Actief pluralisme aan de Universiteit Antwerpen
19/02/2007
🖋: 
Auteur

Bij de eenmaking van onze universiteit besliste men niet alleen over de actief pluralistische strekking van de nieuwe instelling, men wilde er ook een concrete invulling aan geven. De praktische vorm heeft veel voeten in de aarde gehad maar sinds dit academiejaar was het er dan eindelijk: het vak ‘Levensbeschouwing’.

Het Centrum Pieter Gillis (CPG) stond in voor de inrichting ervan en vorig semester konden alle studenten van de Stadscampus voor het eerst kennismaken met een aantal levensbeschouwingen. Kort samengevat werd er eerst algemeen ingegaan op het christendom, de islam, het jodendom, het vrijzinnig humanisme en de Oosterse levensbeschouwingen. Na die inleidende module mochten de studenten hun eigen traject samenstellen waarbij ze de keuze hadden uit negen modules met elk een eigen invalshoek en thema. Dit semester krijgen ook de studenten van Campus Drie Eiken, Groenenborger en Middelheim een familiepak levensbeschouwing voorgeschoteld.

 

dwars volgt de ontwikkelingen op de voet en ging voor dit nummer op zoek naar de voor- en nadelen van de verplichte colleges rond levensbeschouwingen. We interviewden een sceptische Geert Lernout, legden de coördinatoren van het vak, Walter Van Herck en Patrick Loobuyck, het vuur aan de schenen en vroegen ook CPG-voorzitter Guy Vanheeswijck om een korte toelichting.

 

Voor we ons oor te luisteren legden bij de academische voor- en tegenstanders, gingen we echter eerst te rade bij de studenten. Het draait tenslotte om hun vorming.

 

Dries studeert Rechten en stelt zich vragen bij het nut van het vak: “Ik heb slechts vier colleges gevolgd en had in een mum van tijd de cursus geblokt. Voor mij blijft het een groot vraagteken of het vak zijn doel wel heeft bereikt. Verder is het absurd en nutteloos om mensen te verplichten hun leven te beschouwen. Op zichzelf vind ik het oké dat men in een notendop de verschillende levensbeschouwelijke visies toelicht, maar laat het op zijn minst aan de studenten zelf over om te beslissen of ze zo'n vak al dan niet willen volgen.”

 

Lucy (Taal- en Letterkunde) is wat enthousiaster: “Ik vond het zeker een interessant vak, alleen is het op een verkeerde manier aangepakt. Ze zouden het beter niet verplichten en als ze het in een debatvorm gieten, zou het vak volgens mij op wat meer sympathie kunnen rekenen. We moesten er ook vrij veel voor doen, wat de studiedruk stevig verhoogde, terwijl het derde jaar al zwaar genoeg is...”

 

De meeste klachten hadden betrekking op de organisatorische perikelen. Didier (TEW): “Ik vond het levensbeschouwelijk vak een goede aanvulling op onze opleiding. Het breekt alleszins met de soms erg technische vakken uit ons pakket. Aan de organisatie moet uiteraard nog gewerkt worden. De grote groepen tijdens de algemene module waren echt niet werkbaar en de cursussen waren veel te laat beschikbaar. Maar soit, dat zijn kinderziekten. Ik heb er zeker wat van opgestoken.”

 

Stephanie (Communicatiewetenschappen) heeft de colleges met veel plezier gevolgd maar was wat teleurgesteld in het examen: “De vragen waren erg gericht op reproductie en niet op inzicht. Het vak sloot volgens mij ook niet genoeg aan op bepaalde richtingen; sommige mensen zijn het niet gewend om op die manier te studeren. Ik ben benieuwd naar de reacties van de exacte wetenschappers (lacht).” Bovendien bevielen de twee laatste modules haar heel wat meer dan de eerste algemene module. “Maar daar kon je ook veel pech mee hebben, natuurlijk. Sommige cursussen waren trouwens echt heel slecht geschreven.”

 

Marco studeert Geschiedenis en vindt vooral dat het vak niet in elke richting past: “De leerstof lijkt me onvoldoende aan te sluiten bij de voorkennis van de studenten. Voor velen is het een herhaling, anderen hebben dan weer te weinig vorming gehad op het vlak van levensbeschouwing om helemaal mee te zijn.”



LOKO beschouwt leven na VVS
19/02/2007
🖋: 

LOKO, de studentenraad van de KU Leuven, heeft besloten om uit de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), de koepel van alle Vlaamse studentenraden, te stappen. Ze is naarstig op zoek naar gelijkgezinde studentenraden om samen een nieuwe overkoepelende organisatie op te richten.

‘Brave studenten komen op de proclamatie, stoute studenten komen overal.’ Zo werd uw verslaggever plots een van de vertegenwoordigers van de studentenraad van de Universiteit Antwerpen bij VVS. Op 14 december jongstleden mocht ik mijn eerste verschijning maken op de Algemene Vergadering (AV) van dit keurkorps van de Vlaamse studentenvertegenwoordiging. Volledig los hiervan verlieten de vertegenwoordigers van LOKO en de VUB deze vergadering met slaande deuren en wilde LOKO zelfs niets meer met VVS te maken hebben. Oeps?

