Jonas Geirnaert maakt film, theater, tv én humor
13/05/2007

“Ik heb een filmpje gemaakt dat toevallig heel goed ontvangen is”, laat Jonas Geirnaert zich ontvallen als we hem interviewen. Bij de bekroning van zijn kortfilm 'Flatlife' (2004) in Cannes werd hij, pas afgestudeerd, aanzien als een voorbeeld voor de animatiefilmwereld. Sindsdien zorgt die toevalligheid – of noem het minder bescheiden: zijn talent – voor allerlei projecten. Deze duizendpoot zetelt in filmjury’s en staat op theaterpodia. Met zijn cabaretgroep maakte Jonas Geirnaert bovendien het absurd-humoristische programma 'Neveneffecten', waarna ook 'Willy’s & Marjetten' zich bij het Canvas-lijstje voegde.

Mogen we je een zondagskind noemen, of ben je een natuurtalent dat bestemd was voor een filmcarrière?

Vreemd genoeg zei iedereen: “Je kan tekenen en een verhaal vertellen, dus die opleiding Animatiefilm zal wel lukken”... tot ik voor de toelatingsproef werd gedelibereerd voor alles wat met tekenen te maken had. Door die beperking op tekengebied moest ik dus op zoek naar een creatieve manier om dat te maskeren of in mijn verhaal te verwerken. Voor 'Flatlife' heb ik eenvoudige figuurtjes gebruikt, net als in mijn eerste film 'The All-American Alphabet'. Ik denk dat 'Flatlife' minder grappig zou zijn, mocht er veel expressie in die gezichten zitten. Ook zonder veel mimiek weet je hoe de personages zich voelen, door wat hen overkomt en hun reacties daarop. Ik heb meestal een hekel aan animatiefiguurtjes die overdreven schrikken. Als dat de enige manier is om iets duidelijk te maken, dan mist de film allicht iets.

 

Sinds de bekroning van 'Flatlife' in Cannes ging je carrière een andere weg op. Waar blijft de filmmaker in je?

Ik heb twee jaar bijna niets anders gedaan dan aan die film gewerkt. Niet dat ik ooit tegen mijn zin heb zitten tekenen, maar toen men vroeg “En, een nieuwe film?” wimpelde ik dat voorstel weg. Ondertussen heb ik wel ideeën voor kortfilms, maar ik wacht voor de uitwerking totdat 'Neveneffecten' een pauze inlast. Het voordeel bij films maken is dat ik mijn werk niet moet verantwoorden en steeds mijn eigen baas ben. Bij 'Neveneffecten' is het dan weer tof om in gezelschap te werken, maar als de andere drie je idee niet grappig vinden, mag je het vergeten. In het begin bleven we soms koppig ons plan verdedigen en mondde dat wel eens uit in discussies. Nu zijn we daar gelukkig losser in. Ik heb geen spijt van mijn beslissing om verder te gaan met 'Neveneffecten' en niet met film. Na Cannes kreeg ik wel heel wat aanbiedingen van animatiefilmstudio’s uit binnen- en buitenland. Als ik toen een nieuwe film had willen maken, dan moest die echter minstens even straf zijn als 'Flatlife'. Ik besliste dan ook om iets anders te doen.

 

 

 

 

 

Je nam contact op met Woestijnvis. In het voorjaar kwam jullie programma 'Neveneffecten' op het scherm en eind dit jaar volgen er nieuwe afleveringen. Hoe verliep de stap van humor op de scène naar humor op tv?

Met 'Neveneffecten' hadden we twee jaar theaterervaring, maar de knepen van het tv-vak moesten we nog leren. Een grap vertellen voor tv verschilt erg van humor op theater brengen: je hebt geen interactie met je publiek en je kan grappen ook niet try-outen. Het was bovendien een heel leerproces om de technische dingen baas te kunnen. Hoe moet je opnemen, met welke camerastandpunten kan de montagecel achteraf iets doen…?

 

Is die technische poespas dan niet remmend voor je creativiteit?

Dat hangt er van af. Er zijn zoveel verschillende manieren om iets te filmen dat je daar ook creatief in kan zijn. Voor het programma 'Neveneffecten' hebben we uitgeschreven scenario’s, maar elke zin mag je naar je mond zetten, net zoals bij 'Kaat & Co' en 'Het Geslacht De Pauw'. Je moet gewoon verwoorden wat er te zeggen valt. In dat opzicht is een scenario geen rem op je creativiteit, omdat je vrijheid hebt in de uitwerking ervan.

 

Werken deadlines en verwachtingen belemmerend? Als je humor móet maken, lukt het dan?

We zijn niet bezig met verwachtingen of met ons imago. Als je dat wel doet, dan zie je jezelf als een product. Ik weet het niet. Past mijn kapsel bij iemand die probeert grappig te zijn? Dat ons programma controversieel zou zijn, beseften we op voorhand en we hebben altijd geredeneerd dat wij onze afleveringen goed moesten vinden. Humor kan inderdaad een lastig beestje zijn: soms lukt het niet om grappig te zijn en dan probeer je een andere dag opnieuw. Bij ons meest recente programma 'Willy’s & Marjetten' hadden we die luxe echter niet. We werden enorm ingehaald door de deadline, zodat we op het einde elke week een aflevering moesten schrijven en filmen, in het besef dat zo’n draaidag 2000 euro kost. Fiasco's zijn er gelukkig niet gebeurd.

 

Welk typetje speel je het liefst? Leunt dat dicht aan bij je persoonlijkheid of juist niet?

Bij de eerste reeks van 'Neveneffecten' waren dat vooral typetjes die op mezelf leken, ietwat bescheiden personages. In een sketch die een vete verhaalt tussen de muziekschool en de tennisclub moest ik de opgefokte voorzitter van de tennisclub spelen: dat vond ik dan ook tof, al staat die mijlenver van me af. Menselijke gebreken zijn sowieso leuk om over na te denken, meer nog voor tv dan voor theater. Een pijnlijke situatie kan zo geestig zijn. Neem nu dat team in 'Neveneffecten' dat op zoek gaat naar de bron van de E40, onder leiding van de al te gedreven scoutsfiguur Guido. Als je die incompetent en tot mikpunt van spot maakt, heb je humor. Het pijnlijke omvormen naar het grappige leer je al doende. Je moet die dingen in beeld brengen zonder dat het te expliciet wordt.

 

Past mijn kapsel bij iemand die probeert grappig te zijn?

 

Over menselijke rariteiten gesproken: er wordt wel eens gezegd dat komieken naast de scène heel serieus zijn.

Bij veel mensen klopt dat. De voorstellingen van Raf Coppens zijn droog en ook heel grappig, maar naast de scène is dat zo’n serieuze mens. Bart De Pauw is... anders. Als wij in groep zijn, kunnen we ook nooit stoppen met zot doen. In interviews krijgen ze daar soms grijs haar van: dan zitten we scheten te laten en met dingen te gooien. Het stopt nooit, tenzij we moe zijn. Los daarvan zijn we wel vrij serieus. Het is namelijk vermoeiend dat je bij iemand die grappig is van beroep een grapdwang merkt.

 

Spontaan ontstane grappen kan je meenemen naar de scène.

De sketches van onze theatervoorstelling zijn bijna allemaal zo ontstaan. Ons allereerste tv-optreden was in 'Man Bijt Hond': voor de rubriek 'Zonder handen' gingen we een gevecht aan met de beer van 'De Droomfabriek' en massaler dan ooit tevoren werden we weggestemd. Dat ideetje was in een absurde bui eens ontstaan. Tijdens onze theatershow ontploft er nu elke keer een teddybeer. Ja, het molesteren van knuffelbeesten werd sindsdien blijkbaar een constante in ons werk.

 

 

 

 

 

Smaken mensen uit verschillende streken jullie humor ook op een andere manier?

In sommige delen van Limburg zijn ze erg terughoudend. In Oost-en West-Vlaanderen kijken ze vaak ook met gekruiste armen naar de voorstelling. Het enthousiasme verschilt ook van zaal tot zaal. De allerbeste theateroptredens ooit waren in Antwerpen, in de Arenberg. Een heel wat minder leuke ervaring deden we op tijdens de Nederlandse toer van onze vorige show: we hebben een ‘zwarte driehoek’ weten definiëren van dorpen waar er echt niet gelachen werd. Die bleek overeen te komen met een streng gereformeerde zone in Nederland rond Den Haag en Leiden: daar is wel een theaterpubliek, maar zodra je afkomt met absurde humor, haken die compleet af.

 

Nederlanders zijn misschien wel een ander soort cabaret gewoon.

Ja, ik denk het: eerder het klassieke Nederlandse cabaret, iemand die vertelt over zijn jeugd en af en toe een liedje speelt. Aan zulke verwachtingen komt onze voorstelling inderdaad niet tegemoet. Vormelijk zijn we gebonden aan het feit dat we met vier zijn. Dan doe je andere dingen dan wanneer je alleen op het podium staat; als je scènes begint te spelen, zit je al snel in een soort sketch. Toen we in Nederland optraden, vonden vele theaterdirecteurs onze voorstelling verfrissend. In tegenstelling tot Nederland kennen wij geen sterke cabarettraditie; we hebben geen voorbeeld om ons aan te spiegelen of tegen af te zetten. Belgen, die doen maar iets waarvan ze vinden dat het grappig is.

