blikopener

21/02/2019
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 

Met 30.000 belangengroepen in Brussel alleen, is lobbyen een gigantische industrie waar veel mensen dagelijks mee bezig zijn. Toch heeft lobbyen een negatieve connotatie en hebben mensen er dikwijls een obscuur beeld van. Films waarin belangengroepen snode plannen smeden met corrupte politici in donkere achterkamertjes doen het goed op het witte doek. De werkelijkheid is echter anders, zo blijkt uit een onderzoek van Iskander De Bruycker, politicoloog en docent aan de UAntwerpen. Gelukkig maar.

Het onderzoeken van de concrete invloed van lobbyen is niet eenvoudig. Om dit toch te doen heeft Iskander De Bruycker 125 wetgevingszaken van de Europese Unie geanalyseerd, waaronder gerelateerde interviews en meer dan 3557 uitspraken in de traditionele media. Hieruit blijkt dat lobbyisten wel baat hebben bij media-aandacht, maar enkel als de doelen van de belangengroep verbonden kunnen worden aan het algemeen belang. Wanneer een lobbygroep haar doel enkel profileert als goed voor zichzelf wint ze daar dus niet bij. Er blijkt zelfs geen verschil te zijn tussen media-aandacht zonder binding met het algemeen belang en helemaal géén media-aandacht.

Hoe meer contact lobbygroepen opnemen met journalisten om het belang van de burger in de berichtgeving rond hun zaak te benoemen, hoe meer kans ze hebben op hun felbegeerde succes. Maar slagen lobbygroepen hierin? In de praktijk lijkt dit aantal beperkt. Slechts 19% van de lobbygroepen uit het onderzoek kon de eigen doelstellingen in traditionele media zoals kranten verbinden met de belangen van de Europese burger. Een kleine 20% van de belangengroepen bereikt dus deels of volledig wat ze willen.

 

Er is een kloof tussen wat beweerd wordt dat de publieke opinie is en wat deze feitelijk is.

 

Waar de sociale media steeds belangrijker worden, gebruiken lobbyisten ze vooral om te communiceren met leden en hun achterban. Om thema’s te lanceren, het beleid te beïnvloeden en druk uit te oefenen op politici gebruiken lobbyisten nog steeds traditionele mediakanalen. Traditionele en sociale media vertonen wel gelijklopende patronen: onderwerpen die veel aandacht krijgen op sociale media, komen ook in de traditionele media terecht en vice versa.

 

democratische vraagtekens

Van een democratie mag je toch verwachten dat de uitkomsten van het beleid het resultaat zijn van de voorkeur van de kiezer. Echter, als zo veel mensen dagelijks bezig zijn met lobbyen, wat zegt dat dan over deze democratie? Door het grote aantal belangengroepen in Brussel rijst de vraag naar de feitelijke invloed van lobbyisten. Het antwoord hierop hangt af van hoe je het bekijkt. Aan de ene kant is lobbyen nuttig. Belangengroepen leveren belangrijke, technische informatie waarvan de doorsnee beleidsmaker vaak geen idee heeft en hebben zo een noodzakelijke rol in de democratie. In de praktijk kan iedereen lobbyen om op deze manier invloed uit te oefenen. Excessen zoals afpersing en omkoping bestaan, maar blijken uit De Bruyckers onderzoek grote uitzonderingen.

Toch bestaan er vraagtekens bij het idee dat belangengroepen zich inzetten voor het algemeen belang. Is dit eigenlijk wel waar? Ook hier is De Bruycker mee bezig. “Veel politici en lobbyisten zeggen dat ze de publieke belangen verdedigen en dat hun argumenten een breed draagvlak kennen, maar tot nu toe blijkt uit het onderzoek dat dit niet zo is. Op Europees niveau zien we dat politici die dit beweren, niet significant meer steun vinden in de publieke opinie. Er is een kloof tussen wat beweerd wordt dat de publieke opinie is en wat deze feitelijk is. De volgende stap is onderzoeken hoe dit komt.”

 

Veel lobbyisten zeggen dat hun argumenten een breed draagvlak kennen, maar uit het onderzoek blijkt dat dit niet zo is.

 

transparante achterpoortjes

In de meeste gevallen is lobbyen dus een rechtmatige bezigheid die de democratisch verkozen beleidsmakers een handje helpt om een goed beleid uit te stippelen dat ook in de praktijk werkt. Toch is het belangrijk om waakzaam te blijven: het blijft een achterpoortje in de beslissingsprocessen van de Europese Unie. Zoals eerder vermeld, is het immers niet altijd zo dat belangengroepen werkelijk het algemene belang van de Europese burgers voor ogen hebben. Daarom is het belangrijk dat het lobbyen op een transparante manier verloopt. “Burgers moeten bijvoorbeeld kunnen opzoeken welke lobbyist bij welke Europese commissaris is geweest, hoelang die daar is geweest en hoe vaak ze elkaar zien. Zo kunnen we gemakkelijker achterhalen of wetgeving mogelijk te veel in een bepaalde richting wordt geduwd. Op Europees niveau zijn er meer en meer initiatieven om het allemaal veel transparanter te maken, deze zijn ook steeds vaker verplicht, en dat is een goede zaak. In België is het al stukken minder.”

Zo nu en dan valt te lezen dat de democratie dood is. Moeten we geloof hechten aan dergelijke bittere uitspraken en het schimmige beeld dat Hollywoodfilms ons voorspiegelen? Het verdict volgens Iskander De Bruycker: “Ik ben niet bezorgd. Lobbyen heeft een belangrijke rol in de democratische samenleving en in het politieke bestel. Zolang mensen weten wat er gebeurt, is de democratie niet in gevaar.”



het laatste woord

21/02/2019
het laatste woord: porder (© Suzanne Roes | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip en verdwenen beroep van ‘porder’.

Tegenwoordig gebruiken we onze smartphone om wakker te worden, terwijl deze taak niet al te lang geleden werd uitgevoerd door wekkers. Maar hoe werden mensen gewekt voordat de wekker werd uitgevonden? De vaste slapers die door het gekraai van de haan heen sliepen, en zij die het zonder moesten stellen, werden op een andere manier gewekt. 

