01/11/2002
🖋: 
Auteur extern
MB

Een nieuw jaar, een nieuw nummer! *** Wij wensen iedereen een fantastisch jaar toe en als jullie de UA beu zijn, wel, dan kan je nog altijd je eigen universiteit oprichten. *** Inderdaad, volg het voorbeeld van de Executive University en vestig je eigen snob-unief in Brasschaat. *** Het enige wat je nodig hebt, is geld en een kasteeltje als aula. *** Maar voordat je hierover gaat fantaseren, sta even stil bij het rijke aanbod van onze Antwerpse universiteit. *** Volgend academiejaar kan je beginnen aan een nieuwe master ‘Filmstudies en Beeldcultuur’ waarvoor je nu al een voorbereidend jaar kan volgen. *** Natuurlijk zijn er ook enige ontspanningsmogelijkheden zoals de UIA Hengelclub. *** Eventjes wegdromen tijdens een springuur aan fort 6. (voor meer info: J. Bosmans van de technische dienst) *** Of ben je meer geïnteresseerd in een avondje bridge? *** Ga dan eens een kijkje nemen bij DUA (wordt ook wel denksportclub UA genoemd). *** Zij geven elke dinsdagavond gratis (altijd handig voor een student) bridgelessen in het Huis van de Sport te Berchem. Info: www.ruca.ua.ac.be/dua *** Oproep aan alle cantoren der UA: verenig u en laat uw nachtegalenstemmetjes weerklinken in de Antwerpse nacht van 19 november op het cantorenconvent. Inschrijven kan op www.cantorenconvent.be *** De website van UFSIA heeft er een nieuw onderdeel bij: UFSIA Virtueel. Doe aan sightseeing vanuit je luie zetel met een panoramisch zicht op de meest toeristische plaatsen die Antwerpen te bieden heeft zoals daar zijn de Grote Markt, het Conscience-pleintje, … of geniet van een van de vele andere audiovisuele smaakmakers op www.ufsia.ac.be *** Ga ook eens een kijkje nemen bij de Universiteit van de Liefde. Op een hoogst aangename en intellectuele manier leert Arnon Grünberg je in ruil voor een kleine geldsom de mooiste liefdesbrieven schrijven. *** Hoewel het tegenovergestelde gedeelte, namelijk de haat- en wraakbrieven, ook altijd van pas kan komen. www.universityoflove.com *** Niet alleen Grünberg waagt zich in het ‘academische’ wereldje, ook Louis Michel wil zichzelf nuttig maken voor de volgende generatie. *** Hij zal ‘ethiek in de buitenlandse politiek’ doceren aan de universiteit van Luik. *** Deze maand sluit ik af met een waarschuwing voor alle studenten: pas op voor EVE. *** Nee, dit is niet een of ander miss Bloemkool die haar eerste single uitbrengt, maar wel de ‘Essay Verification Engine’. *** Een programma waarmee de proffen papers kunnen vergelijken met teksten op internet of in digitale bibliotheken. *** Een gewaarschuwd man/vrouw is een diploma waard…



Wij kiezen een thema - deel 1
01/11/2002
🖋: 
Auteur extern
TOV, KDP

Dit academiejaar neemt dwars een stevige aanloop naar de federale verkiezingen van volgend jaar. Met een wervelende artikelenreeks belichten we in elk van onze nummers een heet hangijzer uit de vaderlandse politiek. Daarbij komen telkens ook kort de Vlaamse politieke partijen aan bod; van iedere partij mag één militante student(e) uit het Antwerpse zijn/haar visie op de problematiek uiteenzetten. Voor het laatste nummer plannen we een samenkomst met alle betrokkenen, waar vrijuit gediscuteerd kan worden en ruimte is voor kritiek op de politieke tegenstanders. Het eerste onderwerp is het (gemeentelijk) stemrecht voor migranten.

Als men de veelbelovende regeringsverklaring van onze huidige regering er op na leest, stelt men vast dat er minstens één progressief onderwerp aan het lijstje ontbreekt: het migrantenstemrecht. Bij de eerstvolgende verkiezingen zal men zich in de stembureaus geenszins moeten verwachten aan niet-EU migranten.

 

Het stemrecht voor migranten heet immers ‘niet prioritair’ voor paars-groen, maar hiervoor werd wel gecompenseerd met de zogenaamde snel-Belg-wet (1 maart 2000). Deze wet laat migranten toe snel de Belgische nationaliteit te verwerven (eventueel als tweede), waarmee hen tevens het recht op stemmen te beurt valt. Enkel voor die migranten die hun oorspronkelijke nationaliteit niet willen opgeven, is de strijd nog lang niet gestreden. Zij zijn aangewezen op het migrantenstemrecht om enige inspraak te verkrijgen in het federale of lokale bestuur. Vooral op het vlak van het gemeentelijk bestuur lijkt deze wet de inburgering van niet-genaturaliseerde migranten eventueel te kunnen bespoedigen. Het gemeentelijk migrantenstemrecht brengt hen zeker dichter bij de regeling van alledaagse dingen in de eigen woonplaats. Maar dit recht is ook onlosmakelijk verbonden met een belangrijke plicht, namelijk de wil tot integratie, één van de schaarse criteria van de verder vrij soepele snel-Belg-wet...

 

Een stugge njet

Alhoewel niet prioritair, heeft dit thema al heel wat stof doen opwaaien in de Wetstraat. Eigenlijk is het enkel de VLD die binnen de bonte coalitie de niet-prioriteit van het onderwerp staande houdt. Wat echter niet prioritair is, kan dat wel worden, zo dachten de groenen. Zij kwamen reeds snel na het aantreden van het paars-groene kabinet met een wetsontwerp voor migrantenstemrecht, dat op een stugge njet stuitte in het liberale kamp. Daarop dreigde Agalev-voorman Jos Gysels ermee de terugtrekking van de ministers van zijn partij uit de regering te bevelen. Het bleef echter bij een loos dreigement.

 

Stoere taal?

SP.a voorzitter Patrick Janssens verklaarde op zijn beurt dat hij na de verkiezingen van 2003 niet meer in een regering zou stappen die tegen de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 het stemrecht voor migranten niet zou hebben ingevoerd – de toekomst zal uitwijzen of dit meer dan stoere taal alleen was. Voorts konden enkele gelijkekansenbetogingen en een vurig pleidooi van een migrant voor de bevoegde senaatscommissie het tij in deze discussie niet keren. Ook in maart van dit jaar werd in de Kamer weer een klein vaudeville opgevoerd rond het al dan niet invoeren van het migrantenstemrecht. De VLD hielt het been stijf en de voorstanders bleven weerom in de kou staan.

 

Misschien zou het zinvol zijn, moest het volk de kans krijgen zich over deze maatschappelijke hernieuwing uit te spreken in een volksraadpleging. U begrijpt wellicht dat een dergelijk initiatief ver boven de mogelijkheden van dit studentenblad ligt, dus hielden we het voorlopig bij de mening van enkele mondige militante studenten.

