Wat staat de Europese Unie de komende jaren te wachten? Dat was de centrale vraag tijdens de panelavond Europe Night, georganiseerd door Faculteit Sociale Wetenschappen. Moderator Kamiel Vermeylen, journalist bij Knack en gespecialiseerd in Europese politiek, leidde het gesprek. Aan tafel in de grote Aula Rector Dhanis zaten professor Peter Bursens (Europese Integratie, UAntwerpen) en twee leden van het Europees Parlement: Kathleen Van Brempt (Vooruit) en Kris Van Dijck (N-VA). Dit panel vulde een gesprek over drie thema’s: de Europese regeldruk, het lang aanslepend verhaal over het Mercosur-handelsakkoord en de verdediging van de rechtsstaat. Het beloofde een boeiend gesprek te worden over de toekomst van het Avondland. dwars lijst hier voor jou de belangrijkste passages op.
the US innovates, China replicates and EU regulates?
Zoals wel vaker in Europa, lag er nog voor de eerste vraag goed en wel werd gesteld al een woord op tafel dat zowel het probleem als de oplossing omvatte: ‘vereenvoudigen’. Bursens schetste meteen het kader: Europa zit in een nieuw narratief. Waar de voorbije jaren de Green Deal het gesprek domineerde, klinkt nu steeds vaker de term ‘regulatory simplification’ – regels vereenvoudigen. De vraag daarbij is vooral of het wel degelijk gaat om vereenvoudiging van regels of dat de Commissie eerder een semantisch rookgordijn optrekt voor een agenda van deregulering. Deregulering gaat verder dan simpele vereenvoudigingen: regels verdwijnen, vaak ten koste van de bescherming die ze bieden. Efficiëntie verkopen terwijl rechten sneuvelen, is contraproductief. Volgens professor Bursens is hier het evenwicht tussen het vereenvoudigen enerzijds en het behouden van gevestigde rechten anderzijds een cruciale oefening.
Van Brempt maakte dat onderscheid concreet: “Vereenvoudigen? Op zich geen probleem.” Tegelijkertijd waarschuwde ze dat de term ook dienst kan doen als een paraplu voor een dereguleringsoffensief. “Europese regeldruk zit niet alleen in Brussel, maar ook in hoe lidstaten Europese regels omzetten.” Daarbij verwijst Van Brempt naar de richtlijn. Specifiek aan dat type wetgeving is dat het de lidstaten bindt ten aanzien van het te bereiken resultaat. De lidstaten moeten de richtlijnen dus zelf omzetten in eigen nationale wetgeving. Dat zorgt voor meer speelruimte dan bij een verordening, omdat regels per land anders worden toegepast, wat voor buitenlandse investeerders weinig duidelijkheid schept. “Klimaat- en energieambitie zijn niet per definitie een economische handicap. Integendeel, wie inzet op minder fossiele afhankelijkheid, bouwt ook concurrentiekracht voor de markt van morgen.”
Van Dijck zette het gesprek dan weer met beide voeten in de realiteit: investeringen volgen geen idealen, maar cijfers. Zijn kernboodschap was nuchter en onrustwekkend tegelijk: investeringen vinden hun weg niet meer naar Europa. In zijn analyse speelt versnippering een hoofdrol. De eengemaakte interne markt is niet zo perfect ‘eengemaakt’ als men zou denken. Een voorbeeld van een integratiewerf is de eenmaking van een gemeenschappelijke kapitaalmarktenunie.
de Mercosur-saga
Het tweede blok kreeg een herkenbaar gezicht: Mercosur. Handel levert welvaart op, maar niet iedereen krijgt hetzelfde stukje van de taart. Het ging dus niet gewoon over ‘pro of contra’, maar over voorwaarden: hoe veranker je normen rond milieu, voedselveiligheid en sociale bescherming? En wat betekent dat voor sectoren die zich kwetsbaar voelen, landbouw op kop?
Bij de stemming over het akkoord onthield België zich, omdat er geen Belgisch standpunt was. De zes verschillende regeringen in dit piepklein landje konden het niet eens geraken: geen consensus, en dus ook geen positie binnen Europa. Dat komt niet als een donderslag bij heldere hemel, maar eerder als een bui die in België genadeloos volgt na een dagje zon. De echo’s van politieke verdeeldheid over CETA (het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada) een kleine tien jaar geleden, klinken nog duidelijk na als je door de Wetstraat wandelt. Van Brempt: “Het was een illustratie van hoe België soms pas kan spreken als iedereen het intern eens is, traag, maar ook voorzichtig en beredeneerd.”
de rechtsstaat als fundament van de Unie: waarden op papier, macht in de praktijk?
Tot slot kwam de rechtsstaat op tafel, kort gezegd: het principe dat niet alleen burgers, maar ook de overheid gebonden is aan de wet en dat de burger beschermt tegen machtsmisbruik. In de oprichtingsverdragen wordt het vermeld als een van de fundamentele waarden van de Unie. Maar wat als lidstaten democratische principes uithollen? Hoe hard mag, kan of moet de EU ingrijpen? Het panel legde verschillende opties naast elkaar: sancties, druk via budgetten of net het idee om landen ‘hun eigen weg’ te laten bewandelen. Dat laatste is toch minstens bizar te noemen: je komt kernwaarden overeen, maar er is een partij die eenzijdig beslist dat die niet voor haar gelden. Kortom: niet netjes en uiterst zorgwekkend.
Er werd vooral benadrukt dat waarden verdedigen niet alleen een morele slogan is, maar ook een praktische vraag. Welke middelen heb je? Waar ligt de grens? En wat doe je als die grens telkens opnieuw getest wordt? Juridisch zijn er duidelijke tools die de verdragen aanreiken, maar die liggen in het politieke veld zeer gevoelig. Toch zijn ze niet nutteloos, want ze blijven een stevige stok achter de deur.
Na alle debatten bleef één ding hangen: Europa werd weinig als een abstract apparaat voorgesteld. Het ging over keuzes die tegelijk beschermen én begrenzen. Vereenvoudigen klonk soms als oplossing, soms als rookgordijn. Mercosur toonde dat handel nooit alleen over handel gaat. Ten slotte toonde het gesprek over de rechtsstaat waar de ‘samen’ in ‘samenwerking’ voor staat, hoewel het te betreuren valt dat niet elke lidstaat daaraan gevolg geeft.
- Login om te reageren