Voor de industriële revolutie zijn intrede deed in Europa, leefde de mens volgens het ritme van de natuur. Het opkomen van de zon betekende dat men op moest staan en wanneer deze weer onderging, zat de werkdag erop. Later werd het uur van de dag weergegeven op kerkklokken in de stad en op uurwerken bij de mensen thuis. Met de uitvinding van de stoommachine werd het voor velen rendabeler om in fabrieken te werken en konden mensen niet meer volgens de natuur leven. Op tijd in de fabriekshal staan, betekende bovendien vroeg opstaan.

Families of fabriekseigenaren huurden hiervoor een porder in. Deze tikte, tegen een kleine vergoeding, met een stok tegen het slaapkamerraam om de fabrieksarbeiders te wekken. In uitzonderlijke gevallen had de porder zelfs een huissleutel, waardoor hij bij de mensen aan het bed kon staan om ze uit hun nest te porren. Nu rijst de vraag natuurlijk: wie porde de porder wakker? Het blijft gissen naar een antwoord op die vraag. Overigens was het beroep erg gewild onder vrouwen. Zo konden zij extra geld verdienen om hun gezin te onderhouden.

Toen het beroep zijn intrede deed, kostten porders zo'n zeven cent per week. Later was dit twintig cent voor elke zesdaagse werkweek. Waar een technologische ontwikkeling het beroep in het leven riep, deed eenzelfde ontwikkeling het beroep weer verdwijnen. De uitvinding van de wekker bleek de doodsteek voor het ambacht van porder. Destijds kostte een wekker eenmalig 75 cent.

Laten we van de gelegenheid gebruik maken om het beroep van porder nieuw leven in te blazen, en dan wel als studentenjob. Studenten die geen moeite hebben met opstaan porren de studenten wakker die dat wel hebben. De 'porstudent' wordt dan ingehuurd door bezorgde ouders of door medestudenten die willen dat hun groepsgenoot op tijd op de bespreking van het groepswerk verschijnt. 



betweter

21/02/2019
betweter (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Deze keer hebben we het over de dagen van de week. Waarom noemen we ‘maandag’ niet ‘sterdag’ of ‘wolkdag’? Deze nieuwsgierigheid vormde de inspiratie voor dit artikel. Wat moet een student anders doen tijdens de blokperiode? Om maar direct tot een antwoord te komen: de maan in maandag komt van het Latijnse dies Lunae, oftewel ‘dag van de maan’. Het waren dus de Romeinen die met deze benaming kwamen. Verschillende Indo-Europese talen verwijzen naar de maan in de benoeming van de eerste dag van de week, zoals in het Franse lundi of het Italiaanse lunedi, maar lang niet allemaal. Als je het Hongaarse hétfö letterlijk vertaalt, dan krijg je ‘weekhoofd’, terwijl Portugal segunda-feira gebruikt, wat ‘tweede dag’ betekent. Waarom er een ‘o’ verdwenen is in het Engelse Monday, blijft een mysterie.

Veel talen behouden een Latijns tintje als het om dinsdag gaat. Het Franse mardi komt bijvoorbeeld van dies martis, naar de planeet Mars. Het Nederlands doet het anders. Dinsdag zou vernoemd zijn naar een (redelijk onbekende) Germaanse god, genaamd Thingsus, de god van volksvergaderingen. Misschien was dinsdag vroeger vergaderdag? Ook woensdag dankt zijn naam aan een opperwezen, namelijk Wodan, oppergod van de Noorse mythologie. Talen waarbij de Latijnse benoeming bewaard bleef, zoals in het Spaans miércoles, verwijzen dan weer naar de god Mercurius, die zich bemoeide met handel, reizen en winst.

Donderdag komt opnieuw van een Germaanse god, namelijk Donar, de god van de donder. In het Scandinavisch is dit Thor, terug te vinden in het Engelse Thursday. De Romeinen konden niet achterblijven, maar hebben hun eigen god om deze dag naar te vernoemen - same job different man -, namelijk Jupiter. Het Franse jeudi vindt hier zijn wortels. Maar niet alle dagen van de week zijn naar mannelijke goden vernoemd, er is ook vrouwelijk schoon. Vrijdag is namelijk vernoemd naar de Germaanse Frigg, godin van de liefde, vruchtbaarheid en seksualiteit.

Voor wie niet kan omgaan met halve verhalen zullen we nog afsluiten met zaterdag en zondag. Voor beide moeten we ons weer richten tot de Romeinen. Deze dagen komen respectievelijk van de goden Saturnus en Sol. Zo zitten onze dagen van de week boordevol mythologie, en zit jouw hoofd boordevol nutteloze weetjes waarmee je op café al eens een gesprek kan starten. Blame it on the exams.



een boekvoorstelling om 'u' tegen te zeggen

17/02/2019
1942.Het jaar van de stilte (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Onze rector Herman van Goethem stelde vorige week, in samenwerking met uitgeverij Polis, zijn nieuwste boek voor: 1942. Het jaar van de stilte. Los van hoezeer het boek aan te prijzen is, focussen we voor de verandering op de boekvoorstelling zelf. Een student die verrijking zoekt, kan die hier vinden; zelfs nog voordat er een boek opengeslagen wordt.

Elke professor kan getuigen dat de aula Rector Dhanis laten vollopen niet de gemakkelijkste opdracht is. Zeker niet als het voor 9 uur ‘s ochtends, of na 17 uur ‘s avonds is. Als de rector een boek voorstelt, lukt dat blijkbaar met gemak. Van Goethem merkte dan ook een beetje ondeugend op dat hij blij was “dat voor een keer al zijn studenten aanwezig waren”. Op de 700 bezette plaatsen zaten echter voornamelijk niet-studenten van Van Goethem, of toch niet van het afgelopen decennium. Dit zou de concentratie ten goede komen, die veel hoger was dan tijdens de meeste colleges gegeven in deze aula. Naast een mogelijk record voor de bezettingsgraad van het K-gebouw, mag dit enorme aantal trouwens ook gelden als een historisch moment in de relatief korte voorgeschiedenis van boekvoorstellingen. De meeste moeten afkloppen op de helft of minder.

