Voor de burgerlijke stand heet ze Irène Oelbrandt, maar aan onze universiteit kent iedereen haar als ‘Schatje’. Studenten die lunchen op Campus Groenenborger noemt ze immers steevast 'schatje' wanneer ze hen bedient. “Proffen zijn ook schatjes, hoor,” zegt Irène, “voor mij is iedereen gelijk.”
Drieëndertig jaar draait ze al mee aan onze universiteit. In de loop van de jaren is de mentaliteit flink gewijzigd: “Studenten lijken soms geen studenten meer. Vroeger haalden ze samen allerlei fratsen uit, zoals die keer toen ze de muren hier geschilderd hadden. Nu is het vaak ieder voor zich. Maar begrijp me niet verkeerd: ik doe mijn job ontzettend graag en de studenten zijn doorgaans heel vriendelijk en beleefd.” Hoe lang zal ze haar Woord (‘schatje’, welteverstaan) nog verspreiden op de campus? “Normaal blijf ik nog zes jaar, maar zolang ik me amuseer zullen ze me hier niet gemakkelijk weg krijgen!”
Sinds 1984 delen deze broers een regisseursstoel en schrijven ze de meest geweldige scripts en dialogen. Acteurs werken dolgraag met hen samen: George Clooney (die tekende voor O Brother, Where Art Thou? zonder zelfs het script te lezen), John Goodman en Billy Bob Thornton kent u ongetwijfeld, maar ook minder bekende koppen als Steve Buscemi (onthoud deze naam!) en John Turturro staan snel op het netvlies geprint. Mijn favoriete film van de broers Coen is The Big Lebowski: ‘The Dude’ Lebowski wordt op een dag in zijn huis overvallen omdat men hem verwart met een miljonair die dezelfde naam draagt. Samen met zijn bowlingvrienden gaat ‘The Dude’ naar zijn naamgenoot om een schadevergoeding te vragen voor zijn door de overvallers bezoedelde tapijt. Met dit gegeven brouwen de gebroeders naar mijn mening de grappigste film aller tijden. Het verhaal, de soundtrack (met o.a. Bob Dylan, Gipsy Kings en Elvis Costello), de personages en de gesprekken (“Mr. Treehorn treats objects like women, man.”) zijn gewoon af. Niet voor niets houdt men in de VS geregeld nog een Lebowski Fest helemaal in het teken van de film, maar voor wie weinig tijd heeft is er nog altijd de ‘f_cking short version’ op YouTube. Naast deze film raad ik ook O Brother, Where Art Thou? aan. In dit andere hoogstandje van de gebroeders Coen gaan drie ontsnapte gevangenen in het Mississippi van de jaren ’30 op zoek naar een schat. Het resultaat is een heerlijk verhaal dat opvallend veel overeenkomsten vertoont met Homerus’ Odyssee. Maar voor hen die Scarlett ondertussen weer vergeven hebben is het zwart-witte The Man Who Wasn’t There ook een schitterende aanrader. Dus kindjes, jullie mogen nu je plaatselijke videotheek bestormen!