De examenperiode is erg naar. Het wansmakelijke idee om uren achter je bureau naar cursussen te staren die stilaan de vorm aannemen van de Toren van Pisa, of naar een bizarre millefeuille van samenvattingen gevuld met gele post-its, stemt niemand vrolijk. Ook de redactie van dwars huivert bij het idee. Het helpt om te beseffen dat we allemaal in hetzelfde bootje dobberen, op weg naar die heerlijke zomervakantie zonder herexamens (hout vasthouden als je dit leest!). In die triestige setting achter je bureau durft je geest – bij mij alleszins – al eens af te dwalen. Je plafond ziet er plots onwijs interessant uit, of je voelt uit het niets de drang om je kamer op te ruimen. Dat laatste is iets wat je om onbekende redenen enkel tijdens de examens voelt. Diep in gedachten verzonken, gebeurt het al eens dat een melancholische herinnering aan een tijd zonder deze verdomde examens voorbij fladdert.
een anekdote
Jaren geleden, toen deze redacteur en student nog geen van beide was, maar wel een vrolijk kind, speelde ik graag buiten met mijn neef. Je kan je afvragen of kinderen in het TikTok-tijdperk dat überhaupt nog doen, maar dat is niet het onderwerp van dit artikel. We sprongen uren op de trampoline, bouwden kampen in het bos of speelden met waterpistolen als de zon ons te warm werd. Het was tijdens zo’n prachtige namiddag, in dit geval in de tuin van mijn neef Karel, dat dit verhaal zich afspeelde.
“we hebben een probleem”
We hadden het geluk dat er een gocart stond waarmee we aan monstersnelheid over het grasveld raceten. Die stond geparkeerd naast het tuinhuis. Uit nieuwsgierigheid besloten we binnen een kijkje te nemen. Er stond een grasmaaier, een spade, enkele zakken graan voor de kippen, fietsen, een voorraadje potgrond en andere zaken die je in een tuinhuis kan aantreffen. Wat hadden we verwacht, dat er een schat van een of andere piraat verstopt lag? Eén ding is zeker: we hadden niet voorzien dat binnen geraken makkelijker zou zijn dan weer buiten raken. Toen we het tuinhuis wilden verlaten, probeerde mijn neef de deur te openen: “Willem, we hebben een probleem.” Vraag me niet wie van ons, maar iemand moet de deur iets te enthousiast hebben dichtgetrokken, want de klink was er aan de buitenkant afgevallen!
paniek!
“Wat moeten we nu doen?” was onze eerste reactie. Instinctief gooiden we allebei ons keelgat wagenwijd open en begonnen luid om mijn tante te roepen, jammer genoeg zonder succes. De paniek sloeg toe: stel je voor dat ze ons nooit vinden? Toegegeven, dat was vrij onwaarschijnlijk, maar zo werkt nu eenmaal het brein van een achtjarig kind. We haalden ook de klink aan de binnenkant eraf en keken door het gat naar het buitenlicht. Tot onze verbazing hing de klink er nog voor een stukje aan. Mijn neef, creatief als hij is, nam een heggenschaar en knipte twee sprietjes van een bladhark. Hij stak vol goede hoop de sprietjes in het gat van de klink en probeerde zo de buitenklink weer naar binnen te trekken. Geen wonder dat dit pientere jongetje dit jaar als architect afstudeert. Tot onze wanhoop mislukte ook deze poging. We werden steeds ongeruster. Hoelang zaten we hier al opgesloten? In mijn verbeelding was dat toch al enkele uren, maar het zou me niet verbazen mocht mijn kinderbrein ook dat overschat hebben.
reddende engel
“Hoe zijn jullie ooit uit dat tuinhuis geraakt?” vraag je jezelf misschien af. Natuurlijk konden we daar niet voor eeuwig opgesloten blijven. Zoals de oplettende lezer zich misschien nog herinnert, stond er een plastic zak met kippenvoeder in het tuinhuis. Die diertjes hadden nog geen avondmaal gekregen! De kippen begonnen aan een luid kakelorkest, hoorbaar tot in het tuinhuis toe, waarmee ze hun honger wilden aanklagen. Door het raampje van het tuinhuis zagen we witte veren voorbijvliegen! Waren het pluimen van onze reddende engel? Op het moment dat we dachten dat we radeloos verloren waren, hoorden we iemand over het paadje wandelen. Mijn neef tilde me op zodat ik door het raampje van de deur kon kijken. Het was mijn andere neef Jan die als reddende engel voorbijkwam. Hij was wat ouder en ging de restjes van het middagmaal, aangevuld met wat graantjes uit de zak, aan de kippen voeren. “Help!” riepen we allebei, nadat ik hem zag aankomen. Toen de deur openging, vlogen we hem om de hals. Terwijl onze ogen zich aanpasten aan het felle zonlicht, net zoals je ogen moeten wennen wanneer je de cinema verlaat, bedankten we hem uitbundig voor het redden van ons leven. Waarom mijn tante ons niet kwam redden? Zij vertelde achteraf: “Maar choukes, ik heb jullie wel horen roepen. Ik dacht gewoon dat jullie zoals altijd weer helemaal vol verbeelding opgingen in jullie spel!”
Soms zijn het die kleine, warme herinneringen die je helpen te ontsnappen aan de dagdagelijkse sleur tijdens de examens. De glimlach die het op het gezicht van mijn neef Karel toverde toen ik het verhaal opnieuw aan hem vertelde, getuigt van de magie van onbezorgde zomerdagen. De examenperiode is gelukkig maar tijdelijk. Voor je het weet, zit je in de zorgeloze zon te genieten. Veel succes!
Speciale dank gaat uit naar mijn neef Jan. Zonder hem hadden we wellicht nog altijd opgesloten gezeten en kippenvoeder moeten eten. Het enige positieve aan die afloop: examens hadden we niet hoeven te trotseren.
- Login om te reageren