 

Je beweerde ooit: "Een kunstenaar moet minstens één geëngageerd werk maken." Je hebt met 'The All-American Alphabet' die ‘plicht’ vervuld: stopt hiermee dan het engagement?

Wellicht niet. 'Neveneffecten' geeft aan humor wel voorrang. Soms merken we dat recensenten in het programma of de theatershow onterecht een diepere boodschap zoeken, terwijl we met 'Neveneffecten' nooit doelbewust geëngageerde dingen maken. Zo is er een scène waarbij vier rijke kakkers een ultra-racistisch lied zingen dat dermate overdreven is dat het grappig wordt. Ik denk niet dat we met 'Neveneffecten' de intentie hebben om tot ons vijftigste dezelfde zotte dingen te blijven doen. Vroeg of laat beginnen we aan iets anders en wie weet is dat dan een geëngageerd werk.

 

Is humor een genre dat zich leent tot het uiten van een politieke mening?

Ik denk zelfs dat komedie het genre bij uitstek is. Als een werk te belerend is, wordt het kinderachtig en werkt het averechts. 'The All-American Alphabet' heeft een duidelijke boodschap, maar die wordt luchtig gebracht. Dat dit dé manier is, bewijst ook Michael Moore met zijn films.

 

 

 

 

 

Je bent zelf actief in de politiek. Hoe verhoudt dat domein zich bij jou tot het artistieke milieu?

In de succesperiode van 'Flatlife' werd die film steevast in één adem met PvdA genoemd en nadien gebeurde hetzelfde met 'Neveneffecten'. Ooit schreef een recensent van Zone 03 over onze theatershow: “Van iemand die in Cannes zo'n kritische speech geeft (Geirnaert steunde toen Michael Moore met zijn gedurfde toespraakzin “Don’t vote Bush”, nvdr.), hadden we wel iets anders verwacht." Het is vervelend als ze die twee activiteiten over mekaar schuiven. De andere jongens van 'Neveneffecten' zijn ook progressief, maar ik denk niet dat die voorstanders zijn van de communistische wereldrevolutie (lacht). Je kan dus best ‘kunst’ en politiek wat gescheiden houden, want voor je het weet ben je de komediegroep van extreem links.

 

Wat denk je van comedians die expliciet spotten met publieke figuren?

Sommigen hebben een erg frisse kijk op de actualiteit en doen dat geweldig goed. Er zijn daarentegen ook comedians die over niks anders dan politiek en actualiteit grappen: het beste voorbeeld hiervan is Geert Hoste. Pas op, je kan niet ontkennen dat die tien keer meer mensen bereikt dan 'Neveneffecten', dus het zou zelfs pretentieus zijn te beweren dat zijn humor absoluut slecht is. Toch vind ik die grappen een beetje gratuit. "Ik wil koning worden", de quote die al tien jaar meegaat: is dat niet een beetje triest? Actualiteitsgrappen binden je ook meer vast aan je eigen tijd, hoewel geen enkele humor de tand des tijds kan doorstaan. Zelfs Monty Python niet.

 

Vind je als Gentenaar en comedian dat Gent de naam van “film- en cultuurstad” verdient?

Wat comedy en stand-up comedy betreft, denk ik dat Gent echt de hoogste concentratie heeft van Vlaanderen. Gent is de bakermat van het comedy circuit. Je hebt hier twee verenigingen die begonnen zijn met wekelijks een podium te bieden aan stand-up comedians. Ook tijdens de Gentse Feesten en in het Capitool wordt komedie almaar belangrijker. Antwerpen is eveneens aan een opklim bezig. Die groei leidt wel tot een inflatie van het genre. Hoeveel programma’s heb je niet die zich plots op de komedie werpen en de middelmaat soms onverdiende zendtijd geven? Maar dat neemt uiteraard niet weg dat die toenemende aandacht voor het genre een goede tendens is.



Peilingen, pers, politici en publiek
13/05/2007
🖋: 
Auteur

De verkiezingen naderen: Yves Leterme heeft de mond vol van ‘goed bestuur’, Guy Verhofstadt spreekt over ‘empowerment’, peilingen schieten als paddenstoelen uit de grond. En net als paddenstoelen zijn peilingen niet altijd even betrouwbaar: "Let op wat gij consumeert!" blijkt ook mediagewijs een niet te versmaden stelregel. Wat ooit begon met het ronddelen van strooibriefjes in treincoupés is intussen uitgegroeid tot een heus mediaspektakel. In Nederland spreekt men omwille van het vele peilen zelfs over het ‘Peildermodel’. Gelukkig hebben wij Peter Van Aelst, lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M²P) en doctor in de Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, om orde te scheppen in de chaos.

In de ons omringende landen is er – vooral in verkiezingstijden – sprake van een ware peilingmania. Doet deze trend zich ook in België voor?

Peter Van Aelst Als je kijkt naar 1999, 2003, 2004 en 2006, zie je dat er altijd maar meer peilingen zijn bijgekomen. Ons land is echter relatief klein in vergelijking met onze buurlanden en peilingen uitvoeren kost een smak geld. In Frankrijk heb je bijvoorbeeld grote kranten en zenders die allemaal zelf peilingen kunnen laten uitvoeren en zo het nieuws trachten te ‘maken’. Bij ons zie ik niet in hoe dat zo ver zou kunnen komen. Buiten de VRT/De Standaard-peiling en die van La Libre Belgique en De Morgen zijn er niet echt regelmatige spelers actief.

 

Vanwaar die stijgende populariteit van peilingen?

Van Aelst De voornaamste reden is dat in de media de gedachte speelt dat de journalist aan zet is door peilingen uit te voeren. Ze kunnen de politici laten reageren op datgene wat zij in handen hebben. In tegenstelling tot wat aangenomen wordt, zijn journalisten doorgaans sterk afhankelijk van wat politici hen toespelen. Door te peilen verandert deze machtsverhouding. Een andere reden is dat als verkiezingen spannend zijn, er meer gepeild zal worden. Het feit dat we hier met zoveel partijen op een zakdoek bij elkaar zitten, speelt hierop in. Ook de kiesdrempel is een niet onbelangrijk gegeven: deze maakt dat peilingen ook voor kleinere partijen relevant zijn. Zal de Lijst Dedecker een zetel halen? Dat is echt een politiek issue.

 

Peilingen kunnen bezwaarlijk iets nieuws genoemd worden. Toch wordt er hen nog steeds een soort van mythische kracht toegedicht. Herbergen peilingen een zekere self-fulfilling prophecy?

Van Aelst Volgens mij wordt het effect van peilingen op het publiek overschat. Slechts in bepaalde situaties, wanneer peilingresultaten sterk door media of politici uitgespeeld worden, kan er sprake zijn van een invloed op het stemgedrag. Een concreet voorbeeld hiervan was het al dan niet halen van de kiesdrempel voor Groen! in 2004. Peilingen plaatsten hen net boven de kiesdrempel. Doordat Groen! in de campagne benadrukte dat de bal in het kamp van de kiezers lag, speelden zij de peilingresultaten duidelijk uit. Die peiling wordt dan een element in de campagne en geeft aan de kiezer het gevoel dat zijn stem werkelijk doorweegt. Zulke effecten spelen meer dan de naakte cijfers op zich.

 

Pashokjespolitiek

U stelt dus dat het vooral politieke actoren zijn die peilingen aangrijpen om iets mee te doen.

Van Aelst Ja. In tegenstelling tot voor de bevolking zijn peilingen voor politici altijd van belang. Peilingen bepalen hun electorale waarde, maar ook de sfeer binnen de partij. Wanneer Open VLD – dat voortdurend initiatieven neemt die een goede sfeer moeten uitademen – dat niet bevestigd ziet in de peilingen, dan drukt dat de stemming.

 

Leiden peilingen dan niet tot een stuurloze politiek die het kiespubliek achterna holt?

Van Aelst Dat gevaar loert inderdaad om de hoek. Politici worden vaak in het nauw gedreven met peilingresultaten. Het vergt moed van politici om zich daartegen te verzetten. Ik vind dat ze al te vaak meegaan in de resultaten van een onderzoek, dat ze te weinig argumenten geven waarom ze toch vinden dat het anders moet.

 

Peilingen worden vaak negatief bekeken: ze zouden bijdragen tot horserace berichtgeving en de personalisering van de politiek mee in de hand werken.

Van Aelst Dat opiniepeilingen bijdragen tot wedstrijdberichtgeving is een zeer concreet gevaar. Bovendien drijven te veel peilingen de focus in de media weg van het inhoudelijke. Of peilingen ook personalisering in de hand werken, daar ga ik minder mee akkoord. Peilingen in België gaan in de eerste plaats over krachtsverhoudingen tussen partijen. Enkel populariteitspolls spelen daar een beetje op in.

 

Een ander heikel punt is de betrouwbaarheid van peilingen. In Nederland spraken peilingen die de uitslag van de verkiezingen trachtten te voorspellen elkaar diametraal tegen. Is er dan eigenlijk nog wel iets positiefs aan peilen?

