Over onderwijs
27/03/2011
🖋: 

Antwerpen krijgt als allereerste Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen

Vanaf september 2013 zal de Universiteit Antwerpen een Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen (TIW) te bieden hebben. Als kloppend hart van de Vlaamse Industrie heeft Antwerpen nood aan ingenieurs van topkwaliteit. Daarom slaan de Artesis Hogeschool, de Karel de Grote-Hogeschool en de Universiteit Antwerpen de handen in elkaar. De opleidingen Industrieel Ingenieur aan de twee hogescholen smelten samen en worden ingepast in de universiteit. "Zo kan er meer aandacht besteed worden aan het wetenschappelijk onderzoek", zegt rector Alain Verschoren, tevens voorzitter van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA). De nieuwe faculteit zal passen in de herprofilering van de campussen; de Stadscampus voor de humane wetenschappen, Campus Drie Eiken voor de (bio)medische wetenschappen en tenslotte Campus Middelheim en Groenenborger als technisch-wetenschappelijke campus. Daar krijgt de Faculteit TIW ook een nieuw gebouw, dat klaar zou moeten zijn tegen 2015.

 

Voorouders stekels op hun penis

Mensen verschillen in veel opzichten van andere zoogdieren, maar het is niet steeds duidelijk welke exacte verschillen in het DNA hiervoor de oorzaak zijn. Onderzoekers aan de universiteiten van Stanford, Georgia en Pennsylvania State hebben daarom het genoom van de mens, of het geheel aan zijn genetische informatie, vergeleken met die van de chimpansee en de makaak. Ze vonden 510 stukken DNA die in de mens verdwenen zijn, terwijl ze in andere zoogdieren sterk bewaard bleken. Zo'n specifieke deletie zorgde ervoor dat we de penisstekels, die bij veel zoogdieren voorkomen, verloren. Penisstekels zorgen er bij polygame zoogdieren voor dat het sperma van rivalen verwijderd wordt, of dat het vrouwtje te gekwetst is om nog met anderen te paren. Volgens de onderzoekers zou het verlies van de stekels bij mensen gelinkt zijn aan ons paargedrag. Zonder stekels is de penis minder gevoelig en duurt het paren langer, wat de band tussen toekomstige ouders zou versterken.

 

Muurschildering Luc Tuymans in bibliotheek

Luc Tuymans zou in de nabije toekomst een muurschildering maken in de bibliotheek van de stadscampus. Dat wist Ernest Van Buynder, voorzitter van de Commissie Kunst op de Campus, te vertellen aan dwars. Tuymans had hem dit als een soort wederdienst beloofd na het ontvangen van zijn eredoctoraat. Dit werd reeds in 2006 toegekend, maar Tuymans bevestigde sindsdien nog enkele keren dat de muurschildering er zeker zou komen. Hoe ze concreet opgevat zou worden, staat echter nog niet vast. Momenteel stelt Luc Tuymans tentoon met 'Retrospective' in de Brusselse Bozar.

 

Basisopleiding geneeskunde van zeven tot zes jaar

Vanaf 2011 zal de basisopleiding geneeskunde in België nog maar zes jaar in beslag nemen, om te voorkomen dat studenten geneeskunde tien jaar op de banken zouden zitten. De Europese normen zeggen namelijk dat elke specialisatie-opleiding minstens drie jaar moet duren. Nu lopen geneeskundestudenten in hun basisopleiding reeds drie bachelorjaren en vier masterjaren af. Het laatste masterjaar zal in de toekomst samenvallen met het eerste jaar van de specialisatie, waardoor de totale opleiding slechts negen jaar zou duren. De stages die voordien het grootste deel van het zevende jaar uitmaakten, zullen verspreid worden over de andere zes jaren. Voor studenten die voor huisartsengeneeskunde kozen als specialisatie, telde het zevende jaar wel al als eerste specialisatiejaar. Deze ongelijkheid met de specialisatie-artsen wordt nu dus ook eindelijk opgeheven.

 

Sporttelex

Basketbal: Bij de heren is de Universiteit Antwerpen er niet in geslaagd te stunten in de final four van het Vlaams kampioenschap. Na verlies tegen Hogeschool Gent, werd ook de troostfinale tegen de UGent verloren. * Volleybal: de Universiteit Antwerpen heeft haar favoriete rol in het herenvolleybal kunnen waarmaken. Het Vlaamse kampioenschap werd na een eenvoudige overwinning op hun naam gezet. In finale was de Universiteit Antwerpen met 3-0 te sterk voor de Artevelde Hogeschool. Op 6 april is de Universiteit Antwerpen ook favoriet om de Belgische titel te pakken. Mogelijke tegenstanders zijn Université de Liège of de Hogeschool van de Provincie Luik. * Hockey: Na een pijnlijke nederlaag tegen KdG in de halvefinale na het nemen van strokes, wisten de mannen gemakkelijk de derde plaats te veroveren door met 2-6 te winnen van K.U.L. * Go Kart: Op woensdag 6 april strijden verschillende studentenclubs op campus Middelheim tegen elkaar op de jaarlijkse gocartrace.



27/03/2011
🖋: 

‘Will Do’ van Tv on the Radio Hun nieuwe album komt deze maand uit. Luister dit fantastische nummer alvast op hun facebook-pagina. (Floris Geerts)

‘Baby Baby Baby’ van Make the girl dance Om met een vette Franse electroschijf de lente goed in te zetten. (Benjamin Theys)

‘Kleinste sterren’ van Mathieu & Guillaume Een nummer waarbij ik mijmer over de toekomst, vol kleinste sterren want “die fonkelen het meest”. (Marie-Paule Fritschy)

‘Annie You Save Me’ van Grafiti Six Een niet onaantrekkelijke zanger wiens leven je best zou willen redden. (Anne Hammers)

‘Many shades of black’ van The Raconteurs En ik zwaai met mijn armen alsof ik een symfonieorkest dirigeer. (Daan Hafkamp)

‘Black Panther’ van Crystal Castles Elektronische muziek met subtiele tonen die doen denken aan een klassieke Gameboy, gepresenteerd door een excentriek duo. (Bart Van Ballaert)

‘Sun Will Rise’ van Bonobo & Speech Debelle Twenty years of NinjaTune love. (Annelies Desmet)

'I'll Take Care Of U' van Gil Scott-Heron and Jamie xx Dat dansmuziek zo ontroerend kan zijn, dat wist ik niet. Gil en Jamie krijgen van mij de prijs voor combinatie van het jaar. (Yannick Dekeukelaere)

‘Find Your Grail’ uit de musical Spamelot Om nog even in de sfeer te blijven van deze heerlijk geschifte musical. (Line Magnus)

‘How It Ends’ van Devotchka Tromgeroffel dat de lente verwelkomt. (Elisa Hulstaert)



27/03/2011
🖋: 

Zelf ook met een dwars in het buitenland? Stuur foto voor ‘dwars in ...’ naar contact@dwars.be en maak kans op een Knack-abonnement van drie maanden.



Staatshervorming dreigt grootsteden over het hoofd te zien
27/03/2011
🖋: 

Bijna driehonderd. Dat is het aantal dagen waarin ons land hopeloos op zoek is naar een regering. In alle ernst zijn al tal van voorstellen gelanceerd om de nodige institutionele hervormingen te bepleiten, maar een akkoord lijkt nog ver weg. Nochtans is de argumentatie die de onderhandelaars hanteren Antwerpen niet vreemd. Integendeel, vanuit gelijkaardige voedingsbodems zou men zelfs geheel in de stijl van de preformatie (op het randje van de satire dus) kunnen ijveren voor een sterkere Antwerpse regio met meer economische middelen: een zogenaamd Antwerps Grootstedelijk Gewest. In dit artikel nemen we de proef op de som en maken we die denkoefening compleet.

