VERWONDERING

kortverhaal

23/12/2025
[VERWONDERING] (© [Kaat Heylen] | dwars)
🖋: 

De muziek knalde door haar hoofdtelefoon terwijl ze haar pagina wou omdraaien en besefte dat haar cursusblok al helemaal vol was. Zuchtend zette ze haar muziek op pauze, nam haar hoofdtelefoon af en begaf zich naar het bureau van haar mama. Daar kon ze zeker een nieuwe cursusblok vinden. Het openen van de deur naar het bureau bleef gepaard met een overweldigende indruk, hoe vaak ze er ook kwam. Overal waar ze keek, lagen boeken van alle genres, verschillende krantenuitgaves en losse notities van een nieuw onderzoek waar haar moeder mee bezig was.

Ze wist dat als ze ooit een pen, inkt of papier nodig had, haar beste kans het grote, houten bureau aan het raam was. Als kind geloofde ze dat dit raam een portaal was naar een magische wereld en zelfs bijna vijftien jaar later twijfelde ze soms nog of dat niet echt zo was. Vanaf een meter van de vloer tot twintig centimeter van het plafond strekte het raam zich uit. De natuurlijke inval van het licht werd slechts onderbroken door enkele zwarte staven die het raam verdeelden in kleine rechthoeken, alsook de regenboogstickers die zij er als tienjarige samen met haar moeder op had bevestigd. Met de jaren leek de ruimte steeds kleiner te worden; ze kon nu met gemak door het gehele raam de tuin en achterliggende velden zien. De boekenkasten die bijna alle muren van de kamer besloegen, droegen minder geheimen met zich mee en werden nu zelfs regelmatig geraadpleegd voor haar eigen onderzoek – en voor ontspanning, maar daar had de blok nu een stokje voor gestoken.

Omdat ze alleen thuis was en niet afgeleid wou geraken, stapte ze resoluut richting het bureau, al moest ze daarvoor wel slalommen tussen de stapels nieuwe aankopen die haar moeder nog een plekje moest geven. Totdat haar knie kennismaakte met een stapel boeken die onstabiel op een doos balanceerde …

BOEM

“AUWCH”

CRASH

“SHIT”

Automatisch greep ze naar haar knie en tegelijk naar de boeken die de grond dreigden te raken, terwijl ze de rest van haar vloeken probeerde in te slikken. Gelukkig was haar moeder niet thuis om de onhandige vertoning waar ze momenteel in verkeerde aan te hoeven zien; haar dochter vloekend voorovergebogen in een jogging die ooit grijs was, maar nu een vreemde oranje schijn had en een T-shirt en oude scoutstrui waarvan de deadline voor de was al enkele weken was overschreden. Niet dat haar moeder het niet zou begrijpen – zelf spendeerde ze soms ook weken verscholen in deze kamer met als enige beweging een tocht naar de keuken voor een nieuwe tas thee of lading chocolade – maar ze wou zich liever de schaamte besparen. Nu de pijn in haar knie wegebde, kon ze de boeken oprapen die ze van de stapel had gestoten. Ze maakte er een – ietwat stabielere – constructie van. Toen ze het laatste boek wou wegleggen, werd ze tegengehouden door de titel die haar immens hard intrigeerde.

De Woorden van Verwondering

Nieuwsgierig opende ze het boek en sloeg ze de pagina’s om naar het eerste hoofdstuk. Er was echter geen tekst, of toch leek die er wel te zijn, tot ze de pagina opensloeg en die toen plots blanco werd. Een snelle zwaai van alle pagina’s leek handgeschreven tekst en gedetailleerde illustraties te onthullen, maar als ze door het boek bladerde, bleef ze verbaasd achter. Lege pagina na lege pagina staarde haar aan tot ze gefrustreerd het boek toesloeg. Deze harde beweging liet een klein stofwolkje ontstaan en zachtjes fladderde er een dieprood bloemblaadje vanuit de cover naar beneden.

Wat deed dit hier nu weer?

Met weinig geduld en vooral gefrustreerd door de onwetendheid greep ze het bloemblaadje uit de lucht en stak het in haar zak. Het boek nam ze onder haar arm en ze maakte aanstalten om de laatste stappen naar het bureau te zetten. Tot haar broekzak plots warm werd en er een zacht licht vanuit de pagina’s van het boek tevoorschijn kwam. Verbaasd legde ze het boek terug neer en opende de eerste pagina. Daar was plots wel een illustratie te zien; een bos met donkergroene bomen waarin het zonlicht precies op een opening viel met daarin zo’n typische rode kerstbloem. Ze nam het gevallen bloemblaadje uit haar zak en jazeker, het had dezelfde dieprode kleur als de bloem in het boek. Het licht werd warmer, de bloem groter en alles uit de tekening kwam als het ware tot leven.