Van Aelst Er is alvast één ding positief aan peilen: als kiezer heb je recht op informatie. Als je bijvoorbeeld twijfelt tussen Rood en Groen, vind ik het perfect legitiem dat je op de hoogte bent van de situatie waarin deze partijen verkeren. Met strategisch stemmen is niets verkeerd: je wilt dan met je stem een zo groot mogelijk verschil maken. Wat het kwaliteitsvraagstuk betreft, vind ik het vooral belangrijk dat er openheid is over de gebruikte methoden en dat journalisten goed schrijven over het hoe en wat van de peiling. Journalisten zijn daar niet altijd even zuiver in. Vaak hechten ze overdreven veel belang aan kleine, statistisch niet significante verschillen tussen meetmoment A en B. De oorzaak hiervan is volgens mij echter niet dat journalisten onvoldoende geschoold zijn, wel dat zo’n peiling vaak handenvol geld heeft gekost en dus nieuws moet opleveren. Het is dan ongehoord om te verkondigen dat de situatie quasi stabiel is gebleven. Als een journalist ziet dat het Vlaams Belang met een halve procent gestegen is en zo de grootste partij wordt, dan maakt die daar zijn kop van, ook al is de foutenmarge vele malen groter dan het percentage waarmee de partij gestegen is.

 

Doe de Stemtest

Vindt u de mediatisering van de politiek een goed gegeven?

Van Aelst (lange pauze) Voor een groot stuk wel. In vergelijking met vroeger is er veel meer informatie beschikbaar. Uit onderzoek dat ik uitgevoerd heb naar verkiezingen door de tijd heen, bleek dat er vroeger in kranten rond de verkiezingen weinig tot niets werd geschreven. Als er al iets zinnigs in stond, dan was het omwille van de verzuiling sterk partijgekleurd. Ik denk oprecht dat mensen nu beter op de hoogte zijn dan twintig jaar geleden, ook al lezen die mensen Het Laatste Nieuws. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 was het absenteïsme bijvoorbeeld lager dan bij de vorige lokale verkiezingen. Je kan dat moeilijk hard maken, maar volgens mij speelt hier de toenemende media-aandacht. In die zin is de mediatisering een positief gegeven. Helaas is er naast kwaliteit ook een hoop bullshit bijgekomen: Yves Leterme met een baard aan in 'Debby en Nancy' – ook ik vraag mij af wat hier de meerwaarde van is. Een ander negatief punt is dat politici de macht van de media enorm overschatten en er zich sterk op fixeren…

 

U vindt de mediatisering van de politiek slechts ten dele een goede zaak, maar draagt zelf bij tot deze mediatisering door met M²P mee te werken aan ‘Doe de stemtest’.

Van Aelst De keuze om aan zulke programma’s onze medewerking te verlenen is een keuze voor inhoud. Het programma gaat niet over personen, het zorgt niet voor horserace berichtgeving en het staat ver af van wat als campagnestunt omschreven kan worden. ‘Doe de stemtest’ gaat over thema’s – thema’s die wij omzetten in stellingen. Je kan kritiek hebben en stellen dat de thema’s te ludiek zijn, of dat de show errond te veel aandacht opeist. Dat neemt echter niet weg dat er op zondagavond op de openbare omroep op een inhoudelijke manier over politiek wordt gepraat.

 

Vooral vanuit wetenschappelijke hoek kreeg de stemtest kritiek te verduren. Zo kwamen leden van bepaalde partijen niet bij hun partij uit. Twijfel je dan niet aan de betrouwbaarheid van het systeem?

Van Aelst In België liggen partijen heel dicht bij elkaar, wat zo’n stemtest moeilijk maakt om te ontwerpen: de stellingen moeten immers discriminerend werken. Dat er binnen partijen echter verschillen zijn, dat is normaal hoor. Een aantal van die kritieken zijn bovendien meegenomen in de komende stemtest. We willen die stemtest niet tot in het oneindige verdedigen.

 

Internetpanel Blues

Een ander gegeven in Vlaanderen was het in Het Laatste Nieuws verschijnende ‘De Stemmenkampioen’, waarin VUB-professor Frank Thevissen een internetpanel op geregelde tijdstippen vragen voorschotelde. Ook dat werd sterk bekritiseerd. Volgens sommige reacties zouden internetpeilingen zelfs enkel nog in society- en roddelrubrieken mogen opduiken.

Van Aelst Ik zou wel gek zijn mocht ik alle internetpanels als voer voor roddelrubrieken verslijten: we organiseren er immers zelf. Het klopt echter wel dat een panel, omwille van het simpele feit dat het niet representatief is, geen voorspellende waarde kan hebben. Het probleem bij 'De Stemmenkampioen' was – los van de geslotenheid over de gehanteerde methoden – dat aan een niet representatief internetpanel resultaten verbonden werden die dan zogezegd voor de opinie van alle Vlamingen zouden staan. Panels zijn interessant omwille van de verschuivingen die ze vertonen tussen de meetmomenten. 'De Stemmenkampioen' werd dus voor compleet foute doeleinden gebruikt, ook al zaten ze in 2004 volgens Thevissen het dichtst bij de verkiezingsuitslag. Ook wij merken dat we met ons internetpanel sommige kwesties zeer goed aanvoelen. Een andere reden waarom 'De Stemmenkampioen' afgevoerd werd, was dat de resultaten vaak tegen de VLD pleitten. Omdat Het Laatste Nieuws – vroeger een liberale krant – de mediapartner van de stemmenkampioen was, ondergingen zij enige politieke druk.

 

Als u na de verkiezingen vaststelt dat uw internetpanel de opinie van de populatie sterk benaderde, is de verleiding dan niet groot om die gegevens publiek te maken?

Van Aelst Ja. Daar hebben we intern dan ook veel discussies over gehad. Zo zagen we bijvoorbeeld dat het Vlaams Belang in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen sterk steeg, maar na de gebeurtenissen rond Hans Van Temsche een terugval kende. Wij hebben dan besloten om die informatie vrij te geven, uiteraard binnen de context dat die resultaten uit een internetpanel kwamen.

 

Kan u ter afsluiting nog enkele tips in verband met het lezen van peilingen in de media aan onze lezers meegeven?

Van Aelst Graag. Zelf kijk ik – maar ik ben misschien een beetje misvormd wat dat betreft – of er informatie is over de peiling zelf. Wordt er meegedeeld hoeveel mensen er ondervraagd zijn? En op welke manier gebeurde dit? Ik kijk ook naar het bureau dat de peiling heeft uitgevoerd. Als het een bureau is dat ik niet ken of dat inderhaast vijfhonderd man telefonisch ondervraagd heeft, dan ben ik al veel sceptischer. Voor de rest moet je als lezer vooral kijken naar trends en niet naar kleine verschillen. Dat Open VLD sinds de verkiezingen van 2003 gedaald is, komt in alle peilingen terug. Maar of zij nu op 18,5 procent of op 19 procent staan, dat doet er eigenlijk niet zoveel toe.

 

Bedankt voor het gesprek.



Aan de poorten van Opel
13/05/2007

Volgens sommige commentatoren leek het in april wel of er in ons belgenlandje niemand nog aan het werk was. De ene werkonderbreking volgde de andere staking op. Ook bij Opel, hier in ons eigenste Antwerpen, besloot het personeel ‘den blok er op te leggen’, nadat duidelijk werd dat de toekomst van de vestiging bedreigd werd. De geest van de eerste dag van die maand nog vers in gedachten besloten we donderdagavond 3 mei dan maar zelf eens een kijkje te gaan nemen en een luisterend oor te bieden aan onze (doorgaans dan toch) werkende medemens.

Dinsdag 17 april kregen de 4.500 werknemers van Opel Antwerpen, een onderdeel van autogigant General Motors, te horen dat de vestiging de toewijzing van het nieuwe Astra-model was misgelopen. Dit betekende dat er dit jaar nog 1.400 arbeiders zouden worden afgedankt. Toen een week later bekend raakte dat de fabriek vanaf 2010 nog maar 80.000 Chevrolets zou mogen maken in plaats van de huidige 250.000 Astra’s, besloten de vakbonden het werk neer te leggen.

 

Aan het piket aangekomen treffen we een zestigtal stakers aan, nog zichtbaar aangedaan door de plotse onheilstijding die twee weken tevoren over hen werd uitgesproken. Voor Erik, die er al zeventien jaar bij GM heeft opzitten, kwam het nieuws als een donderslag bij heldere hemel. “Dat je hier geen tien of vijftien jaar vooruit kunt zien weet iedereen, maar dat het zo kort bij was, dat had niemand verwacht.” Zijn werkmakker Guy van de inspectiedienst treedt hem bij. “We wisten dat er iets aankwam, maar niet in deze proporties.” “Ze hebben hier heel lang met de mensen hun gevoel gespeeld. De mensen wisten niet waar ze nu juist voor stonden”, vult een derde collega hen aan. Erik geeft toe dat de beslissing diepe wonden bij hem nalaat. “Sommige zullen hier wel mee lachen, maar ik had toch een zekere fierheid omdat ik bij Opel werkte, waardoor ik ook veel over had voor dit bedrijf. Die ben ik nu volledig kwijt.”