Aan creatieve denkers tot nog toe geen gebrek. In de marge lijkt het allemaal de revue al gepasseerd: van een nostalgisch verlangen naar het unitaire België over de Belgische Unie tot een sterk en onafhankelijk Vlaanderen. Vanuit ludieke hoek herleefde zelfs het orangisme, en zette de N-GA de Gentse onafhankelijkheid op de kiesagenda. Ook het provinciaal autonomisme herleefde her en der. In Antwerpen bleef het daarentegen voorlopig haast windstil.

 

Homogeen Vlaanderen?

Het blijft ietwat bevreemdend. De dialoog in dit land wordt de laatste tijd bijna uitsluitend gevoerd in termen van homogene blokken. Daarbij zoeken een welvarend Vlaams Gewest – dat zich beroept op zijn Nederlandstalige karakter – en een armer Waals Gewest – dat uitsluitend Frans wenst te spreken en Brussel na aan het hart gelegen is – steevast de confrontatie met elkaar op. Politici zijn zich bewust van dit clichématig taalgebruik, maar schuwen het daarom niet. Dat dit vermeende taalconflict zo levendig is in de rand rond Brussel, lijkt enigszins logisch. Dat het ook in Antwerpen en elders tot een politiek issue van belang kon uitgroeien, doet toch de wenkbrauwen fronsen. De voornaamste manier waarop wij in aanraking komen met de Franse taal is namelijk via ons onderwijs, waar we de taal al van jongs af aan leren. In Wallonië is men op dit vlak zelfs progressiever door onderdompelingsonderwijs aan te bieden. Bovendien worden meerdere vakken daar in het Nederlands onderricht.

 

Uit cijfers van het OCMW en Non-Profit Data blijkt dat in onze stad ruim honderdvijftig nationaliteiten huizen. Deze diversiteit overstijgt de taalproblematiek in elk aspect. Multiculturalisme is doordringender aanwezig in de Antwerpse stad en kan onmogelijk gecategoriseerd worden onder de noemer Waals of Vlaams. Waarom is een bipolair taalconflict dan toch zo actueel?

 

It's the economy, stupid

Een en ander heeft te maken met de welvaartskloof tussen Vlaanderen en Wallonië. De communautaire problematiek wordt economisch onderbouwd. De Belgische Financieringswet is namelijk voorzien van een solidariteitsmechanisme waardoor geld van noord naar zuid stroomt. Geen enkele prognose die dit betwist. Het toekomstige verloop van deze financieringsstromen is daarentegen wel onderwerp van discussie. De vraag of de vergrijzing deze effecten zal neutraliseren staat daarbij centraal. Toch dringt zich ook hier de kwestie op: dient institutionele vernieuwing de economische versterking van de gewesten na te streven? Een economische analyse dient normaliter verder te kijken dan de gewesten in ons land. Luik en Dinant zijn geen pot nat, net zoals Antwerpen en Zoutleeuw dat evenmin zijn. Een beleid op maat van regionale tewerkstellingspolen – de stedelijke gewesten – lijkt daarom meer aan de orde. Binnen Vlaanderen vinden namelijk ook transfers plaats. Via Eurostat blijkt al gauw dat vanuit het arrondissement Antwerpen een substantieel grotere bijdrage wordt geleverd aan het BBP. Als we de koopkracht per capita als indicator nemen van die bijdrage ligt Antwerpen met zijn 37.000 euro ver voor op de rest van Vlaanderen – we laten Wallonië hier zelfs even buiten beschouwing. Van Diksmuide over Dendermonde tot in Tongeren een streefcijfer van 20.000 euro per hoofd heet daar ambitieus te zijn. Als Antwerpenaar ben je om die reden nu eenmaal solidair met mensen uit de Westhoek of die andere uithoek, Limburg. Is dat dan evident? Normaliter wel, de noord-zuidproblematiek vormt echter een precedent waardoor we principieel niet langer akkoord hoeven te gaan.

 

Het BBP wijst in essentie op de economische sterkte van een regio. Het vertelt echter vrij weinig over de welvaartsverdeling binnen die regio. Op dat vlak is het Antwerpse rapport minder positief. De activiteitsgraad ligt volgens Lokale Statistieken beduidend lager dan elders en dus is het geen verrassing dat de werkloosheid met bijna 12 procent hoge toppen scheert. We presteren op dit vlak ruim 5 procent slechter dan de provinciale gemiddeldes. De budgetten staan mede daardoor onder grote druk: slechts 35 procent van de totale Antwerpse bevolking ontving volgens het OCMW in 2007 een inkomen door arbeid. Kwatongen zouden dit haast ‘Waalse maatstaven’ durven noemen.

 

't Stad wil ook wat

Als grootstad oefent Antwerpen daarnaast ook een belangrijke centrumfunctie uit, en die kost geld. Dagelijks pendelen duizenden mensen naar de stad om er te gaan werken. Zij maken onder meer gebruik van het openbaar vervoernet waarin de stad moet voorzien. Deze stedelijke functies slorpen een aanzienlijk deel van het overheidsbudget op en vormen een grote meerkost.

 

Het Instituut voor Sociale en Economische Geografie wees reeds op de structurele verarming van onze steden. De fiscale basis van steden neemt volgens hen af. Rijkere en autochtone Belgen trekken steeds vaker weg uit het centrum van de stad naar de periferie. Tegelijkertijd groeien in het centrum de sociale kosten van de stad. Cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse Regering tonen bijvoorbeeld aan dat Antwerpen een disproportioneel grote vertegenwoordiging van allochtonen kent in vergelijking met omringende gebieden. In de periferie – parking in de volksmond – genereert men daardoor almaar meer inkomsten voor minder uitgaven. Antwerpen heeft er dus – net als andere steden – alle belang bij om versterkt uit een staatshervorming te komen.

 

Elke stad kent zijn eigen dynamiek en die vraagt nu eenmaal om beleid op maat. De haven van Antwerpen is in die zin een enorme factor van belang die bijdraagt tot de eigenheid en sterkte van de Antwerpse stedelijke regio. De Nationale Bank berekende zelfs dat de haveneconomie 6,8 procent van alle werkgelegenheid in het Vlaamse Gewest genereert. Vergelijkbare belangen ontwikkelen zich in Zeebrugge en Gent, terwijl Brussel met de internationale instellingen dan weer een enorm potentieel aan tewerkstelling in handen heeft.

 

Het België van stedelijke gewesten

De huidige politieke impasse onderscheidt zich nog steeds door zijn halsstarrig, antistedelijk karakter. Antistedelijk, omdat oeverloze discussies gevoerd worden die niet relevant zijn voor de stedelijke samenleving. Halsstarrig, omdat het status-quo van het eigen gelijk de geesten beheerst. Vertrekkende vanuit diezelfde argumenten kunnen we een staatshervorming betogen die dichter aanleunt bij de maatschappelijke realiteit. Op straat spreekt men namelijk niet uitsluitend Nederlands. Een zesde staatshervorming zal niet veel aan die realiteit veranderen. Ander taalgebruik en culturele intolerantie lijken als een rode lap op een stier te werken. Dit belooft alvast een onstuimige toekomst voor de stedelijke omgeving.

 

Men moet zich ook vragen stellen bij het Vlaamse Wirtschaftswunder. Zonder de bestuurlijke indeling in gewesten zou ook binnen Vlaanderen een ongelijke welvaartsverdeling optreden. Ondanks zijn economische sterkte vertoont Antwerpen namelijk kenmerken van structurele armoede. Hoge werkloosheid en moeizame integratie tonen aan dat toekomstig beleid zich meer op de stad moet richten. In die zin hoeft de huidige commotie rond Brussel zich niet opnieuw voor te doen. Meer efficiëntie en transparantie enerzijds (een Vlaamse eis) tegenover meer bevoegdheden en een herfinanciering anderzijds (een Franstalige eis), kunnen probleemloos onderhandeld worden in een proces dat meer op inhoud dan op symbolen gericht is.