 

Als je nog niet overtuigd was van het belang van dit nieuwe boek van de rector, verklapten de aanwezigheid van een cameraploeg van VRT nieuws, burgemeester De Wever in hoogst eigen persoon en schrijver Jeroen Olyslaegers dat het een atypische, veelbetekenende boekvoorstelling zou worden. Uitgever Harold Polis nam als eerste het woord. Hij beschreef kernachtig – maar niet kort – de thema’s die 1942. Het jaar van de stilte behandelt. Belangrijk op een boekvoorstelling! Van Goethem brengt met 1942 verzwegen feiten uit het kanteljaar van de Tweede Wereldoorlog aan het licht. De verhalen van slachtoffers die zich toevallig of niet in het verdomhoekje ophielden, het opportunisme van overheden tegenover de bezetter, ambtenaren die soms maar wat graag meewerkten met de Duitsers en hoe het er precies aan toeging bij de politiediensten tijdens deze Wereldoorlog. Dit alles wordt beschreven in dagboekvorm én in de tegenwoordige tijd, een atypische keuze voor een non-fictie geschiedenisboek. Hierdoor wordt het licht dat Van Goethem schijnt op de lang ‘verzwegen’ momenten uit de Tweede Wereldoorlog, een stuk persoonlijker, misschien zelfs intiemer. Het zou een foute inschatting zijn te denken dat we het ondertussen wel allemaal weten. Polis merkt op dat “de stilte een groot deel van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog heeft opgeslokt.” Gelukkig zorgt de rector bij deze voor een rechtzetting.

 

Bart de Wever, zelf historicus van opleiding, had de eer het boek in te leiden. Hij beschreef het boek in termen van ‘noodzakelijk’ en ‘een meesterwerk’. Deze benamingen vielen meermaals, en vanuit de verschillende stoelen van de sprekers. Herhaling lijkt opnieuw een krachtig middel, bij het buitengaan waren 700 hersens geconditioneerd om te denken over het boek als ‘een noodzakelijk meesterwerk’. De Wever heeft niets dan lof voor 1942. Of we hem moeten geloven, is moeilijk in te schatten, maar hij verklaart het boek te hebben gelezen in de auto, tijdens de lunch en zelfs op het kleinste kamertje. Wegleggen kon hij het enkel wanneer het niet anders kon, door fysieke uitputting. Krachtige woorden van De Wever.

 

Na deze lovende woorden, kwam eindelijk Van Goethem – the man of the hour – zelf aan het woord, in gesprek met schrijver Jeroen Olyslaegers en Harold Polis. Het voelde een beetje aan als een dubbelinterview. Dit lijkt op het eerste zicht vreemd, maar vindt een verklaring in het ontstaansproces van Wil (2016), de bestseller van Olyslaegers. Van Goethem adviseerde de auteur tijdens het schrijven van deze roman, die grotendeels over het Antwerpse politiekorps tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat. Er kwam dus eerst een roman voort uit Van Goethems jarenlange onderzoek, en nu een non-fictieboek. Dat Van Goethem toen al twaalf jaar bezig was met dit onderzoek, mag verklaren waarom hij drie jaar geleden al waardevol advies kon geven. Twaalf jaar! Een werk van lange adem dus, dat nu in boekvorm de wereld ingestuurd wordt. Van Goethem zelf was - niet verwonderlijk - ‘op’ aan het eind van de avond. Ik neem de vrijheid dit te interpreteren als niet enkel op deze gespreksavond slaand, maar ook op dit hele monnikenwerk.

 

Op de vraag of Olyslaegers niet beter had gewacht tot het onderzoek afgerond was, komt een nogal vaag antwoord. De feiten die na de publicatie van Wil nog aan het licht kwamen, waren volgens Olyslaegers té ongeloofwaardig om in de roman te verwerken. Hoewel ze waargebeurd waren en in dit non-fictie boek hun plaats hebben, zou niemand ze geloofd hebben als hij ze zou hebben opgenomen in een roman. Het gesprek meandert verder en hier en daar worden al enkele van de beschreven ‘stiltes’ aangestipt. Van Goethem wijst op de absolute medewerking van de Deurnese politie aan de razzia’s, maar zet ook meteen recht dat niet heel het Antwerpse politiekorps betrokken was bij de razzia’s: maar 200 van de 1600 politieagenten zouden effectief deelgenomen hebben aan de gruwelijke ophalingen.

 

Hoewel de sprekers niet al te diep ingaan op de inhoud van het boek, worden de vele toehoorders toch geprikkeld om het boek te lezen. Het boek wordt overladen met complimenten en er wordt voortdurend gezinspeeld op de grote impact die de onderzoeksresultaten zullen hebben. Een geslaagde formule, te merken aan de lange rij aan de boekenstand, verzorgd door immer professionele boekhandel De Groene Waterman en het geroezemoes tijdens de receptie nadien. Ongetwijfeld anders dan aan het einde van de vele colleges die al in het K-gebouw werden gegeven, had niemand haast om te vertrekken. Helemaal zeker ben je daar natuurlijk nooit van, maar dat lag mijns inziens niet enkel aan de hapjes die ter beschikking waren.



de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

13/02/2019
de Salamander (© Corine Nelemans | dwars)
🖋: 

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

In januari 2016 verruilde Billy Bruyndonckx (29) de dj-booth voor de toog van De Salamander, beter bekend als ‘de Sali’. Billy's grootvader, die vorig jaar overleed, heeft er indertijd mede voor gezorgd dat hij De Salamander kon overnemen. Billy had een heel goede band met zijn grootvader. “Ik zou hem graag nog eens aan m’n toog willen”, zegt hij zachtjes. 

De Salamander is in januari al drie jaar in de handen van Billy, maar hoe lang het café daarvoor al bestond, weet hij niet. Wel weet hij te vertellen dat het al acht jaar de naam De Salamander draagt, en dat het pand al erg lang een café is. Daarvoor luisterde het café naar de naam Captain's Cabin. Vroeger bestond het pand uit twee verschillende gebouwen. “Dit gebouw was een café”, vertelt Billy terwijl hij wijst naar het plafond. “Je ziet het hoogteverschil tussen de twee delen. Het gedeelte aan de voorkant was vroeger een groentewinkel. Ik spreek nu wel over lang geleden.”

Het was geen jongensdroom van Billy om café-uitbater te worden, maar De Salamander kwam nu eenmaal op zijn pad en werd een nieuwe uitdaging. “Ik heb altijd in de horeca gewerkt. Ik heb gedraaid, ben discotheekmanager geweest en heb nog in ’t Vervolg gewerkt. Ik zou niet willen zeggen dat een eigen café uitbaten een logische stap was, maar ik was het draaien beu en wou eens iets anders proberen. Daarom ben ik met De Salamander begonnen.”

