ecloge over een agrarisch bestaan (© Maria Roudenko | dwars)

ecloge over een agrarisch bestaan

Overlaatst liet ik iemand mijn nabije toekomst voorspellen aan de hand van tarotkaarten. Ik zou de komende maanden achtervolgd moeten worden door de spoken uit mijn verre en niet zo verre verleden. Die zouden me volgens de profetie langzaam richting afgrond drijven. De meeste dromen en beproevingen zouden eindigen in teleurstellingen, zo niet calamiteit. Nu, de achtervolgingswaanzin en doemdenkerij laten nog even op zich wachten, al kan ik me wel iets voorstellen bij wat er in mijn nabije toekomst faliekant kan aflopen. Toch, er toonden enkele oude euvels andermaal hun gezicht. Daartussen dook ook een oude vriend op: de horticultuur. 

een appelsien tegen de eenzaamheid (© Hanne Collette | dwars)

berenreflectie

Omdat we binnen vast zitten, kijken we met andere ogen door het raam, terwijl we alleen letterlijk de bloemetjes buiten kunnen zetten. Berenjacht. Met kleine kraaloogjes wordt elke voorbijganger gekeurd. De blik verstart als ze voor de zoveelste keer ongewild worden gefotografeerd. Wie langsloopt, merkt ze even op, totdat alleen een vreemde eend in de bijt hun gedachtegangen nog verstoort. Dan wordt het weer zwart voor hun ogen, tot ze de volgende tijdscyclus als etalagepop verslijten. Als stille herauten van de tijdsgeest. dwars licht er een paar uit, om deze reflectie van de werkelijkheid onder woorden te brengen.

een appelsien tegen de eenzaamheid (© Hanne Collette | dwars)

een appelsien tegen de eenzaamheid

Elk jaar opnieuw staat ze aan mijn bed als een volleerd exhibitioniste. Eenzaamheid, mijn oude vriendin. Verjaren doet zij twee keer per jaar en iedere student mag wekenlang meevieren – met haar alleen, lekker knus in januari en samen zweten in juni. Tijdens de examens ben ik eens zo eenzaam als in de dagen die daaraan voorafgingen. De dodelijke, existentiële dwalingen tijdens het studeren – u kent ze wel. Maar dit jaar ben ik gewapend: de coronacrisis heeft een laagje eelt aangebracht op mijn spitsvondigheid. Gezelschap is te koop en dit jaar goedkoper dan ooit als je maar weet in welke gang te zoeken – de appelsienenprijs is gecrasht, allen daarheen! 

walk walk fashion baby (© Witse Beyers | dwars)

walk walk fashion baby

“Wandel eens wat trager” of “wow, jij loopt snel”. Het zijn enkele zinnen die mij niet vreemd in de oren klinken. Met rollende ogen en opgetrokken wenkbrauw schakel ik dan maar een versnelling hoger. Traag wandelen is niet aan mij besteed. Liefst van al stap ik stevig door, een stofwolk in mijn kielzog achterlatend waarin de trage wandelaars zich verstikken. “Making my way downtown, walking fast, faces pass and I’m homebound”, zoals Vanessa Carlton het zo mooi beschrijft. Ik leef dan ook helemaal volgens het stereotype van de snel wandelende homo, maar klopt dat stereotype ook echt? En waar komt het vandaan?