 

Een vernieuwd staatsbestel zou daarom stedelijke gewesten als basiseenheid van bestuur moeten erkennen. Het Antwerps Groot(st)-Stedelijk Gewest zou daar een sterke vertaling van vormen. Onderlinge relaties in België kunnen dan complementair en niet langer communautair of bipolair zijn. Dat basisprincipe verwerpen, duidt op een misinterpretatie van deze denkoefening pleidooi. Zo gezegd, zo gedaan.



Het democratische studentenleven
27/03/2011
🖋: 
Auteur

Het jaar twintigelf staat nu al bekend als dat van de revoluties. Als je het zelf niet meer eens bent met de gang van zaken binnen je studentenvereniging, kan ook jij daar verandering in brengen. Je hoeft daarvoor Hof van Liere niet te bezetten. Ieder jaar organiseert Unifac immers een heuse kiesweek. Aan het einde van die week kan iedere student zijn democratisch recht verwezenlijken en bepalen wie aan het roer staat van het Antwerpse studentenleven. Daarom maakte dwars deze kiesweek-handleiding.

De studenten aan de overkant van de ring moeten we helaas teleurstellen. In tegenstelling tot op de humane campus wordt er in Wilrijk geen kiesweek voorzien. De meeste clubs kiezen er zelf wie deel uitmaakt van het praesidium. Anderen organiseren een verkiezingsactiviteit waarbij leden kunnen stemmen.

 

De Afzuipdag

De kiesweek voelt aan als de opening van het academiejaar: ’s middags staan er kraampjes waar een vrolijke bende het nodige eten en drinken aan de man brengt. Dj’s op Hummers geflankeerd door begeerlijke promomeisjes leuken het gebeuren op. Klein detail: deze week is vrijwel volledig gratis. ’s Avonds kan je altijd naar een gratis TD of elders gratis vaten leegdrinken. Gratis is geen vereiste, maar stemmen worden het best geronseld met het weggeven van gerstenat. Al deze activiteiten worden georganiseerd door de ‘opkomende praesidia’. Verschillende groepen voeren drie dagen lang campagne om op donderdag de stembusgang te winnen. De ploeg die de voorkeur van het volk geniet, leidt volgend jaar haar faculteitskring. In theorie gaan verschillende groepen met elkaar een felle strijd aan. Vaak is er in de praktijk slechts één ernstig opkomend praesidium dat voor het merendeel samengesteld is uit leden van het lopende praesidium. Daarnaast zijn er altijd leukerds die bij wijze van grap opkomen bij de verkiezingen. Vaak delen zij ook de nodige drankjes uit, maar halen ze achteraf een marginale score. Dit is niet geheel zonder gevaar: het kiesreglement zegt dat de ploeg die de verkiezingen wint, geen afstand kan nemen van de verplichtingen die gepaard gaan bij winst.

 

Een student die de kalender een beetje bestudeert, kan een zeer goedkope week doorkomen. Zij die niet thuis zijn in de nobele kunst van het timemanagement, sluiten zich best aan bij de traditionele ‘Afzuipdag’ van Nordkempus. Deze regionale kring slaagt er jaarlijks in een hele dag gratis te eten, drinken en feesten. Om dit soort praktijken tegen te gaan, wordt er sinds enkele jaren met polsbandjes gewerkt. De meeste opkomende praesidia van de faculteiten Rechten en TEW voorzien enkel studenten die verbonden zijn aan hun faculteit. Redelijk asociaal, maar een kiesweek kost dan ook handenvol geld. Om evidente redenen is het verboden de kiesweek te financieren met de clubkas.

 

Gevraagd worden is niet nodig

Indien er slechts één opkomende ploeg is, dan moet die minstens 50 procent ja-stemmers binnenhalen. Als dat niet het geval is, dan blijft het praesidium van lopende zaken noodgedwongen aan de macht. Bij meerdere kandidaten volstaat een gewone meerderheid van de stemmen. De verkiezing is slechts geldig als minstens 10 procent van de faculteitsstudenten hun stem hebben uitgebracht. Enkele jaren geleden werd de opkomende ploeg van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen onterecht verkozen. Het opkomende praesidium haalde weliswaar een overduidelijke meerderheid, maar slechts 38 van de ruim 1.300 Pol & Soc'ers vonden het de moeite om hun stem uit te brengen.

 

Iedere student kan een gooi doen naar de leiding van zijn of haar faculteitsclub, waarbij men uiteraard aan de nodige vereisten moet voldoen. Een praesidium bestaat uit minstens drie leden: praeses, vice-praeses en quaestor (penningmeester, nvdr.). Deze verplichte functies moeten ingevuld worden door studenten die verbonden zijn aan de faculteit van de desbetreffende club, en dit om absurditeiten te voorkomen waarbij een student Geschiedenis praeses wordt van Sofia. Andere functies mogen wel worden ingevuld door studenten buiten de faculteit, zolang hun aantal niet hoger is dan 10 procent.

 

Andere studentenverenigingen zijn niet verplicht om deel te nemen aan de verkiezingen. Bij hen wordt men meestal wel gevraagd. Sommige clubs bieden de student wel de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen door te solliciteren.

 

Unifac-voorzitter worden? Yes we can!

Niet alleen de faculteitskringen nemen deel aan de kiesweek, ook de voorzitter van Unifac wordt op donderdag verkozen. Bij de verkiezing van de Unifac-voorzitter kan de student enkel ja of nee stemmen op de voorgedragen kandidaat. Die kandidaat moet eerst bij een interne vertrouwensstemming tweederde van de Unifac'ers achter zich weten te scharen. Bij de stembusgang volstaat een gewone meerderheid van de stemmen. De verkozen voorzitter stelt nadien zijn praesidium samen door Unifac'ers aan te vullen met sollicitanten.

 

Hoewel velen denken dat de nieuwe voorzitter vanuit Unifac zelf moet komen, is het mogelijk om van buitenaf de nieuwe voorzitter te worden. Eenvoudig is dat echter niet. Enkel indien de studentenkoepel geen kandidaat voortbrengt, kan iedere student zich kandidaat stellen. Het opentrekken tot alle studenten is trouwens ook verplicht als er geen tweederde meerderheid is bij de interne, besloten vertrouwensstemming. Mocht een student de ambitie hebben om vanuit het niets voorzitter te worden, kan hij of zij een heuse campagne op poten zetten om op donderdag massaal nee te stemmen voor Unifac. Als de Unifac'er in kwestie niet over de noodzakelijke 50 procent plus één stem beschikt, dan wordt de kandidaatsprocedure herhaald tot er geen interne kandidaten overblijven. Dan treedt weer het principe van de open kandidatuur in werking.

 

Nadat Unifac de stemmen heeft geteld, worden op donderdagavond de resultaten meegedeeld. Traditioneel maakt Unifac de eerste resultaten bij Lingua bekend. Daarna trekken zij naar PSW, Klio en de cantus van Sofia. Als slot van de kiesweek feliciteert Unifac tijdens de Zwanenzang van Wikings-NSK ook aldaar de nieuwe praeses en zijn gevolg.



Column - De Nuttelozen van de nacht
27/03/2011
🖋: 
Auteur extern
Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter, schrijver en kroegbezoeker. Elke maand is hij, zoals Brel het ooit bezong, een van de nuttelozen van de nacht en bekijkt hij de bodem van zijn glas in een studentencafé.