 

De directie heeft in ruil voor de Astra de productie van 80.000 Chevrolets voorgesteld. “Te weinig,” vindt Patricia van de afdeling Press Shop, “dat komt neer op één shift, of maar 1.100 arbeidsplaatsen in plaats van de huidige 5.000 verdeeld over drie shiften. Vergeet ook niet dat dit voorstel nog nergens op papier staat.” Ook Erik vindt 80.000 wagens te weinig. “Als dit voorstel aanvaard wordt, is de fabriek binnen drie jaar gewoon dicht.”

 

Eddy Goovaerts, voorzitter van de Antwerpse metaalcentrale van het ABVV, kan aan de beslissing van de directie geen touw vastknopen. “Wij krijgen de Astra niet omdat de Belgische markt zogezegd te klein zou zijn, maar eigenlijk zou dat geen rol mogen spelen. Opel Antwerpen is winstgevender en heeft een hogere productiviteit en betere kwaliteit dan de meeste andere vestigingen die het model wel krijgen. Daarom valt deze beslissing economisch niet te verantwoorden.” Of er een andere vestiging is die volgens hem geen recht heeft op de Astra? “Ons alternatief was een geleidelijke afbouw van personeel, gespreid over alle fabrieken in Europa: een sociaal alternatief dus.”

 

Het nieuws over Opel heeft de vraag over de toekomst van de automobielindustrie in ons land opnieuw in de actualiteit gebracht. Mark De Roeck, hoofdafgevaardigde van de liberale vakbond ACLVB, wil er niet van horen. “De automobielsector heeft zeker een toekomst in België, omwille van onze uitstekende ligging vanuit logistiek standpunt en omwille van onze hoge kwaliteit. Ook op het vlak van loonkosten hoeven we tegenwoordig niet meer onder te doen voor Oost-Europa.” Goovaerts erkent dat de industrie in Europa met een overproductieprobleem kampt. “Het tegengaan van overproductie brengt verminderingen met zich mee, maar waar? Het eigenaardige is dat deze vestiging, om het figuurlijk uit te drukken, de beste van de klas was.” Volgens de vrouwelijke hoofdafgevaardigde van de BBTK (bediendecentrale van het ABVV) hebben de producenten zelf ook schuld aan de huidige overcapaciteit. “Er worden nog steeds nieuwe vestigingen geopend in Oost- en West-Europa en op hetzelfde moment laat men de mensen steeds harder werken, zodat er altijd maar meer wagens worden geproduceerd. Dat vind ik eigenlijk wel immoreel.”

 

Dat de fabriek in Antwerpen de nieuwe Opel Astra aan haar neus ziet voorbijgaan, noemen ook de arbeiders onbegrijpelijk en wraakroepend. “Ze hebben ons jarenlang verteld dat we moeten presteren of dat de fabriek anders dicht zou gaan. De werkdruk verhoogde zienderogen. Zestien jaar geleden werkten we hier met 12.000 arbeiders; nu zijn dat er nog maar 5.000 en toch rollen er vandaag meer auto’s van de band. Daarbij moet wel gezegd worden dat de nieuwe modellen minder arbeidsintensief zijn, maar toch spreken deze cijfers voor zich. Nu moet je weten dat binnen Opel wordt gewerkt met een interne maatstaf om vestigingen onderling te vergelijken. We waren volgens dit systeem heel goed, de tweede beste van Europa. Nu wordt dat allemaal zomaar van tafel geveegd.”

 

Normaal waren er die donderdag onderhandelingen voorzien tussen de vakbonden en Carl-Peter Forster, hoofd van GM Europe. Als reactie op de werkonderbrekingen in alle Europese vestigingen uit solidariteit met Opel Antwerpen, weigerde hij echter om die dag aan tafel te gaan zitten. Onaanvaardbaar, vindt Patricia. “Ik werk hier al twintig jaar. Wij zijn niet belangrijk ofwa?” De onderhandelingen werden verplaatst naar dinsdag 8 mei. Wij vroegen ons af in welke mate de werknemers bereid waren in te leveren op loon- en arbeidsvoorwaarden in ruil voor het behoud van hun job. “We hebben in het verleden al ingeleverd en het heeft niets uitgehaald. Ah nee, de Astra’s gaan naar fabrieken die veel duurder zijn dan wij. Als het moet misschien wel, maar het biedt geen enkele zekerheid”, zegt De Roeck. Erik voegt daar aan toe dat er twee manieren zijn om in te leveren: “Op het vlak van productiviteit is de limiet min of meer bereikt. We moeten nu al onze vinger opsteken om naar het toilet te mogen, zoals in de kleuterschool. De mensen zijn natuurlijk wel tot veel bereid als ze daardoor aan de slag kunnen blijven. Op financieel vlak valt dat al een pak zwaarder, natuurlijk.” Ook Patricia denkt niet dat er veel mensen zullen instemmen met loonverlies in ruil voor werk. “Het enige wat we willen is een beetje werkzekerheid, anders kunnen we hier binnen twee jaar weer gaan staan en de mensen worden dat moe.”

 

Voor het ter perse gaan van dit artikel raakte bekend dat de Europese directie een nieuw voorstel heeft gedaan, waarbij de Antwerpse vestiging twee modellen zou krijgen, wat neerkomt op een volume van 120.000 wagens. Een eventueel derde model zou ook nog tot de mogelijkheden behoren. Het voorstel werd donderdag 10 mei aanvaard door een nipte meerderheid van de werknemers (50,38%), zodat het werk vanaf 14 mei hervat wordt.



UAlumni
12/05/2007
🖋: 

Rudy Van Eysendeyk staat sinds 2001 aan het roer van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (KMDA) die niet enkel de Antwerpse Zoo, maar ook het dierenpark Planckendael, het Flanders Congress & Concert Centre (met de Koningin Elisabethzaal) en het natuurreservaat De Zegge in Geel beheert. Hij kan daarnaast terugblikken op een internationaal geprezen carrière als crisismanager in verschillende bedrijven. Voor hij naar de Zoo kwam, ging hij ook nog door het leven als directeur-generaal van het Vlaams Parlement. Niet mis, en daarom besloot de faculteit PSW Van Eysendeyk vorig jaar te nomineren voor Alumnus van het jaar.

U hebt dus PSW gestudeerd aan de Universiteit Antwerpen…

Rudy Van Eysendeyk (onderbreekt) Dat klopt niet helemaal. In mijn tijd kon men die opleiding in Antwerpen nog niet volledig volgen, enkel de kandidaturen. Ik heb mijn licenties in Leuven gedaan.

 

Waarom PSW?

Van Eysendeyk Ik heb lang getwijfeld tussen PSW en Rechten. Uiteindelijk is het PSW geworden omdat dat een heel polyvalente, algemene opleiding is die een goede mix biedt tussen menswetenschappen, rechten en economie. Ik heb me nadien gespecialiseerd in Diplomatieke Wetenschappen in Leuven met het oog op een diplomatieke carrière. Die is er om allerhande redenen niet gekomen, maar ik heb nog geen moment spijt gehad van mijn studiekeuze.

 

U maakte carrière in de banksector, was manager van het Vlaams Parlement en bent nu directeur van de KMDA. Je zou verwachten dat een man als u een goede student was?

Van Eysendeyk Dat was ik ook, hoewel ik niet overijverig was: er waren nog andere dingen in het leven. We hadden bovendien al onze examens mondeling en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de techniek om examens af te leggen ook heel erg belangrijk was. Je moest slim zijn; de psychologie van de prof proberen te doorgronden. Een mondeling examen was vroeger een ‘babbel’ met de prof. Met een beetje handigheid kreeg je die snel op een gebied dat je heel goed kende en kon je ver weg blijven van de leerstof die je minder goed beheerste. Vandaag de dag verlopen de examens veel gestructureerder en zou dat niet meer lukken, denk ik.

 

PSW werd destijds als een geitenwollensokkenrichting beschouwd. Terecht?

Van Eysendeyk Ik kan niet ontkennen dat in onze richting wel wat geitenwollensokkenmensen zaten, vooral dan in Sociologie. Dat hoorde ook een beetje bij ons imago. Wij waren een erg kleine richting. In het tweede jaar bleef van een honderdtal eerstejaars slechts een kleine groep van rond de dertig studenten over. Wij liepen eigenlijk een beetje verloren op de universiteit. Ook in Leuven was dat het geval. Wij hadden er nauwelijks contact met onze eigen faculteit.

 

U bent in ’69 afgestudeerd. Dat betekent dat u in ’68 nog studeerde aan de universiteit.

Van Eysendeyk Dat klopt (lacht).

 

Kunt u al raden wat onze volgende vraag wordt?

