Erasmus uit
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
Ruben Vanleene

I chose not to choose Spain, I chose something else. En zo ben ik voor een half jaar in Kopenhagen beland, de hoofdstad van Scandinavië zoals de Denen zeggen. Beter bekend is Kopenhagen als de stad van Hans Christian Andersen en het kleine zeemeerminnetje.

Zij verdween enkele weken terug echter eventjes uit het stadsbeeld na een tragisch voorval. Ze werd namelijk opgeblazen met dynamiet. Het was niet de eerste keer dat het arme meisje hardhandig werd aangepakt. Ze verloor al meermaals haar hoofd na uit de hand gelopen studentengrappen. Nu moest het kind een volledige chirurgische ingreep ondergaan. Niet dat ik medelijden had met alle Japanners die Kopenhagen speciaal bezoeken om een foto van dit beeldje te maken. Die namen toch lustig foto’s van het voetstuk of speelden zelf voor zeemeermin.

 

Gelukkig is in Kopenhagen nog wel meer te zien dan het voetstuk van een verdwenen zeemeermin. Naast de langste winkelstraat van heel Europa vind je in centrum Kopenhagen Tivoli, het oudste en tevens meest kitscherige pretpark van Europa. Als je de naam van dit pretpark omkeert, krijg je – inderdaad – I lov it. Spijtig genoeg is dit lichtelijk overdreven. Wat wel de moeite is: Nyhavn. Dit gezellige haventje is langs de zonnekant bezaaid met cafés en bistro’s, en wordt tijdens de zomermaanden de langste toog van Kopenhagen genoemd.

 

In de wijk Christianshavn, eveneens midden in het centrum, kun je even het Koninkrijk Denemarken verlaten en je toevlucht zoeken in de onafhankelijke staat Christiania. Deze vrijstaat werd in de jaren zeventig opgericht door een handvol hippies in een verlaten legerkazerne aan het water. Er wonen op dit moment ongeveer vijfhonderd mensen in Christiania, waaronder echte, overjaarse hippies, maar ook gezinnen met kinderen. Al deze mensen bepalen op grote volksraden hun eigen wetten.

 

Auto’s zijn bijvoorbeeld verboden, maar het gebruik van cannabis is toegelaten. Ondanks het toenemende politieke protest is Christiania uitgegroeid tot het boegbeeld van de alternatieve scene van Kopenhagen. Mensen komen erheen om de drukte van de stad even te ontlopen en een jointje te roken, of gewoon rustig een pint te drinken.

 

Maar wat voor pint: lauw, en zonder schuim. Carlsberg, probably the best beer in the world. Probably – ja, voor wie niet beter weet. Geef mij maar een frisse Belgische pint, met schuim. Skol!

 

 

Ruben Vanleene
Tweede jaar graad handelsingenieur



Erasmus in
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
Manolo Ferrero

Puede resultar paradójico, pero los españoles que en estos momentos residimos y estudiamos en Amberes, sufrimos el fenómeno Jet-lag. Y no me estoy refiriendo a los estudiantes procedentes de la comunidad canaria, sino a todos, peninsulares incluidos.

Cuando llamamos a casa decimos “todo va bien, mama” o “de puta madre, tío”, ignorando completamente que nuestro cuerpo y nuestra mente están siendo torturados por un desfase horario muy considerable. En Bélgica siempre es la misma hora que en España, con el respeto de los lectores canarios, pero se da el Jet-lag. Me explico.

En primer lugar, sufrimos un desfase horario severo en cuanto a los hábitos alimenticios. No existe una “hora de comer”, o bien almorzamos a las 12, o comemos a las tres, o según ellos, “cenamos” a las 6 de la tarde.

Y lo peor es cuando se combinan los horarios de comida belgas y españoles (yo he llegado a cenar tres veces en un día), o cuando simplemente “pasamos” de comer y dependemos de un Groot Kebab que nos tomamos antes de meternos en la cama para matar el gusanillo. No menos crítico es el problema de las horas de sueño, y el tema siestas. A los que creían que era imposible echarse la siesta varias veces en una sola tarde, he de decirles que están equivocados.