De arm uit de kom slingerend tracht ik wanhopig de aandacht van een van de barmannen te trekken, twee uit teflon getrokken karikaturen, het moeten broers zijn, die met hun behendigheid bewijzen dat ze al sinds mensenheugenis café De Schacht bemannen. Het pand heeft een middeleeuwse geschiedenis onder de leden, nog waarneembaar aan de houten balustrades van de tussenverdieping, maar heden heeft de drankzaal vooral een tafelvoetbaltafel die met neon helverlicht wordt en een tapkraan als centrum bij het kringdansen. Hoewel de barman ons vertelt dat het vanavond “gewoon pub” is, worden klokslag negen uur de stoelen weggedragen en druppelt er wat later een legertje donderdagavondstudenten binnen die, naar eigen zeggen, een suit-up-party houden. En inderdaad, ik bemerk op korte tijd heel wat gilets op grootvaders wijze als een minimalistisch driedelig pak. De muziek is dan weer zo anachronistisch als Jezus met een polshorloge aan. Waar we bij het binnenkomen nog rond de oren werden geslagen met technobeats, krijgen we algauw het scala aan Eminem-songs. Gelardeerd met de gouden oude ‘Dansplaat’ van Brainpower. De Slim Shady jaagt ons naar boven, het tussenzaaltje op, waar we onze overjassen over een box draperen waardoor de hoge tonen worden uitgeschakeld en we op het ritme van de bassen bier kappen. Eminem wordt vakkundig afgewisseld met Shakira die balkt als een geitje met koudwatervrees. Op slag voelen we ons weer veertien, zwelgend in ons spleen, met weemoedigheid die niemand kan verklaren en des avonds komt, wanneer men slapen gaat. Vooralsnog laat ik me niet kisten door het genot van een portie wereldleed, maar teen ik opnieuw naar beneden onder het mom van research.

 

Ik bots algauw op de jongen die het meest opvalt, een wat gezetter lachebekje dat de clown uithangt met een roze cowboyhoed op en een wat groot uitgevallen handtas van Marc Jacobs in de hand. “Waarom de hoed?” vraag ik met luide stem, om boven de derderangsrijmpjes van de hiphopper te komen. “Aaah!” roept hij uit. “Wel, ik ben nogal een figuur. Echt een figuur.” “Wat bedoel je met ‘een figuur’?” vraag ik welwillend. “Awel, een figuur”, antwoordt hij. “Thomas”, roept hij plots over mijn schouder. “Thomas, ik ben nogal een figuur, hein.” Ik zie Thomas vanop een afstandje even zwaaien ter kennisgeving, of was het een gebaar van bevestiging? “Maar wat bedoel je met die figuur?” “Ah, contrair, hein”, legt de roze cowboyhoed uit. “Ik ben contrair, tegendraads. Ik ben een figuur.” “Aha.” ‘Wel, zie nu. Het is een suit-up-party, maar ik dacht, ik zet een hoed op en neem een suitcase van Marc Jacobs mee. Dan heb ik sowieso gewonnen. Dat is contrair.’ Ik neem afscheid zonder te vragen wat hij nu eigenlijk gewonnen heeft. Maar misschien is dat ook contrair; het leven als een wedstrijd zien zonder dat je iets zal krijgen.

 

Wanneer ik het toilet bezoek en voor het urinoir de gevleugelde woorden van Cowboyhoed overpeins, zie ik de affiche van de Tour de France hangen. De foto op de poster beeldt enkele vooroorlogse wielrenners af die met de bierpul in de hand aan de schaft beginnen. Het is een aankondiging voor een kroegentocht als een tour de farce, met een palmares aan prijzen zoals: de roze trui voor de dames, de witte trui voor eerstejaars, de gele trui voor wie het dichtst de intoxicatiegrens bereikt en een groene trui voor wie zwelgt zonder tussendoor te ademen. Mijn hoofd begint te tollen in de toiletten, overal de affiches, flyers, spandoeken ter aankondiging van cantussen, feestjes op woensdagen en donderdagen, in kelders, pubs, cafés. Agendaplannen die als dekmantels over de schouders van de nuttelozen van de nacht hangen. Ik krijg mededogen met hen die van feest naar tapkraan struinen, met groeiende wallen onder de ogen. Waar Remco Campert nog schreef: “We stampten op de grond en er groeide een feest” als ode aan het spontane leven, leven de nuttelozen als excuustruzen in de nacht, afgewend van de dag. Op de tonen van ‘Deze donkere jongen komt zo hard’ van De jeugd van tegenwoordig, duik ik dieper de nacht in, op zoek naar een bestemming.



Noam Chomsky ondubbelzinning over wat verkeerd gaat
27/03/2011

Noam Chomsky (83) is een van de grootste denkers van onze tijd. Als linguïst zorgde hij er met zijn Generatieve Grammatica voor dat taalkunde nooit meer hetzelfde zou zijn. Naast hoofd van het Departement Linguistics and Philosophy aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), is hij ook een notoir tegenstander van de Amerikaanse politiek. Ter gelegenheid van zijn nieuwste boek, ‘Hoop en vooruitzichten’, zakte professor Chomsky voor een lezing en een debat af naar Brussel. dwars was aanwezig bij ’s mans persconferentie en klampte Noam Chomsky achteraf nog even aan voor enkele vragen.

Van een persconferentie zou je verwachten dat kritische journalisten de zeer linkse Chomsky aan de tand komen voelen. Helaas bevinden we ons te midden van een heleboel gelijkgezinden die enkel willen pijlen naar Chomsky’s mening over deze of gene politiek conflict. De echte vragen moeten wachten tot na de persconferentie, die meer weg had van een korte lezing.

 

De wereld is een betere plek

Professor Chomsky, in tegenstelling tot uw vorige boeken die steevast een sombere titel hadden, klinkt ‘Hoop en vooruitzicht’ opvallend positiever. Waarom koos u deze hoopvolle titel? Vindt u dan dat de wereld de laatste jaren een betere plek is geworden?

Noam Chomsky In zekere zin wel. Het boek gaat vooral over Latijns-Amerika en daar heb je de voorbije jaren heel wat veranderingen gehad. Voor het eerst sinds de komst van de Spaanse conquistadores, heeft de Latijns-Amerikaanse bevolking zich kunnen bevrijden van de Westerse onderdrukking. In 2008 verenigden de Zuid-Amerikaanse landen zich in de UNASUR (Unie van Zuid-Amerikaanse naties, nvdr.) Voorts heeft de Latijns-Amerikaanse bevolking vooral meer rechten kunnen afdwingen. In Bolivia heeft het democratische proces er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de natuurlijke grondstoffen beter verdeeld worden, culturele conflicten werden opgelost, maar er is nu ook meer gelijkheid tussen man en vrouw. In Zuid-Amerika verandert veel, waar het Westen geen voordeel meer uithaalt. Vroeger zouden de Verenigde Staten dan een militaire coup steunen, maar nu is Zuid-Amerika stabieler geworden, waardoor deze bijna geen kans meer hebben op slagen. Uiteraard zijn er in de regio nog heel wat problemen, maar ten opzichte van tien à vijftien jaar geleden is er heel wat vooruitgang geboekt.

 

In uw boeken gaat u soms wat kort door de bocht. In ‘Hoop en vooruitzicht’ schrijft u bijvoorbeeld: “In de twintigste eeuw voerde men in de VS opnieuw slavernij in. Het criminaliseren van de zwarte zorgde voor gratis arbeid in de oorlogsindustrie.” Ik begrijp wat u wil zeggen, maar uw lezer heeft toch enige achtergrondkennis nodig om alles te kaderen. Welk lezerspubliek heeft u tijdens het schrijven voor ogen?

Chomsky Ik vind niet dat de lezers van mijn boeken een bepaalde achtergrondkennis moeten hebben. Mensen moeten uiteraard kunnen lezen, maar 'Hoop en vooruitzicht' is toch niet in wetenschappelijke stijl geschreven. Deze boeken schrijf ik niet voor professoren aan Harvard. Met mijn boeken heb ik niet de ambitie om leidraden te schrijven voor politieke leiders of journalisten, ze zijn voor iedereen bedoeld.

 

Vreest u dan niet dat uw boek verkeerd begrepen wordt?