Van Eysendeyk Ongeveer ja! Iets in de trant van: “Zat u aan de Sorbonne of bent u in Leuven gebleven?” Wel, ik zat in Leuven. Wij waren daar heel druk bezig de wereld te verbeteren. Het studentenleven was op dat ogenblik heel erg gepolitiseerd. TD’s en dergelijke stonden op een laag pitje; wij gingen voornamelijk discussiëren en betogen. Het was ook hier in Vlaanderen de tijd van de grote opkomsten. Een beweging als AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders, voorloper van de PVDA, nvdr.) had bijvoorbeeld een zeer sterke grip op de studentenbevolking. Het waren roerige tijden.

 

Zat u bij een studentenclub?

Van Eysendeyk In die tijd waren de regionale studentenclubs nog niet meer dan een stukje levende folklore; zij werden overschaduwd door de faculteitenclubs. Politica in Leuven was the place to be. In de gelijknamige roemruchte kroeg in de Dieststraat speelde ons studentenleven zich voor een groot deel af, voor zover we niet in de les aanwezig waren uiteraard. Nochtans was er weinig tijd voor plezier voor ons, wereldverbeteraars.

 

En werd de wereldverbeteraar meteen manager?

Van Eysendeyk In de gouden jaren ’60 – ’70 deed men al aan campus recruitment en ik kon onmiddellijk na mijn opleiding uit een zevental aanbiedingen kiezen. Ik begon in de banksector en heb er dan uiteindelijk voor gekozen om altijd in het management te blijven.

 

Van Eysendeyk Ik was niet meer verbonden met de Universiteit Antwerpen dan de meeste andere afgestudeerden, idem dito voor de KULeuven. Nu is dat wel veranderd; de KMDA is als wetenschappelijke instelling via associatieovereenkomsten sterk verbonden met de universiteit.

 

U werd als (crisis)manager directeur van een zoo: men had misschien eerder een wetenschapper verwacht?

Van Eysendeyk Zoo’s werden doorheen de geschiedenis inderdaad meestal door wetenschappers geleid. Maar daar begint verandering in te komen. De subsidiebronnen drogen meer en meer op en een zoo uitbaten wordt tegelijkertijd steeds duurder. Daardoor moeten zoo’s wereldwijd steeds meer belang hechten aan het zakelijk aspect, zonder natuurlijk het wetenschappelijk aspect uit het oog te verliezen.

 

U maakte carrière in de banksector en u was manager van het Vlaams Parlement, nu bent u KMDA-directeur. Een opmerkelijke overgang.

Van Eysendeyk Eigenlijk doet het product er niet toe. Een bedrijf is een bedrijf, of het nu om een kippenkwekerij of een staalwasserij gaat. ‘Never fall in love with the merchandise’ is mijn lijfspreuk. Als je verliefd wordt op je product, in dit geval de Zoo, kan je de zakelijke kant minder goed inschatten. Het is daarom dat ik nooit lang in eenzelfde bedrijf blijf. Maar het is en blijft wel interessant om met levend materiaal om te gaan.

 

Zoals politici in het Vlaams Parlement…

Van Eysendeyk Daar zijn de diersoorten wel wat anders. Ik denk dat hier meer discipline heerst.

 

U bent nu al zes jaar directeur van de Zoo van Antwerpen. U verkondigde ooit dat u van plan bent te blijven zo lang u verwonderd blijft, is dat nog steeds het geval?

Van Eysendeyk Ja, ik ontdek elke dag dingen die ik nog niet wist. De KMDA biedt dan ook een unieke combinatie van wetenschap, toerisme, educatie, cultuur (de grootste concertzaal van Vlaanderen) en natuur (het oudste natuurreservaat van Vlaanderen). De Antwerpse Zoo zelf is een heel complex bedrijf met een grote reputatie, wereldwijd. Ze heeft een heel bijzondere status. Ik werk nu ook met dieren, dat is eens wat anders dan cd’s of verwarmingspanelen maken. Het blijft me boeien, absoluut.



11/05/2007
🖋: 

Zoals te lezen was in het vorige nummer van dwars, zal de opleiding Geneeskunde het komende academiejaar grote veranderingen ondergaan. “We gaan bijvoorbeeld de algemene natuurwetenschappelijke vakken op een andere manier aanbieden. Vanuit scheikundig oogpunt is het interessant om te kijken naar processen die zich voordoen op een temperatuur van 600 graden. Vanuit medisch oogpunt is het dat niet, want een dokter zal nooit een patiënt met zo’n extreem hoge temperatuur tegenkomen”, legt decaan van Geneeskunde Paul Van de Heyning uit.

"Het studieklimaat is veranderd en daar moeten we ons als opleiding aan aanpassen. Het Bologna-akkoord van 1999 – dat de BaMa-structuur introduceert – is daar een onderdeel van. We moeten daaraan meedoen, hoewel dat voor Geneeskunde extra moeilijk is. De BaMa-structuur verlangt immers dat een bachelordiploma alleen, dus zonder de master, al een bepaalde finaliteit heeft. Dat is voor Geneeskunde echter niet het geval: na drie jaar studeren ben je nog geen dokter."

 

"Vervolgens is er sprake van een onwaarschijnlijke technische revolutie in de geneeskunde. Toen ik zelf nog studeerde, was er bijvoorbeeld nog geen scan-apparatuur, tegenwoordig wel. De opleiding van nu moet inspelen op die nieuwe kennis. Natuurlijk was dat al het geval voordat we de vernieuwingen van het studieprogramma bedachten, maar de laatste keer dat we het curriculum veranderden is acht à negen jaar geleden. Het werd dus weer tijd om nieuwe ontdekkingen op medisch gebied structureel in de opleiding op te nemen."

 

"Daarbij moet je wel keuzes maken: er is zoveel medische kennis dat een student dat onmogelijk allemaal kan onthouden. Details over weinig voorkomende ziektebeelden moet een opleiding zijn studenten bijvoorbeeld niet per se voorschotelen. Iemand die tijdens zijn opleiding het een en ander heeft geleerd over een zeldzame ziekte en deze aandoening jaren later als arts in de praktijk ziet, is die informatie alweer vergeten."

 

"Om studenten efficiënter te laten studeren, zullen we in het nieuwe programma gaan werken met het zogenaamde CanMed-model. Dit model stelt de honderdtwintig meest voorkomende ziektebeelden aan de orde. Daarnaast besteedt het aandacht aan de praktische vaardigheden van de toekomstige artsen: ze moeten bijvoorbeeld kunnen samenwerken en goed met hun patiënten kunnen communiceren."

 

"Internationaal gezien is het CanMed-model meer en meer de norm aan het worden voor medische opleidingen. Dat betekent dat het makkelijker wordt voor Antwerpse studenten Geneeskunde om een tijd in het buitenland te gaan studeren. Buitenlandse studenten kunnen op hun beurt makkelijker in het Antwerpse curriculum instromen, omdat hun opleiding veel meer aansluit bij die van ons dan voorheen het geval was. Waar we met het nieuwe studieprogramma ook meer op aansluiten is de faculteit Geneeskunde in Hasselt: dat maakt het mogelijk voor Hasseltse studenten om hun studie in Antwerpen voort te zetten."

 

"Met de vernieuwde opleiding zullen de studenten meer kennis en ervaring kunnen opdoen buiten de muren van de universiteit. Zo is er bijvoorbeeld een project over verslavingszorg, waarvoor de studenten dan ook naar een centrum voor verslaafden zullen kunnen gaan en in de praktijk kunnen zien hoe het er daar aan toe gaat."

 

"Naast praktijkervaring is er ook aandacht voor de rol van de arts in de maatschappij. Een patiënt is wel een individu, maar je kunt hem of haar niet los zien van zijn maatschappelijke context. Iemand die iets mankeert kan je wel medicijnen voorschrijven als dat aansluit bij de diagnose, maar andere maatregelen zijn soms doeltreffender. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hygiëne: in sommige gevallen is het veel nuttiger om te zorgen voor een schonere leefomgeving dan om geneesmiddelen te gebruiken."

 

"Dit klinkt allemaal normaal, maar het was niet structureel geïmplementeerd in de opleiding. Als arts mag je de medische handboeken niet te rigide opvolgen. Het is niet zo dat wanneer een patiënt ziekte X heeft, je zonder na te denken geneesmiddel Y moet voorschrijven. Er zijn andere factoren die een rol spelen in het ziektebeeld."

 

"We hopen met het nieuwe curriculum de te bestuderen modules beter op elkaar te laten aansluiten. Vroeger was het zo dat er bijvoorbeeld in het eerste Bachelorjaar theoretische uitleg werd gegeven over zuren en basen, hoewel de studenten deze kennis pas nodig hadden in het derde jaar."

 

"Meer nog dan nu het geval is zullen studenten vanaf volgend jaar in kleinere groepen les krijgen, vaak in de vorm van zogenaamde responscolleges. Hiermee is het onder andere de bedoeling dat studenten gestimuleerd worden om regelmatig te studeren. De studiebelasting moet verspreid zijn over een heel semester: er mag geen sprake zijn van pieken. Het doel is immers dat de studenten goede artsen worden, niet dat ze alleen voor de examens slagen."