 

De AV is de plaats waar de VVS-standpunten bepaald worden door haar leden. Wanneer een standpunt aangenomen is, moet de koepel het naar de buitenwereld (ministerie, parlement, pers en dergelijke) toe verdedigen en bekend maken. Indien uw bloed ook spontaan sneller begint te stromen bij het vooruitzicht van ellenlange redevoeringen, gehouden door een aantal tafelspringende wannabe politici, dan kan ik u een deelname aan een dergelijke AV van VVS ten stelligste aanbevelen. Ikzelf vermaakte me alleszins kostelijk, zij het wel voornamelijk met het bijslijpen van mijn potlood om het nadien efficiënter doorheen mijn trommelvlies te kunnen rammen (kwestie van de pijn toch ietwat te verzachten). Het moet gezegd: veel studentenvertegenwoordigers doen echt hun best, maar er zit toch ook een flink pak zeveraars tussen.

 

Soit. Die avond stond er een discussie in de marge van het VVS-standpunt over de rationalisering van het hoger onderwijs op de agenda. Koken kost nu eenmaal geld en lesgeven nog veel meer, dus wou VVS een constructief voorstel op tafel kunnen leggen met betrekking tot de vraag van de minister om het aantal aangeboden opleidingen in Vlaanderen te rationaliseren. Dat standpunt was voordien al grotendeels gestemd, maar op een vorige AV had LOKO gevraagd om een ander standpunt met betrekking tot levensbeschouwing in te nemen. In de eerste tekst stond namelijk dat levensbeschouwing geen doorslaggevend argument mocht vormen om een overbodige opleiding te behouden en dat regionale overwegingen voorrang moesten krijgen. LOKO vond dit een te negatieve formulering van het levensbeschouwelijke aspect. Op de AV erna bleek er ook geen eensgezindheid te zijn en werd er gestemd om het uit te stellen naar de volgende vergadering, 14 december dus.

 

In de weken daartussen bleek echter dat rond levensbeschouwing geen standpunt gevormd kon worden waar een meerderheid voor gevonden zou worden op de AV. Op het VVS-vormingsweekend kwam een informele werkgroep hierover samen die een dubbel voorstel formuleerde voor de AV. Eerst zou er gestemd worden over het al dan niet opnemen van een standpunt over levensbeschouwing, daarna kon dan eventueel gekozen worden uit drie varianten van het LOKO-voorstel. Kan het u ondertussen allemaal nog iets schelen? Mij alleszins niet, gelieve mij dan ook even te verontschuldigen terwijl ik een nieuwe slijper ga zoeken...

 

Oef, dat lucht op. Waar waren we gebleven? Oh ja, levensbeschouwing. Uiteindelijk besliste een meerderheid op de AV om toch geen standpunt hierover in te nemen totdat er een voorstel gevonden zou worden waar een grote meerderheid van de Vlaamse studentenraden zich achter kon scharen. Als reactie op deze stemming deed de LOKO-fractie wat elke zichzelf respecterende volwassene die een democratische stemming verliest, zou doen en verliet huilend de vergadering. Hierin werd ze achterna gehuppeld door de VUB-fractie, die zich blijkbaar van universiteit vergist had bij het inschrijven. Vijf minuten later namen de twee fracties, tijdens een ultieme opstoot van volwassenheid, opnieuw plaats aan tafel om nog snel even een VVS-standpunt over de invloed van de Lissabonstrategie van de Europese Unie op het hoger onderwijs te kelderen. Waarna gezwind weer de deur werd uitgehuppeld.

 

Korte tijd later besliste LOKO om VVS te laten voor wat het was en de koepel officieel te verlaten. Aanvankelijk wilde men een nieuwe koepel oprichten, maar daar blijkt niet veel meer van in huis te komen. De voorzitter van LOKO, Frederiek Vermeulen, benadrukt dat deze beslissing niets te maken heeft met de discussie over levensbeschouwing, maar met structurele problemen bij VVS. De Raad van Bestuur en de staf van de VVS zouden namelijk te veel macht hebben bij het bepalen van de VVS-standpunten en de AV teveel domineren (zie kader). Een kritiek die sterke gelijkenissen vertoont met die van Stijn Baert.

 

Stijn wie? Sta mij toe u voor te stellen aan ongetwijfeld de mediageilste der Vlaamse studentenvertegenwoordigers. Deze frisse jonge heer is de voorzitter van de Gentse studentenraad (GSR) en besliste, na een verloren stemming op een AV (waar hebben we dat nog gezien?), een eenmans-guerrilla te voeren tegen VVS. Tot hiertoe heeft hem dat een rist krantenartikels opgeleverd, het verbod van VVS om nog aan AV’s deel te nemen en een verklaring van de GSR dat hij enkel zijn persoonlijke mening verkondigt en dat zij wel nog bereid zijn binnen VVS te werken.

 

Ondertussen probeerde ook de VUB-fractie haar studentenraad ervan te overtuigen om uit VVS te stappen. Op een leugentje meer of minder werd daarbij niet gekeken. Zo legde de fractie een lijst van andere studentenraden op tafel die ook bereid zouden zijn om VVS de rug toe te keren en een nieuwe koepel op te richten: achteraf bleek hier echter niks van waar te zijn. De VUB floot haar VVS-fractie terug en besloot uiteindelijk om een aantal voorstellen ter verbetering aan VVS voor te leggen en haar verdere deelname daarvan te laten afhangen. Die voorstellen werden in januari opgesteld door de voorzitter en de twee fractieleden. Eén van hen verliet echter tijdens het opstellen van deze voorstellen de vergadertafel (macht der gewoonte zeker?).