En Amberes se puede. Hay una amplia franja de tiempo por la tarde en la que el cielo está siempre gris, y no te apetece más que echarte un ratito. Luego te levantas, comes (o cenas, o almuerzas, o como lo quieras llamar) y te vuelves a dormir un poco. Es curioso, pero sucede, ya que es necesario para apoyar las pocas horas de sueño nocturno de las que disfrutamos en ocasiones.

 

Este desorden en las comidas y el descanso también afecta a la higiene personal, pero de una forma positiva. ¡Te lavas los dientes a unas horas rarísimas!, pero claro, con tanta lunch te los estás lavando continuamente.

Al levantarte de las siestas, lógicamente te los vuelves a lavar para que se te despegue la boca, y si te toca un día de estos en los que no comes, en casa te aburres y te dedicas a lavártelos todo el día.

Dentro de este desbarajuste, un colmo significativo del Jet-lag amberino: llega un momento en el que lo último que haces ANTES de comer, es cepillarte los dientes, para ensuciártelos a los pocos minutos. ¿Y tú, sufres el Jet-lag amberino?

 

 

Manolo Ferrero, m.m.v. Isabel Gomez Diez
Spanjaard op bezoek



Barebacking met protectiejas
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
ep & tv

Paardrijden zonder zadel. Een geliefkoosde hobby van een aantal ravissante roze rukkers. Ruwweg gaat het hier over een extreme strekking binnen het homomilieu die er op kickt het HIV-virus door te spuiten naar seropositief-maagdelijken.

Voor deze vrijerijdsbesteding heeft men niet veel rubber nodig. Het is net als een kind boven het doopbekken houden, daar volstaat een kletske ook. Het besprenkelen van het gewillige slachtoffer maakt deze lid van de teugelloze sekte. Hij is er bijgevolg vol van en wil het knagend venijn over de generaties heen doorgeven. Zoiets heet dan een traditie te zijn. Maar zulk een respectabele repetitie wordt mismeesterd door het kleinerende en gemaakt amusante aspect.

 

Ook een aantal machtsgeile, meedogenloze meesters schept er genoegen in hun eigenste studentensacrament op dergelijke infantiele wijze te verkrachten. De extase die wordt bereikt bij het besmetten van verkennende welpen, die blindelings gaan paardrijden zonder zadel om niet langer in de schacht genomen te worden, is fataal verslavend. Een verslaving die simultaan met de scrotummelksmet wordt ingelepeld.

 

Zou Stanley Milgram ook op zijn luguber experiment met stroomstoten zijn gekomen door het dragen van een gemaquilleerde doktersjas? De doktertje spelende kwakzalvers zouden beter het afrollen van condooms tot hun coïtale bezigheid maken, daar kapootknauwen het immuunsysteem van de kritische blik op het studentenwereldje ernstige schade kan toebrengen. Deze barbaarse bezigheden kunnen evenwel ook als olijk vertier worden ingeslikt. Ongetwijfeld vinden sommige niet-sigaretschooiende schachten het een waar hoogtepunt in hun studentenbestaan.

 

Net zoals het merendeel der homo’s er niet als zadelloze cowboys op los hoeft te galopperen om de anus de moeite waard te vinden.



column
01/11/2003
🖋: 

Het academiejaar is alweer in zijn tweede maand en alles is nog steeds hetzelfde. Behalve dan dat we vanaf nu moeten spreken van de eengemaakte Universiteit Antwerpen. Mij niet gelaten, zij het niet dat ze wel een heel originele naam gekozen hebben voor wat vroeger gewoon UIA heette. Campus Drie Eiken. Bij het horen van de nieuwe naam kon ik een spontane lachbui niet onderdrukken. Toeval wil dat de stacaravancamping op enkele meters van ons huis ook gezegend is met de naam ‘Drie Eiken’. En die was er eerst. Nu doet de ligging van de campus wel aan een camping denken, met al die verschillende blokken. Ook de was die al een tijdje aan de bomen hangt en de natuur verstoort, heeft wel iets camping-achtigs. Toch vraag ik mij nog altijd af waarom een universiteit zich zo’n naam uitkiest. Wie zou er op het idee gekomen zijn? Iemand van het academisch personeel met jeugdherinneringen aan camping Drie Eiken?