 


 

 

“Het is niet voor niets dat op het lokale niveauwetenschappers eerder spreken van buurtstemrecht dan van migrantenstemrecht.”

 

 

“Reeds sinds haar ontstaan beschouwt Agalev het stemrecht voor migranten als een fundamenteel democratisch recht, totaal onafhankelijk van de nationaliteit. Iedereen die in ons land verblijft – en dus hier woont, werkt, belastingen betaalt en vaak schoolgaande kinderen heeft – heeft het recht om politiek vertegenwoordigd te worden.

 

Vooral op het lokale niveau is de participatie van alle inwoners onontbeerlijk. Gemeentebesturen dienen immers met alle inwoners rekening te houden. Het kan niet dat buurten achtergesteld worden en verloederd raken enkel en alleen omdat er geen stemmen te rapen vallen. Het is niet voor niets dat op het lokale niveau wetenschappers eerder spreken van buurtstemrecht dan van migrantenstemrecht.
Het verlenen van stemrecht aan alle inwoners van dit land is ook van fundamenteel belang voor een goed minderhedenbeleid. Integratie moet van twee kanten komen en betekent dus ook dat men minderheden ernstig neemt en de kans geeft om ook politiek te participeren in onze samenleving. Ervaringen uit landen waar het migrantenstemrecht reeds lang is ingevoerd tonen aan dat dit de goede verstandhouding tussen autochtonen en allochtonen bevorderd heeft.

 

Dat stemrecht wordt gebonden aan nationaliteit is overigens niet meer van deze tijd. Dit leek misschien evident in de vorige eeuw waarin nationalisme tot een ware religie werd verheven – met alle gevolgen van dien – maar in een tijd waar mensen mondiaal mobiel zijn en – om het clichématig uit te drukken – de wereld meer en meer een dorp wordt, doet het er toch niet meer toe welke kleur iemands identiteitskaart heeft om te bepalen of die al dan niet mag deelnemen aan het lokale politieke leven. Laat ons dan ook eindelijk eens die nationaliteitsvereiste vallen en stemrecht verlenen aan alle burgers van dit land.”

 

Ewoud Roes
Jong Agalev

 

“Nieuwkomers en oude rotten moeten wel bereid zijn om samen te leven, in wederzijds respect.”

 

 

“In onze huidige samenleving leven culturele en etnische gemeenschappen volledig naast elkaar. Natuurlijk leidt zoiets tot wederzijds onbegrip en frustratie. Een echt verbonden multiculturele samenleving is daarentegen een enorme verrijking. Elke mens heeft talenten, elke cultuur zijn eigenheid en waarde.

 

Nieuwkomers en oude rotten moeten wel bereid zijn samen te leven, in wederzijds respect. Jonge christendemocraten zien daarbij 2 belangrijke aandachtspunten. Allereerst moeten alle vormen van discriminatie worden tegengegaan, moeten taal- en leerachterstanden bij sommige allochtone kinderen weggewerkt worden en moet informatie over de organisatie van de samenleving (hoe zit het schoolsysteem in elkaar, waar moet ik zijn voor rechtshulp) beter doorstromen.

 

Verder is integratie een sleutelwoord en de hefboom tot participatie. Dit willen we bereiken via 3 wegen: ten eerste moet er werk gemaakt worden van voldoende en betaalbare taal- en integratiecursussen. Ten tweede vragen wij de verstrenging van de snel-Belg-wet. Men heeft het recht Belg te worden, wanner men 5 jaar onafgebroken en legaal in ons land verblijft, wanneer men geen crimineel verleden heeft en moeite doet om ten minste 1 van de landstalen te leren.

 

En ten derde kan elke niet-Europeaan die aan de bovenstaande voorwaarden voldoet mee stemmen bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen.”

 

Caroline Deiteren
JONG-cd&v
Rechten, UIA

 

“Men moet tevens ophouden met het knufffelbeleid jegens allochtonen en hen aansporen om volwaardige burgers te worden in de Vlaamse samenleving.”

 

 

“Als er vandaag soms problemen zijn met allochtonen, is dit enerzijds te wijten aan de migratiepolitiek van het verleden (toen men mensen naar hier haalde om tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen) en anderzijds aan het feit dat er lange tijd van een inburgeringsbeleid geen sprake was. Daarom is het oneerlijk te stellen dat bestaande problemen kunnen opgelost worden door allochtonen, die dikwijls hier geboren zijn, “terug te sturen”. Maar men moet tevens ophouden met het knuffelbeleid jegens allochtonen en hen aansporen om volwaardige burgers te worden in de Vlaamse samenleving.

 

Daarom stelt N-VA een inburgeringstraject voor, waarbij een legaal inwijkeling eerst een tijdelijke verblijfsvergunning krijgt. Als hij zich inburgert (waarbij hem de taal wordt aangeleerd, evenals de hier geldende zeden en gewoonten) en geen correctionele veroordeling oploopt, krijgt hij na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning. Op dat moment kan de inwijkeling ook lokaal stemrecht aanvragen, dit om verdere inburgering in zijn plaatselijke leefomgeving aan te moedigen.

 

Na tien jaar verblijf zonder correctionele veroordeling, kan ten slotte op eenvoudige wijze de nationaliteit verkregen worden. Dit geldt als sluitstuk van het hele inburgeringstraject en geeft uiteraard stemrecht op nationaal en Europees niveau. Voor N-VA is het dus duidelijk: geen inburgering, geen stemrecht.”

 

Geert Antonio
Voorzitter Ronduit N-VA!
Arrondissement Antwerpen

 

“Het is mijns inziens immers belangrijker voor migranten om stemrecht te verkrijgen dan om eenvoudig Belg te kunnen worden.”

 

 

“Migrantenstemrecht is één van die onderwerpen waar iedereen wel een mening over heeft, de ene al wat genuanceerder dan de andere. Ook binnen de (Jong-)VLD bestaat er grote onenigheid over wat nu wel en niet kan. Mijn mening is dat migrantenstemrecht een goede zaak is omwille van het principe ‘no taxation without representation’.

 

Er is echter één voorwaarde: de verstrenging van de snel-Belg-wet. Met de huidige gang van zaken is het voor immigranten zo eenvoudig Belg te worden dat het bijna van onwil getuigt het niet te doen. Dit belonen door alsnog stemrecht te geven is een compleet verkeerd signaal.

 

Zo snel mogelijk de voorwaarden om Belg te worden verstrengen dus (bv. koppelen aan een inburgeringstest) en dan pas het migrantenstemrecht invoeren. Het is mijns inziens immers belangrijker voor migranten om stemrecht te verkrijgen dan om eenvoudig Belg te kunnen worden. De reden daarvoor is dat partijen traditioneel niets doen voor mensen die niet tot hun kiezerspubliek behoren, waardoor een hele groep van mensen niet alleen uitgesloten wordt van het democratische besluitvormingsproces, maar ook nog eens genegeerd wordt. Temeer vermits het niet populair is maatregelen ten voordele van migranten te treffen.