 

Tot nader order besliste dus enkel LOKO om uit VVS te stappen. VVS heeft echter een aantal vertegenwoordigende mandaten in verschillende organisaties die met hoger onderwijs bezig zijn, zoals de Vlir (Vlaamse Interuniversitaire Raad). Sommige van die mandaten werden door leden van LOKO opgenomen. Nu LOKO echter beslist heeft om niet langer deel uit te maken van VVS zou men verwachten dat ook het ‘lekkers’ dat VVS te bieden heeft, wordt teruggegeven. LOKO bleek daar echter niet meteen toe bereid. VVS stelt nu voor dat de mensen van LOKO die een mandaat hebben dat behouden onder voorwaarde dat ze in die verschillende raden de standpunten van VVS blijven verdedigen en dat ze bereid zijn om als individu de standpuntvoorbereidende vergaderingen en werkgroepen van VVS te blijven bijwonen. LOKO zal bij het ter perse gaan hierover nog geen standpunt hebben ingenomen.

 

Op de eerste AV van VVS na de examens, op 14 februari, werd ook een vertrouwensstemming gehouden over de huidige voorzitter en Raad van Bestuur. De aanwezige studentenraden stemden unaniem voor de huidige ploeg. Aangezien ik uiteindelijk toch ook maar niet meer ben dan een persluis in de pels van een hond met een hoed op, werd het officiële standpunt van de VVS-fractie van de UA-studentenraad vertegenwoordigd door fractieleider Bart Braem: “We vinden het een heel spijtige situatie en hopen dat LOKO snel terugkomt. We onderhouden ook nog altijd contacten met LOKO. Daarom hebben we ermee ingestemd dat ze de mandaten die ze via VVS hebben gekregen mogen behouden en hebben we tegen de beslissing om het paswoord van de interne VVS-documenten te veranderen gestemd. We zijn echter niet te vinden voor een aparte vertegenwoordiging voor LOKO bij de Vlir. We denken dat het beter is als er een verenigd studentenstandpunt wordt verdedigd door de VVS.” Ook Hans Plancke, de voorzitter van VVS, hoopt dat LOKO alsnog van gedachten zal veranderen en betreurt de verdeeldheid in de studentenbeweging. Hij erkent dat er kritiek te geven valt op VVS, maar benadrukt dat hervormingen een werk van lange adem zijn en dat er momenteel binnen VVS een interne audit loopt over hoe bepaalde zaken beter zouden kunnen.



19/02/2007
🖋: 

Op vrijdag 2 februari hield de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) een ludieke actie aan het Vlaams Parlement. De organisatie vindt dat de stem van de studenten nog steeds niet serieus genomen wordt in het debat over het nieuwe financieringsdecreet voor het hoger onderwijs. Tijdens de actie overhandigde de organisatie een petitie met meer dan 18.000 handtekeningen, waarin een hoorzitting met VVS over het nieuwe decreet in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement geëist werd.

Vorig jaar mobiliseerde de organisatie meer dan tienduizend studenten voor betogingen tegen het nieuwe financieringsplan van minister Vandenbroucke. VVS-voorzitter Hans Plancke sluit nieuwe acties niet uit indien de studentenkoepel niet meer gehoord zou worden in dit dossier. De eisen blijven dezelfde als in het begin van het academiejaar. VVS wil een correctere verdeelsleutel voor de middelen die naar onderwijs en naar onderzoek gaan, eist meer aandacht voor achtergestelde groepen in het hoger onderwijs en wil dat het voorgestelde leerkrediet van 140 naar 180 studiepunten opgetrokken wordt. “We staan natuurlijk open voor alternatieve ideeën indien die een deftig antwoord op onze bekommernissen vormen.” Ondertussen werd de petitie ontvankelijk verklaard en wacht Plancke op een datum voor de hoorzitting. Vraag blijft of het nog veel zal uithalen. De minister heeft immers al te kennen gegeven zijn plan liefst nog voor het zomerreces door het parlement te jagen. Meer info op www.vvs-axie.be

 

Euhm... VVS?

De Vlaamse Vereniging van Studenten is de overkoepelende organisatie van de Vlaamse studentenraden. De organisatie werd in 1938 opgericht. Sinds 2000 wordt VVS erkend als de officiële spreekbuis van de Vlaamse student.

 

De standpunten van VVS worden bepaald op de Algemene Vergadering (AV) door de vertegenwoordigers van de verschillende studentenraden. De AV verkiest ook elk jaar een Raad van Bestuur, die belast wordt met de dagelijkse leiding van de organisatie. Vooraleer een standpunt op de AV komt, wordt het besproken in een werkgroep die open is voor alle Vlaamse studenten. Daarnaast telt VVS ook vijf stafmedewerkers die de organisatie moeten helpen haar doeleinden te verwezenlijken en de nodige informatie moeten leveren aan de AV en de werkgroepen om tot een degelijk standpunt te komen.