Chomsky Natuurlijk wel, maar alles kan verkeerd begrepen worden. Dat is een kwestie van hoe je een werk wil interpreteren. Mensen zijn trouwens heel goed in het verkeerd begrijpen van dingen.

 

In Amerikaanse, maar ook in Europese media zien we vaker dat radicalisering en populisme de overhand nemen. Wat zijn uw vooruitzichten voor de Verenigde Staten?

Chomsky Radicalisering en populisme nemen altijd de overhand tijdens economische crisissen. Kijk maar wat er gebeurde in de jaren 30. In Wisconsin bijvoorbeeld komen heel wat mensen op straat, tegen de inperking van de macht van de vakbonden. Dat komt omdat de kloof tussen de republikeinen en vakbonden te groot is geworden. De bedrijfswereld heeft de voorbije jaren zoveel invloed gekregen in Washington, waardoor vakbonden in de private sector al zo goed als dood zijn. Nu wil men vanuit de overheid ook de vakbonden binnen de publieke sector vernietigen. President Obama is trouwens mede-schuldig. Dat alles gebeurt onder het mom van het dichten van het gat in de begroting. Nu pakt men de leerkrachten aan, maar ook de politie- en brandweervakbonden zullen er op termijn aan geloven. De reden dat men bij de leerkrachten begint, is omdat de rijke elite niets geeft om het publieke onderwijs. Hoe slechter het publieke onderwijs presteert, des te groter de kloof tussen rijk en arm wordt. Onderwijs voor iedereen is gebaseerd op solidariteit, en die is er niet meer.

 

Andere achtergrond, andere taalkunde

De basisidee van Generatieve Grammatica is dat taal verworven wordt dankzij een aangeboren systeem dat bij iedereen hetzelfde is. Dit idee leunt aan bij uw links gedachtegoed, dat iedereen gelijk is. Indien u opgegroeid zou zijn in een republikeins milieu, dan was u misschien niet op dit idee gekomen.

Chomsky Generatieve Grammatica is voor mij een biologisch vaststaand feit, daar heeft ideologie niets mee te maken. Dat idee bestond natuurlijk al, ik heb gewoon verder gebouwd op 17de-eeuwse theorieën van onder meer Descartes. Binnen de taalkunde ben ik niet beïnvloed door mijn omgeving, want ik had juist heel andere ideeën. Het is best mogelijk dat ik beïnvloed ben door mijn politieke visies, maar dan wel onbewust. Je kan wel eens gelijk hebben dat ik nooit op die idee zou zijn gekomen, als ik republikein zou zijn. Dat zullen we echter nooit weten.

 

Nog een afsluitende vraag. Waar ligt uw grote passie, bij de taalkunde of de politiek?

Chomsky Dat hangt ervan af. Op dit moment besteed ik 75 procent van mijn tijd aan politiek en 25 procent aan taalkunde, maar dat kan snel omslaan. Twee jaar geleden schreef ik nog een boek over taalkunde, dus toen ging mijn tijd vooral uit naar linguïstiek. Nog steeds doceer ik vaak mijn theorieën. De taalkunde heb ik nog niet opgegeven, hoor.

 

Noam Chomsky orakelt over ...

Het Midden Oosten

  • “The dictator whoever posseses the most oil and acts most obedient, gets the best treatment from the West”
  • “Right now, some one is prosceciuted in The Hague in stead of Kadhafi, the leader simply possesed enough oil to get away.”
  • “The American leaders who want to establish democracy are schizophrenic. 80 percent of the Arabian people want nucleair weapons for Iran.”
  • “The people who hate America don't hate our freedoms, they hate our policies.”
  • “Americans are desperate for the Chinese uprising and as a reaction they tell China: 'Stop invading Arab countries.'”
  • “Slavetradings were held to monopolize cotton, now the policy is to gain oil.”
  • “Should democracy be democratic about undemocratic countries?”
  • “Be a good democrat, follow our orders.”

 

Europa

  • “NATO was supposed to strengthen the U.S. against Sovjet Russia, it didn't disappear because Europe should remain American depandence.”
  • “Imagine France would plan to deport Jews instead of Romanians. Both were Holocaust victims.”
  • “The Nazi's had less votes than the extreme right in Europe has at this moment. The Nazi's gained control in just a couple of years.”

 

de Verenigde Staten

  • “God promised Noah there will be no second flood, so why fight global warming?”
  • “The taxpayer can save the financial crisis, but not the environmental crisis.”
  • “There wasn't a indepandent research after 9/11. The government can never be trusted.”


Maarten Staepels is onderzoeker
27/03/2011
🖋: 

Het Centrum voor ZorgTechnologie (CZT) bestaat nog maar pas, maar heeft al een voorgeschiedenis van twintig jaar. Het was in 1991 dat Victor Claes het Centrum Technologie voor Gehandicapte Personen (CTG) oprichtte. Hij had vastgesteld dat er, hoewel er technologische middelen voorhanden waren, weinig gedaan werd om het leven van gehandicapten te verbeteren, vanwege financieel niet interessant voor de bedrijven. Dus stelde hij een team van industriële ingenieurs en fysiologen samen en ontwierp met hen alles van rolstoelen met gyro-bijsturing (die veel stabieler rijden, de technologie is ondertussen standaard), tot trendy polshorloges met een epilepsiedetectiesysteem. Victor Claes is intussen gepensioneerd, en ook het CTG bestaat niet meer, maar Bart Geraets, die destijds zelf als ontwerpingenieur voor Claes werkte, zet als coördinator van het CZT het idealistische project op grotere schaal voort.

Babyboom!

“De vergrijzing is de zorgindustrie aan het veranderen”, vertelt Bart me, wanneer ik hem ontmoet in een witte bunker genaamd Gebouw N op Campus Drie Eiken. “De welgestelde babyboomers worden langzaam maar zeker oud, en bedrijven beginnen in te zien dat er met zorgtechnologie iets te verdienen valt. Incentive to innovate, heet dat dan. Daarom was het ook voor ons tijd om te vernieuwen.” Het CTZ heeft nog steeds dezelfde opzet – beperkingen minder beperkend maken – maar een andere aanpak. Het wil een volwaardig intermediair en interdisciplinair centrum zijn, waar studenten Productontwikkeling, TEW, Geneeskunde, Biologie, ... en industriële ingenieurs en fysici in samenspraak met mensen uit de bedrijfswereld en de zorgsector hun eigen ondernemingen kunnen starten. Verschillende faculteiten van de universiteit en twee hogescholen zijn nu al bij verschillende projecten betrokken. Bedrijven zijn tegenwoordig wel bereid om te investeren (ook dankzij subsidies van de overheid), maar ze hebben dikwijls weinig kennis over de specifieke problemen die gehandicapten en ouderen ervaren, of over de stigma's die sommige technologische verwezenlijkingen met zich meebrengen. Dat staat soms in de weg dat er bevredigende oplossingen worden gevonden, die ook commerciële resultaten kunnen opleveren. Zo vertelt Bart me over een jongen voor wie men een geavanceerde (en prijzige) spreekcomputer had ontworpen. Het ding was echter wat opzichtig, en de jongen wilde het niet gebruiken, omdat hij er te veel opmerkingen over kreeg. “Daarom zijn wij nu aan het uitzoeken hoe we de technologie achter die spreekcomputer kunnen integreren als applicatie op een smartphone. En alles van het schrijven van de code van de app tot het uitwerken van een verkoopsmodel kan gebeuren in dit centrum. Door de juiste mensen met elkaar in contact te brengen, en onze oplossingen steeds af te toetsen aan de ervaringen van de mensen die er gebruik van zullen maken, garanderen we onszelf van het beste resultaat.”