Ze schudde haar hoofd. Wat was ze toch belachelijk aan het doen, ze had wel belangrijkere dingen aan haar hoofd dan wat dromen van een magische bloem in haar moeders bureau. Ze wou opnieuw rechtkomen om een cursusblok te nemen en verder te gaan studeren, maar besefte toen dat ze zich niet meer in het bureau bevond …

*

De velden waar ze nu in stond, herkende ze niet; die achter haar tuin waren doffer van kleur en bevatten niet zoveel bloemen als ze hier zag. Wat haar nog het meest verbaasde over deze nieuwe omgeving was de geur. Het rook naar vakantie in de bergen, naar vers gemaaid gras en rozen die net in bloei staan. Het rook er naar lente en zomer en herfst en zelfs winter tegelijk.

Ondanks de droomomgeving waar ze zich momenteel in begaf, was ze niet goed gezind. Ze had hier geen tijd voor, want ze liep al achter op haar planning en haar examen kwam er bijna aan. Zuchtend begon ze te wandelen.

Waarom had haar moeder dit nu weer op haar bureau laten slingeren?  

Als kind voelde het bureau altijd al magisch aan, dus ergens was ze wel blij dat het echt zo was, maar moest ze dat nu echt ontdekken in het midden van haar examenperiode?

Na wat voor haar aanvoelde als uren rondlopen, zonder dat de omgeving ook maar iets veranderde of herkenbaarder werd, ging ze zitten.

Ze wist niet meer wat te doen.

Haar tranen kon ze niet tegenhouden en dat wou ze ook niet meer. Ze was moe, emotioneel, gefrustreerd en boos op alles en iedereen die haar nu weghield van haar cursus. De examens waren nog maar net begonnen en ze had al het gevoel dat ze het niet ging halen. Haar gesnik weerklonk over de weide en zelfs dat klonk zachter dan ze verwachtte.

Waarom moest alles op deze plek zo perfect zijn en waarom kon ze daar nu niet van genieten?  

Toen ze plots een zachte hand op haar schouder voelde, sprong ze geschrokken recht. Ze dacht dat ze hier alleen vastzat, maar misschien was er toch hoop. Snel veegde ze de tranen uit haar ogen. Naast haar zag ze een kind staan.

Een kind, wat deed een kind hier? Was zij dit? Was ze in het verleden terecht gekomen? Maar als kind was ze hier toch ook nooit geweest.

“Al dat gepieker, daar moet je toch hoofdpijn van krijgen”, sprak het kind plots en dan werd duidelijk dat ze helemaal geen kind was. Nu ze de tranen uit haar ogen had weggeveegd, kon ze duidelijk de ogen zien van het kind en de wijsheid die daarin lag, was onmogelijk te vinden in de gemiddelde tienjarige. De vleugels die ze zachtjes op en neer zag gaan, gaven ook wel weg dat deze verschijning geen kind was en zelfs al helemaal niet menselijk.

“Sorry, ik wou je niet laten schrikken. Ik hoorde gesnik en wou kijken of ik kon helpen”, zei de fee zacht. “Ik ben Esmeralda trouwens.” 

Ze wist niet wat te zeggen. Zelfs in haar eigen dromen kon ze niet in vrede huilen, niet te geloven. 

Ze glimlachte vriendelijk naar het elfje en draaide zich om zodat ze weer verder op pad kon gaan. Ze moest er toch op een manier voor kunnen zorgen dat ze wakker werd uit deze nachtmerrie.

“Nachtmerrie?! Daarvoor ben je op de verkeerde plek. Mara komt hier nooit, gelukkig maar.”

Perfect, nu was ze ook niet meer veilig in haar eigen gedachten, kon het nog beter worden.

Gefrustreerd greep ze terug naar haar broekzak en haalde daar het verfrommelde bloemblaadje uit dat ze in haar moeders bureau had weggestoken. Dit had ervoor gezorgd dat ze hier was beland, dan moest dit ook voor een uitweg kunnen zorgen. Ze draaide het om in haar palm, hield het tegen het licht en probeerde er zelfs aan te likken, hopend dat het haar een aanwijzing kon geven die haar terug naar haar cursus zou leiden.

Opnieuw voelde ze die zachte hand op haar schouder.

