar meteen aan wordt gedacht bij het thema duurzaamheid, maar toch is het relevant. Onze universiteit investeert namelijk in verschillende bedrijven en die bedrijven zijn niet altijd even milieuvriendelijk. Denk bijvoorbeeld aan oliegiganten als Shell. Dat die investeringen niet altijd even transparant of makkelijk te achterhalen zijn, kan heel eenvoudig als problematisch bevonden worden. Leirs vertelt dat hij vindt dat er inderdaad een zekere graad van transparantie moet zijn, maar dat die transparantie niet volledig hoeft te zijn omdat dat soms niet verstandig is omdat bedrijven zo elkaars commerciële belangen kunnen achterhalen. Hij vindt dat UAntwerpen moet desinvesteren in fossiele brandstof en dat ook moet tonen, maar niet op overhaaste manier. Zo stelt hij voor om bijvoorbeeld een ethische belegger aan te stellen. 

Augustyns pikt in op de complexe problematiek en verduidelijkt dat de universiteit zelf geen belegger is, maar dat ze daarvoor externe beleggers en banken in dienst neemt. Hij vindt dat er duidelijke richtlijnen zouden moeten zijn voor deze externe beheerders, maar hij vindt ook dat wij niet per se moeten weten waarin die beheerders beleggen als ze die richtlijnen volgen. Wat die richtlijnen zouden moeten zijn, wordt niet duidelijk uit het debat. 

studentenleven

De tweede ronde gaat over het studentenleven, mijn oren zijn dus gespitst. Augustyns gaat van start met de stelling: “Het studentenleven is niet het probleem, maar de oplossing!” Hij is van mening dat studeren meer is dan kennis opdoen en dat studenten meer verbonden moeten zijn met elkaar. Die verbondenheid is volgens hem ook een oplossing voor het verslechterend mentaal welzijn en de groeiende eenzaamheid van studenten. Zo bieden faculteitsclubs volgens hem de perfecte oplossing voor eenzaamheid bij studenten omdat het groepen zijn van studenten die zich met elkaar kunnen identificeren. Het zijn dan ook deze faculteitsclubs die Augustyns voldoende wil stimuleren.  

Leirs vertelt dan weer dat het verenigingenlandschap stevig is veranderd sinds hij is afgestudeerd. Er zijn de faculteitsclubs en de regionale clubs, maar ondertussen ook al themaclubs die zich richten op een specifieke activiteit of interesse. De faculteitsclubs hebben volgens Leirs, zoals ook Augustyns al aanhaalde, een groot belang omdat ze verankerd zijn in de faculteit en daarom een bepaalde verantwoordelijkheid dragen om studenten op te vangen en drempels te verlagen. Daarnaast stipt hij ook het belang aan van de nieuwe themaclubs. Die zijn volgens Leirs belangrijk om de diversiteit aan studenten ook te weerspiegelen in het verenigingsleven. Hij stipt aan dat hij het belangrijk vindt dat er een divers aanbod is aan activiteiten die laagdrempelig zijn zodat alle studenten ergens terecht kunnen. Augustyns geeft toe dat het een moeilijkheid is om de diversiteit van studenten ook te weerspiegelen in studentenverenigingen en dat dat voor hem ook een belangrijk punt is. 

Na de uiteenzetting over de clubs en verenigingen vroeg de moderator naar de feestlocaties rond de campussen van onze universiteit. Het is een feit dat deze aan lager wal zijn geraakt en zelfs verdwijnen uit het stadsbeeld. Leirs steekt van wal en geeft toe dat cafés niet meer werken. De reden daarvoor kent Leirs niet, maar hij vindt het een prangend probleem. Wat hem vooral stoort is dat het stadsbestuur blijkbaar niet rouwig is om het vertrek van die studentenlocaties. Leirs stelt voor om in dialoog te gaan met de stad om oplossingen te zoeken, maar ook om eigen ruimtes te gebruiken. Augustyns haalt dan weer aan dat zelfs burgemeester Bart De Wever op de academische opening aangaf dat studenten te braaf zijn geworden. Ook Augustyns stelt dus voor om te spreken met de stad om nieuwe ruimtes te faciliteren, maar ook om meer ontmoetingsruimtes te organiseren op onze universiteit. Die zouden niet alleen door studenten gebruikt worden, maar ook door doctorandi en postdocs. 