 

Recyclage van bestaande technologie

Bart stelt me tijdens de teamvergadering (koffiedrinken rond een werktafel vol laptops, vijzen, kabels en meetinstrumenten), voor aan zijn crew: Jan, een industrieel ingenieur, en Raf, zijn admistratief medewerker en zelf ook een rolstoelgebruiker. Ze vertellen me dat veel van de technologische toepassingen die ze hier ontwikkelen, eigenlijk een creatieve herinterpretatie zijn van zaken die al jaren bestaan. Het prototype dat ze me tonen is even simpel als geniaal. Door de sensor uit een doodnormale lasermuis te halen en op een computerscherm te monteren, kan je met een even doorsnee laserpointer (en een gekorrelde filter) de cursor over het scherm laten bewegen. “Dankzij dit soort makkelijke en vooral ook goedkope oplossingen geven we mensen die moeite hebben om een muis te gebruiken, bijvoorbeeld door een verkrampte hand, toch toegang tot de computer. Zo houden we hen ook uit het sociale isolement, al sinds het CGT een van onze belangrijkste doelen.” Voor Jan, die nieuw is bij het team en tot nu toe vooral bezig was met fundamenteel theoretisch onderzoek (o.a. naar echolocatie, zoals bij vleermuizen), is vooral die onmiddellijke toepasbaarheid aantrekkelijk.

 

Pas het begin

Het CZT is nog jong, en er moet nog wel een en ander gebeuren alvorens het centrum ook echt de uitstraling zal hebben die het verdient. De nieuwe vergadertafel is echter besteld, en fonkelende panelen met uitleg over zorgtechnologische snufjes staan klaar om aan de muur bevestigd te worden. Bovenal is er een goed uitgewerkt plan, en een visie die een tipje van de sluier oplicht over wat ons onderwijs zou kunnen zijn.

 

 

Wie zin heeft om deel te nemen aan de projecten van CZT kan Bart Geraets bereiken via czt@ua.ac.be



Soapactrices Clara Cleymans en Ellen Van Den Eynde
27/03/2011

Clara Cleymans en Ellen Van Den Eynde hebben heel wat gemeen: beide zijn ze frisse verschijningen, gevierde soapsterren en studenten aan onze universiteit. Er zijn echter ook verschillen. De goedlachse Ellen Van Den Eynde, studente Communicatiewetenschappen en bekend als Hanneke uit ‘Familie’, houdt haar acteerambities momenteel bewust op een lager pitje. Clara Cleymans, master Filosofie, rosse vonk uit ‘Thuis’, ‘Dag en Nacht’, ‘Code 37’, ‘Tegen de Sterren op’, en ook nog eens de winnares van de prijs voor Rijzende Ster bij de Vlaamse Televisie Sterren, is ondertussen talk of the town. ‘Thuis’ en ‘Familie’ staan nog steeds dwars tegenover elkaar maar een boeiend gesprek werd het wel.

Waarschuwing: dit is fictie

De avonturen van jullie personages komen bijna dagelijks op televisie. Zijn jullie trouwe kijkers?

Clara Cleymans Toen ik wist dat ik de rol in ‘Thuis’ had, ben ik af en toe beginnen kijken. Toen ik op televisie was, heb ik ook gekeken om te zien of het goed was, want op de set heb je soms zo weinig tijd dat je dat niet weet. Het is sinds de zomer geleden dat ik nog een aflevering heb gezien en dat vind ik wel jammer, want ik zie mijn collega's graag bezig, ook al ben ik er ondertussen mee gestopt.

Ellen Van Den Eynde Voordat ik in ‘Familie’ meespeelde, keek ik ook maar af en toe, zoals waarschijnlijk bij veel mensen een soap zo nu en dan eens opstaat.

 

Ellen, ben je misschien stiekem een ‘Thuis’-fan?

Van Den Eynde (luid lachend) Neen!

 

Hoe is het om jezelf op beeld te zien?

Van Den Eynde Ik ben het ondertussen gewend, maar in het begin is dat heel raar omdat je jezelf ook nog eens iemand anders ziet spelen. Je leert er wel veel van.

Cleymans In het begin is dat inderdaad moeilijk, maar nu ben ik het al gewoon. Wat ik nog steeds niet leuk vind om terug te zien, zijn interviews. Ik ben bijvoorbeeld verbaal heel nonchalant omdat ik mezelf wil zijn. Ik wil bijvoorbeeld niet (begint heel geaffecteerd te praten) heel geaffecteerd praten. Maar dan vind ik mijzelf net iets te nonchalant. Ik heb ook nogal een vreemde lach. Als ik die hoor, dan moet ik zappen. (lacht)

 

Worden jullie vaak herkend?

Van Den Eynde Soms loop ik over de Meir en krijg ik de ene reactie na de andere, maar soms ook helemaal niet.

Cleymans Ik let daar eigenlijk niet zo op, maar dat is ook omdat ik me daar nu een beetje voor afsluit. Vroeger vond ik het leuk om op straat mensen in de ogen te kijken, maar dat doe ik nu veel minder.

 

Vereenzelvigen sommige mensen jullie met een personage?

Van Den Eynde Ja, vooral oudere mensen doen dat. Ik heb op de set van ‘Familie’ zelfs eens een echte brief gekregen met daarin: “Veel sterkte en ik hoop dat alles goed gaat met u.” (De moeder van het personage dat Ellen speelt, sterft in 'Familie', nvdr.) Als ik zo’n reacties krijg, vraag ik me soms af in hoeverre de mensen doorhebben dat het fictie is.

 

Babes met veel Facebook-vrienden

Worden mensen soms echt lastig?

Cleymans Mij noemen ze soms rosse sprinkhaan, maar het wordt nooit echt vervelend. Een collega, Hans de Munter, heeft bijvoorbeeld ooit een verkrachter gespeeld in ‘Thuis’. Toen riepen mensen “Vuile verkrachter!” naar hem, terwijl hij met zijn kindjes over straat liep. Ik vind het raar dat mensen een soap niet kunnen onderscheiden van de werkelijkheid, maar ik snap het ergens ook wel. Soms zie ik iemand op televisie en denk ik ook: die moet ik niet.

Van Den Eynde Ik krijg sinds ‘Familie’ heel veel vriendschapsverzoeken op Facebook, maar heb er voor gekozen om die niet te accepteren omdat ik mijn Facebookpagina voor mezelf wil houden. Toen ik eens niet meteen reageerde op een zo'n vriendschapsverzoek van iemand die ik niet kende, kreeg ik twee dagen later een mailtje in de trant van: “Je bent al net hetzelfde als al die anderen en je hebt een dikke nek.” Dan probeer ik me dat niet aan te trekken. Mensen vormen snel een mening, al kennen ze je niet. Nu heb ik ook een fanpagina op Facebook.

 

Niet alleen op Facebook hebben jullie fanpagina's, ook op een website die zich specialiseert in screenshots van vrouwelijk schoon. Zo word je in de positie van babe geduwd. Hoe is dat?

Van Den Eynde Ik vind het raar, maar vooral grappig dat mensen zich daarmee bezighouden, omdat op die foto’s eigenlijk helemaal niets speciaals te zien is. Uiteindelijk moet je daar maar mee lachen, je kunt er toch niets aan veranderen.

Cleymans Ik vind dat soms heel moeilijk omdat je daar inderdaad echt niets aan kunt doen. Soms zijn dat foto’s van een scène waarin je een seconde iets meer inkijk in het decolleté kreeg, en dan knippen ze dat ene beeld er uit. Ze doen dat wel heel goed, ik denk dat ze daar lang mee bezig zijn. (lacht) Maar dat babe-imago is iets moeilijks, want als je zegt dat je het niet bent, kom je heel fake over. Hoe kun je dat bewijzen? Dan moet je eigenlijk al altijd platte schoenen en jeans dragen om je statement te maken. Je wilt er soms gewoon goed uitzien en jezelf opmaken.

 

Je bent dus bewust met je imago bezig?