 

VVS stelt zichzelf volgende vijf doelstellingen:

  1. Het behartigen van de rechten en belangen van alle studenten in Vlaanderen.
  2. Het ontwikkelen van activiteiten om de democratisering van het onderwijs te stimuleren en te verdedigen.
  3. Het nastreven van een onderwijs van de allerhoogste kwaliteit.
  4. Het ijveren voor democratisch georganiseerde onderwijsinstellingen met reële studenteninspraak.
  5. Het zich inzetten voor de democratisering van de maatschappij


column
19/02/2007
🖋: 

De hele LOKO-affaire drukt een vinger op de zere wonden van de Vlaamse Vereniging van Studenten. De organisatie mag dan wel hoog aangeschreven staan bij het kabinet en de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement voor haar lobbywerk ten behoeve van de student, de meeste studenten hebben nog nooit gehoord van hun belangenbehartiger bij de overheid. Deze redacteur is het dan ook een beetje beu om, telkens er een artikel over VVS moet worden geschreven, eerst een alinea uitleg te moeten geven over wat voor een beest dat nu weer precies was. Zelfs bij de studentenraden is de organisatie niet altijd even bekend. Van de 28 erkende studentenraden in Vlaanderen zijn er maar 18 lid van VVS (tot voor kort dus 19). Ook de belangstelling van onze eigen studentenraad voor VVS is relatief nieuw.

VVS zou er dus goed aan doen om zich niet alleen naar de wetgevende instanties te profileren, maar ook en in de eerste plaats naar de student. Het is inderdaad waar dat onderwijsbeleid niet de meest sexy materie is, maar het is ook de taak van VVS om deze zaken die iedere student aanbelangen op een concrete en verstaanbare manier naar haar achterban te vertolken. Nu worden er op Algemene Vergaderingen te vaak standpunten ingenomen waar meer dan de helft van de Vlaamse studenten zich moeilijk iets bij kan voorstellen.

 

Het is niet omdat er nu al een aantal jaar een decreet bestaat met betrekking tot studenteninspraak, dat deze strijd voorgoed is gestreden. Studenten vormen het hart van elke instelling voor hoger onderwijs en dienen als volwassenen ook ten volle betrokken te worden in het bestuur van hun instelling. VVS heeft nog enorm veel werk om de studenten te helpen de kansen die door dit decreet worden gecreëerd maximaal te benutten. Nog al te vaak verlopen de verkiezingen van onze studentenvertegenwoordigers zonder enige vorm van inhoudelijk debat en kan een vertegenwoordiger op de Algemene Vergadering van VVS om het even wat uit zijn botten slaan en dat in naam van alle studenten van zijn instelling.



Asielcentrum Linkeroever
19/02/2007
🖋: 

Geen vuiltje aan de lucht op Linkeroever. Het lenteweer broedt een kolder in het hoofd, je voelt je vrij. Langs deze groene zijde van de Schelde verwacht je je aan alles, van een uitzonderlijke eendensoort tot een stel nudisten. Aan alles, behalve een asielcentrum. Tweehonderd vluchtelingen en ettelijke procedurestappen zeggen genoeg: ’t stad is ní van iedereen.

Een bewoner poetst de vloer en kijkt onbeholpen als we zijn veegroute belemmeren. We staan op vreemd terrein, een beetje als gulzige ramptoeristen in eigen land. Om die notie ‘land’ draait het hier allemaal, of hoe een afgebakende lap aarde iemands kans op geluk begrenst.

 

Om het wachten en vermoeid hopen te verzachten, probeert het 27-koppig Rode Kruiskader een huiselijke sfeer op te bouwen. Die gezelligheid begint bij centrumverantwoordelijke Jan Hertogs: gedreven loodst hij ons langs alle zalen en initiatieven die het gebouw rijk is. Tijdens de rondleiding piepen nieuwsgierige ogen over zijn schouders. “You are police?” De asielzoeker klinkt bang en ironisch tegelijk. “We small newspaper. Can we take a picture of you?” De strakke spieren op de foto ballen zijn verhaal samen, vertellen hoe hij het statuut van vluchteling aanvroeg bij de dienst Vreemdelingenzaken. Dat hij tegen het negatief antwoord in beroep ging. Hoe hij zich nu, net als vele anderen in het centrum, blind staart op dat 0,01 procentje slaagkans om in België te blijven. En intussen leidt de procedureweg van interview naar document naar document. Maar zolang het onderzoek aansleept, verschaft de overheid wel verplicht onderdak.

 

Gezocht: deurmat met ‘welkom’

In het gebouw is de privacy duidelijk zoek. Gelukkig heeft ieder zijn eigen kamer; gezinsleden kunnen samen slapen als ze dat willen. Het opvangcentrum met haar grote slaapcapaciteit diende in de jaren ’70 als internaat voor de hoge zeevaartschool. Uiteindelijk hebben er slechts twintig leerlingen geslapen en sloten de deuren een povere tien jaar later. Begin ’99 bood het centrum onderdak aan Kosovaarse oorlogsvluchtelingen, om nu een hele waaier van nationaliteiten te herbergen. Aan de organisatie schort kennelijk niets. Een stoet bewoners schuift rustig aan voor hun wekelijks zakgeld. Die vier euro kunnen ze door klusjes aandikken – al maakt twee euro per uur geen Rockefeller van je. Met hun bijeengesprokkelde som kopen ze onder meer WC-papier of kleren die niet in hun basispakket zitten. Giften van buurtbewoners zorgen voor een goed gevulde voorraadkamer en een aanlokkelijke prijzenlijst. “First time free, 50 cent alles except shoes, 25 cent kinderen.” Verder kunnen ze ingrediënten kopen voor een nationaal gerecht. In de bewonerskeuken staat een groepje vrouwen (en moderne huismannen!) op Tibetaanse wijze deeg te rollen en eigeel te klutsen. Eeenmaal per maand voorziet de centrale keuken een typische maaltijd in overleg met de groep. Het zelf koken geeft dan weer een stukje verantwoordelijkheid en eigenheid terug aan de asielzoeker. Zo ontpopt de eettraditie zich tot een welkome urendoder.

