Imkerij op Antwerpse daken

Antwerpen Centraal
22/10/2013
🖋: 

Redactielid Maurits Chabot neemt de lezers mee op zijn stedelijke speurtocht door het enigma dat Antwerpen is. Op persoonlijke manier brengt hij bijzondere plekken die normaal aan de aandacht ontsnappen in kaart.

Op een woensdagmiddag in oktober wast een glazenwasser aan de Sint-Maartenstraat de hoge ramen aan de binnenkant van het kantoor van Ris Agency. Hij is druk in de weer met emmers sop, sponzen en een ladder. Buiten, in de goot voor de Arenbergschouwburg, ligt een regenpoel waarin de Arenbergstraat reflecteert. De plas water houdt de straat een spiegel voor, een spiegel die geen wasbeurt nodig heeft. Stadsimker Micha de Herdt stapt van zijn fiets, schudt me de hand en gaat me voor naar boven, vier verdiepingen hoger, het dak van de Arenbergschouwburg op. Daar staan twee bijenkasten, onderdeel van het project dat De Herdt in samenwerking met Stad Antwerpen initieerde. Op het platteland vergaat het de bij door de monocultuur (het eenzijdig verbouwen van een bepaald gewas) sinds enkele jaren slecht: de plantendiversiteit ligt er te laag om de bijenstand op peil te houden. De bloemen op balkons, daken, parken en plantsoenen in de stad geven de bij de mogelijkheid in de stad te leven. Daarom plaatste De Herdt tachtig kasten in het stadsgebied Antwerpen, waarvan veertig binnen de singel. Deze veertig kasten zijn verdeeld over zo’n vijftien locaties, onder meer op daken van het Ecohuis, de Arenbergschouwburg, de botanische tuin, op enkele Bed & Breakfasts en één op een dak aan de Kipdorpvest. Iedere kast huist circa 80.000 bijen, wat neerkomt op een totaal van 3.200.000 bijen binnen de Antwerpse singel. “Alle bijen werken voor me, in zekere zin ben ik de grootste werkgever van de stad”, lacht De Herdt. “Het is een uit de hand gelopen hobby”, vervolgt hij. “Ik ben docent Nederlands, studeer een postgraduaat en ben daarnaast stadsimker.” De imkerij op Antwerpse daken beoogt meer dan het in stand houden van de bij. Het dient ook om de stadsmens bewust te maken van ecologie en milieubeheer. Vandaar dat op de kinderboerderij in Wilrijk kasten geplaatst zijn om scholieren van het belang van de bij te overtuigen.

 

Van de honing die de bijen produceren wordt ieder jaar een bijzonder product gemaakt. Vorig jaar verscheen honingbier op de markt, vooraf gegaan door Antwerps honingijs en -pralines. Komend jaar hoopt men Antwerpse honingshampoo op de markt te brengen. “Door dergelijke verrassende producten maak je het project bekend bij nieuwe doelgroepen. Voor mij zijn bijen een symbolisch middel om de mensen bewust te maken van het milieu. Zonder de bij verandert de ecologie en hebben we een economisch probleem. De bij is een indicator. Persoonlijk heb ik geen band met ze, niet zoals een baasje met een hond. Maar ik heb wel voeling met ze. Ik vind het prachtig om met de bijen in de weer te zijn.” We staan bovenop de schouwburg en kijken uit over Antwerpen met zicht op de kathedraal, de Boerentoren en het zomerluchtblauwe dak van toneelhuis Bourla. Rechts ligt de Graanmarkt met daarachter het Theaterplein. Via de Sint-Maartenstraat kijk ik uit op de Armeduivelstraat. Een man op leeftijd blijft staan, snuit zijn neus en loopt door. Zijn stok tikt ritmisch op de tegels, maar de knieën knikken onder het gewicht van de jaren. Over daken, richels en goten glipt regenwater kletterend naar beneden op straat. Er vormen zich grijze poelen op pleinen, regen fonkelt tussen straatstenen, plassen schitteren. Antwerpen weerlicht in grijstinten, de wereld lijkt van aluminiumfolie. “Mensen wandelen door de stad,” vervolgt De Herdt, “en kijken er op een andere manier naar. Ze zijn gehaast. Als mensen mij niet bezig zien, hebben ze geen weet van de bijen en de locaties. Er zijn maar weinig mensen die het weten. Ik ben me bewust van het bijzondere van deze locatie, maar mijn aandacht gaat vooral uit naar de bijen.” Beneden bij de receptie koop ik voor €5,- een pot ‘Antwerpse honing’. Er is veel vraag naar, meldt de receptioniste. Tegenover de receptie staat een beschilderde bijenkast met het opschift een goede imker moet altijd een beetje bij blijven. Deze zal volgend jaar zomer, bewoond door bijen, op het dak geplaatst worden: een bijenkast als kunstwerk op het dak van de Arenbergschouwburg.

 

Ik neem afscheid van de vriendelijke imker en stap via het Astridplein en de Carnotstraat naar de Turnhoutsebaan, richting het Ecohuis. In de hoek van de Daktuin staan twee bijenkasten, tegenover het Ecohuis staan grote flats. De bijen kijken uit over balkons die uitpuilen van wasgoed dat, ondanks de oktoberkoude, te drogen hangt. Op de eerste verdieping van een van de flatgebouwen staat een witte stellage waaraan een beest aan zijn achterpoten is opgehangen. Het lijkt een varken waarvan de buik is opengesneden en ingewanden verwijderd. De vacht oogt geelbruin, het vlees bruinrood. Ik draai me om en kijk voorbij ’t Laar en de Turnhoutsebaan uit over Borgerhout. Auto’s manoeuvreren door de straten, trams klingelen. Het stadsleven draait als een carrousel om me heen. De bijen zoemen, het geluid danst door de lucht. Terwijl ik de trap afloop, hoor ik in mijn rugzak het potje Antwerpse honing tegen mijn balpen tikken. Ik denk aan drie miljoen zoemende honingbijen op de Antwerpse daken en ga opgewekt op huis aan, naar een boterham met honing.

 

Geïnteresseerd? Contacteer antwerpsehoning@telenet.be of koop de honing in de stadswinkel, het Ecohuis of de Arenbergschouwburg.