 

Neem daar nog bij dat die mensen die op ons grondgebied gevestigd zijn, maar niet mogen stemmen meestal geconcentreerd wonen in bepaalde wijken en buurten en meteen is één van de oorzaken van de zgn. ‘probleemwijken’ verklaard. Migrantenstemrecht mag er van mij dus zeker komen, maar… mits een gondige herziening van de snel-Belg wet.”

 

Bart Laureys
Jong-VLD Beveren
Rechten, UIA



professor Geert Lernout: “...men mag dat zo niet noémen!”
01/11/2002

Over Bologna is de laatste tijd – eindelijk – heel wat te doen in de pers. Aanzet tot die publieke discussie was een brief van 129 proffen, waarin ze zich nogal kritisch uitlieten over de hervormingen, zowel Europees als Vlaams. We trokken Geert Lernout, professor Germaanse en één van die briefschrijvers, voor de microfoon. Tegenover hem plaatsten we Jan Naudts, professor Natuurkunde en, in tegenstelling tot Lernout, best gelukkig met de komende onderwijshervorming. Hoe voor- en tegenstander het zo veel eens kunnen zijn met elkaar...

Op 19 juni 1999 werd door de onderwijsministers van 29 landen het Bologna-akkoord ondertekend. Hoewel het niet bindend is, werd het in Vlaanderen toch zo opgevat. Vanaf wanneer had u door dat het menens was?

Jan Naudts Dat het zo vergaand zou zijn, daar kwam ik ongeveer een jaar geleden achter. Toen zijn we begonnen met wekelijks te vergaderen over de hervormingen. Meteen werd duidelijk dat er van alles stond te gebeuren.

 

Geert Lernout In de faculteit Letteren en Wijsbegeerte was het op de faculteitsraad dat voor het eerst gezegd werd: “De minister meent het: ze wil over een jaar beginnen.” We hadden dus nu al met de ganse hervorming rond moeten zijn. Dat vond ik toen al onnozel en dom.

Voor ons departement (Germaanse, nvdr.) kwam het toevallig wel goed uit, omdat we, in het kader van de eenmaking van de UA, met de UFSIA-collega’s moesten afspreken hoe we het programma gingen samenstellen. Bovendien hadden we ook net een visitatiecommissie (een overheidsorgaan dat de kwaliteit van het onderwijs onder een strenge loep neemt, nvdr.) op bezoek. Het idee was om de Bologna-hervorming er meteen bij te nemen. Wij waren, het is te zeggen, ik was van plan om het programma sowieso radicaal aan te passen.

 

 

Welke acties werden toen in concreto ondernomen om ‘Bologna’ voor te bereiden?

Lernout In de faculteitsraad Letteren en Wijsbegeerte werden de gemeenschappelijke onderwijscommissies aan het werk gezet. Die hebben in de loop van het hele academiejaar onvoorstelbaar hard gewerkt om de zaak rond te krijgen. Ik heb al snel naar de spelregels gevraagd, in het bijzonder naar wat er ging gebeuren met de lerarenopleiding. Het maakt voor studenten in de humane wetenschappen immers enorm veel uit of ze na drie jaar (een bachelor) of na vier jaar (een master) les mogen geven in het middelbaar. In tegenstelling tot bij de wetenschappen, gaan bij ons nog zeer veel studenten in het onderwijs. Ik heb toen gezegd dat men die vraag concreet moest stellen aan de minister en ook aan de VLIR (de Vlaamse Interuniversitaire Raad, nvdr.), die daarin een bemiddelingsrol kan spelen. De faculteit heeft die vraag onmiddellijk gesteld, maar er kwam geen antwoord! Pas toen alles in kannen en kruiken was, kregen we antwoord van de minister. Waar kwam het uiteindelijk op neer? Dat ze net het tegenovergestelde deed van wat de speciale onderwijscommissie haar had voorgesteld. Wordt de lerarenopleiding nu een bachelor of een master? En hoe wordt ze georganiseerd: enkel pedagogisch in de latere jaren, of met extra vakspecifieke cursussen? Men weet het nog altijd niet!

 

Naudts Als voorzitter van de onderwijscommissie natuurkunde heb ik iedere vrijdag een informele vergadering belegd voor alle geïnteresseerden binnen het departement. Na een zevental vergaderingen hebben we een eerste ontwerp gemaakt, dat ik dan voorgelegd heb aan een onderwijscommissie. Tot mijn verbazing werd het onmiddellijk goedgekeurd door de aanwezige fysici. De verklaring daarvoor is redelijk complex. De laatste jaren zijn de natuurkundigen gevoelig voor het feit dat het studentenaantal terugloopt en dat er, hoewel reeds een kwaliteitsverbetering gerealiseerd is, nog veel werk aan de winkel is. De laatste vijf à zes jaar werd er grondig gesleuteld aan ons onderwijs, en dit paste perfect in die context. De faculteit is zich pas later, toen er al een aantal zaken binnen het departement geregeld waren, komen moeien.

 

Wat de minister gaat beslissen

Wat zijn de moeilijkheden die bij het opstellen van het nieuwe programma zijn opgetreden?

Naudts Het werd snel duidelijk, in het begin van het voorjaar, dat het departement natuurkunde binnen de faculteit Wetenschappen een uitzondering was. We hebben er als enige opleiding voor gekozen om tijdens de bacheloropleiding zogenaamde minoren aan te bieden. Dit betekent dat een student, als hij dat wil, voor 45 van de 180 studiepunten uit een andere studierichting vakken kan kiezen. Hetzelfde komt terug op masterniveau. We denken voor die minoren in de eerste plaats aan natuurkundigen die alle vakken wiskunde van de eerste kan meenemen. Er zijn ook besprekingen bezig met de biomedische over de vakken fysiologie en biochemie. De natuurkunde wordt hierin niet gevolgd door de andere departementen binnen de faculteit wetenschappen. Zij vinden dat zij, om iemand op te leiden tot wiskundige of scheikundige, elk uur uit die vijf jaar volledig nodig hebben. Dit zal zeker voor problemen zorgen.
Voorlopig trekken wij ons heel weinig aan van het feit of de minister nu beslist de totale opleiding vier of vijf jaar te laten duren. Wij doen onze zin, met steun van de faculteit weliswaar. Tot hiertoe hebben we weinig problemen ondervonden. Bij jullie, Geert, wordt veel meer afgewacht wat de minister gaat beslissen.

 

Lernout Dat is ook omdat alles wat wij doen afhangt van wat zij uiteindelijk zal zeggen. Het belangrijkste probleem voor ons, ik heb het al gezegd, was dat men nog niet wist hoe het met de lerarenopleiding zat. Het ergste is dat men dat nog altijd niet weet! De studieduur hangt namelijk af van wanneer men de lerarenopleiding kan volgen.