 

Vechten tegen Verveling

“De gouden remedie tegen groepsconflicten: zorg dat mensen iets te doen hebben”, waarop de verantwoordelijke de activiteiten op vingers en tenen begint te tellen. “We voorzien culturele uitstappen, een fietsenatelier en binnenkort een heus carnavalfeest. Beneden kan je fitnessen en instrumenten bespelen. Voor de vrouwen hebben we een apart lokaal.” Op zijn wenken nemen we een kijkje in een zaal vol kinderbedjes, naaimachines en multiculturele foto’s van lachende gezichten. Nauwelijks buiten leidt de gids ons naar de bib en TV-ruimte. Dankzij de sponsortocht van het Sint-Annacollege vullen tuigen zelfs een hele kinderspeeltuin. Verder blijkt ook de beauty-avond bijzonder in trek te zijn. Asielzoekster of niet, vrouwen zijn overal hetzelfde. Alleen hun rechten en rijkdom lopen soms jammerlijk uit elkaar.

 

Aller-retour

Tweehonderd mensen onder één dak huisvesten vraagt om een duidelijk reglement. Propaganda voor de eigen godsdienst kan tot conflicten leiden en is dus uit den boze. Ook drugs en alcohol worden geweerd uit angst voor scheve schaatsen. De bewoners moeten vóór 24u aankomen en de deuren openen weer om 6u. Ze krijgen zeven nachten per maand de kans om elders te slapen. Wie meer weg gaat, geeft zijn bed beter aan iemand die het wél kan gebruiken. Ruiken deze regels iets te veel naar de peutertuin en willen bewoners meer zelfstandigheid, dan is een huis van het OCMW een optie, tenminste voor wie langer dan twee jaar in een opvangcentrum verblijft. Elke asielzoeker kan ook op eender welk moment van zijn procedure beslissen om bij vrienden of familie te gaan wonen. Het wegvallen van de voedselvoorziening metselt die keuze echter voor vele gezinnen dicht. In de acht jaar dat dit Rode Kruis-centrum actief is, vonden er nauwelijks verplichte repatriëringen plaats. "Wij verzetten ons duchtig tegen het oppakken van asielzoekers in het centrum. Hier moeten mensen zich veilig voelen. Indien de dienst Vreemdelingenzaken laat weten dat een bewoner zal worden opgepakt, lichten wij deze persoon hierover in en begeleiden hem."

 

Schimmel

Ondanks die mogelijkheid tot een gedwongen terugkeer, galmen klanken opgewekt door de gang. Het Albanees, Arabisch, Servisch… lopen kriskras onze oren binnen, tot de naam “Filip Dewinter” de echte inhoud aangeeft. “Antwerpen stinkt naar schimmel, pourri par Vlaams Belang. De kleinste keffers hebben hier meer rechten dan wij. En ik weiger een hond te worden.” De Albanese asielzoeker spreekt een bijna vlekkeloos Nederlands. “Wil ik mij verdedigen in het openbaar leven, dan moét ik jullie taal wel beheersen.” Vrijwilligers geven in het centrum lessen Nederlands en het zestigtal kinderen heeft één jaar recht op speciaal onderwijs, gericht op de studie van de taal. Daarna stromen ze door naar het regulier onderwijs. Omdat de meeste ouders het Nederlands niet zo onder de knie hebben, helpen vrijwilligers de kinderen bij het huiswerk.

 

“What is your nationality?” Deze vraag doet het cliché allicht eer aan, maar polsen naar ervaringen stuit misschien op een te droeve blik en antwoord. En ook wel een overdreven empathie van onze kant. De Iranees dist echter meteen zijn verhaal op. “You journalist, you can help me. I don’t have the permission to see my daughter, I’m a good dad but for the government I’m just an Iranian.” Hij wil zo graag op de foto, zegt hij nog, en na een klik en ingehouden snik zoeken we de buitenlucht op. Even nog glijden onze kijkers langs de kroezelharen, het plan van Antwerpen aan de wand en de poster “Courage Hope Respect”.



editoriaal
19/02/2007
🖋: 
Auteur

De BaMa-hervormingen hebben al veel stof doen opwaaien. De door de overheid opgelegde vernieuwingen werden in een ijltempo doorgevoerd. Blijkbaar was de achterliggende gedachte dat de problemen wel opgelost zouden worden wanneer ze zich voordoen; wat dan ook menig wenkbrauw deed fronsen. Er werd onder meer gevreesd voor prijzige en tegelijkertijd inferieure opleidingen die hun shoppende studenten niet meer naar behoren zouden vormen. Of deze doembeelden bewaarheid worden, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Men vergeet echter wel eens dat sommige nadelige effecten van de vernieuwing ook onmiddellijk voelbaar zijn. Niet alleen wordt het academisch personeel overstelpt met extra taken voor onder andere studiebegeleiding, ook de administratieve medewerkers staan plots voor een berg bijkomend werk.

 

De flexibilisering maakt dat wij studenten met gemak een eigen studiepakket kunnen samenstellen. We kunnen niet alleen tegelijkertijd vakken uit Ba1, Ba2 en Ba3 volgen, het is ook niet langer ongewoon dat we onze keuzevakken uit het aanbod van verschillende faculteiten pikken. Vrijheid, blijheid? Niet voor de mensen van de onderwijssecretariaten. De geïndividualiseerde trajecten hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat alle gegevens opnieuw handmatig moeten worden ingevoerd en verwerkt, en ook de opmaak van examenroosters is nu een hele klus dankzij de vele variabelen waarmee ze rekening moeten houden.