 

In de namen van de andere campussen zit tenminste nog een zekere logica. Zo ligt de Stadscampus in de stad (jaja) en de Middelheimcampus aan het Middelheim(park). Maar Campus Drie Eiken? Heeft iemand die drie eiken al zien staan? Ik ben vrij zeker dat er wel meer bomen staan op het vroegere UIA-domein. Waarom kiest iemand er dan juist die drie eiken uit? Waarom heeft men niet gekozen voor Twaalf Beuken, of voor Vijf Treurwilgen? Waarom toch die drie eiken, die eigenlijk al het uithangbord zijn van een camping – met bijhorend voetbalveld en petanqueclub – in hartje Kempen?

 

Onlangs werd me alles duidelijk: er is een Drie Eikenstraat in de buurt. En de buurt rond het vroegere UIA heet gewoon Drie Eiken. Waarom heten er toch zoveel buurten de Drie Eiken? De driehoeksverhouding tussen die bomen behoeft zeker verder onderzoek. Voor diegenen die uit zijn op veel geld, neem alvast een patent op de naam Drie Eiken, want er zit volgens mij nog heel wat toekomst in die naam. Het zou me niet verbazen moest men me straks vertellen dat het nieuwe gerechtsgebouw ook Drie Eiken zal heten. Tot slot wens ik de nieuwe Campus veel succes in de toekomst….en een nieuwe naam.



Cursusdiensten onschuldig
01/11/2003
🖋: 

November is al een eindje gevorderd en de tweede dwars ligt weer te grijp in de gangen van de Universiteit Antwerpen. Maar nog steeds hoor ik hier en daar het geklaag en gezaag van de studenten over cursussen die nog steeds niet aanwezig zijn.

Minstens elke morgen wanneer ik langs de cursusdienst op campus Drie Eiken kom binnengewandeld, zie ik wel enkele mensen voor de uitgehangen lijsten met de aangeboden titels staan, en hoor ze mompelen dat die nieuwe cursus van professor Hottentot er nog steeds niet is. En al even vaak hoor ik mensen zagen aan de cursusdienst zelf. Nu ben ik daar de oorzaak van gaan zoeken en wat blijkt: we richten onze frustratie op de verkeerde mensen. Al jaar en dag worstelen de drie cursusdiensten – zowel die van campus Drie Eiken, de Middelheimcampus als de Stadscampus – met hetzelfde probleem: de cursussen zijn gewoon niet op tijd binnen. Reeds de eerste weken na de paasvakantie, worden er brieven verstuurd naar de faculteiten en hun professoren. Op die manier tracht de cursusdienst ervoor te zorgen dat het academiejaar erna de cursussen toch eens tijdig klaar liggen voor al die ijverige studenten. Toch staan elk jaar opnieuw de cursusdiensten hulpeloos en alleen, zonder de steun van ons, studenten. Ik ben dit inderdaad gaan onderzoeken en heb daarvoor bewijs onder ogen gekregen. Universitas kon me zelfs een getal doorgeven: slechts 10% van de cursussen zijn doorgegeven en dus drukklaar bij de aanvang van het nieuwe academiejaar. Die eerste week stromen de nieuwe cursussen dan plots binnen, zodat deze nooit de volgende dag in de rekken kunnen liggen. Maar dan moet nog steeds de helft van de cursussen binnenkomen. En voor de diensten van de twee Wilrijkse campussen zijn de cijfers gelijkaardig. Het wordt dus eerder tijd voor de professoren, die nu nog steeds niet in orde zijn met hun cursussen, om in actie schieten dan dat de cursusdiensten verder bekritiseerd worden.



Je persoonlijk stapeltje cursussen bij Universitas
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
md

Het gebeurt wel vaker dat studenten zich tijdens hun studentenjaren bezig houden met hier en daar iets te organiseren. Het gebeurt al minder vaak dat die activiteit de studententijd overleeft, en dat er uiteindelijk een winstgevend bedrijfje uit voortvloeit, is al helemaal zeldzaam. De Night of the Proms natuurlijk. En Universitas. De oneigenlijke cursusdienst van de Stadscampus is ooit ontstaan uit Unifac, maar leidt intussen een eigen leven en staat voor belangrijke vernieuwingen. Een reden voor dwars om een kijkje te nemen tussen de tonnen inkt en de massa’s papier.

