COLLECTIEF UIT BALANS

boekrecensie

05/03/2026
[COLLECTIEF UIT BALANS] (© [Ezri Hofstede] | dwars)
🖋: 

De collectieve inzinking van de familie Hofmeyer is zo’n boek dat tegelijk fluistert en schreeuwt. Julie Cafmeyer serveert een wild, geestig en ontregelend debuut over een vijfendertigjarige vrouw die zich los probeert te wrikken uit een leven vol goedbedoelde verwachtingen. Een vader die haar toekomst wil optimaliseren via vastgoed en ingevroren eicellen, een samenleving die geluk meet in eigendom en voortplanting, en een hardnekkig idee dat volwassen worden betekent dat je je moet voegen naar een vastomlijnd plan.
 

Het verhaal ontvouwt zich in korte, speelse fragmenten die voortdurend van vorm en toon wisselen. Absurdistische scènes lopen over in intieme herinneringen, brieven en dagboekfragmenten, terwijl ogenschijnlijk onbelangrijke voorwerpen uit het verleden houvast bieden in het heden. Wat begint als licht en geestig, krijgt gaandeweg barsten. Achter de humor zit pijn verscholen: van vrouwen die vastlopen in rollen die ze niet zelf hebben gekozen, tot moeders die verdwijnen in het keurslijf van huiselijkheid en dochters die leren waakzaam te zijn om niet “zoals hun moeder” te worden.

Cafmeyer schrijft lichtvoetig over zware dingen en zwaar over lichte dingen. Rebellie toont zich hier in iets onhandigs en onopvallends, zoals een appel die niet netjes geschild raakt en verf die wordt gekozen alsof het een oorlogsverklaring is. Het absurde werkt niet als vlucht, maar als ontregeling. Door het systeem lichtjes te verdraaien, wordt zichtbaar hoe strak en benauwend het eigenlijk is. Tegelijk groeit uit die absurditeit een vorm van solidariteit en sisterhood, een collectief hakken in het zand zetten tegen een wereld die maar blijft aandringen op vooruitgang.
 

Wat Cafmeyer scherp blootlegt, is hoe individuele keuzes nooit losstaan van een groter geheel. Bevrijding is hier geen eenduidige overwinning, maar een beweging die gevolgen heeft voor anderen: tussen moeders en dochters, zussen en generaties vrouwen. Daarmee weigert de roman het comfort van een klassiek emancipatieverhaal. In plaats daarvan stelt Cafmeyer lastige vragen over verantwoordelijkheid, onderlinge afhankelijkheid en over de grenzen van persoonlijke vrijheid binnen een systeem dat zichzelf hardnekkig blijft herhalen. 

Hoewel alles in dit boek uit elkaar lijkt te vallen, voelt het geheel opvallend samenhangend. De openingsscène, waarin het gezin collectief implodeert, blijkt achteraf niet alleen een vooruitblik maar ook de sleutel tot het geheel. Cafmeyer slaagt erin om chaos te structureren zonder haar te temmen. Het resultaat is een debuut dat ontspoort en toch precies weet waar het naartoe wil – een boek dat aan het lachen maakt en ongemakkelijk stemt, dat weigert makkelijke antwoorden te geven, en dat nog lang blijft hangen nadat de laatste pagina is omgeslagen.