 

Het hoeft bijgevolg niet te verbazen dat de werkbelasting van onze administratieve medewerkers de voorbije jaren exponentieel is toegenomen. Denk nu echter niet dat er bijkomend personeel is voorzien om de enorme informatiestroom te helpen verwerken of de vele telefoontjes en vragen te beantwoorden. Integendeel, gepensioneerde werknemers worden niet langer automatisch vervangen. Geldtekort en nieuwe visies op beleidsvoering zijn de boosdoeners.

 

Het is schrijnend te moeten vaststellen dat de – overigens bijzonder loyale en plichtsbewuste – mensen van de onderwijssecretariaten die we interviewden voor dit nummer (p. 15) zodanig moeten lijden onder al die beslissingen die boven hun hoofden genomen worden. Deze waardevolle werkkrachten vallen duidelijk door de mazen van het net wanneer er geld mee gemoeid is.

 

Vorig jaar lanceerde onze universiteit met veel ophef haar nieuwe logo. Glitter, glamour en goednieuwsshows te over: de UA maakt veel werk van haar profilering. Waarom wordt er op het ene vlak zoveel geïnvesteerd, terwijl er op andere vlakken zulke grote besparingen zijn? Voor alle duidelijkheid: het is niet mijn bedoeling onterechte beschuldigingen te uiten, ik wil wel wijzen op een ongelijke verdeling. Blijkbaar hecht de overheid veel belang aan internationale uitstraling, maar houdt ze geen rekening met de logische consequenties die daar aan vasthangen. Men vergeet dan ook gemakkelijkheidshalve om genoeg geld vrij te maken voor de mensen die de boel mee draaiende houden.



18/02/2007
🖋: 

Onzekerheid is een constante in het leven. Zowat de enige, buiten het eigen lichaam. De dagen vol zekerheid zijn betrekkelijk zeldzaam, dus het is maar goed dat we er als individu wel mee omkunnen. Als maatschappij lijken we daar echter wat moeilijkheden mee te hebben.

Mijn persoonlijke ervaringen met onzekerheid blijven beperkt tot het soort soapy situaties die u in volle glorie op VIJFtv kan bekijken. Nog los van de keuzeverlamming bij het bestellen op restaurant, de vraag of mijn horloge juist staat en ik mijn bus nog zal halen of de lichtjes knikkende knieën als ik mijn punten moet gaan halen, blijft de grootste bron der onzekerheid uiteraard de wispelturigheid van andere mensen. Zal dat meisje slechts lachen met alle minachting in haar tengere lijfje wanneer ik haar mijn diepste liefde beken, of zal ze smachtend in mijn armen vallen en me uitnodigen tot een liefelijk tongengevecht? De waarheid lag, zoals altijd, ergens in het midden.

 

Hoeveel verschillende persoonlijkheden er ook onder mijn schedeldak huizen, ik kan echter nog steeds geen maatschappij genoemd worden. De vorige alinea mocht u dus eigenlijk best overslaan, want het pijnpunt behelst voor de verandering iets meer dan ikzelf. Vroeger was het een beetje makkelijker. De koning wist alles op aarde, de paus alles daarbuiten. Indien je onzeker was over iets, kon je er wel van op aan dat een van deze twee vaderfiguren het antwoord wist. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Daar wordt allemaal voor gezorgd als je braaf naar ons luistert. Maar door allerlei vormen van ontvoogding hebben we nu natuurlijk een paus met een nazi-verleden en een koning met een pure symboolfunctie en wordt het dus tijd om zelf op zoek te gaan naar antwoorden.

 

Maar daar komt de kat op de koord, want we zijn helemaal niet in staat elke vraag te beantwoorden (tenzij u religieuze pretenties heeft natuurlijk). We kunnen proberen, en af en toe komen daar enkele waarschijnlijkheden uit voort, maar veel vaker blijft er enkel een groot vraagteken achter. Of moeten we een uniek antwoord voor onszelf formuleren, wat de onzekerheid eigenlijk helemaal niet wegneemt, aangezien we onmogelijk naar de laatste pagina’s van ons leven kunnen bladeren om de oplossing te bekijken. En het knaagt aan ons. Maar in plaats van onze onzekerheden te accepteren, zoeken we zondebokken en schuldknapen. We lopen als lemmings achter witte antwoorden aan om de verwarring te vermijden en beetje bij beetje verliezen we het vermogen om te nuanceren en te relativeren. Zo trekken we en duwen we en klauwen we onszelf kapot. Tot het volgende antwoord ons verdeelt en verenigt, voor en tegen, en we kunnen heropbouwen zonder ons zorgen te maken over onzekerheid. Voor even, dan toch.



18/02/2007

In september introduceerde onze universiteit een nieuw vak: Levensbeschouwing. Nu het eerste semester erop zit, is het tijd voor een evaluatie. Het vak deed reeds heel wat stof opwaaien aan de UA en de kritiek was niet altijd even mals. Levensbeschouwing zou een kind van de verzuiling zijn, praktisch niet haalbaar door de te grote groepen, niet aangepast aan het niveau van alle studenten, en wat is nu eigenlijk de meerwaarde ervan voor pakweg een informaticus? We vroegen de coördinatoren Patrick Loobuyck en Walter Van Herck waarom doceren over levensbeschouwingen zinvol is.