Billy is begonnen als dj Billuga toen hij achttien jaar was. Het begon als een hobby waarbij hij draaide op kleine feestjes. Op zijn 21ste is hij begonnen als zelfstandig dj, iets dat hij heeft gedaan tot zijn 26ste. In de Antwerpse cafés was Billy een vast gegeven, maar daarnaast heeft hij op talloze andere locaties mogen draaien. “Ik ben in Frankrijk geweest, in Italië, heb een keer Summerfestival gedaan … Ik denk dat ik bijna alle grote clubs wel heb gehad, waaronder de NOXX en de Red & Blue. Maar ook op bedrijfsfeesten en huwelijken heb ik gedraaid, een beetje allround.” Als je Billy eens achter de draaitafels wilt zien staan, kun je hem nog regelmatig vinden op grote TD’s in Antwerpen. 

 

Ze zeggen altijd dat je studententijd de leukste tijd van je leven is. Maar over het algemeen kan het leven toch schoon zijn.

 

Op de vraag of Billy gestudeerd heeft, krijg ik een kort maar krachtig antwoord. “Ik heb een week gestudeerd, ja. Eigenlijk heb ik drie jaar gestudeerd, maar ik heb drie jaar geen zak gedaan. Verbloem dat wel een beetje, hè. Ga nu niet schrijven dat ik een nietsnut ben”, lacht hij. Billy was misschien niet zo’n serieuze student op school, maar hij was wel serieus aan het genieten van het studentenleven. “Mijn nicht heeft mij op een middag ’t Vervolg ingejaagd en ik ben daar niet meer vertrokken. Ik schreef me in bij Eligia, heb me laten dopen en heb nog een jaar als feestleider in het presidium gezeten. Ze zeggen altijd dat je studententijd de leukste tijd van je leven is. Ik ben het daar wel mee eens. Niet dat ik me nu niet amuseer, maar in die tijd heb je minder verantwoordelijkheden, minder kopzorgen. Dus op dat gebied zal het misschien ietsje leuker zijn geweest. Maar over het algemeen kan het leven toch schoon zijn.”

Welk beroep Billy zou uitoefenen als hij geen café-uitbater zou zijn, is een groot raadsel. Billy vertelt dat hij op de middelbare school metaalbewerking heeft gedaan en dat hij denkt dat hij daar waarschijnlijk in beland zou zijn als hij niet was gaan studeren. “Zolang ik het nog kan en het plezant blijft, wil ik zeker nog café-uitbater blijven.”

Billy heeft bijna al zijn huidige vriendschappen gesmeed tijdens zijn studententijd. Michael, de cafébaas van De Schacht, is een van zijn beste vrienden. “Ik ben zelfs peter van zijn kleine”, zegt Billy. Sinds hij De Salamander heeft overgenomen, heeft hij er veel nieuwe vrienden bijgekregen. Hij vindt het tof dat sommige klanten hem niet zien als cafébaas, maar meer als vriend. Ze vragen bijvoorbeeld regelmatig om samen iets te gaan eten of drinken. “Ze weten ook dat als ze een probleem hebben, ik voor hen klaarsta.” Daarnaast staat hij op goede voet met zijn personeel, dat hij niet eens personeel wil noemen, omdat het allemaal maten van hem zijn. “Maar als het erop aankomt, weten ze ook wel wie de baas is. Da’s heel simpel.”

De cafébaas is al een tijdje samen met zijn vriendin. Wat er zoal op de planning staat? Huisje, boompje, beestje en kindje. En eventueel nog een extra zaak openen. Wat voor zaak dat zal zijn, valt nog te bezien. “Een beetje ondernemen, hè. We zien wel.”



waarom vrouwen minder presteren

12/02/2019
[studentenquizzen, een mannenwereld?] (© [Camille Van Landegem] | dwars)

In de top vijf van een studentenquiz valt zelden een team met (alleen maar) vrouwen te bespeuren. Ladies, step your game up! Of is er meer aan de hand?

Snor de hoofdsteden van de Europese naties op, rammel de ministers in de Vlaamse Regering af en zorg ervoor dat het journaal op je digicorder staat. Er staan in het tweede semester namelijk weer heel wat studentenquizzen voor de deur. Groepjes van vijf of zes studenten zakken af naar de resto en wedijveren voor de eerste plaatsen. In het beste geval keren ze op het einde van de avond huiswaarts met een verre reis of festivaltickets. De teams die zich liever tegoed doen aan bier en frituursnacks kunnen met de zuip- of boefprijs aan de haal. Studentenquizzen drijven competitiviteit en studentikoziteit op de spits.

Jullie studentenblad laat zich niet onbetuigd en organiseert al enige tijd haar eigen quiz. Het viel ons op dat de teams die de afgelopen jaren met de prijzen gingen lopen vooral uit mannen bestonden. Na een rondvraag bij verschillende studentenclubs kwamen dezelfde bevindingen uit de bus: voornamelijk mannelijke teams bezetten de top vijf. Dat is opmerkelijk, omdat er wel steeds ongeveer evenveel vrouwen als mannen deelnemen aan studentenquizzen.

 

meer handen schudden dan kussen

Quizploeg Presto behaalde al verschillende keren goud, zilver en brons op studentenquizzen. Het team bestaat uit meer mannen dan vrouwen. “Dat heeft in mijn ogen niets te maken met het winnen van een quiz”, zegt Damiaan. Hij legt uit dat zijn quizploeg een vriendengroep is en daartoe nu eenmaal meer mannen dan vrouwen behoren. Het is hem nog niet opgevallen dat de top vijf vaak voornamelijk uit mannen bestaat. “Anders is dat toeval, vermoed ik.” Ken probeert met zijn team Manly Tears altijd voor de eerste plaats te gaan als ze deelnemen aan studenten- en scoutsquizzen. Hij heeft bedenkingen bij het idee dat de top een mannenwereldje is. “Grosso modo zal dat wel zo zijn, maar in veel teams spelen vrouwen mee en er zijn ook hele goede teams die enkel uit vrouwen bestaan.”