De snor van de maand
11/05/2007
🖋: 
Auteur

Elke maand looft dwars een snor uit. Omdat sommige mensen al te weinig tering voor de nering krijgen, en omdat de snor zelf maar al te vaak een held in de schaduw blijft. Geef uw bikinilijn de vrije loop, laat nek- en rugtapijt welig tieren en ga voor de global warming-bewuste puur-look. Je spaart verwarmingskosten en een veel te dure, maar toch door Indische kindjes gemaakte trui uit, en dat voelt goed. Laat maar eens lekker zien wie jij bent. Terug naar de gouden tijden toen een harige huid nog heel gewoon was en niet glad als een achtjarige werd gewaxt! Leve het echte leven, leve het haar! Voel je thuis in het rijk van de Schnurrbart!

Vorige maand werd de snor nog met veel trots door eerwaarde André-Mutien Léonard gedragen, maar in juni is onze snor te gast bij een internationaal politicus: Vladimir Vladimirovitsj Poetin, de baas van de Russen! Vladimir is een uitstekende reputatie aan het opbouwen, zo uitstekend dat zelfs de dwarsredactie van hem hoorde.

 

Dat Poetin zijn best doet, valt immers niet te ontkennen. Deze misschien wat ruwe bolster – hij blijft tenslotte een judoka – heeft een pit zo blank als de Siberische sneeuw. En toch wil niet iedereen die pit zien: denk maar aan al die stoute journalisten, hé Vladimir? dwars begrijpt dat die kritiek je af en toe teveel wordt en ach, journalisten heb je daar toch genoeg, in jouw Moskou. Wie mist dan Anna Politkovskaja, als jij het land maar kan blijven sturen naar welvaart, naar fatsoenlijke levensomstandigheden? Een liefhebber van de mens kan alleen maar bewondering hebben voor hoe jij je menselijkheid tot zijn grenzen drijft. We voelen met je mee, als jij noodgedwongen terug moet grijpen naar je oude KGB-trucjes en we begrijpen het: Litvinenko was niet goed bezig, om over Chodorkovski maar te zwijgen.

 

Ons hart ziet ook af als we zien dat niet iedereen je inspanningen apprecieert, Vladimir. Als de pers, waarmee je toch regelmatig een vriendelijke babbel voert, je door het slijk haalt, of als er plots nog partijen met een andere mening dan de jouwe zijn. We zien de pijn op je gezicht als je overbewapende politiemannen op onschuldige – nu nog! – demonstranten moet afsturen. Dat tussen die demonstranten nu net schaakgrootmeester Kasparov zit, naar wie de buitenlandse pers wel luistert, dat moet jij weer hebben. Laat Kasparov maar gewoon verder met de schaakstukken spelen in plaats van zich met grotemensenzaken bezig te houden. Zo’n man ziet jouw grote perspectief toch niet? Rusland heeft een sterke leider nodig, en iedereen vindt jou een sterke leider, op die paar gekkerds na.

 

Daarom, beste Vladimir, krijg jij van dwars een snor. Omdat je ook een beetje dwars bent, maar toch vooral een bovenstebeste kerel en prima alleenheerser. Alleen zouden we je wat vaker willen zien lachen.



11/05/2007
🖋: 
Auteur extern
Lin en Lieze

Então Spaanse schone,

 

Laten we negeren dat het hier op zijn einde loopt. Laten we negeren dat we nu toch stilaan – op het gemak weliswaar, maar toch onontkenbaar en overduidelijk stilaan – een Portugees boek zouden moeten openslaan en een poging zouden moeten ondernemen de inhoud door onze grijze massa te laten absorberen (en, als het enigszins mogelijk is, ook vast te houden). Het studiebesef valt in ieder geval nog vrij gemakkelijk te onderdrukken. Hier vindt deze week namelijk het jaarlijkse 'Queima das Fitas' plaats: omschreven in verscheidene reisgidsen als een traditioneel, eeuwenoud studentenfeest, waar je de studentenpopulatie van Coimbra kan zien rondparaderen in de authentieke klederdracht. Vrije vertaling door een objectieve buitenstaander, namelijk mezelf: een ongelofelijke bras/zuippartij, waar je de studenten kan zien rondzwalpen en van de trappen zien stuiteren in een volledig démodé deux-pieceke, gecombineerd met een Harry Potter-achtige cape die in de vroege uurtjes wordt gebruikt als een sluier om ik-wil-niet-weten-wat-er-juist-gebeurt-onder-die-grote-zwarte-cape-waar-duidelijk-twee-mensen-verstrengeld-zijn-in-een-innige…-gedrag te verbergen. Ik waan me hier al drie dagen in Zweinstein en maakte al enkele Portugese, authentiek geklede studenten te vriend door hen te vragen naar hun toverstok. Het authentieke en karaktervolle van dit hele spektakel ontgaat me, maar dat neemt niet weg dat ik met grote ogen en een onverwoestbare fysiek aan dit festijn deelneem. Maar soms slaat het toe. Het besef: beste vrienden, onze tijd hier zit er bijna op. Ik sta het mezelf nog niet toe om ook maar enige vorm van melancholie te ontwikkelen. We zijn hier nog en daar zijn we nog altijd content om. Maar het zit eraan te komen: we boeken onze vluchten en beginnen stilaan plannen te maken voor de zomer, de zomer thuis. Meid, hier mijn voorstel: laten we negeren, nog heel eventjes langer negeren, dat we in minder dan twee maanden weer met ons valies en onze kabas in Antwerpen Centraal staan. Jij gaat naar huis door de Pelikaanstraat en ik pak bus 41, zoals we altijd hebben gedaan en zoals we nog een jaar langer zullen doen. Ik vraag me af welke sporen er zullen nablijven, en voor hoe lang. Gelukkig heeft ‘t Stad een bloeiende Portugese wijk…

 

Lieze

 


 

Querida Lieze,

 

Is dit al onze laatste brief? De tijd raast voorbij en er is nog zoveel dat ik wil ontdekken en doen. Laatst ontdekte ik dat je veel sneller bij het strand geraakt op de fiets dan met de metro. Er is zelfs een heus fietspad aangelegd dat vertrekt achter m’n appartement en dat je helemaal tot aan de playa brengt. Toch is Valencia geen fietsstad. Als je ergens anders heen wil dan het strand is de kans groot dat je overhoop wordt gereden door roekeloze chauffeurs. De Valencianen leven op straat. Privétuinen in de stad bestaan niet, maar wel vind je overal groen en bankjes. Erg gezellig. Overal zitten mensen, vaak alleen maar te genieten van de omgeving. Een bezoekje aan het thuisland hoort bij het leven van een Erasmusstudent in Spanje, dus ben ook ik in het lange weekend van 1 mei even over en weer geweest. Ontluisterende vaststelling: in België was het 30° onder een stralende hemel, in Valencia regende het en was het 10° frisser. Ik heb ook nog een schoolreis met andere Erasmusstudenten naar Salamanca meegepikt. Deze universiteitsstad deed me erg denken aan een theaterdecor. Al de gebouwen hebben exact dezelfde kleur en de straten zijn erg proper. De stad behoort niet voor niets tot het werelderfgoed. Spanjaarden lopen er nauwelijks rond, enkel toeristen en Erasmussers die ten volle genieten van het bruisende uitgaansleven en elkaar onvermijdelijk voortdurend tegen het lijf lopen. We hebben ook nog korte uitstapjes gemaakt naar Segovia en Ávila, twee bijzonder pittoreske stadjes. Nu moet ik me echter verdiepen in het Spaanse schoolwerk. Binnenkort komen de examens er ook aan! Italianen en Portugezen winnen: ze vormen de grote meerderheid van de Erasmusstudenten hier! Wat is het toch leuk om zo’n internationale vriendenkring op te bouwen. Frustrerend echter dat die vriendschappen oppervlakkig blijven en je er voortdurend nieuwe energie moet instoppen. Internet is een geweldig hulpmiddel om in contact te blijven met el mundo, maar iedereen gaat zijn eigen weg en it will never be the same again.

 

Hasta pronto, terug in Bélgica,

 

Lin



Tom Lanoye hekelt een dienstnota van het Antwerpse stadsbestuur over kledingvoorschriften
11/05/2007
🖋: 
Auteur extern
Tom Lanoye

De Universiteit Antwerpen beloonde dit jaar Tom Lanoye, Bart Moeyaert en Ramsey Nasr met een eredoctoraat voor hun werk als stadsdichter. Op 26 april kwamen zij dit eredoctoraat in ontvangst nemen. Dit is een ingekorte versie van de toespraak die Lanoye toen gaf.

Het eerbiedwaardige college van de Universiteit Antwerpen heeft ons, drie stadsdichters, vereerd met het hermelijn en met de helm van het verlichtingsdenken, deze academische baret. Een soort van ineengezakte, fluwelen champignon. Wie wil, kan er een symbool in zien van de nieuwbakken vestimentaire ethiek van deze stad.

 

Zouden wij, uitgedost met deze pots, ons hypermoderne Antwerpse justitiepaleis nog wel ongestraft mogen betreden? Een paar weken geleden liet een rechter, verwijzend naar een verordening die dateert van voor de processen tegen officier Dreyfus, een jood met een keppeltje verwijderen, alsook een moslima met een hoofddoek en een muzelman met een gebreid gebedsmutsje. De muzelman riskeert zelfs een veroordeling. Niet vanwege slechte smaak of gevallen steken in zijn breiwerk, maar vanwege smaad aan ons gerecht en de hele Belgische staat. Wat een muts al niet vermag.