welzijn

De derde ronde draait volledig rond (studenten)welzijn. Daar is de centrale vraag vooral of zoals Students for Students, maar ook het STIP toereikend genoeg zijn voor studenten. Leirs begint en zegt meteen dat hij vindt dat de universiteit tegemoet moet komen aan de groter wordende vraag naar zorg bij studenten. Het kan niet zijn dat een student met serieuze problemen weken moet wachten. Daarom stelt hij dat er een soepele manier moet komen om studenten sneller te helpen. Daarnaast haalt Leirs opnieuw aan de drempels te willen wegwerken omdat hij toch schroom merkt bij sommige studenten, en dan vooral bij studenten die het het meest nodig hebben. Daar merkt hij bij op dat daar een groot kostenplaatje aan vasthangt, maar eentje dat broodnodig is voor de universiteit. Ook Augustyns geeft toe dat er duidelijk problemen zijn en geeft aan meer preventief te willen werken. Dat preventief werk is nodig omdat preventie altijd beter is dan therapie, maar ook omdat er een tekort is aan psychologen. De problematiek is dus niet gemakkelijk op te lossen. Toch denkt Augustyns dat er een oplossing is en die is, zoals hij ook al eerder aanhaalde, inzetten op het studentenleven. 

Na het debat over het STIP breekt het onderwerp grensoverschrijdend gedrag aan. Augustyns gaat van start en legt het systeem van vertrouwenspersonen, waarbij studenten terecht kunnen over grensoverschrijdend gedrag, uit. Dat zijn momenteel slechts twee personen, maar dat moeten er meer worden volgens Augustyns. Die vertrouwenspersonen moeten ook geprofessionaliseerd worden door een opleiding. Ook bystander training is iets waar Augustyns op wil inzetten. Leirs zegt dat het erg belangrijk is om de drempels om grensoverschrijdend gedrag te melden, te verlagen. Zowel voor slachtoffers als voor omstanders. Hij haalt aan dat er aan de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen al verplichte bystander training wordt georganiseerd. Die trainingen zijn voor zowel personeelsleden als studenten verplicht en gaan bijvoorbeeld over seksueel grensoverschrijdend gedrag of intimidatie op de werkvloer. Leirs pleit ook voor dit soort trainingen 

onderzoek

Dan breekt de langverwachte ronde onderzoek aan, het enige beleidsdomein waar duidelijke verschillen zijn tussen het beleid van de kandidaten. De ronde zorgt dan ook voor ophef. Leirs gaat van start en legt uit dat hij een niet-competitieve interne projectfinanciering voorstelt. Die financiering zou gedurende de eerste jaren vooral gebruikt worden voor tijdelijke opvang van kwalitatieve projecten die extern net niet gefinancierd worden om zo meer zekerheid te kunnen bieden aan onderzoekers. Naarmate de nu nog lopende projecten meer en meer ten einde komen, krijgt de Onderzoeksraad meer mogelijkheden om die financiering dan verder creatief op verschillende niet-competitieve manieren in te zetten, bijvoorbeeld als basisfinanciering voor pilotstudies, of om een middenkader mogelijk te maken voor een aantal samenwerkende ZAP. Augustyns stelt meteen dat hij een concreter beleid heeft wat betreft onderzoeksfinanciering. Hij wil op de basisfinanciering van doctoraten inzetten omdat we qua aantal doctoraten achterlopen op andere Europese landen. Doordat de basisfinanciering gebruikt wordt voor doctoraten kunnen kandidaten makkelijker beginnen aan hun doctoraat. Dat komt omdat ze nu tegen elkaar moeten opboksen om fondsen te werven bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderwijs. Daar is het belangrijk om al preliminaire data te hebben voor kandidaturen. Zo vallen ambitieuze voorstellen vaak uit de boot. Door de basisfinanciering zou dat volgens Augustyns niet meer gebeuren en wanneer die data er dan wel komt, zal die er volgens hem voor zorgen dat er externe financiering komt. Augustyns heeft berekend dat met die strategie elke professor om de tien jaar een doctoraatsstudent kan begeleiden. Leirs stelt deze berekening in vraag. Want volgens zijn berekening zou deze strategie er slechts voor zorgen dat professoren om de 14 jaar een doctoraatsstudent kunnen begeleiden. Ten slotte is het lotingsbeleid van Augustyns volgens Leirs totaal geen beleid en is zijn eigen beleid veel flexibeler omdat het zich niet alleen focust op doctoraten, maar ook op pilotprojecten en overbruggingen. Toen brak het onderwerp van fossiel onderzoek en onderzoek in samenwerking met bedrijven aan. Augustyns vindt dat hierover transparantie moet zijn door het onderzoek te publiceren en valoriseren. Dat laatste is belangrijk om als universiteit geen ivoren toren te worden , zegt Augustyns. Ten slotte zegt Augustyns dat onderzoek met een partner als Shell wel kan als zij bijvoorbeeld willen verduurzamen. Leirs is het eens en geeft aan dat hij dat (die exacte zin) ook al heeft gezegd in het interview met dwars. Hij gaat ook een stap verder dan Augustyns en wil transparantie via een lijst die sponsoringen van zulke bedrijven weergeeft.  

