PROFESSIONALISERING VAN MEISJESVOETBAL

sport

11/12/2023
🖋: 

Op een mistige herfstzaterdag breng ik een bezoek aan Sinaai Girls, een voetbalclub in het Wase dorpje Sinaai. Bij de binnenkomst valt me meteen een grote affiche op waar ‘girlpower’ op staat te lezen. De club is sinds 1983 een vaste waarde in het vrouwenvoetbal. De accommodatie, slechts één volledig veld en een ondermaatse parking, doet me niet vermoeden dat ze in 2010 nog de finalematch van de Beker van België wonnen tegen de mauve ladies van RSC Anderlecht. Het profvoetbal zei de club onderhand vaarwel. Ze verlegde focus naar haar jeugdwerking, het meisjesvoetbal.

Meisjesvoetbal is de laatste jaren dan ook aan een stevige opmars bezig. Tussen 2021 en 2023 groeide de sporttak in Vlaanderen met iets meer dan 21%. Volgens Voetbal Vlaanderen moet dat nog beter; het meisjesvoetbal moet professionaliseren. In juni presenteerde zij daarom Futbalista Hattrick, een programma om, naar eigen zeggen, de cultuurverandering van vervrouwelijking binnen het voetbal verder te zetten. Via investeringen en gerichte events willen zij het aanbod voor voetballende vrouwen vergroten en in de kijker zetten. Tempert die vervrouwelijking wel degelijk de mannelijke excessen van de voetbalwereld – zoals geldzucht en geweld? En welke drempels moeten daarvoor nog weggewerkt worden?  
In de kantine van de Sinaai Girls spreek ik Jürgen De Bondt, sportief directeur van de club, over een van de grootste drempels die het meisjesvoetbal kent: het gemengd spel. Zijn club is uniek op dat vlak. “Wij richten ons inderdaad enkel op meisjes”, legt hij uit. “Je ziet in andere clubs wel eens een aparte meisjesploeg, maar dat is dan vaak een U16-ploeg. In die clubs zijn dus geen ploegen waarin meisjes van vijf of zes jaar apart kunnen spelen. Wat doe je dan? Je laat ze bij de jongensploeg spelen.” In veel Vlaamse voetbalclubs worden de twee geslachten nog te vaak tot elkaar veroordeeld. Dat zorgt volgens De Bondt voor problemen: “Niet elk meisje wil bij jongens voetballen, kan bij jongens voetballen of wordt geaccepteerd in een jongensploeg. Dat is onze bestaansreden. Wij willen meisjes die gewoon graag meisjesvoetballen of meisjes die op termijn niet meer geaccepteerd worden binnen een gemengde groep, de overstap laten maken.”

Ook Marnix Beyen is geen voorstander van gemengd spel. Beyen is covoorzitter van meisjesclub Football Girls Leuven. Daarnaast is hij hoogleraar politieke geschiedenis aan UAntwerpen. “Hoewel meisjes vroeger in ontwikkeling zijn, zit je qua snelheid, kracht en intensiteit gewoon met een achterstand”, legt hij uit. Al zijn er volgens De Bondt ook voordelen aan gemengd spelen. “Momenteel is de weg voor vrouwen die de top willen bereiken voor 99% via de gemengde competitie”, erkent hij. “Die gemengde competities zijn veel sneller en fysieker. Meisjes die daar in meespelen gaan een voorsprong hebben op anderen die in gescheiden competities opgegroeid zijn.” Beyen merkt op dat dat sportieve aspect niet het enige is. “Je hebt ook culturele verschillen, het haantjesgedrag van jongens bestaat al op vroege leeftijd. Daardoor zullen meisjes in de eerste plaats niet geneigd zijn te starten met voetballen, en als ze dat wel doen haken ze al snel af.” Ook hier is De Bondt het eens. Daarbovenop vindt hij dat hoe meer meisjes je aan het voetballen krijgt, hoe hoger het niveau automatisch zal worden.

drempelverlagende werking

Een vergroting van het aanbod moet dus het doel zijn: enkel zo krijgt elk meisje de kans om met andere meisjes te voetballen. De vraag is dan hoe je die visie in de praktijk brengt. Bij Football Girls Leuven werkt Beyen bewust aan drempelverlaging. De club werd met die visie opgericht. “We zagen dat jongeren uit kansengroepen wel interesse hadden, maar de vaak hoge inschrijvingsgelden niet konden betalen. Wij wilden echt bewust een ploeg zijn waar we proberen die kwetsbare jongeren actief te bereiken.”
Football Girls Leuven brengt drempelverlaging in de praktijk. “Dat doen we onder meer door te werken met vier verschillende tarieven voor het inschrijvingsgeld: een kansentarief met behulp van de UiTPAS, een verlaagd tarief, een standaardtarief en een solidair tarief.” Ouders kunnen, als zij dat wensen, een verhoogd inschrijvingsgeld betalen om dat van armere ouders tegemoet te komen. “Financieel willen we toch in de eerste plaats die interne solidariteit benadrukken. Al het geld dat binnenkomt, willen we gebruiken voor het meisjesvoetbal.” Die inspanningen werden vorig jaar beloond met het Vlaams Sportjuweel voor het Warmste Sportinitiatief.