“Ons is het zeker al opgevallen dat er meer mannen in de top van de quiztabel staan”, zegt Sofie van Team Duts. “Dat maakt het eens zo leuk als wij de top vijf halen”, lacht ze. Team Duts won onder meer de afgelopen twee edities van de Nordkempus-quiz. Een ploeg met alleen maar vrouwelijke leden is al snel de vreemde eend in de bijt. Sofie vertelt dat ze geregeld verbaasde reacties krijgen wanneer de stand wordt omgeroepen en ze in de top drie staan. “De meesten verwachten niet meteen dat een volledig vrouwelijk team zo goed scoort.”

 

Mannen krijgen vaak van jongs af aan te horen dat ze over rationele kennis moeten beschikken.

 

Chiara herinnert zich een anekdote van toen Team Duts de derde plaats veroverde op de dwarsquiz. “We kregen persoonlijke felicitaties van Herman van Goethem, die dat jaar de quiz presenteerde. De mannelijke quizzers kregen een handdruk en de vrouwelijke deelnemers een kus op de wang. Toen ons team naar voren kwam, hoorde ik hem zeggen: ‘Amai, ik had niet gedacht dat ik vandaag zoveel zou moeten kussen.’ Hij leek dus ergens wel verbaasd een volledig vrouwelijk team te zien verschijnen.”

 

sport versus mode

We vragen de studentenquizzers waarom het lijkt dat vooral mannen excelleren in quizzen. Volgens Ken hangt veel af van wie de quiz organiseert en de vragen opstelt. Sommige studentenclubs werken met een systeem waarbij elk presidiumlid vragen opstuurt, terwijl andere de quiz door een werkgroep laten samenstellen, legt hij uit. Als in die werkgroep of in het presidium meer mannen zitten, zullen de vragen logischerwijs meer op mannen gericht zijn. Het valt hem op dat in zo goed als elke quiz een sportronde voorkomt, maar een ronde over mode veel minder aanwezig is. “Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat vrouwen niets over sport weten of mannen niets over mode. Maar een aantal thema’s zijn duidelijk meer toegespitst op mannen dan op vrouwen.” Ook Natasja van Team Duts merkt op dat het meestal mannen zijn die quizzen samenstellen. “Zo sluipen er heel wat thema’s in een quiz die traditioneel ‘mannelijk’ zijn. We scoren daar systematisch minder goed op.”

Chiara vertelt dat ze ooit eens meegeholpen heeft met het bedenken van vragen voor een studentenquiz. “We hadden toen één vraag met de film Mean Girls als antwoord, en één vraag waarbij de naam van een modeontwerper werd gezocht.” Na de quiz kregen ze van verschillende mannelijke teams te horen dat de vragen te vrouwelijk zouden geweest zijn. Ze heeft daarentegen nog nooit iemand horen klagen dat een quiz te veel op mannen gericht zou zijn. “Terwijl er bij elke quiz meer dan genoeg vragen gesteld worden over mannelijke sporters of politici. Dit komt, denk ik, doordat mannen en mannelijkheid nog steeds als ‘neutraal’ gezien worden.”

 

Toen ons team naar voren kwam, hoorde ik hem zeggen: ‘Amai, ik had niet gedacht dat ik vandaag zoveel ging moeten kussen.'

 

Nog een mogelijke oorzaak van dat mannen beter scoren op studentenquizzen zou volgens Natasja en Ken hun competitiviteit zijn. “Competitief zijn wordt als iets typisch mannelijk gezien. Ze zullen daardoor op een quiz harder hun best doen en bijvoorbeeld minder babbelen tussendoor, wat dan weer als typisch vrouwelijk wordt bestempeld”, legt Natasja uit. Chiara en Sofie merken op dat rond studentenquizzen een sfeertje hangt waarin stereotiep mannelijk alfa-gedrag verheerlijkt wordt. Volgens hen zijn er altijd wel een aantal mannenteams die de ruimte domineren, veel drinken en schunnige moppen en opmerkingen maken over vrouwen. Tot slot denkt Sofie dat onzekerheid vrouwen parten speelt en ze daardoor minder goed scoren: “Als ik vriendinnen wil meevragen, waarschuwen ze me vaak op voorhand al dat ze ‘niets gaan weten’. Dit heb ik nog niet uit de mond van mijn mannelijke vrienden gehoord.”

 

competitieve vrouw is de bitch

Quizzen peilen naar feitenkennis. Volgens professor Sofie Van Bauwel, expert op het vlak van gender en media, is die vooral op mannenmaat gemaakt. “Mannen krijgen vaak van jongs af aan te horen dat ze over rationele kennis moeten beschikken. Ze worden gestimuleerd om feitenkennis op te doen. Die stimulans krijgen vrouwen minder of niet. Zij moeten eerder verzorgend zijn en bijgevolg excelleren ze daarin meer.”

De professor wijst net als de quizzers op een verschil in competitiviteit. “Mannen zijn over het algemeen meer met spelletjes bezig. Van kindsbeen af worden ze gestimuleerd om zich competitief op te stellen.” Het format van een quiz lijkt op de leest van de man geschoeid. Vrouwen daarentegen worden vaak eerder afgerekend op hun competitiviteit. Ze krijgen al snel het imago van de bitch opgeplakt. Van Bauwel: “Denk maar aan de kritiek die onder meer Linda De Win en Danira Boukhriss Terkessidis te verduren kregen toen ze met succes aan De Slimste Mens deelnamen.”

 

van verschillende slag

In Arendonk vindt elk jaar Ladies@thequiz plaats. Alleen vrouwen mogen deelnemen en vragen over auto’s en voetbal zijn afwezig. Het evenement is een gigantisch succes en verkoopt snel uit. Professor Van Bauwel vindt dat niet opmerkelijk. “We weten dat vrouwen geïnteresseerd zijn in quizzen. Onderzoek toont aan dat heel wat vrouwen nauwgezet tv-quizzen volgen. Zelf aan een quiz deelnemen vinden ze vaak moeilijker.” Tenzij ze zich onder elkaar begeven, zo lijkt het. Bij Ladies@thequiz is dat het geval. Daar hoeven ze zich minder druk te maken om vragen over Ronaldo of Tesla model 3. 