 

Naudts Daar zit een fundamenteel verschil. Wij gaan ervan uit dat een bachelor natuurkunde genoeg kent om in het middelbaar les te gaan geven.

 

Lernout Wij gaan er nu vanuit dat je op vier of vijf jaar twee talen grondig kan bestuderen. Dat kan echter niet in drie jaar, en het is dan volgens ons ook onmogelijk om daar dan ook nog les in te leren geven. Als de minister morgen zegt – en ze zou stom zijn om het niet te zeggen, want anders moet ze nog een jaar langer wachten om het tekort aan leerkrachten op te vullen – dat je om leraar te worden drie jaar moet studeren in plaats van de huidige vier of vijf jaar, dan hebben we een probleem. We kampen ook nog met een logistiek probleem: het organiseren van de te geven vakken. Studenten zullen kunnen kiezen uit maar liefst zes talen, zodat het voor ons organisatorisch bijna onmogelijk wordt om daarbovenop ook nog eens minoren te coördineren. Sommige groepen worden daardoor te groot om degelijk onderwijs te kunnen aanbieden. Anderzijds is er amper mogelijkheid om ze in kleinere groepen op te delen.

 

 

De universiteit stelt geen extra middelen in het vooruitzicht?

Lernout Daar heb ik nog niets van gezien. Ze laten ons doen.

 

Naudts Met de beschikbare middelen kan je doen wat je wil, dat is het uitgangspunt.

 

Lernout In onze faculteit vragen we er al lang om, zeker gezien de verticalisering met geschiedenis en filosofie. Wij kunnen dat niet zonder extra krachten.

 

Naudts Wij krijgen ook personeelsproblemen. Voorlopig zijn we echter, dankzij het onderzoek, goed bezet.

 

Lernout We moeten het doen met de mandaatmensen die we hebben, en die gaan er zeker niet bijkomen. Stel nu daarenboven dat we die vijf jaar krijgen, dan wil dat zeggen dat ieder een kwart harder zal moeten werken dan nu het geval is.

 

 

Gaat u er echt vanuit dat men vijf jaar krijgt voor de opleidingen?

Lernout Nee, ik geloof daar niet in. Wij zijn met politici gaan praten en zij zeggen allemaal: “Droom maar op jongens, jullie krijgen niets meer dan je al had. Tenzij je met héél goede redenen afkomt.”

 

 

Maar zei u daarnet niet dat er bij alle plannen vanuit wordt gegaan dat er toch vijf jaar komen? Maakt u het zichzelf dan niet heel moeilijk?

Lernout Tja. De rectoren willen ook twee masterjaren, maar de minister en de politici rond haar hebben blijkbaar al beslist dat het niet meer mag kosten.

 

Naudts De conclusie die wij dan ook verwachten is dat we wel twee masterjaren zullen mogen inrichten, maar slechts geld zullen krijgen voor één. Wij willen echter die twee jaar, ook zonder extra financiering. Dit, omdat we in competitie zijn met mastodontuniversiteiten die in gans Europa vijf jaar zullen aanbieden. Met vier jaar zouden we daar niet tegenop kunnen boksen. Wij willen dit al vijftien jaar.

 

Lernout Ik vind dat men de hele zaak omgekeerd had moeten aanpakken. Het programma dat binnen de natuurkunde ontwikkeld werd, vind ik fantastisch. Zelf heb ik in de Verenigde Staten gestudeerd. Als men op voorhand had gezegd: “Jongens, daar gaan we naartoe”, dan had ik daar onmiddellijk voor getekend. Men had centraal moeten beginnen nadenken over die hervorming, bijvoorbeeld binnen de VLIR.

 

Amerikaanse universiteit in Vlaanderen

Lernout Als we eerlijk moeten zijn, is het Leuven dat alles bepaald heeft: zij zaten mee achter de Bologna-verklaring. Binnen Vlaanderen zouden zij ermee begonnen zijn, ook als de rest van Vlaanderen op zijn kop was gaan staan. De minister is net op tijd op de kar gesprongen, maar heeft onmiddellijk daarna wel gezegd dat ze er niets mee te maken wil hebben. “Zoek het maar uit”, was haar boodschap. Eigenlijk heeft Antwerpen zijn huiswerk nog heel goed gemaakt, want in Gent en Brussel heeft men niks gedaan. Zij zeggen dat het vroeger twee plus twee was en dat het nu drie plus één zal worden. Hun conclusie is dat er dus eigenlijk niets moet veranderen.

 

Naudts Als er één ding duidelijk is, is het wel dat de minister geen enkele eigen input had. Ze is alles elders gaan halen: een groot stuk uit Nederland, een stuk uit Leuven, en ook een deel uit Antwerpen. Er is zeker wel invloed van hier geweest. Dat vind ik eigenlijk het aantrekkelijke aan de hele hervorming.

 

Lernout Een groot deel van wat er in het decreet staat, zoals de semester- en creditsystemen, zijn dingen die in Antwerpen al jarenlang verworven rechten zijn. Andere universiteiten noemen het nu progressief om daarmee in te stemmen.

 

Naudts Zeker wat betreft het creditsysteem.

 

Lernout Wij waren eigenlijk een Amerikaanse universiteit binnen Vlaanderen.

 

 

Hoe hebt u het ervaren om te werken met het structuurdecreet, het voorstel van de minister om het hoger onderwijs in Vlaanderen te hervormen? De Bologna-hervorming zit daarin vervat. De voorstellen van dit decreet wijzigden soms meerdere keren per maand, zodat niemand nog een poot had om op te staan.

Naudts Ik kan daar onmiddellijk op antwoorden. De onzekerheid die van in het begin heerste, werd nog in de hand gewerkt doordat er wekelijks nieuwe versies kwamen. Dit bleef duren totdat we doorhadden dat we gewoon konden doen wat we wilden. Achteraf zouden we wel proberen om het decreet aangepast te krijgen.

 

Lernout Als ik kritiek heb op het systeem, dan is het omdat men het in het begin helemaal anders had moeten aanpakken. De VLIR had z’n verantwoordelijkheid moeten opnemen. Zo zouden er echt duidelijke krijtlijnen geweest zijn over de faculteiten heen!

 

Naudts Als men dan in de situatie belandt waarin twee universiteiten, Antwerpen en Leuven, wel bereid zijn om iets te doen en Gent en Brussel blijven heel passief, geraakt men ook binnen de VLIR nergens.

 

Lernout De minister had moeten zeggen: “Dames en heren van de VLIR, ofwel geraak je er zelf uit, ofwel doe ik het.” De minister is totaal niet krachtdadig.

 

Naudts Ze heeft gewoon geen invloed en nog minder ideeën op dat punt.