“Sorry, ik wou je niet onveilig laten voelen. Ik was te enthousiast om je hier te zien en dacht niet na”, sprak Esmeralda met gebogen hoofd. “Ik weet waar dat blaadje vandaan komt. Zal ik je daar naartoe brengen, misschien kan het je helpen?”

Sprakeloos en onzeker of het wel echt een droom was, liet ze zich leiden door het feetje.

Onderweg slaagde Esmeralda er langzaam in om een gesprek gaande te houden. De grote zorgen die ze had over haar examens ebde zachtjes weg en ze kon steeds meer genieten van haar droom. Uiteindelijk kwamen ze aan in een opening in het bos. Het voelde niet dreigend, maar er hing wel een andere sfeer dan tijdens de rest van hun wandeling. In het midden van de opening stond een bloem die ze herkende van de cover van het boek.

“Dit is de amaryllis,” vertelde Esmeralda, “het draagt de kern van magie van deze gebieden en is niet makkelijk te beschadigen.” Toch kon ze zien dat er iets ontbrak aan de dieprode bloem. Een leemte waarin het bloemblaadje uit haar hand perfect paste. Ze vroeg zich af of zij dit beschadigd had, maar hoe kon dat zijn?  

Magie bestond niet echt, hoe kon zij dan de kern van deze magie beschadigen?  

“Ik snap je bezorgdheid, maar daar is waar je fout bent. Magie bestaat wel, maar niet op de manieren waarop jij het verwacht te zien”, Esmeralda kwam naast haar staan en sloot haar hand rond het bloemblaadje.

“Magie is terug te vinden in de kleine dingen.  
Kijk naar het vogeltje dat ’s ochtends aan je raam dag komt zeggen. 
Of die ene zonnestraal die tijdens het studeren recht op je gezicht belandt en daar warm blijft liggen.” Haar hand werd warmer en er scheen een zacht licht tussen haar vingers door.

“Magie verschijnt in de kleuren van de herfstbomen tijdens je fietstocht naar de les.  
En het verstopt zich in de eerste sneeuwvlok, die zich aan je zicht onttrekt door te durven neervallen als je slaapt.” Het bloemblaadje groeide, ze opende haar hand opnieuw en liet het naar de bloem toe zweven.  

“Bij het ontwaken ligt dit stukje magie te wachten, bijna barstend van plezier, tot je het gordijn opent en hem ziet. En dan ontploft hij …” Esmeralda sprak haar bemoedigend toe en ze liet het bloemblaadje naar de bloem toe vliegen.

“Laat het allemaal over je heenkomen, neem elk scherfje magie in je op en geniet van de schoonheid die het teweegbrengt.” Het blaadje verenigde zich met haar bloem en het licht ontplofte warm over hen heen. Esmeralda zweefde naar de amaryllis toe, plukte hem uit de grond, waarna een nieuwe bloem onmiddellijk terug uit de grond sprong, en vloog terug naar haar toe.

“En je lacht, want wat een geluk heb je wel niet dat je het hele jaardoor al deze soorten magie mag aanschouwen. Zelfs nu, nu de dagen donkerder worden en de kou je botten insijpelt, kan je magie terugvinden in kleine dingen.” Met die woorden drukte Esmeralda haar de amaryllis toe en omhelsde haar. Tranen van geluk liepen langs haar wangen en in de zorgzame omhelzing sloot ze haar ogen.

*

Het was alsof ze ontwaakte uit een droom. Omringd door al het papier in haar moeders bureau kwam ze recht. Alles zag er nog hetzelfde uit; de stapel die ze eerder omver had gestoten, stond nog steeds recht. Door het raam echter zag ze de hemel en de prachtig roze kleuren. Als een echt magisch portaal toonde het haar dat het moeilijkste van haar studieperiode erop zat. De nieuwe roos-paarse ochtend lachte haar bemoedigend toe en ze kon het haar precies horen zeggen.

“Dat is de magie van dromen, van de verhalen waarin woorden soms tekortkomen om je verwondering te beschrijven, ze geven je kracht om verder te klimmen, tot de top van je berg van zorgen en tot ver daarboven om er zeker van te zijn dat je het haalt.

En ja, die magie bevindt zich wel degelijk in je hoofd, maar het is dan ook aan jou om daar gebruik van te maken en je eigen verhaal te schrijven.” Het was haar moeder die deze laatste zin uitsprak, glimlachend vanuit de deuropening.

“Ik vroeg me al af wanneer je daarin verloren zou geraken”, sprak ze zacht terwijl ze naast haar dochter knielde en het boek overnam. Ze glimlachte en omhelsde haar moeder. “Dankje”