Vrouwen zullen volgens de professor sneller overstag gaan wanneer ze expliciet aangesproken worden om deel te nemen aan een quiz. Dat lijkt al vaak te gebeuren, want gemengde teams als Presto duiken op elke quiz op. Damiaan benadrukt dan ook dat vrouwen in het team een absolute meerwaarde vormen. “Vaak zorgen ze voor het doorslaggevende antwoord.” Ken is het hiermee eens. “De beste teams zijn complementair. Met mensen van verschillende slag win je de meeste quizzen.”



de wereldverbeteraar

09/02/2019
in tijden van nood kun je alles knuffelen (© Alex Noels | dwars)

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen, toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zo’n proportie aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. Met de examens in zicht ziet zelfs een wereldverbeteraar soms het licht in de duisternis niet meer. In deze tijd van hoge nood is een wereldverbeterende sidekick hoognodig om het zonnetje in huis te zijn. Twee dwarsers slaan in deze speciale exameneditie dan ook de handen in elkaar om opnieuw een concreet probleem uit het studentenleven aan te pakken. 

Examens betekenen voor veel studenten bittere eenzaamheid. Afgesneden van je sociale leven ben je voor enkele weken onverbiddelijk verbannen naar je vaste studieplek. Je vrienden kom je met een beetje geluk in een flits juist voor of na je examen tegen, je gezinsleden kortstondig aan de keukentafel. Het broodnodige sociale contact blijft dan ook steken op een tragisch onverzadigd niveau. 

Het enige gezelschap waarop je kunt bouwen gedurende deze donkere dagen, zijn de dikke cursussen, je slordige notities en onduidelijke PowerPoints. Door de vele uren die je slijt achter je bureau, wordt elke vorm van genegenheid en intimiteit afgevlakt. De enige die op regelmatige basis zijn armen om je heen slaat en je helemaal in zijn grip heeft, is de stress. In tijden van nood kun je alles knuffelen, maar stress is geen geliefde knuffelaar. 

Het gebeurt daarom niet zelden dat deze twee redacteurs zich proberen te nestelen in de genegenheid die voorhanden is: warme dekentjes, een oud knuffeldier, soms zelfs onze Hogwartsmantel. De mogelijkheden zijn echter beperkt en de examenperiode is lang, dus echt volstaan doet dit niet. Het is dan ook des te tragischer dat Universiteit Antwerpen niet meer haar steentje bijdraagt aan de mentale examentoestand van haar studenten.

In tegenstelling tot de Universiteit Antwerpen, heeft de Universiteit van Californië daar alvast iets goeds op gevonden: hier kunnen studenten zich tijdens de examens ontspannen met het voeren en verzorgen van lama’s. Met deze dieren een hindernissenparcours afleggen is ook een optie. We wijzen UAntwerpen er dan ook op dat er ook op campus Drie Eiken lama’s voorhanden zijn. Paarden, koeien, visjes, ratten en muizen zijn hier tevens van de partij. Waar blijven die broodnodige groepsknuffelsessies?

Veeleisend zijn we niet eens. Lama’s zijn misschien exotisch, maar ook inheemse dieren kunnen in tijden van knuffelnood de student tot rust brengen. Zo vindt het knuffelen van puppy’s al langer plaats op de universiteiten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In november werd dit geniale initiatief voor het eerst geïntroduceerd aan de Universiteit van Amsterdam. Op twee dagen tijd kregen 160 studenten de kans om met een begeleider een kwartiertje met de puppy’s te spelen in een speciale puppykamer. De plaatsen voor de knuffelsessie vlogen in een paar minuten de deur uit.

De populariteit van het puppyknuffelen is niet verwonderlijk, want als je de studie van de University of British Columbia in Vancouver mag geloven, zorgt het knuffelen van honden ervoor dat het stresspercentage van de knuffelende studenten tot 47% daalt. Bovendien zou de student zelfs tot tien uur na de knuffelsessie minder negatieve emoties en stress ervaren en gemotiveerder zijn dan andere studenten. Kortom: puppy’s are an inexhaustible source of magic

De Universiteit Antwerpen heeft met andere woorden de gemoedstoestand van haar studenten in handen en met een beetje gekneed hier en daar kan ze de donkere examenperiode heel wat lichter maken. Bij deze nomineren we twee wereldverbeterende initiatieven waarmee de universiteit niet enkel het studentenleven verbetert, maar ook het leven van dieren zelf.

Eerst stellen we met lichte dwang voor om de verzorging van de lama’s, die op de buitencampussen gehouden worden in het kader van de richting dierengeneeskunde, aan studenten over te laten. Dit is immers een win-winsituatie voor alle partijen: het verlaagt het stressgehalte van de student, verlicht het takenpakket van het zorgpersoneel van UAntwerpen én geeft meer knuffels voor de dieren in kwestie.

Voor studenten die de buitencampus als het einde van de wereld beschouwen, zou de universiteit een alternatief kunnen voorzien. In samenwerking met Antwerpse dierenasielen kan de universiteit haar studenten de kans geven om hun koude, grijze blokperiode wat warmte en kleur te geven door een handje toe te steken in het dierenasiel. Dit komt niet enkel de stressende student ten goede, maar ook de asielen, die altijd een extra helpende hand kunnen gebruiken, en onze harige (of minder harige) vrienden die anders veel te weinig menselijk bezoek ontvangen.

Natuurlijk zijn er nog de meelijwekkende studenten die met een pelsallergie kampen. Omdat discriminatie – in welke vorm dan ook – echt niet meer van deze tijd is, moeten ook zij deel kunnen nemen aan deze onmisbare knuffelsessies. Op de buitencampus is hier al een oplossing voor voorzien in de vorm van giraf Dana, de overleden giraf waarvan het skelet nu gebruikt wordt voor didactische doeleinden. Om ook aan de knuffelnoden van de allergische studenten op de stadscampus tegemoet te komen, zou het interessant zijn mocht het asiel waarmee men samen werkt ook beschikt over naaktkatten en/of –cavia’s.

Een knuffelige examenomgeving is geboren.
 



de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

27/01/2019
Michael, de Schacht
🖋: 

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

Op de Sint-Jacobsmarkt gaat café De Schacht al zijn achttiende levensjaar in. Eigenaar Michael Bridoux (34) alias ‘Brikkie’ heeft het nu vijf jaar in zijn bezit. Naast een studentencafé in de Scheldestad runt hij in Deurne volkscafé De Piper. Michael is een drukbezet man, maar is ook een man van grote ambitie.