 

De Antwerpse rechter staat niet alleen. Ik citeer een recente dienstnota van het Antwerpse stadsbestuur, getiteld 'Diversiteit: kledijvoorschriften voor stadspersoneel'.

 

"Het (stads)bestuur wil de diversiteit van het personeel aanmoedigen. Bij de stad moeten veel mensen met veel verschillende visies kunnen werken. Maar de uiterlijke tekenen van die persoonlijke overtuiging kunnen niet worden getoond bij rechtstreeks klantencontact. Dan staan neutraliteit van de dienstverlening en respect voorop. Uiterlijke symbolen van de levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuigingen worden bij rechtstreeks klantencontact niet gedragen. Niet alleen moet dat elke schijn van partijdigheid vermijden. Tevens moet dit het draagvlak voor een divers personeelsbeleid als afspiegeling van een diverse stad bij personeel en bevolking vergroten."

 

In één enkele alinea valt vier keer de term 'diversiteit'... Als in een café een onbekende vier keer komt zeggen dat hij nuchter is, dan weet je genoeg. Die man is zo zat als een aap. Iets gelijkaardigs is hier aan de hand. Wie zich zo grondig excuseert, legt zijn drijfveer bloot, en die heet: allergie voor diversiteit. Afkeer van verschillen. 't Stad is van iedereen, maar dat mag je vooral niet merken binnen de muren van 't stadhuis.

 

De dienstnota is niet afgelopen. "Personeel in uniform draagt geen andere kledij of kentekens, met uitzondering van de symbolen van de stedelijke huisstijl. Personeel in werkkledij of veiligheidskledij draagt geen andere kledij of kentekens, met uitzondering van de symbolen van de stedelijke huisstijl. Personeel dat direct in contact staat met publiek, klanten of externe partners draagt degelijke, niet opzichtige kledij."

 

"Niet opzichtige kledij?" Dat sluit meteen T-shirts uit van Walter Van Beirendonck! Terwijl die juist gevraagd is als ontwerper van stadsuniformen omdát hij zo lekker opzichtig durft te zijn. Opzichtigheid is dus blijkbaar geen bezwaar als zij maar collectief bedreven wordt. Waardoor zij natuurlijk geen opzichtigheid meer is, maar uniformering. De schijn van hipheid, de realiteit van onderwerping.

 

Ik citeer voort. "Uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, politieke, syndicale, sportieve, etc. overtuiging worden niet tijdens de werkuren gedragen. Ook niet voor het goede doel. Dus geen kruisje, keppeltje, hoofddoek, tulband, kentekens van serviceclubs, verenigingen, hiv-speldje enzovoort." Ja, dat hoort u goed. Zelfs het rode lintje dat rond Wereldaidsdag wereldwijd wordt gedragen staat de neutraliteit van de Antwerpse dienstverlener in de weg, alsook het respect voor de Antwerpse overheidsklant. Ik neem aan dat hetzelfde dan ook geldt voor buttons van 'Kom op tegen kanker' en 'Weg met de builenpest'. Of zijn kanker en builenpest neutrale aandoeningen die respect níét in de weg staan, en AIDS juist wel? En zo ja: wiens respect? En waarom?

 

Meteen is neutraliteit geen neutraal woord meer. In een justitiepaleis of een stemlokaal kun je, bij rechter en voorzitter, de roep om ongebondenheid nog begrijpen. Daar bevindt zich, tastbaar, de scheiding der machten en de vorming van onze besturen. Maar hoeveel filosofische neutraliteit is er nodig bij het overhandigen van een subsidieformulier voor een nieuw dakterras? Is de keppel écht een belemmering bij het noteren van een adresverandering? Welke neutraliteit wordt geschonden bij de inschrijving in een geboorteregister, uitgevoerd door iemand met een T-shirt van Che Guevara en een polsbandje tegen de ziekte van Alzheimer?

 

Arm stadspersoneel! Wat kún je nog dragen om reglementair in orde te zijn? Sportschoenen uit lageloonlanden? Nee. Een petje met een ander logo dan de 'A' van 't Stad? Nee. Een bandana omdat je fan bent van Keith Richards? Mijn God! Op den duur zou je, om toch maar niets te symboliseren of te suggereren, naar je werk gaan in een stadsboerka. En die bestaat al, hoor. Onze beroemde witte vuilniszak. Hij draagt zelfs het stadslogo, onze 'A', op zowel de voor- als de achterkant!

 

Je zou denken dat we alle mogelijke personeelsleden hebben gehad. Maar voor de zekerheid besluit de nota zo: "(Alle) andere personeelsleden dragen eveneens een degelijke, niet opzichtige kledij die hoffelijkheid uitstraalt. Zo kan bijvoorbeeld wel een oorbel voor mannen, maar geen zware neuspiercing. Zo kan ook een hoofddoek, maar geen zware sluiervorming." (Twee oorbellen is blijkbaar wél een probleem, zeker als ze van je moeder zaliger zijn.)

 

Sluiervorming. Wat is dat nu weer? Een kwaadaardige schimmel? Een nieuw natuurverschijnsel? 'Vanochtend veel sluiervorming op de E40!' Het is hoe dan ook iets waar geen mensenhand mee lijkt gemoeid. Iets wat zo losstaat van menselijke besluitvaardigheid dat je er met gemak hard tegen kunt optreden.

 

De lichtere variant, de hoofddoek, "kan". Een mooie, positieve afsluiter. Ware het niet dat vlak daarboven werd aangegeven dat een hoofddoek juist niet kan, voor "personeel dat direct in contact staat met publiek, klanten of externe partners". En welk personeelslid heeft niet vroeg of laat zulke contacten, tenzij hij als bootsman is tewerkgesteld in de beroemde riolen van 't Stad?

 

Luister, ik vind die hoofddoek een onding, hoor – en ik weet waarover ik het heb. Ik ben in mijn prilste jeugd opgevoed door nonnen in, zeg maar, zware sluiervorming. Ik ben net zo goed een ketter zo groot als een kathedraal geworden.

 

Ik wil dan ook met de hoofddoek kunnen lachen. Ik wil zijn nut betwijfelen. Ik wil hem zien als symbool van mogelijke onderdrukking, net zo goed als de kanten sluier die hoort bij de witte bruidsjapon waarin nog steeds menige bruid het stadhuis betreedt, zonder dat er een seculiere haan naar kraait.

 

Maar ik wil één ding nooit, juist vanwege – vooruit met de grote woorden – onze Europese principes, rechten en vrijheden, onze erfenis uit de verlichting waarvan deze universiteit een bastion is. Ik wil die hoofddoek niet verbieden. Zeker niet waar zo'n verbod alleen maar contraproductief werkt, omdat het van die hoofddoek een symbool zal maken van cultureel, politiek en sociaal verzet, los van het religieuze, dat er alleen maar fanatieker op zal worden. En omdat de consequenties van zo'n verbod onze stad reduceren tot een kostschool uit de jaren vijftig. Met navenant kledingreglement. Het enige buitenissige is een T-shirt onder een colbertje, gedragen door de burgemeester, zelfs als hij delegaties ontvangt in het land waarvan zoiets een belediging vormt. Ik ben daar voorstander van, hoor. Maar kom dan een ander niet de les spellen in je eigen kot.

 

Wat daarbij het meest stoort, is de weerkerende claim van 'neutraliteit'. Neutraal? In deze nota kun je van alles lezen. Maatschappelijke durf, of politieke lafheid. Welkome duidelijkheid, of omfloerste achterbaksheid. Gelijke kansen of genadeloze Gleichschaltung. Maar één ding kun je deze nota nimmer noemen. Neutraal. Zeker niet in een stad waar, vlak voor verkiezingen, een vrouw op straat is neergeschoten omdát ze een hoofddoek droeg.

 

Alleen die dominante cultuur noemt zich neutraal die zelfs niet inziet dat zij zich dominant gedraagt. Omdat zij zich simpelweg als enig mogelijke ziet. Dat is, in een notendop, het almaar toenemende monoculturele drama.

 

Wat we van de pastoor hebben afgepakt, moeten we niet teruggeven aan de voorzitter van het Humanistisch Verbond, laat staan aan de logebroeder, en al helemaal niet aan de marketeer en de directeur van Censydiam: de waan van superioriteit, en het dictaat van het eenheidsdenken.

 

Nou ja, 'eenheid'? 'Duidelijkheid'? In Gent bestaat zo'n kledingreglement niet. In Mechelen ook niet. Wat meteen de hoogdringendheid en de politieke opportuniteit van zo'n dienstnota in vraag stelt. Die spagaat van grote steden is alvast een mooi onderwerp voor de speeches van de komende 1 meistoeten, neutrale socialisten onder elkaar. Inmiddels moet ik besluiten, zonder stoet, en zonder fanfare. Beste stad van mij, beste voormalige werkgever... In de naam van diversiteit en respect: ik schaam mij een beetje dood om 'A'. Ik word, inderdaad, zot van 'A'. Ik ben met veel plezier uw dichter geweest. Dat neemt niemand van mij af. En ik neem het ook niet van u af. Ik ben er trots op, en dankbaar om.