Cleymans Ja, en dat is ook heel belangrijk. Wanneer je je daar niets van aantrekt, in bikini poseert en in mannenbladen staat, ga je snel opbranden. Mijn collega Nathalie Meskens (Meskens en Cleymans spelen samen in 'Tegen de Sterren' op nvdr.) is nu superpopulair. Ze is een leuke, knappe vrouw met veel humor die niet in die babesfeer zit, en daarom zien alle mensen haar graag bezig.

 

Clara, het citaat uit Joepie “Als ik droevig ben dan masturbeer ik”, voedt ook wel een beetje je stoute meisjes-imago. Hoe zit dat juist?

Cleymans Goed dat je me daar nog eens over aanspreekt, dan kan ik daar toch iets over zeggen. Dat was gewoon een vragenlijst die ik moest invullen. Ik had geen zin in een saaie bedoening, dus ik dacht: ik ga dat gewoon schrijven. Het is dus waar, maar mensen masturberen ook wel, hé. Joepie is bovendien een blad voor jongeren, dan is het leuk om dat taboe te doorprikken.

 

Kun je ook van je bekendheid genieten?

Cleymans Ja, soms wel. Het is iets wat toch een ego-boost geeft. Iedereen streeft naar erkenning. Als je dan die prijs voor Rijzende Ster krijgt, of ze schrijven iets positiefs over je, dan krijg je ineens erkenning op hele grote schaal. Ik geef toe dat dat heel fijn is om te horen, maar dat betekent niet dat ik te zelfzeker word. Nu ben ik bijvoorbeeld nog heel bang voor het toneelstuk waarmee ik bezig ben.

 

Logisch voor je eerste echte theaterstuk. ‘De Koepoort 15’ is geschreven en geproduceerd door je collega-acteur, ook een student aan onze universiteit, Randall Van Duytekom. Leuk om te doen?

Cleymans Ja, het is vooral een heel leuke groep en ik denk dat we dat ook uitstralen. Maar de spanning voor theater is veel groter dan voor televisie.

 

Ellen, jij speelt al iets langer theater.

Van Den Eynde Ik ben op mijn vijftiende begonnen met theater. Ik ben toen in een jeugdgroep terechtgekomen waar ik echt een fantastische tijd heb beleefd. Met het volwassenengezelschap dat verbonden is aan die jeugdgroep, heb ik in oktober mijn laatste stuk gespeeld. Momenteel ben ik met drie vrienden aan het brainstormen om zelf iets in elkaar te steken.

 

Acteren op het mondelinge examen

Hebben jullie een voorkeur voor televisie, of toch liever theater?

Cleymans Nee, ik kan niet echt kiezen. Ik heb natuurlijk nog niet zoveel theater gedaan, dus het kan dat de liefde daarvoor nog groeit. Nu is het gewoon een hele leuke aanvulling omdat je eindelijk de kans krijgt om werkelijk iets te maken. Televisie bestaat uit één lezing, twee repetities en dan meteen de opname.

Van Den Eynde Het is een moeilijke keuze omdat de twee totaal verschillend zijn. Bij theater heb je meer adrenaline, want je hebt maar één kans om het goed te doen en er is ook een publiek aanwezig, terwijl je bij televisie gewoon iets opnieuw kunt doen. Maar ik hou ergens wel van die adrenaline. Heel veel stress hebben voordat je kan beginnen, dat vind ik fantastisch. Maar televisie vind ik ook geweldig, het is inderdaad moeilijk kiezen.

 

Wat is het moeilijkst om te spelen?

Van Den Eynde (denkt na) Ik vind het nog steeds het moeilijkst om heel enthousiaste scènes te spelen, omdat je die heel snel te enthousiast kunt maken en het dan gespeeld overkomt. Als je iets droevig moet doen, dan lukt mij dat op een of andere manier beter.

Cleymans Dat begrijp ik. Dat zijn ook de momenten dat je je het minst bewust bent van hoe je er zelf uitziet. Als je een droevige scène moet spelen kan je dat heel snel aan jezelf koppelen, want als je verdriet hebt, ben je egocentrischer. Als je echt goed nieuws ontvangt van iemand dan ga je zo spontaan reageren dat je helemaal niet bezig bent met hoe je jezelf moet gedragen. Er is een soort gêne die je moet overwinnen om je echt helemaal open te stellen.

 

Neem je je werk soms mee naar huis? Voel je je bijvoorbeeld triestig als je een triestige scène hebt gespeeld?

Van Den Eynde Neen, dat blijft daar. Ik ga dan wel heel moe naar huis, want het is heel vermoeiend. Maar het is niet zo dat het op mijn gemoed gaat werken.

Cleymans Meestal laat ik dat achter omdat de sfeer op een set zo leuk is. De sfeer kan zelfs zo leuk zijn dat het heel moeilijk wordt om jezelf in te leven in je personage. Het is wel zo dat je, als je een heel vrolijk iemand moet spelen, ook op de set heel veel energie hebt en heel sociaal bent. Of het tegenovergestelde: in ‘Code 37’ speelde ik een iets ingetogener personage, en dan voelde ik dat ook. Ik kon dat niet direct loskoppelen, en heel die periode was ik dan ook minder sociaal.

 

Gebruik je je acteertalent ook soms naast het podium of weg van de camera, op mondelinge examens?

Van Den Eynde (lacht) Was dat maar waar! Neen, niet echt. Mondelinge examens zijn voor mij iets helemaal anders dan acteren. Ik heb daar ook altijd ongelooflijk veel stress voor.

Cleymans Goh, ik ben verbaal misschien wel bewuster dan anderen. Maar wat heel gevaarlijk is, zijn mensen die niet kunnen stoppen met acteren, iets wat ik zelf al een paar keer gevoeld heb. Het is niet de bedoeling dat je het acteren meeneemt in je dagelijkse leven, want dan word je een slecht persoon.

 

Niet ‘Thuis’ op een cantus

Waarom hebben jullie voor een universitaire en niet voor een acteursopleiding gekozen?

Van Den Eynde Ik vond mijzelf op mijn achttiende vooral nog te jong om daar al voor te kiezen. Het conservatorium biedt een heel harde opleiding, en ik denk dat je daar best iets steviger voor in je schoenen staat. Ik heb gekozen om eerst een andere opleiding te volgen, en met Communicatiewetenschappen kun je nog heel veel kanten uit. Ik studeerde al een jaartje toen ‘Familie’ uit de bus kwam. Omdat mijn eerste jaar vrij vlot ging, dacht ik: waarom zou ik het niet proberen? De combinatie van studeren en acteren lukt nog steeds.

Cleymans Ik heb voor een universitaire opleiding gekozen omdat ik me niet ‘alleen maar’ een actrice voelde. Ik ben iemand met heel veel passies en interesses. Als ik enkel zou kunnen acteren, dan zou ik me opgesloten voelen. Heel veel acteurs zeggen dat ze achter een bureau zot zouden worden. Ik denk echter niet dat ik daar ongelukkig van zou worden, zolang ik ook nog andere dingen kan doen.

 

Voelen jullie je een echte student?

Van Den Eynde Goh, ik voel mij wel student hoor. Ik ben niet de persoon die elke week zwaar gaat feesten, maar dat ben ik ook nooit geweest. Ik hou veel meer van op café gaan met een hele groep en gezellig wat praten. Maar echt feesten-feesten of cantussen? Nee, dat is niet mijn ding.

Cleymans Dat vind ik ook verschrikkelijk. Heel dat gedoe van dopen, daar word ik heel kwaad van. Dan denk ik: als je dat doet om een groepsgevoel te creëren, dan vind ik gewoon gezellig pintjes drinken zonder al die viezigheden meer dan genoeg.

 

Clara, de vraag die elke aspirant-filosoof te horen krijgt: “Waarom kies je in hemelsnaam voor Wijsbegeerte?”