 

Lernout Ze had vroeger een kabinetchef, de heer Luwel. Vorig jaar oktober had ik er een afspraak mee moeten maken. Hij verontschuldigde zich: “Ik kan pas vanaf 1 december, want ik moet nu eerst het hoger onderwijs hervormen.” Gelukkig heeft ie toen z’n bakkes te ver opengedaan in Knack, zodat ie op straat stond. Maar hij was dus van plan om zomaar eventjes op vijf weken te doen, wat wij eigenlijk een jaar eerder hadden zien starten.

 

 

De bedoeling van het Bologna-akkoord was het scheppen van een eenvormige Europese hogeronderwijsruimte, geschoeid op Angelsaksische leest.

Lernout Dat klopt dus niet. Met Angelsaksisch wil men duidelijk zeggen dat het Engels is en niet Amerikaans. Als men ervoor gekozen had om het Engelse, en dus Angelsaksische, systeem toe te passen had men consequent moeten zijn, en ook hun ingangsexamens moeten overnemen, wat op Europees sociaal vlak totaal onaanvaardbaar is gebleken.

 

Naudts Het is duidelijk geworden dat vooral het Verenigd Koninkrijk nu problemen heeft met zich aan te passen aan Bologna. Het komt namelijk niet overeen met hun systeem...

 

Lernout ...terwijl het hier verkocht wordt als het Engelse systeem.

 

Naudts Het Engelse systeem werkt immers duidelijk met ingangexamens...

 

Lernout ...met eenvórmige nationale ingangsexamens. Men heeft het slechtste van de twee systemen gekozen. Of eigenlijk moet ik zeggen dat we overblijven met het slechtste van drie systemen: het Engelse, het Amerikaanse en het systeem zoals we dat hier nu nog hebben. Nu doet men alsof Bologna het Amerikaanse systeem grotendeels overneemt, maar in werkelijkheid is een bachelor daar vier jaar en het is daar ook een veel algemenere opleiding.

 

Naudts Nog een groot verschil: de participatiegraad van de bachelor is ginder bijzonder hoog. Ongeveer iedereen haalt er een bachelor.

 

Lernout Waarom? Omdat het middelbaar onderwijs er niets voorstelt. Een bachelor is in de States een hoger middelbaar.

 

Naudts In België zitten we met het dramatische probleem dat er al geselecteerd wordt in de middelbare scholen. Specifiek voor de wetenschappen betekent dat voor de leerlingen die vrij goed zijn in wetenschappen op talen kunnen buizen en daardoor nooit aan de universiteit kunnen beginnen.

 

Lernout (probeert iets te zeggen)

 

Naudts Ik zeg niet dat dat uw fout is, maar het is de fout van een verdoken selectiemechanisme in de humaniora.

 

Lernout Laten we echter vooral niet het Amerikaanse systeem idealiseren, want daar laten ze er bijna iedereen door. Je levert er mensen af die niks kunnen en die toch een universitair diploma hebben. Van de Engelsen hebben we dan weer de benaming overgenomen en het feit dat men na drie jaar bachelor is. Wel bestaat er in Engeland een hiërarchisch systeem van universiteiten, waar je een ingangsexamen hebt. Daar moet je een aantal punten op halen om toegelaten te worden tot Oxford of Cambridge. Haal je die punten niet, dan moet je naar de tweede categorie. Indien je ook dat niet haalt, dan kom je terecht in de polytechnic om de hoek.

 

Utopisch Bologna

Hoe had Bologna er ideaal uitgezien voor jullie? Is er wel een goeie hoger onderwijsvorm?

Lernout Die van de natuurkunde. Daar zou ik voor getekend hebben.

 

Naudts (glimlacht) Wij nemen voor een groot deel het Amerikaanse systeem over. Wij zijn al enkele jaren bezig om de selectie in de kandidaturen te verzachten. Wij mikken er resoluut op – dat gebeurt in Leuven trouwens ook – om een verdubbeling van het aantal studenten te hebben in de bachelor. We hopen zo de échte selectie te laten plaatsvinden in de overgang van bachelor naar master. Enkel goeie studenten zullen dus die overstap maken.

 

 

Dat betekent dus normverlaging.

Naudts Nee, da’s geen normverlaging...

 

Lernout ...men mag het zo niet noémen.

 

Naudts Het is duidelijk een normverlaging in de zin dat de bachelor drie jaar zal zijn van wat nu twee jaar en half is van de kandidaturen en de gemakkelijkere vakken uit eerste licentie. De moeilijke vakken verhuizen naar de master, omdat dat gespecialiseerde vakken zijn. Een bachelor zal echter niet kennen wat een huidige student na de eerste lic kent.

 

 

Kan ik samenvatten dat u beide als ideaal het Amerikaanse systeem verkiest, maar dan met een significante normverhoging?

Naudts Wij hebben duidelijk hogere normen dan de Amerikanen, dankzij het niveau van de middelbare scholen. Enkel zou ik willen dat bij ons de verdoken selectie die daar bestaat, expliciet gemaakt wordt. Zo weet een leerling tenminste waarvoor hij faalt. Hij moet daarna nog altijd iets kunnen doen dat complementair is.

 

Lernout Het sociale onrecht dat er nu is, heeft niet te maken met de universiteiten, maar met de middelbare scholen. Daar moet men heel dringend iets aan doen.

 

Naudts Daar moet iets aan gebeuren! De selectie moet gewoon explicieter. Dat is een verantwoordelijkheid van de minister van onderwijs.

 

Lernout En die houdt zich met totaal andere dingen bezig, zoals de wedde van haar leerkrachten.

 

 

Ter afronding: hoe ziet u de toekomst van ons onderwijs?

Lernout Zwart. Ik zie het zwart in.

 

Naudts Ja? Ik zie het eerder rooskleurig.

 

Lernout Je kan niet contrastiever werken dan ons naast elkaar te zetten.

 

 

Wat kunnen we er nog aan doen?

Lernout De regering laten vallen. Ach nee, het is al te laat. Het is in heel Vlaanderen te laat. Ik ben niet specifiek tegen het structuurdecreet, maar tegen de implicaties ervan. Bijvoorbeeld de uitstroom na drie jaar zal een sociale ongelijkheid stimuleren:goede studenten die het thuis niet breed hebben, zullen binnenkort eerder stoppen en gaan werken, omdat ze een waardevol diploma hebben.

 

 

Ik dank u voor dit gesprek.

Naudts U bent ook bedankt.

 

Lernout We zijn blij dat we het eens tegen iemand kunnen vertellen.

 

 

Wordt er niet geluisterd?

Lernout Och meneer, ik mag bij mij thuis in ieder geval niet meer over BaMa beginnen.



Hebt u het laatste gadget al?
01/05/2002

Merchandising lijkt iets dat enkel belangrijk is voor grote voetbalclubs en wereldberoemde sterren, maar ook onze eigen universiteit heeft de weg gevonden naar de artikelen met opdruk.

