BREUKLICHT

23/04/2026
[BREUKLICHT] (© [Hanne Colémont] | dwars)
🖋: 

Er ademt licht in breekbaar glas van tijd,
waar stilte zingt in scherven van wat verglijdt.
De wereld kantelt zacht in droomgedruis,
een fluistering van nergens en van thuis.

De maan schrijft zilver op de huid van nacht,
een taal die enkel harten heeft bedacht.
Zij vlecht de schaduwen tot fijn brokaat,
waar elk gemis in zachte adem slaat.

En jij – een zin die zich nog niet verklaart,
een storm die in mijn woordenschat ontaardt.
Je naam is rook die rond mijn vingers zweeft,
een vuur dat in mijn lege kamers leeft.

Wij zijn twee lijnen in een scheve cirkel,
twee vonken in een woordeloos artikel.
Een botsing van het nooit en ooit misschien,
van wat we voelen maar nog niet verzien.

Dus laat ons vallen in het ongezegde,
waar tijd geen orde aan gedachten legde.
Waar liefde niet in regels wordt gevat,
maar als een breuk door elke stilte spat.