 

Maar thans eet ik mijn Antwerpse Handje in schande. Ik strooi op mijn hoofd de as die is ontstaan na het verbranden van gezond verstand en onze grootste trots: onze vrijheid, onze weerbaarheid, ons geloof in onszelf. Ons vermogen om niet terug te deinzen voor chantage, van zowel de een als van de ander.

 

Zo kende ik Antwerpen. Nu ken ik het amper terug. Ik ben benieuwd waar ik nog binnen mag, met die as als hoed op mijn hoofd.



11/05/2007
🖋: 

Tot nu toe moest ik bij de gedachte ‘beestjes op het Astridplein’ spontaan denken aan de flora en fauna die leefde onder de oksels van mijn medepassagiers op tram 24. Kleine, net onder een arm passende meisjes hebben in overvolle trams het geluk deze van dichtbij te kunnen bestuderen. Ook de sexy beesten van boven de zestig uit Café Jozef kwamen bij mij op: dé plek voor de iets oudere Antwerpenaar op zoek naar gezelschap. Na lang nadenken associeerde ik dieren ook nog wel met de Zoo. Maar tijden veranderen. Het Astridplein maakt niet langer deel uit van de ‘bouwwerf van de eeuw': waar vroeger een pornobioscoop zat, verschijnt nu zowaar een City Delhaize. Beestjes bij het station staan niet langer voor ongedierte, maar voor artistiek verantwoorde olifanten.

Ook het Centraal Station is klaar voor een nieuw begin. In 1873 werd het oorspronkelijke gebouw omgebouwd tot een kopstation, waardoor de treinen achteruit de stationshal uit moesten. Dit zorgde in combinatie met het kleine aantal sporen voor een beperkte capaciteit. Vandaag, na negen jaar verbouwen, is dat verleden tijd. Het station is niet langer enkel een esthetisch hoogtepunt, maar ook qua capaciteit onze metropool waardig. Het gemoderniseerde complex bestaat uit vier verdiepingen en heeft plaats voor veertien sporen. Dankzij de unieke architectuur is de overkoepeling vanaf alle verdiepingen zichtbaar.

 

Tussen Antwerpen-Berchem en Antwerpen-Dam werd een 3,8 km lange tunnel gegraven en zo werd ook de noord-zuidverbinding hersteld. Hogesnelheidstreinen kunnen nu door Antwerpen rijden zonder te moeten keren: de capaciteit van het station wordt hierdoor verdubbeld. Blijkbaar zijn de verbouwingen goed meegevallen, want de NMBS wil spontaan ook aan een gevelrenovatie beginnen: iets waar men op het Astridplein niet zo gelukkig mee is, aangezien ze juist met veel trots hun ‘bouwwerfloze’ plein wilden presenteren.

 

Vanaf mei start de stad Antwerpen namelijk met een vijf maanden durend charmeoffensief om de stationsbuurt te promoten. Als thema voor het evenement namen ze de relatie tussen mens en dier. Om niemand in de kou te laten staan, kozen ze voor zeer uiteenlopende activiteiten: van natuurwandeling tot muziekspektakel, van kinderatelier tot cultfilm. De Antwerpenaar zal weten wat te doen deze zomer.

 

Op zondag 6 mei vond de opening van deze promotiecampagne plaats. Het startschot werd gegeven op het Astridplein. Het in Antwerpen wereldberoemde Think of One speelde tussen de olifanten van Beaufort, die sinds kort het plein sieren. Iets later trokken de beats van DJ Grazzhoppa’s Bigband de aandacht: zelfs de namen en de outfits van de artiesten waren met zorg gekozen. Hun muziek lokte de mensen ook naar de perrons van het Centraal Station. Onderweg naar dit ondergronds spektakel kon de cultuurliefhebber zich vergapen aan sculpturen die tijdelijk zijn overgekomen uit het Middelheimpark.

 

Ook een aantal andere tentoonstellingen van het festival openden die dag hun deuren: Dolefante entertainde de jeugd op het Conscienceplein, terwijl hun cultureel verantwoorde ouders de stadsbibliotheek in moesten. Daar kan je namelijk de boekencollectie van de Zoo bekijken. Blijkbaar was de Zoo zelf niet overtuigd van de aantrekkingskracht van oude boeken op dierenliefhebbers, en daarom plaatsten ze naast elk antiek pareltje een moderne natuurinterpretatie. Dit levert wel zeer verrassende combinaties op, zoals een vlinder van Rösel Von Rosenhof naast een creatief stuk hout, of een eeuwenoude afbeelding van een raaf naast de röntgenfoto van een buizerd.

 

In het Museum Plantin Moretus kan je de geschiedenis van de iets minder wetenschappelijke opvattingen over dieren bezichtigen. Je ziet er hoe de fantasie van een zestiende-eeuwer al eens op hol sloeg. Zo werd de rib van een potvis aanzien voor de beenderen van onze lokale held Antigoon, of haalde men inspiratie uit papegaaien om multifunctionele voorwerpen als tandenstokers of oorlepels te maken.

 

Verder zijn er nog gedurende de hele zomer tentoonstellingen in onder andere het KMSKA en het Rockoxhuis. Het MartHa!tentatief herneemt voor de laatste maal haar succesvoorstelling ‘De Zoologie’. Er werd zelfs gedacht aan zij die stiekem melancholisch worden door het verdwijnen van het ongedierte op het Astridplein: in het rariteitenkabinet van de Zoo kan je je volledig te buiten gaan aan embryo’s, vreemde huiden en opgezette dieren. Wetenschappelijk verantwoord vieze beestjes kijken dus.

 

Het volledige programma en verdere informatie vind je op www.odierbaarantwerpen.be



11/05/2007
🖋: 
Auteur

Juni, het is een ondankbare maand voor een cultuuragendasamensteller. Niet alleen vindt u, beste lezer, het te goed weer om ergens in een warm theater te kruipen, u bent ook vastberaden om uw leven een doel te geven en studeert dus nijverig. Voor later. Maar kom: waar rook is, is vuur en vuur moet geblust worden, dus heeft ook u op tijd en stond recht op een avond rust. Even weg uit de ingebeelde ziekte die u stress noemt, en waarom dan niet naar een van onderstaande cultuurtoppers gaan:

Voor één van de hoogtepunten van juni hoeft u zelfs niet eens binnen te gaan zitten. Na een mooie fietstocht kan u in het Middelheimpark kijken naar gigantische opblaasbare structuren van één van de grootste hedendaagse kunstenaars, Paul McCarthy.

 

***In het Fotomuseum kan u polaroids van Luc Tuymans gaan bewonderen,

 

***terwijl de Zoo haar rariteitenkabinet openstelt. U houdt van dierenfoetussen op sterk water? Wij ook!

 

***Het muziekinstrumentenmuseum Vleeshuis heeft een nieuwe tentoonstelling lopen, waarin het weer een nieuw stukje van de muziekgeschiedenis belicht.

 

***Voor de geschiedenisliefhebbers onder u stelt het Volkskundemuseum ‘Het interessante volk’ tentoon.

 

***Van 7 tot 27 juni kan u keigratis naar de afstudeerprojecten van de academiestudenten gaan kijken in Campo & Campo.

 

***Al even gratis en goed voor de benen: op 1 juni haalt Buster tango in huis met Quilombo.

 

***En nog veel meer gratis concerten in The Bottom Line, A Mi Manera, De Rots, Crossroads en andere Hopsacken.

 

***Als u uw thesis op tijd afgekregen hebt, kan u op 25 mei het geleden leed wegdrinken in Scheld’Apen op de zwoele tonen van Made for Chickens by Robots, The Mysterious Tapeman and Ow.

 

***7 en 9 juni pakt de Roma uit met concerten van respectievelijk Vlaanderens vrouwelijkste meidenband Billie King en de electronische bigbandmash-up van Briskey Big Band.

 

***Het Zuiderpershuis organiseert een dansfeest met 25 Roemeense muzikanten op 15 juni.

 

***Theaterpret is er met ‘Club Ah!Med’, een jongerenproject van held Chokri Ben Chikha dat van 30 mei tot en met 9 juni in HETPALEIS speelt.

 

***Het Toneelhuis nodigt topdanser en –choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui uit: van 13 tot en met 15 juni danst hij ‘D’Avant’, een voorstelling waarin moderne dans in dialoog gaat met middeleeuwse zang. Vanaf 20 juni is er van dezelfde maker ‘Myth’.

 

***Van 24 mei tot en met 2 juni komt collectief Eisbär met Benny Claes ‘Always Cry At Endings’ opvoeren in Scheld’Apen.

 

***Ten slotte zijn er natuurlijk nog hopen harverscheurende films in Muhka_media, het Filmmuseum, Filmhuis Klappei en Cartoon’s. Gaat dat (en dan bijvoorbeeld het hilarische ‘A Hard Day’s Night’ van The Beatles, op 2 juni in het Filmmuseum) zien! En anders tot volgend jaar.