Op UIA en RUCA kan je terecht voor een balpen, drinkbeker, pet, das, lucifer, chocolaatje, briefkaart... met het logo van de respectievelijke instelling. Niet alleen nerds kopen dergelijke parafernalia, want er worden er heel wat verkocht. Het pronkstuk is het UIA-ganzenbord dat een prijs van de Europese gemeenschap won als beste relatiegeschenk. Het werd ontworpen door de vorig jaar overleden Oscarwinnares Nicole Van Goethem die ook de UIA-briefkaarten ontwierp.

 

De artikelen hebben een dubbele functie. Ze worden door UA-ers op hun buitenlandse omzwervingen weggegeven als relatiegeschenk of als onthaalgeschenk aangeboden wanneer iemand onze universiteit bezoekt. Vol verwachting wordt trouwens uitgekeken naar de nieuwe aanwinsten: witte en zwarte T-shirts met lange en korte mouwen en uurwerken.

 

Net als van UIA en RUCA, heb je ook relatiegeschenken van UFSIA. Zeventien items om precies te zijn. Dit gaat van een blocnote tot een regenjas, er is voor ieder wat wils. Heb je nog een kale muur op kot? Eindelijk is hier de tip die je verlost uit de jarenlange zoektocht naar de beste invulling van die leegte: Waarom schaf je de prent met Scheldezicht niet aan?

 

Nog altijd vrijgezel: Ga naar de les met de linnen UFSIA-draagtas. Maar dan is er nog altijd het top-geschenk van UFSIA, de teddybeer. Koning Albert II kreeg bij zijn recente bezoek aan de universiteit zo een reuzegrote UFSIA-beer cadeau en was vertederd door dit gebaar. Hij verkondigde dat de kleine prinses Elizabeth ongelooflijk blij zou zijn met dit cadeau. Zo ziet u maar weer, de UA-relatiegeschenken vertoeven in de allerhoogste kringen.



Extra onderwijsbevoegdheid voor de UA
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
Danny Mathysen

De eenmaking van de Universiteit Antwerpen. Er wordt tegenwoordig zo vaak mee naar je hoofd geslingerd, dat je op den duur niet goed meer kan volgen wat dat nu in de praktijk aan voordelen kan bieden. Ongetwijfeld moet die eenmaking positieve gevolgen hebben voor onze universiteit op onderwijsniveau, maar welke zijn die dan juist? Met dit stukje proberen wij u een beetje meer duidelijkheid hierover te verschaffen.

Zoals u ongetwijfeld wel weet, wordt vanaf volgend academiejaar de zogenaamde BaMa-structuur ingevoerd. Praktisch gezien komt dit erop neer dat de benamingen kandidaat en licentiaat niet langer gehandhaafd worden, maar vervangen worden door bachelor en master. Momenteel bestaan nog steeds de drie afzonderlijke instellingen waar de nu gedoceerde studierichtingen gewoon behouden kunnen blijven in de nieuwe BaMa-structuur.

 

Van zodra RUCA, UFSIA en UIA definitief verenigd zullen zijn tot de Universiteit Antwerpen krijgt deze “nieuwe” universiteit de onderwijsbevoegdheden van een “volwaardige” Vlaamse Universiteit. Praktisch gezien komt dit erop neer dat de Universiteit Antwerpen onderwijsbevoegdheid krijgt voor het uitreiken van graad van master voor wijsbegeerte, geschiedenis en toegepaste biologische wetenschappen. Bovendien krijgt de Universiteit Antwerpen dan ook de mogelijkheid om de graden van bachelor en master uit te reiken voor onderwijskunde.

 

Voor wat betreft die graad van master voor de toegepaste biologische wetenschappen moet de Universiteit Antwerpen dan nog wel een samenwerkingsakkoord sluiten met een andere universiteit die hierover onderwijsbevoegdheid heeft. Details over mogelijke onderhandelingen met andere universiteiten en hun houding ten opzichte van de oprichting van de Universiteit Antwerpen hebben we jammer genoeg nog niet kunnen lospeuteren. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd...

 

Extra onderwijsbevoegdheden van de eengemaakte Universiteit Antwerpen:

 

  • master wijsbegeerte
  • master geschiedenis
  • master bio-ingenieur
  • bachelor en master onderwijskunde


Twaalfurenloop
01/05/2002
🖋: 

De tent uit, stokje in de hand, rechtsop en meteen weer tweemaal links naar het Kaf toe. Eerst eenzaam, later tussen drommen van de les terugkerende supporters, weer links de trapjes op en door het kaf.

Een muur van warme frituurdampen, gevaarlijk geplaatste nadar en veel, erg veel studenten. Eindelijk weer buiten, over het water een moeilijke bocht of drie en dan plots erg smal naar de parking op. Nog één keer linksaf, de laatste rechte lijn nu. Strompelend en helemaal kapot van de pijn onder de boog door en die stok doorgeven. Enthousiaste commilitiones met ondersteunende armen, bemoedigende woorden en het enige wat echt helpt op zo’n moment: een frisse pint.

 

Keihard, genadeloos, hilarisch

Het relaas van de twaalfurenloop bevat echter een stapel meer dan heroïsche verhalen over rondetijden en blessureleed in dienst van de studentenclubs. Wie immers een ronde lang (toch al gauw bijna 500m) het beste van zichzelf had gegeven, zag een wereld van vertier voor zich open gaan. Botsauto’s. Je weet wel, zoals vroeger, op de kermis. Keihard, genadeloos en vooral hilarisch. Adjectieven die twintig meter verder niet minder op hun plaats waren, waar menig student zich aan een miniversie van “enduring freedom” waagde in de paintball-kooi. Houten stellingen en groepjes golfplaten symboliseerden er oninneembare bunkers van wie de vijand ook mocht wezen en nodigden uit tot gewelddadige taferelen. Dat de helden des vaderlands licht roze wederkeerden van die gevaarlijke missies, droeg enkel maar bij tot de sfeer.

 

Benen verzwaarden naarmate hoofden lichter werden en de namiddag vorderde. Mensen keken uit naar de afsluitende TD en genoten van het laatste gratis vat op de stilaan donker wordende parking. Tussen de rode hoofden en zwetende ruggen van dodelijk vermoeide en zwaargewonde deelnemers door toch nog enkele blije en opgewekte gezichten boven zwart-witte T-shirts. De organisatie van Stuwer-ASK en Sport-UIA had er dan ook haar redenen voor. Meer van dat!



¡Kabaal!
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
Willem-Frederik Schiltz (¡Kabaal!)

U merkt het, een wat paradoxale titel, een schijnbare tegenstelling dus. Een week of wat geleden werd ik in de auto getrakteerd op de borsten van een niet nader te noemen Bekende Vrouwelijke Vlaming.

Het is te zeggen, ik mocht enkele luttele ogenblikken genieten van haar zoetgevooisde stem, toen de dame in kwestie een kort pleidooi kwam houden over de echtheid van haar esthetisch verantwoorde welvingen. Ontboezemend was het alleszins. “Wat kan daar in godsnaam mis mee zijn”, vroeg ik mij af. Niets. Inderdaad. Er blijkt zodanig weinig mis mee te zijn dat allerlei roddelende slangentonen de authenticiteit van de juffrouw haar boezem betwisten.