Het moet vijfenzeventig geweest zijn. Ik zat toen in mijn eerste licentie TEW aan de UFSIA.” Frank Desmet, tot vandaag de nummer één bij Universitas, mijmert wat over die jaren. Universitas was toen nog een onderdeeltje van Unifac. “We kopieerden lesnota’s van studenten. Nu ja, eigenlijk was het in die tijd nog stencileren (sic); kopieermachines konden we ons niet veroorloven.”

 

Naast Universitas bestond toen natuurlijk ook nog de eigen cursusdienst van de UFSIA. Daar werden de echte, officiële cursussen gedrukt en onder de studenten verspreid. Universitas stond in die tijd een beetje gelijk aan concurrentie. Sterke concurrentie zelfs. “De UFSIA-cursusdienst is eigenlijk altijd een verlieslatende activiteit geweest voor de universiteit. Daarom besloot men uiteindelijk ook het drukken van die cursussen af te splitsen. Samen met Michel Ampe heb ik dan Universitas als vennootschapje van Unifac afgesplitst. Zo zijn we begonnen. We konden de machines voor een spotprijsje overnemen. In ruil drukten we gratis het Unifac-postje.”

 

Vandaag drukt Universitas zowat alle cursussen van de Stadscampus en een aantal Hogescholen in het centrum. “Men stelt zich daar wel eens vragen bij. Plaatst dat ons niet in een onwenselijke monopoliepositie? Dat is niet zo. We hebben met de UFSIA strikte afspraken gemaakt. Zo heeft de universiteit een stevige vinger in de pap van de bladprijs opdat de cursussen altijd betaalbaar zouden blijven. Wat betreft die bladprijs, wordt trouwens streng toegezien op de gelijkheid onder de studenten. Ongeacht de dikte van de cursus of het aantal cursussen dat je nodig hebt, blijft de prijs dezelfde. Dat in tegenstelling tot cursussen die bijvoorbeeld bij Acco te koop zijn. Daarnaast zijn we ertoe verplicht een cursus te drukken voor iedere student die er één vraagt. Wij bepalen m.a.w. niet zelf de beschikbaarheid.” Universitas barst stilaan uit zijn voegen. Naast de core-business – het drukken van de cursussen – neemt bedrijfsleider Frank Desmet steeds meer opdrachten aan: “We drukken nu ook kant-en-klare cursuspaketten voor studiedagen en bedrijfsseminaries. En sinds kort versturen we van hieruit ook de handleidingen voor alle Sony-apparaten, wereldwijd.”

 

Maar ook de cursusdrukkerij zelf staat voor een stevige uitdaging. De UA is in beweging en binnen afzienbare tijd nestelen nog veel meer studenten zich in de binnenstad. Studenten die nu aan hun licenties bezig zijn, krijgen al rillingen wanneer ze terugdenken aan de gigantische wachttijden. “Ook dat probleem is intussen opgelost. Vooraan in de winkel staan nu een aantal computers ter beschikking van de studenten. Ze kunnen daarop in enkele klikken een gepersonaliseerd pakket cursussen selecteren. Die lijst wordt afgedrukt. Met het volgnummer dat die computer hen geeft, kunnen ze enkele minuten later hun cursussen aan de balie afhalen. De wachttijden zijn hierdoor wel tien keer korter geworden.” Met het online-systeem zijn voorlopig nog wat problemen, maar vanaf volgend academiejaar kunnen studenten dit alles ook van op hun kot regelen. Dat scheelt al snel enkele uren die je minder bij je cursussen moet doorbrengen.



cultuurstrookje
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
Sofie Engelen

De Antifascistische Militante Brassband, beter gekend als dé Ambrassband, is een 12-koppig, bont gezelschap. Als geen ander weet het de opzwepende tonen van klezmermuziek, balkantunes, gipsy-sounds en ska te combineren met leuke no-nonsense teksten. De Ambrassband is in 2002 ontstaan op initiatief van de trompettist van de vroegere Antifare, en is verbonden met het krakersmilieu. De band is een smeltkroes van nationaliteiten: blazers en percussionisten uit zowel Argentinië, Servië als Nederland aangevuld met rasechte Antwerpenaars. Op het podium of tijdens een spontane performance bezorgen ze het publiek telkens een waarlijk muzikaal orgasme. Snedige teksten, pittige solo’s en een heerlijk klankspel vormen de perfecte ingrediënten voor Ambrass-ambience. De band heeft net een cd ingeblikt. Binnenkort zal ook u, is het op café, op een begrafenis, tijdens een huwelijksfeest of op straat, dit muzikaal talent kunnen aanschouwen.