Patrick Loobuyck Dergelijke vakken op hun onmiddellijke nut afrekenen lijkt me gevaarlijk. De huidige lessenpakketten zijn volledig opgebouwd rond dat nuttigheidsdenken: de algemeen vormende taak van een universiteit schijnt plaats gemaakt te hebben voor heel specifieke en zuiver specialistische opleidingen. De UA heeft ervoor gekozen minstens één vak te geven waarin men oog heeft voor het bredere perspectief. De levensbeschouwelijke invalshoek stelt de studenten in staat de Europese samenleving en de eigen identiteit beter te begrijpen. Ik denk dat dit zeker een meerwaarde is voor elke afstuderende universitair.

 

De bedoeling van het vak is dus in eerste instantie om tegemoet te komen aan het tekort aan algemene vorming?

Loobuyck We proberen de studenten voldoende informatie mee te geven waar ze dan zelf kritisch mee kunnen omgaan. De manier waarop dit ingevuld wordt, is in ruime mate afhankelijk van de gastsprekers: sommigen zijn zeer objectief, anderen geven eerder een persoonlijke getuigenis.

 

Wat dat laatste betreft: sommige gastsprekers leken wel heel erg overtuigd van hun eigen gelijk.

Walter Van Herck Als iemand een bepaalde levensbeschouwing aanhangt, lijkt het me vanzelfsprekend dat hij deze persoonlijk de beste vindt. Dat is iets anders dan verkondigen dat deze levensbeschouwing de enige juiste is, of meer waard is dan een andere: dat heb ik niemand horen zeggen. Daarenboven zijn er volgens mij ook enkele misverstanden omtrent de gastsprekers. Laat me een voorbeeld geven: het enthousiasme van John Nawas voor de islam heeft velen doen denken dat hij zelf een islamiet is. In feite is hij echter een geseculariseerde christen. Er is expliciet voor gekozen om niet met vertegenwoordigers van de verschillende levensbeschouwingen te werken: we hebben geen rabbijn uitgenodigd, noch kardinaal Danneels.

 

Een vaak geopperd argument tegen dit vak is dat het beter over ethiek in het algemeen zou gaan, en niet over levensbeschouwelijke opvattingen.

Van Herck Ethiek blijft vaak formeel en abstract. De doelstelling van ons vak is juist erg concreet: we willen de vraag “in welke samenleving kom ik terecht?” proberen te beantwoorden. Levensbeschouwingen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in het definiëren van onszelf en onze maatschappij. Veel ethische problemen draaien precies rond de verschillen in wereldvisies. Wij willen de studenten informatie geven over de levensbeschouwelijke opties en hoe ze daar zelf hun positie in kunnen bepalen.

 

Het vak kan studenten dus helpen in het omgaan met samenlevingsproblemen. Die samenleving is intussen wel erg divers: zijn de lessen niet te sterk gericht op het christendom?

Van Herck Dat is zeker niet de bedoeling. In een module als bijvoorbeeld ‘Levensbeschouwing en natuurwetenschap’ wordt er misschien veel aandacht besteed aan het christendom, maar dat heeft niets te maken met een christelijke profileringsdrift. Je mag de context nooit wegdenken: de moderne natuurwetenschap is ontstaan in een westerse, grotendeels christelijke maatschappij. Als er dan een module ingericht wordt rond het thema natuurwetenschap, is het normaal dat vooral de relatie met het christendom aan bod zal komen. Onze samenleving is nu eenmaal geworteld in het christendom en het zou verkeerd zijn dat te negeren.

Loobuyck Ik denk dat het vooral afhangt van het parcours dat je volgt. Als je wilt, kan je na de inleidende les over het christendom modules kiezen die niets met het christendom te maken hebben.

 

De studenten klagen over praktische problemen bij het vak.

Loobuyck Er waren inderdaad enkele problemen. Doordat het een nieuw vak is, met veel gastsprekers, waren de cursussen soms te laat beschikbaar. Nu de cursussen er zijn, is dit echter geen probleem meer voor het tweede semester. Een andere moeilijkheid was het leslokaal tijdens de eerste module. Er zaten meer dan duizend studenten in een aula met een maximale capaciteit van achthonderd personen: erg onaangenaam voor zowel docenten als studenten.

 

Dat bleek inderdaad een heikel punt. Heeft het eigenlijk wel zin het vak voor zo’n grote groep te geven?

Loobuyck Als je de lessen per faculteit zou geven, kan je de studenten onmogelijk een even groot keuzeaanbod bieden. Er zou dan één vaststaand traject moeten zijn, zonder dat studenten de gelegenheid krijgen een eigen parcours samen te stellen.

Van Herck Studenten blijven trouwens al te vaak binnen de cocon van de eigen richting of faculteit: ze zouden het moeten toejuichen dat ze nu de kans krijgen ook eens met anderen samen te zitten.

 

De evaluatievergaderingen omtrent Levensbeschouwing zijn nu bezig. Hoe beoordeelt u het vak zelf?

Loobuyck Ik vond het persoonlijk zeer geslaagd: dat wil echter niet zeggen dat ik er nu niet kritisch meer naar kijk, integendeel. Er zijn een aantal problemen die opgelost moeten worden. Een veelgehoorde klacht is bijvoorbeeld het gebrek aan stroomlijning: door al de verschillende gastsprekers zat er vaak geen echte lijn in het vak.