 

Compleet moegetergd, en door deze hardnekkige geruchten bijna op het randje van een zenuwinzinking, besluit ze zichzelf en haar borsten aan een röntgenfoto te onderwerpen. Vervolgens wordt deze foto als ultiem bewijsstuk in een tijdschrift geplaatst. Dat deze foto geen uitsluitsel kan geven en een of andere televisiemaker daar nog wat heisa rond verkocht heeft is een ander verhaal. Hoe dan ook, blijkbaar springt men niet overal zo schroomvallig om met borstvergrotingen.

 

Er zijn plaatsen, en ja, laten we de Verenigde Staten maar als voorbeeld nemen, waar een borstvergroting op je zestiende niet abnormaal is. Althans niet als je tot het vrouwelijke geslacht behoort. En als je vader behoorlijk goed in de slappe was zit. In de betere kringen is zo’n geschenk “bon ton” en bovenal een teken van hoge status. (Zelf zullen ze het misschien zelfs over goede smaak hebben, maar ja.) Na de tandarts nu de plastische chirurg. En zo lanceren we ons in het goede milieu.

 

U ziet het. De ongezonde interesse voor de boezem van onze Vlaamsche schone lijkt toch niet zo ver te staan van de bijna onverschillige ombouwpraktijken in de VS. Beiden hebben alvast met elkaar gemeen dat ze een product zijn van een op zintuigen gerichte wereld waar uiterlijk vertoon enorm belangrijk is. Ik zou natuurlijk ook liever met een lijf als dat van Brad Pitt rondlopen en doe die stralende glimlach er ook maar bij. Hoewel ik liever met de pruillipjes van Johnny Depp zou zoenen en als het effe kan de elegante haardos en sprankelende ogen van Richard Gere. Ja inderdaad dokter. Nr. 34F62k uit de glimlach catalogus en Nr. 50D89bis uit de nieuwe collectie wenkbrauwen, dank u, dat zal het zijn. Om over allerlei viagra-verschijnselen nog maar te zwijgen. Fantastisch toch, die maakbare wereld.

 

Ik kan het me al voorstellen, twee vrouwen op een receptie: “Ach hoe beeldig, die neus van jou, ik heb nog getwijfeld om hem ook te nemen, maar ik vond hem wat duur. Waaaaaat? In promotie?” Jongens jongens, het is al erg genoeg dat jan en alleman er zo westers mogelijk gekleed bij wil lopen en Coca-Cola drinken. Zo zie je dat de globalisering van de schoonheidsidealen ook op dit terrein haar werk doet.

 

Wat is nu het probleem? Wel, als we zo voortgaan graven we waarschijnlijk ons eigen graf. Een mens zou toch gewoon knettergek worden om in een entourage van mensen te leven die op den duur zodanig op elkaar en op een opgelegd schoonheidsideaal lijken dat ze volledig vervangbaar worden. Daarbij vraag ik mij af: is diversiteit nu net niet de garantie voor een soort om te ontsnappen aan genetische fouten? Is diversiteit nu net niet wat anderen zo boeiend maakt? Ik zou denken dat we ver genoeg geëvolueerd zijn om onze eigenheid te kunnen beleven en niet meer als een kudde bange wezels tegen de brulaap met het grootste bakkes aan te moeten schurken. De degeneratie lijkt echter niet ver af. Het heeft waarschijnlijk te maken met oeroude tegenstrijdigheden zoals eigenheid en groepsgeest, angst en nieuwsgierigheid. Maar vaak zijn het diegenen die schrik hebben van de anderen, die trachten om hen hun eigen normen op te leggen. Vraag dat maar aan Fidel, Ariel, Osama, Boris, Goran, Sadam, en zeker aan Georgy boy maar meer nog aan die goede oude Adolf en als we Homeros mogen geloven voerden zelfs de Grieken al oorlog om een stel fijne borsten. Tijd voor iets nieuws!



brief uit de VS
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
Jacques Tempère

Hoi.

De voorbije week was enigszins gekruid. Het begon nochtans heel mild met een Thanksgiving diner. Vervolgens werd het wat spicy-er toen ik bij de nieuwe Indische postdoc op bezoek ging, maar zelfs dat kon me niet voorbereiden op wat komen zou: een Southern-States festival. Het is algemeen geweten dat de zuidelijke staten, die amper 150 jaar geleden in de burgeroorlog vruchteloos probeerden af te scheuren van de rest van de VS, het beste voedsel hebben dat niet uit het buitenland wordt geïmporteerd. Dus ik er naartoe.

 

Daar aangekomen werd mij een onmetelijke eer toebedeeld: ik mocht mijn mening geven als jurylid in een wedstrijd. Ik hoopte natuurlijk vurig dat het om een Miss South verkiezing zou gaan en begon al plannen te smeden over hoe ik me zou laten omkopen door een ambitieuze ‘southern belle’...

 

Maar neen, het was een traditionele ‘hete saus’ wedstrijd en ik zou als een van de vele proevers moeten fungeren. Blijkbaar heeft elk zuiders festival zo’n wedstrijd, de ‘chili cook-off’. Ik was onmiddellijk bang, het recente pikant Indisch diner in gedachten, en excuseerde me omdat ik helemaal niet tegen hete sausen kan. Er werd mij echter verzekerd door de organisatie dat de sausen niet heet zouden zijn. Het is immers een ‘culinaire wedstrijd’ (ja, in de USA), en een goeie saus moet dus heel mild zijn. Om me nog verder te overtuigen, werd me gratis bier aangeboden.

 

De eerste saus die ik probeerde, ‘Lizzies Lip Shredder’ genaamd, werd door andere juryleden te flauw bevonden, met te veel ajuin, hoewel sommigen het heel ‘smooth’ vonden. Mijn commentaar: het is waarschijnlijk geschikt om plaatstaal te smelten. Gelukkig was er bier.

 

De tweede saus was ‘Fonzies Flaming Ass’. Volgens de juryleden had ze wel een leuke hint van jalapeno pepers, maar was ze toch eerder geschikt voor bonen dan voor vlees. Mijn persoonlijke mening was dat dit samen met kernafval in een bunker op de bodem van de oceaan hoort, maar ondertussen had ik reeds aan spraakvermogen ingeboet en kon slechts “hhhh hh hhh” zeggen.

 

De derde saus heette “Georgeen’s Gutbuster”. In het algemeen waren de andere juryleden heel tevreden, vooral over de shredded beef die in deze saus werd gebruikt en de kwaliteit van de tomaten. Het werd nu nog moeilijker om mijn opinie te verwoorden – ik kreeg een visioen van de Hitchhiker’s Guide waarin mijn darmen omhoog kruipen naar mijn hersenen om die in een daad van zelfverdediging te wurgen. Toch vermoed ik dat mijn algemene opinie goed werd weerspiegeld toen ik een boer liet in de richting van een bloembak en de planten erin spontaan ontvlamden.