 

 

Meer info op is te vinden op www.ambrassband.be, al zal je het voorlopig vooral met een waanzinnig logo moeten doen.



cultuurstrookje
01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
Waldo

De Strangers hemme hung pensjoeng al een poar joar oep zak. Al een chance voor die ouw zakken, want over de koekestad valt er dan ook ni veel zinnigs meer te zingen. Maar das nog gen reden oem die manne het zwâge oep te legge. Wor da’k ik oek zèn, ik kan nievrans mânen droai ni vinde. Want nievrans droaie ze da plotje van Antwaarpe nog. Oek in Antwaarpe ni meer. ‘t Is een schaand, da ne goeie studengt zelfs in de wandelgange van den uwie-oa, oalias Kamp Drei Âken, zen Stad ni mier oort wergalme. ‘k Weet et, ’t is flaa ... mor ik beken, dor zènkik thoâs ... en ongder vrinde. Mor dor lee Antwaarpe oek al stof te vange in den djuke-box van ’t Kaf. En geng kat die dor iet an doe.

 

Diej ouw muziekdoes uit lank vervloge tâde, toengs da den ufka en de sofia nog vriedzoam neffe mekaander bestoenge, stot dor mor te stoan. Viegt da stof van die masjinerie en stekt ze dan oep ter nift in de pries. Dan zal ongs Bolleke in ’t Kaf wer iens zo goe smoaken!



cultuurstrookje
01/11/2003
🖋: 
Auteur

De term ‘hoorspel’ doet de meeste mensen denken aan radiosoaps zoals het Het Koekoeksnest en voorgelezen boeken of sprookjes van Grimm. DreamGate Studios Audio Drama, opgericht door Domien De Groot en Olivier Fuchs, brengt echter niets van dit alles, wél cd’s met een auditieve ervaring die het midden houdt tussen een droom en een film. Momenteel verkopen ze de uit zes cd’s bestaande Darkshire Trilogy, een drieluik vol avontuur en romantiek dat elementen uit de 18de-eeuwse gothic novel combineert met aspecten van epic fantasy. Het samenspel van de uitstekende stemacteurs, geluidseffecten en filmmuziek dompelt je onder in een onheilspellende sfeer. Toch bevatten deze duistere verhalen nog enkele humoristische scènes. Het sfeervolle geheel heeft een hoog knetterend-haardvuur gehalte. Voor wie niet genoeg van het genre kan krijgen: DreamGate studios werkt nu aan enkele komische sketches en luisterspelen.

 

 

Meer info vind je op www.dreamgate.tk



01/11/2003
🖋: 
Auteur extern
tov

Volgens het Frutje spelen ze ‘circusmuziek’, volgens anderen stoten ze enkel ‘motorpsycho-geluiden’ uit. Zelf houden ze het bij ‘feestmuziek’, vanwege de dansbaarheid van hun nummers waarin ze diverse stijlen combineren. Het muzikale ensemble El Nesjda van Christof van Mol – in zijn vrije tijd hangt hij op de Stadscampus een beetje de geschiedkundige uit – bestaat uit een horde geëngageerde jonge muzikanten die hij anderhalf jaar geleden bijeen wist te harken in het kader van een vrij-podium-gebeuren. Sindsdien maakten ze reeds menig concert onveilig, o.a. één waar de Gentsche Mens mocht opdraven. Met recht en reden, zou ik zo zeggen.

 

In hun laatste demo neemt vooral het reggae-element vrij uitgesproken proporties aan. Bob Marley steken ze evenwel niet naar de kroon. Gezien de piano op Jamaica waarschijnlijk nog niet is uitgevonden zal dat ook moeilijk gaan, want het is net dit instrument dat het werk van El Nesjda op smaak brengt.