onderwijs

De voorlaatste ronde gaat over onderwijs en begint met een vraag over artificiële intelligentie. Leirs gaat van start door te zeggen dat AI nog jong is en daardoor gegarandeerd nog kinderziektes heeft, maar dat het er volgens hem wel is om te blijven. Daarom vindt hij het zinloos om het te verbieden en wil hij er eerder voor zorgen dat onze universiteit voorbereid is op de veranderingen die AI teweeg kan brengen. Augustyns is het eens met Leirs. Hij wil vooral een duidelijk beleid rond AI en benadrukt ook de voordelen. Het is namelijk niet alleen tekstgeneratie, maar kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld kankeronderzoek. 

Over lesopnames zijn de twee het dan weer oneens. Augustyns vind dat lesopnames moeten worden gestimuleerd, maar niet gegarandeerd. Hij erkent dat lesopnames een handig hulpmiddel zijn voor studenten tijdens het studeren, maar merkt toch op dat het door lesopnames moeilijk is om studenten naar de les te krijgen. Dat vindt Augustyns belangrijk, want hij denkt dat studenten heel wat missen door niet naar de les te komen. Daarnaast is het bijvoorbeeld zeer moeilijk om oefenzittingen te volgen bij een opname, legt hij uit. Om die redenen wil hij lesopnames momenteel niet garanderen.  

De moderator pikt hierop in en zegt dat sommige leerlingen bijvoorbeeld ziek zijn of gewoon echt niet kunnen komen. Augustyns verduidelijkt dat de meeste professoren in zijn faculteit wel al lesopnames aanbieden, maar dat hij niet weet hoe dat zit in andere faculteiten. Als laatste vertelt Augustyns ook dat lesopnames wel eens gevaarlijk kunnen zijn, want als de professor iets fouts zegt in die opname zouden de studenten bijvoorbeeld fout kunnen antwoorden op het examen. Leirs heeft een andere visie en wil de lesopnames wel garanderen. Hij ziet daar tal van andere redenen voor zoals het tegemoetkomen van studenten die ziek zijn, werkstudenten en andere uiteenlopende omstandigheden. Daarnaast verduidelijkt hij dat studenten die gebruik maken van lesopnames niet lui zijn, maar dat de manier van studeren is veranderd tegenover 40 jaar geleden 

studenten- en personeelsvoorzieningen 

De laatste ronde over voorzieningen begon met het onderwerp van stille ruimtes op de campussen. Augustyns geeft toe dat er op campus Drie Eiken nog niet genoeg zijn . Hij denkt dat die ruimtes belangrijk zijn voor studenten die hun geloof willen beleven, maar ook om zich even terug te kunnen trekken uit de drukte van het studentenleven. Ook Leirs ziet het belang van die ruimtes in en wil er meer van inrichten. 

Over de komida’s zijn de kandidaten het eens: de warme maaltijden moeten te allen tijde betaalbaar blijven voor studenten, ookal is het budget dat de universiteit ervoor krijgt niet  hoog. Of ze de maaltijden met vlees duurder willen maken dan de vegetarische? Absoluut niet, het heeft geen zin om het eten van vlees te ontmoedigen door de prijs aan te passen. Toch vinden beide kandidaten het duurzaamheidsaspect van het vlees wel belangrijk. Ze zijn het erover eens dat studenten moeten weten dat vlees vaak minder duurzaam is dan een vegetarische maaltijd, maar dat studenten een vrije keuze moeten krijgen. Dat het vegetarische aanbod groter is dan het aanbod vlees, lijkt hen een goed idee.  

Op het einde was er een korte jokerronde waarin de kandidaten zich mochten onderscheiden van elkaar. Augustyns schoof naar voren dat hij vindt dat hij een concreter beleidsplan heeft met vicerectoren die wel veel beleidservaring hebben. Leirs stipt dan weer aan dat hij qua stijl en toegankelijkheid erg verschilt van Augustyns, waarop deze stomverbaasd reageert dat hij zich niet kan voorstellen dat hij niet toegankelijk zou zijn en verwijst naar de mensen van zijn decanaat in de zaal die stuk voor stuk zullen zeggen dat er geen probleem is met zijn toegankelijkheidsfactor. 

Na twee uur komt de gegadigde redacteur met hoofdpijn uit de aula, maar gelukkig was er nog de receptie! Ter conclusie kan ik stellen dat de kandidaten op veel vlakken overeenkomen, maar als het botst, botst het écht!