 

De vierde saus werd gebracht door de winnaars van vorig jaar. Een van hun creaties werd op de markt gebracht onder de welluidende naam “Hot Pussy Juice”. (Vrienden van me kunnen getuigen dat een pepersaus met dergelijke naam inderdaad te verkrijgen is op de Amerikaanse markt, als ik me niet vergis hebben ze zelfs een flesje mee naar België.) Dit jaar zouden ze zichzelf overtroffen hebben, met hun creatie “Red Hot Flaming Death” (onderschrift “Die Piggy Die Die”).

 

Aangezien ik toen echter al blind was geworden aan mijn linkeroog, nog enkel het kloppend ruisen van m’n hart kon horen, en men een mes door mijn verschroeide stompje tong kon steken zonder dat ik het merkte, heb ik bedankt voor de moeite en deze culinaire veldtocht door de Hel gestaakt. Ach, hoe mijn hartje verlangt naar een bakske friet met totaal niet pikante mayonaise....

 

Jacques
(Indianenstammen in de regio
noemen me ‘Bloedende Tong’)

 

 

PS: Nonkel Jacques’ tip van de week (voor vrijgezellen): wilt ge ontbijt aan bed, slaapt dan in de keuken



12-urenloop
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
MD

Zoals u eerder in deze dwars kon lezen heeft de sportieve Antwerpse student zich de voorbije weken weer van zijn/haar sterkste kant laten zien. Een twaalfurenloop is echter, ondanks de duidelijke naam, meer dan lopen alleen.

Natuurlijk maakt de fameuze loopwedstrijd tussen opgehitste faculteiten de hoofdmoot uit. Zelden waren studenten meer bezweet dan na zo’n rondje vechten en zwoegen tegen de meters en trappen en bochten. Zelden een student zo luid om zijn moeder horen roepen ook.

 

Dat laatste kwam geregeld voor die dag. Vergezeld van andere, niet zo beschaafde kreten doken, sprongen, kropen en schoten collega-studenten elkaar aan flarden in de daartoe speciaal geplaatste kooi, ergens opzij op parking 2.

Geen cage-fight, paintball. Kogels die om oren floten en er hier en daar één raakte, het slachtoffer kermend van de pijn, onder luid gejuich van de vijand in elkaar stortend met een plasje roze verf als symbolisch bloed op het verkrampte aangezicht. Heerlijk.

 

En dan waren er botsauto’s. Een kluwen van razende, niets-ontziende karretjes met dito bestuurders zorgden voor een waardige afsluiter.

Ook menig haastig opgedronken pint dacht er zo over en wurmde zich weer naar boven, de buitenlucht tegemoet. Ze zullen het daar geweten hebben, op parking 2.



ik vond je leuker // op papier
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
Carl De Strycker

“dichter zijn // is een ongeneeslijke pijn” noteert Nana Ramael (°1982) in haar debuutbundel “Water en vergeten”. Ze ervaart het schrijven als een drang, maar ook als een dwang. Haar gedichten zijn voornamelijk liefdesgedichten, maar vaak hebben ze een wrange bij- of nasmaak.

 

Het boekje opent eerder puberaal met een gedicht over een meisje dat door een oudere jongen afgewezen wordt. De eerste cyclus is niet echt de sterkste van de bundel, maar wie verder leest wordt beloond. In deze eerste reeks zijn er echter al aanduidingen van het talent van Ramael, wat resulteert in enkele leuke gedichten met verrassende pointes. De tweede cyclus opent met een gedicht dat sterk aan een vers van de Coninck doet denken: “een straat met daarin een huis / met daarin een man die jou als kind / nooit buiten liet spelen”, maar al gauw wordt de problematiek duidelijk: er wordt een kind mishandeld! Even verderop analyseert Ramael de vaderbinding: “papa / ik haat je graag” is het paradoxale vers waarin liefde en haat, gevoelens die dicht bij elkaar liggen, letterlijk in elkaar opgaan. Verder wordt een soort concurrentiestrijd om een geliefde geëvoceerd:

 

hoe ik vroeger net als haar
zijn hand zocht en trots
dacht hij is van mij
ik glimlach het dier
in haar ogen weg
wees gerust

 

geen speld krijg ik
tussen jullie

 

laat staan mezelf

 

 

De reeks eindigt met het verdwijnen van een “dunne man” en loopt uit op ontgoocheling en eenzaamheid. Dan wordt in een hele reeks gedichten de liefde in al haar aspecten beschreven, maar vooral ook met haar bijbehorende twijfels. In een krachtig en technisch hoogstaand gedicht vergeeft de ik het overspel van de geliefde:

 

wees zo
vrij
er maar op los

 

en als je
longen
weer gevuld

zijn
monden
nieuwe lucht

kom
kom terug

 

 

In deze cyclus wordt het duidelijk dat liefdesrelaties niet altijd een lachertje zijn: “rouwende vrouwende ik” is het krachtige slotvers van het sterke gedicht “sooma sèma” waarin de triestheid na de liefdesdaad, le petit mort, gesuggereerd wordt. Toch eindigt Ramael positief en met een kwinkslag. Ze geeft twee redenen waarom de geliefden in het gedicht “daarom” elkaar graag zien en laat het psychologische met het praktische samenvallen als
ze schrijft: “en omdat ik, zo alleen / toch maar koude voeten heb ’s nachts”.
De volgende gedichten maken een conflict binnen de relatie duidelijk en doen de ontnuchterende ontdekking dat lichamelijke liefde toch slechts een roes is:

 

wat is erg
niet dat hij
twee armen
nam

toen ik hem
een vinger
gegeven
had

maar dat hij
nadien
alles terug
gaf en ik

niet wist
waar ik
het had

 

 

Verder bevat de bundel nog een mooie ode aan de moeder, waarin een sterke psychologische én lichamelijke verbondenheid duidelijk wordt.

Het boekje eindigt met een reflectie op het dichten en de taal. In het eerste gedicht lijkt het schrijven mooier te zijn dan de werkelijkheid: “ik vond je leuker // op papier”, maar al vlug blijken ook woorden geen vuist te kunnen maken tegen de vergankelijkheid die dit leven en dus ook de liefde kenmerkt.

 

In de gedichten van Ramael worden relaties onderzocht en ontmaskerd. Er wordt waanzinnig liefgehad, maar ook gruwelijk gekwetst en verlaten. Deze bundel slingert tussen gevoelens van euforie en verdriet, maar weet het overzicht te behouden. Met “Water en vergeten” schrijft Ramael absoluut een sterk debuut.

 

 

Nana Ramael, Water en vergeten, Bakermat, Mechelen, 2000, 50p. / 9,79 euro, ISBN 90 5461 296