De inclusieve aanpak wordt dus opgemerkt, dat ziet ook Beyen. “Ik ben kritisch ten opzichte van Voetbal Vlaanderen, maar ik zie wel dat ze bepaalde stappen zetten. Ik denk ook dat ons voorbeeld daar voor een stuk een rol in speelt. Ik wil zeker niet alleen kritiek geven, maar vind wel vaak dat ze te traag gaan.” Het beperkte aanbod blijft het grootste probleem. “Een van de manieren om meisjesvoetbal te stimuleren is het organiseren van allerhande Futbalista-evenementen, specifiek voor meisjes”, bemerkt hij. “We zien dat meisjes die daarnaartoe gaan dat op zich wel leuk vinden. Toch zetten ze daarna te weinig de stap naar een door jongens gedomineerde ploeg. Wij zeggen dat je eerst een aanbod moet creëren.”

voortschrijdende professionalisering

Om een groter aanbod te faciliteren wil Voetbal Vlaanderen op financieel vlak bijspringen. Toch heeft dat niet enkel positieve effecten, vindt De Bondt. “Middelen zijn nodig, maar dat is juist ook het nadeel. Vrouwenvoetbal is een product geworden; zo komt er geld binnen. En als er geld is, dan komen er problemen.” De monetaire excessen van het mannenvoetbal lijken zich naar het meisjesvoetbal te verspreiden. Ook Beyen vindt dat er moet worden opgelet met professionalisering. “Het meisjesvoetbal biedt kansen om een andere logica te doen heersen, maar we moeten heel alert zijn om dat ook zo te houden. Jürgen staat daar veel dichter bij. Sinaai Girls heeft natuurlijk een vrouwenploeg.”

De vrouwenploeg stopte in 2014. “Vanaf een bepaald niveau is de charme weg”, zegt De Bondt hierover. “Daarom hebben wij vijf jaar geleden gezegd dat we ons niet meer inschrijven bij de nationale competitie. We wilden niet meedoen aan dat financiële gedoe van spelers te moeten overtuigen om hier te komen sjotten. We hebben ten slotte onze eigen jeugdwerking.” Beyen heeft begrip voor die opvatting. “Ik denk dat dat dan een voorbeeld is van hoe je daar heel alert mee bezig kan zijn. Wij hopen binnen twee jaar een vrouwenploeg te kunnen hebben, maar ook wij gaan geen premies uitbetalen.” 

een sombere toekomst?

De werkelijkheid is minder rooskleuring dan de cultuurverandering waar Voetbal Vlaanderen van spreekt. De heersende cultuur in de voetbalwereld lijkt volgens De Bondt onveranderlijk te zijn. “De charme van het vrouwenvoetbal wordt deels tenietgedaan door de centen. Vroeger werd er enkel nationaal een premie gegeven. Nu wordt er al op het derde provinciale niveau iets verwacht om te voetballen. Door de professionalisering, zoals de voetbalbond het noemt, is die cultuur ook bij het vrouwenvoetbal binnengesijpeld.”

“Er heerst toch wel nog altijd een positievere sfeer bij meisjesvoetbal.” vindt Beyen. “Ik ben scheidsrechter geweest bij de U15 jongens. Bij de dingen die ik daar hoorde dacht ik: ‘Help’. Ik wou toen niks meer met voetbal te maken hebben. Zo’n dingen heb ik nog niet gezien bij het meisjesvoetbal.” Beyen denkt wel dat er een proces bezig is. “Het is zeker niet dat de cultuur van het vrouwenvoetbal in steen gebeiteld staat. Het mag niet een soort gegevenheid zijn. Je staat al snel in een soort verschildenken tussen mannen en vrouwen.”

Inclusiviteit en drempelverlaging zijn nodig, om elk meisje de kans te geven met andere meisjes te spelen. Om die noodzakelijke investeringen door te voeren is geld nodig, ook bij Sinaai Girls. De club botst op haar voegen qua ruimte en accommodatie. Een wens om uit te breiden koestert ze momenteel niet. Als de club haar aanbod toch wil vergroten zal er mee gegaan moeten worden met de professionalisering. Dan zullen een hoop meer meisjes de kans krijgen te voetballen – wat goed is. Toch is het risico dat een groot stuk van de ziel dat het kleinemeisjesvoetbal nog heeft, in die evolutie verloren kan gaan.