 

Uitdagingen 

Voor Michael De Schacht overnam, was hij gerant bij Den Doedelzak. Hij had het café overgenomen samen met de toenmalige eigenaar van ’t Vervolg, die een van de hoofdrolspelers in de ‘Bende van de douanier’ bleek te zijn. Door de criminele activiteiten van Michaels compagnon moesten ze noodgedwongen de deuren van het café sluiten. Even twijfelde Michael om alleen verder te gaan met Den Doedelzak, maar na alles wat er gebeurd was, besloot hij dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. 

Deze uitdaging diende zich aan toen 'Brikkie' weer in contact kwam met de vorige eigenaar van De Schacht, die hij nog uit zijn eigen studententijd kende. De vorige eigenaar vertelde aan Michael dat hij van plan was om te stoppen met De Schacht en Michael zag het direct zitten om het café over te nemen. “Alles was binnen twee weken in kannen en kruiken”, zegt hij.

Naast studentencafé De Schacht runt hij in Deurne volkscafé De Piper. Michael vertelt dat de twee zaken moeilijk te combineren zijn, maar dat het door veel te werken en weinig te slapen wel haalbaar is. “Ik doe het graag en daarom probeer ik te relativeren hoe zwaar het soms is." Daarnaast wil Michael benadrukken dat het belangrijk is om te genieten. "Het klinkt misschien cliché, maar als je iets beleeft, besef je niet hoe het voelt om het te beleven. Als je veel werkt, merk je dat je bepaalde dingen in het leven mist. Zo had ik bijvoorbeeld meer willen reizen.”

Michael is voorlopig nog niet van plan om te stoppen. “Ik wil dit zeker tot mijn veertigste blijven doen.” En daarna? “Rentenieren”, lacht hij. “Ik denk dat De Schacht over zes jaar niet meer van mij zal zijn, maar dat ik wel in de horeca blijf werken. Na mijn veertigste wil ik me meer focussen op een andere leeftijdscategorie. Mensen soigneren is inherent aan horeca en nu soigneer ik de studenten. Als ik ouder word, zou ik graag een wat ouder publiek willen soigneren.” Als er een andere zaak op zijn pad komt, deinst hij daar niet voor terug. “Ik wil altijd nog iets met eten doen. Ik kook zelf heel graag, dus een klein restaurantje opstarten in de buurt van mijn woonplaats (Schilde) zou ik echt leuk vinden.”

 

Met de hakken over de sloot 

Dat Michael voor zichzelf is begonnen, komt niet uit de lucht vallen. Hij heeft namelijk een bachelordiploma KMO-management behaald. “Ik heb wel getwijfeld of ik de opleiding wilde afmaken. Ik heb uiteindelijk toch doorgezet en heb mijn diploma met de hakken over de sloot behaald. Als ik een andere richting had gedaan, had ik het nooit gehaald”, vertelt Michael. Veel studenten KMO-management aan de KdG Hogeschool worden lid van studentenclub Eligia. Zo ook Michael die zich liet dopen bij de club. Door zijn studentenjob in het stamcafé van Eligia, ’t Vervolg, is hij de horeca ingerold.

 

Als de mensen je een toffe cafébaas vinden, komen ze naar je café. Dat is wel een beetje de kracht van De Schacht.

 

De café-uitbater is zelf een groot voetballiefhebber. Op zijn zeventiende heeft Michael de kans gekregen om te debuteren in derde klasse. Doordat hij zelf fervent voetballiefhebber is, is het WK altijd een hele belevenis in De Schacht. “De sfeer tijdens het WK hier is echt de max. Het allereerste WK dat wij hier uitzonden was in 2014. Er zat een man of vijftig binnen en het bier droop letterlijk van het plafond. Dat was bangelijk.”

 

Family man

Voor Michael zijn respect en beleefdheid de belangrijkste waarden, waarden die hij heeft meegekregen van zijn ouders. “Als cafébaas moet je het respect van de mensen winnen. Ze moeten je een toffe vinden. Als dat het geval is, komen ze naar je café. Dat is wel een beetje de kracht van De Schacht.”

A ls 'Brikkie' niet achter de toog staat, besteedt hij tijd aan zijn gezin. Michael heeft al negen jaar een relatie met Kristy, de mama van hun eenjarig dochtertje Maëlle. Michael vertelt dat Kristy en hij allebei in ’t Vervolg werkten, maar dat ze elkaar pas echt leerden kennen tijdens de skireis van Eligia in 2005. Er ontstond een vriendschap tussen Michael en Kristy die zo’n drie à vier jaar bleef duren. “Toen is de vonk overgeslagen en is dat uitgegroeid tot wat we nu hebben.” Een mooi verhaal. “Ja, ik had ook kunnen zeggen dat we een keer in ’t Vervolg tegen elkaar zeiden: ‘Vandaag gaan we vossen’, maar dat is misschien niet wat je wilt horen”, lacht hij.

“Kristy is de reden dat ik het zo goed doe. Het is geen verrassing dat wij elkaar soms minder zien, maar zij gaat daar perfect mee om”, zegt Michael. Hun dochtertje is vorig jaar in oktober geboren. Sinds de geboorte van Maëlle probeert Michael meer thuis te zijn. Als hij over haar praat, begint hij te stralen. “Wat je voelt voor je eigen kind is onbeschrijfelijk. Maëlle heeft mij compleet gemaakt, compleet gelukkig. Die vonk met Kristy was er altijd al, maar sinds Maëlle er is, is die weer aangewakkerd. Kristy heeft mij het mooiste geschenk dat je iemand kunt geven, gegeven. Dat is in één woord fantastisch. Ik zeg het je, als je later mama wordt, ga je dat beamen.” 



pottenkijkers

24/01/2019
minestrone
🖋: 

Haal je fat pants uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijke fantasie. Deze keer staat een makkelijke minestrone-maaltijdsoep op het menu, die zo gevuld is dat je ze bijna met een vork kan eten.

