Naar aanleiding van zijn emeritaat ging dwars op bezoek bij doctor Luc Van Nassauw. Menig student kent hem van de dissectiepractica en zijn unieke verschijning. Het je-m’en-foutisme dat hij uitstraalt, maakt hem absoluut niet minder kundig. Integendeel! Hij is een man die bij zijn standpunt blijft en opkomt voor zichzelf, zijn team en de ideeën waar hij achter staat. Misschien is zijn sterkste eigenschap wel dat hij zich niet aanpast om in ‘het boekje’ te passen. Maar in ons boekje past hij perfect.
Waar is uw carrière gestart?
Als bioloog was ik eerst een jaar actief in het Laboratorium voor Anatomie en Embryologie van de Huisdieren. Daarna werd ik assistent in het Laboratorium voor Anatomie van de Mens en Embryologie. Daar werkte ik aan mijn doctoraat over het ovarium bij vertebraten, voornamelijk dat van de kwartel. Ik ontdekte dat er in de follikelwand, die de eicel omgeeft, cellen zitten die lijken op gladde spiercellen. Dat verklaart hoe een eicel gecontroleerd vrijkomt en zich niet meteen als omelet identificeert.
Hoe verliep de rest van uw carrière?
Toen ik geen derde verlenging kreeg van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, kwam ik terecht in het Laboratorium voor Cel- en Weefselleer. Wat onderzoek betreft, geldt voor mij altijd hetzelfde principe: wat je toont, moet je kunnen herhalen. Een kleuring, observatie of conclusie die je maar een keer ziet, is in mijn ogen geen bewijs. Uiteindelijk ben ik daar vertrokken, omdat iedereen zich bezighield met de bezenuwing van de darm. En wat iedereen doet, daar blijf ik liever ver van weg.
U bent dus liever het buitenbeentje dan dat u zich aanpast aan de groep?
Omdat ik geen arts maar bioloog ben, riep mijn positie binnen Faculteit Geneeskunde vaak vragen op. Ik ben ook geen typische professor in kostuum en stropdas. Ik werk in het mortuarium, in het kadaverlabo, in een praktische en fysieke context. Daarnaast ben ik een metalfan en pas ik niet in het eerder traditionele, soms nogal archaïsche academische profiel. Toch heb ik mij nooit aangepast. Als je gewoon jezelf blijft, zien andere mensen dat op den duur ook als normaal. Mocht ik morgen in kostuum les komen geven, bellen ze waarschijnlijk meteen een ambulance.
Hoe bent u eigenlijk terug bij de anatomie beland?
Op een bepaald moment kwam er opnieuw een duidelijke vraag vanuit de anatomie. Nu ja, een vraag … het was eerder: “Luc! Help ons!” Men vroeg mij terug, omdat er niemand meer was die de dissectiepractica kon begeleiden. Toen ik er oorspronkelijk begon, was anatomie een grote en sterke dienst. Toen ik terugkwam, was dat niet meer het geval. Er waren besparingen, te weinig structurele aandacht en de leiding was niet altijd optimaal.
Hoe is het vak anatomie veranderd doorheen de jaren?
Vroeger was anatomie een zeer groot vak, met honderden contacturen gespreid over meerdere jaren. Door curriculumhervormingen is dat sterk gecomprimeerd geraakt. Problematisch, noem ik dat. Dissectie is nu eenmaal een vaardigheid die je alleen kan leren door herhaling.
Waarom is dissecteren dan zo belangrijk?
Een anatomisch handboek geeft een basisoverzicht, maar geen enkel lichaam is hetzelfde. Variatie is de regel, niet de uitzondering. Populaties en leefomstandigheden veranderen, en ingrepen en pathologieën laten sporen na die je nergens zo goed kan waarnemen als op echte lichamen.
Geeft u graag les?
Ik begeleid graag masterstudenten en geef met veel plezier practica, maar puur hoorcollege geven, ligt mij minder. De omgang met studenten is veranderd. Volgens mij zijn ze nog altijd gemotiveerd, maar hun houding is anders dan vroeger. Kritiek wordt sneller als een aanval ervaren. Er wordt meer interactie gevraagd, maar ik krijg weinig respons. Daarom heb ik graag Nederlanders in mijn les, die durven tenminste hun bek open te trekken.
Naast prof bent u ook departementsvoorzitter. Hoe gaat u, gezien de besparingen, om met de financiële kant van uw job?
Een dienst moet altijd een buffer met voldoende reserves hebben om onverwachte problemen op te vangen. Zuinigheid was nodig, want voor het anatomisch onderzoek en de praktische werking moest ik vaak creatief op zoek naar middelen. Zo brengen het materiaal en de voorbereidingen van workshops in het kadaverlabo kosten met zich mee. Ik zag dat grote firma’s van prothesen en medisch materiaal zelf goed verdienden aan zulke sessies. Het is niet meer dan logisch dat ook de universitaire infrastructuur die dat mogelijk maakt, daar een procentje van krijgt. Met die inkomsten konden we het onderzoek in ons labo draaiende houden.
Wat heeft u geleerd uit het jarenlang vechten voor de juiste middelen?
Ik heb geleerd dat je soms hard op tafel moet durven kloppen. Als mensen niet luisteren, het probleem niet willen zien of zich verschuilen achter procedures, dan moet iemand de confrontatie aangaan. Niet om ruzie te maken, maar om iets opgelost te krijgen. Je moet blijven aandringen, blijven opvolgen en ‘hout op het vuur blijven gooien’. Ik heb jarenlang moeten vechten om mensen in dienst te krijgen, middelen te verzamelen en de nodige infrastructuur te behouden.
Waar kijkt u met de meeste voldoening op terug?
Ik ben heel trots op de huidige anatomiegroep. Maar de meeste voldoening haal ik uit het feit dat ik de anatomie opnieuw op een werkbaar niveau heb gekregen, door onderwijs te herstellen en onderzoek te steunen waar de volgende generatie op verder kan bouwen.
Heeft u nog een boodschap voor onze studenten?
Blijf jezelf. Altijd. Doe je best en geniet van je studententijd. Fouten maken hoort erbij; dat moet zelfs, want daar leer je van. Als je echt iets wil en bereid bent om er hard voor te werken, dan kom je er wel. Ik verwijs daarbij graag naar een slogan uit de metalwereld: ‘Born to lose, live to win’. Voor mij betekent dat vooral dat succes niet vanzelf komt, maar dat volharding, inzet en wilskracht het verschil maken.
- Login om te reageren