Cleymans Omdat ik iets met diepgang zocht. Ik kwam van een kunsthumaniora waar je hele leuke dingen doet, maar dat op niveau van algemene vakken niet te vergelijken is met het ASO. Bepaalde vakken zoals Nederlands waren wel op een hoog niveau, maar andere vakken zoals Biologie of Wiskunde niet. Ik voelde mij daar gefrustreerd over omdat ik heel leergierig ben. Daarom wilde ik een richting volgen waarin ik iets kon leren over alle domeinen van het leven, en Wijsbegeerte is zo'n richting.

 

Je studie is nu bijna afgerond. Ben je er tevreden over?

Cleymans Ja, ik kon niet meer wensen. Ik heb er wel zelf net iets te weinig in gestoken: ik lees te weinig. Maar ik ben veel vooruit gegaan op het vlak van denken: ik ben veel grondiger en kritischer geworden. Wij lezen eigenlijk heel oppervlakkig. Ik merkte dat toen ik filosofie ging studeren: hoe content je bent met de kennis van de woorden die je hebt. In de Filosofie moet je soms gaan kijken naar wat een bepaald woord echt betekent, en ook de geschiedenis van het woord meenemen om een zin of een theorie te begrijpen. Je wordt je heel bewust van wat het allemaal inhoudt. Dat is misschien wel een van de mooiste cadeaus die je krijgt. Ik ben hier aan het promoten, hé! (lacht)

 

Als je een actrice bent en je hebt gestudeerd, dan wordt dat in interviews altijd heel erg benadrukt. Is die combinatie evident?

Cleymans Neen, ik acteer al langer, maar heb twee jaar geleden in ‘Dag en Nacht’ pas echt een vaste rol gekregen, en dan moet je toch ineens rekenen op zeker een drietal dagen per week op de set. Plots moet je in één week acht examens afleggen én drie dagen op de set staan. Dan zit er niets anders op dan de hele nacht door studeren. Nadien zat ik er echt onderdoor. Het is gelukt, maar ik wist dat ik dat niet opnieuw wilde doorstaan. Vandaar dat ik dit jaar enkel aan mijn thesis werk. Dat diploma wil ik heel graag hebben. Ik heb nu vier jaar lang een foutloos parcours afgelegd, en dan wil je voor jezelf bewijzen dat dat te combineren valt.

 

Proffen zijn echte fans

Hoe reageren jullie medestudenten eigenlijk?

Van Den Eynde Ik denk dat die eigenlijk sowieso niet veel naar ‘Familie’ kijken. Ik denk dat die meer op café gaan. (lacht) Ik krijg vooral reacties van mijn goede vrienden, die af en toe wel eens kijken voor mij, maar op de unief krijg ik heel weinig reacties.

Cleymans Ik heb het de meeste van hen nooit gezegd. Filosofen zijn van nature vrij gesloten. Achteraf kreeg ik van mensen te horen dat ze me op televise gezien hadden, en dat vonden ze raar. Ik weet dus dat ze het weten, maar daar wordt weinig over gesproken.

 

Clara, in een interview heb je ook gezegd dat je het vroeger erg moeilijk had met groepen. Dat is wel veranderd?

Cleymans Ja, want ik was echt mensenschuw. Dat heb ik zelfs het eerste jaar in de unief nog heel hard gehad. Toen ging ik mij verstoppen op toiletten om maar niemand tegen te komen. Dat is wel verbeterd. (lacht)

 

Herkennen proffen jullie soms?

Van Den Eynde Die van mij niet, maar ik heb da ook heel veel medestudenten. Dan val je sowieso niet op.

Cleymans Een van mijn proffen heeft op een mondeling examen eens om een handtekening gevraagd. Ik vroeg hem om te lachen of ik dan een punt meer kreeg, maar dat kon er blijkbaar niet af. (lacht)

 

Hoe zien jullie de toekomst?

Van Den Eynde Ik hoop natuurlijk voort te gaan met acteren, maar dat kan je niet forceren, zeker niet in België. Er zijn heel weinig kansen, we zien wel. Voorlopig is studeren en acteren een hele fijne combinatie. Ik hoop me goed te blijven voelen bij wat ik doe. Momenteel mag het nog wel even blijven doorgaan zoals het nu is.

Cleymans Ook al is het moeilijk, ik zou graag eens iets anders doen in de media: radioprogramma’s maken, bijvoorbeeld over filosofie of muziek. Ik wil in elk geval iets doen waar ik een deel van mezelf in kan steken.

 

Heb je dan geen ultieme droomrol voor ogen?

Cleymans Nee, ik zou wel graag eens een rol willen spelen waar ik echt heel trots op kan zijn, dat kan vanalles zijn. Ik denk dat het bijvoorbeeld wel leuk is om iets te doen zoals Matthias Schoenaerts nu voor ‘Rundskop’ heeft gedaan. Zo’n fysieke rol, omdat je je dan heel erg kunt inleven en jezelf smijten. Een leuke sfeer op de set en een goed contact met de collega's vind ik het belangrijkste. Ik ben te weinig ambitieus, waardoor ik dat belangrijker vind dan het resultaat. Vandaar dat ik waarschijnlijk geen grootse actrice zal worden.



editoriaal
27/03/2011
🖋: 

“We go to war.”

 

Het moet geweldig zijn om die zin luidop in het parlement uit te spreken. Het is een mediagenieke uitspraak die alle weekendkranten een dag later graag citeren. Ik ga het nog eens schrijven, zo goed voelen deze vier woorden aan: we go to war. Wat is Engels toch een dankbare taal om heldhaftig in te zijn.

 

Ten oorlog dus. Daar zijn we het allemaal over eens. United we stand in plaats van divide et impera. De grote consensus over de Belgische inbreng in operatie Odyssey Dawn staat in fel contrast met het gebakkelei over kernenergie in de nasleep van de verwoeste reactoren van Fukushima. Het is opvallend dat bij een ideologische beslissing – militair ingrijpen in het buitenland – geen debat nodig is, terwijl een wetenschappelijk advies – investeer in groene energie of het klimaat gaat om zeep – wel ideologisch wordt geïnterpreteerd. Dat heeft voornamelijk met urgentie te maken. De slachtpartijen in Bosnië en Rwanda in de jaren ‘90 konden plaatsvinden door de afwezigheid van militaire bescherming voor onschuldige burgers. Die herinnering en het verlangen naar een vernieuwde relatie van het Westen met de Arabische wereld maken snel handelen mogelijk. Het is een oude politieke les, maar een buitenlandse vijand verenigt de natie. Jammer dat de opwarming van de aarde de status van Kadhafi nog niet heeft bereikt.

 

Vraag is nu wanneer de heroïsche overwinningswoorden “Mission accomplished” in het parlement weerklinken. Sinds toenmalig Amerikaans president George W. Bush in 2003 in Afghanistan een toespraak met die titel hield, zijn de woorden echter wat aangebrand. Een oorlog beginnen, is gemakkelijker dan er een afronden, zeker als de doelstellingen van een militaire interventie onduidelijk zijn. De wereldbekende intellectueel Noam Chomsky zei op 16 maart in Brussel nog dat Kadhafi niet voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moest verschijnen, omdat hij over voldoende olie beschikte. Twee dagen later besloot de internationale gemeenschap de Libische leider niet langer zijn gang te laten gaan. Ongetwijfeld kan het olieargument ook gebruikt worden om deze actie te verklaren, maar dat zou cynisch zijn.

 

Er loopt dus een rode draad door de natuurramp in Japan en de oorlog in Libië: de twee apocalyptische nieuwsitems die elkaar de voorbije weken afwisselden, maakten wederom duidelijk dat de grootste uitdaging voor de internationale gemeenschap een radicaal nieuwe energievoorziening is. Het is hoog tijd dat beleidsmakers die strijd aangaan met een ideologieoverschrijdend enthousiasme. President Obama’s nieuwe slogan gaat over meer dan groene energie en het valt af te wachten hoe zijn mooie woorden in de praktijk worden gebracht, toch zouden Belgische politici ze mogen overnemen: win the future.