 

Ook de studenten kregen de kans hun klachten te ventileren via de evaluatieformulieren die na elke module uitgedeeld werden. Zijn de resultaten reeds bekend?

Van Herck De evaluatie van deze formulieren is nog niet helemaal afgerond, maar we hebben wel al een globaal beeld. De meningen over Levensbeschouwing lijken niet zoveel te verschillen van de meningen over andere vakken: de appreciatie van de studenten ligt helemaal binnen de gemiddeldes.

Loobuyck Een overzicht van de persoonlijke opmerkingen van de studenten hebben we nog niet. Tot hiertoe zijn trouwens enkel de afzonderlijke modules geëvalueerd: het vak als geheel nog niet. De evaluaties van de examens zijn ook nog niet gebeurd.

 

Maar de examenresultaten kent u al.

Loobuyck Over het algemeen genomen waren de examens vrij goed.

Van Herck Ik ken geen precieze cijfers, maar ik denk dat ongeveer negentig procent van de studenten geslaagd is.

Loobuyck Iedereen die regelmatig de lessen volgde en de cursus gestudeerd heeft, haalde goede resultaten. Ik denk dat de mensen die niet geslaagd zijn zelf wel weten waarom.

 

Tot slot: zijn er grote veranderingen van het vak op til?

Loobuyck In het tweede semester blijft het vak onveranderd. Studenten die de lessen in het eerste semester gevolgd hebben zonder dat ze het examen aflegden, kunnen dit in juni nog doen. Volgend jaar kan er wel een en ander veranderen, maar daarover is nog niets beslist.



Met dank aan...
18/02/2007
🖋: 

Door de gangen van de universiteit weergalmen de laatste weetjes over de nieuwe Centrale Bibliotheek op de Stadscampus. Nieuwsgierig banen we ons een weg door het geroezemoes, op zoek naar een bibliotheekmedewerker. Tussen de moderne boekenrekken treffen we Guy De Crom aan. Ondanks de verhuisdrukte vindt hij toch even tijd om ons te woord te staan.

Sinds 1971 is hij tewerkgesteld aan onze instelling. Eerst bij de Faculteit Letteren, vervolgens aan de catalogiseerafdeling van de bibliotheek. Vanaf 1976 vervult hij zijn huidige functie als hoofd van de aanwinsten in de Centrale Bibliotheek. Hij vertelt ons over zijn aangename collega's en de gezellige sfeer die hier heerst. Met het nieuwe gebouw zal het even wennen worden, maar het is zeker een goede zaak dat alles verzameld is op één locatie. De strijd is echter alles behalve gestreden: er komt nog een verhuis deze zomer, aangezien de administratie in de oude bibliotheek zal gaan huizen, waar nu renovatiewerken uitgevoerd worden.

Wanneer we naar de plus- en minpunten van zijn werk vragen, vertelt De Crom dat hij wat meer contact zou willen met de studenten. Hij is wel erg onder de indruk van het moderne gebouw: “De grote glazen ramen, de natuurlijke lichtinval, het binnenplaatsje... kortom: ideaal voor de studenten!”



18/02/2007

Het Centrum Pieter Gillis (CPG) is een autonoom onderzoekscentrum aan de UA. Naast de inrichting van het vak Levensbeschouwing houden de leden zich bezig met onderzoek en bezinning omtrent actief pluralisme. We vroegen CPG-voorzitter Guy Vanheeswijck naar de werking van het centrum.

Guy Vanheeswijck De dagelijkse werking wordt verzorgd door Patrick Loobuyck, Walter Van Herck, Nina Vleugels en ik. We vergaderen wekelijks en regelen de praktische organisatie van het vak Levensbeschouwing. De belangrijke beslissingen worden genomen in de Raad van Bestuur van het centrum.

 

Wie zetelt er in deze raad?

Vanheeswijck In het begin waren er veertien leden. De zeven faculteiten kozen elk een vertegenwoordiger. De andere zeven leden werden door de UA-Raad van Bestuur aangesteld. Inmiddels hebben twee nieuwe leden ons vervoegd: de voorzitter van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen en een vertegenwoordiger van de studenten.

 

Werd er bij de keuze van de leden rekening gehouden met hun persoonlijke levensbeschouwing?

Vanheeswijck Toen de verschillende faculteiten een vertegenwoordiger afvaardigden, was dit niet het geval. Wanneer de UA dan zeven anderen moest aanstellen om de raad te vervolledigen, werd er wel gekeken naar hun ideologische achtergrond: er werd gestreefd naar een zeker evenwicht. Er werd echter nooit geëist dat het zeven katholieken en zeven niet-katholieken zouden zijn: dat is nu ook niet het geval. Men trachtte er enkel op toe te zien dat de verhouding tussen katholieken en vrijzinnigen – een belangrijk aandachtspunt na de fusie tussen UFSIA, UIA en RUCA – niet volledig scheefgetrokken zou zijn. Na drie jaar samenwerken is het initiële wantrouwen volledig verdwenen en dat is maar goed ook: actief pluralisme houdt immers net in dat we de verzuiling achter ons moeten laten.

 

Hoe lang blijft de huidige Raad van Bestuur nog in functie?

Vanheeswijck De leden zijn aangesteld voor een termijn van vier jaar, die eventueel eenmalig verlengd kan worden. In het voorjaar van 2008 zitten de eerste vier jaar er op en kunnen er dus nieuwe leden verkozen worden.