Geen troostvoedsel is zo effectief als een goede kom soep. Makkelijk weg te lepelen en boordevol groenten is soep de perfecte snelle lunch of hongerstiller bij een all-nighter. Maar heb je daar geen mixer en feilloze kookkunsten voor nodig? Absoluut niet! Deze minestronesoep kan zelfs je kleine zusje maken en aan een scherp mes en een grote kookpot heb je voldoende. Het leuke is dat je er (bijna) alles in kunt gooien, zodat je minestrone niet twee keer hetzelfde smaakt en je gemakkelijk restjes groenten uit de koelkast wegwerkt. Win-win!

 

ingrediënten (voor 3 grote / 4 kleine kommen)

De volgende ingrediënten zijn essentieel:

- een blik tomaten (tomatenblokjes of hele tomaten)
- een handvol gedroogde bonen of een blik bonen, bijvoorbeeld kidneybonen, witte bonen of zwarte bonen
- je soepgroenten: twee middelgrote wortels, een ui en een prei
- een bouillonblokje 
- kruiden: peper, zout en 1 à 2 teentjes knoflook 

Met deze ingrediënten kan je je creativiteit de vrije loop laten:

- extra groenten: broccoli, Chinese kool, sperziebonen, paprika, bloemkool, selder ...
- droge pasta (een portie voor één persoon is voldoende) of rijst
- parmezaan
- extra kruiden, zoals chilipoeder, komijn ...

 

minestrone maken in 7 stappen

1. Kook de bonen. Je maakt dit recept nóg goedkoper door met gedroogde bonen te werken. Die moet je een dag op voorhand al laten weken, zodat de kooktijd verkort. Wanneer je dan begint met koken, zorg je ervoor dat je de bonen direct op het vuur zet. Ze hebben een kooktijd van 30-40 minuten, dus tegen dat de rest van je soep klaar is, zijn zij ook gaar. Een potje bonen opentrekken kan natuurlijk ook. Zorg er in beide gevallen voor dat je de bonen goed uitspoelt voor je ze begint te koken.

2. Snij de groentjes. Vervolgens was je de groenten en snijd je ze in kleine stukjes. Dat duurt wel iets langer, maar je kooktijd vermindert er enorm door en het is aangenamer om te eten.

 

3. Zet de pan op het vuur. Doe wat olie in de pan en voeg je groenten toe. Laat ze 5 minuten lang op middelhoog vuur stoven. Voeg al vast wat knoflook, peper en zout toe.

4. Voeg het blik tomaten toe. Als je tomatenblokjes hebt, kan je ze zo aan de pan toevoegen. Heb je hele tomaten, dan snijd je die nog snel in stukjes voor je ze aan de pan toevoegt. 

5. Tijd voor water en bouillon. Laat je pan nog even op het vuur staan en voeg dan één tot anderhalve liter water toe (meer is beter, maar goed, de realiteit is dat er in veel kotkeukens alleen kleine pannetjes staan). Nog een bouillonblokje erbij gooien, en aan de kook brengen.

6. Laat de soep even koken. Controleer ondertussen je bonen. Zijn ze al bijna gaar? Dan mogen ze stilaan van het vuur. Als ze nog wat hard zijn, laat je ze nog even doorkoken. Als je soep een paar minuten aan het koken is, doe je wat pasta bij de pot. Spaghetti kan je makkelijk in drie breken om geïmproviseerde vermicelli te maken. Ook de bonen mogen in deze fase aan je soep worden toegevoegd. Laat alles nog even doorkoken ...

7. Et voilàHaal de pan van het vuur als alles gaar is. Kruid indien nodig nog een beetje bij met peper en zout. Als het goed gegaan is, heb je nu een voedzame maaltijdsoep! Serveer met een royale portie parmezaan erover (geloof ons, dat maakt de soep nog tien keer beter!).

 

De consistentie van deze soep is afhankelijk van een aantal factoren: de hoeveelheid groenten die je gebruikt hebt, hoeveel water je in je pan hebt kunnen krijgen, de kooktijd, ... Het kan dus zijn dat je soep redelijk 'gevuld' is en zelfs meer lijkt op een soort stoofpot dan op een lichte bouillon. Dat is allemaal oké! Door haar hybride karakter kan deze soep dienst doen als volwaardige maaltijd, maar kan je ook kleine kommetjes eten als simpele lunch. 

Oh ja: de soep slurpt gemakkelijk weg. Laat je witte kleren dus in de kast hangen, zodat je ongestoord en vlekkeloos kan genieten van deze maaltijd. Smakelijk!



24/01/2019
bibgangsters (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

Het leven van een bibliotheekblokker is hard: luidruchtige koffiekletsers aan de andere kant van de zaal, een eeuwige zoektocht naar een goede studieplek op zondag of die ene buurman die constant Netflix zit te kijken terwijl jij je intens probeert te concentreren op je studiewerk, ze maken het ons niet makkelijk. Niets kan echter tippen aan de schurkerige streken van de bibgangster.

De bibgangster is de geniepige stroper die je om 10u30 kan waarnemen wanneer hij sluw de bibliotheek binnenglipt. Met de slaap nog in zijn ogen sluipt hij vervolgens rond door jouw vertrouwde focusplek, in een zoektocht naar een maagdelijk witte prooi waarop hij snel elke cursus van het aflopen jaar kan neerploffen. Dit alles met het bed waar hij zo meteen weer inkruipt al fel in zijn gedachten. Zodra het nietsvermoedende slachtoffer gelokaliseerd is, strooit onze gluiperige gangster er gezwind nog enkele balpennen rond als ware het 6 december, en verdwijnt pardoes even snel als zijn motivatie groot was begin september. Rest ons als subassertieve brave bibblokkers dan niets behalve eens geïrriteerd kijken en ons defaitistisch weer te richten op het eigen studiewerk, aan elke kant omgeven door niet vergezelde handboeken en syllabi? Niet bepaald. De toolbox van de subassertieve verzetsstrijder is allesbehalve leeg.

Een klassieker in het boekje van de dappere passief-agressieveling is het onbevreesd en stiekem wegnemen van een balpen die vooralsnog eigendom was van de onrechtmatige overheerser. Goed, waarschijnlijk zal de verlate veroveraar niet eens doorhebben dat zijn wingewest net iets kaler is geworden wanneer hij na twee uur terugkomt van zijn drie uur durende middagpauze. Maar jij weet dat je deze slag symbolisch toch weer gewonnen hebt. Een overwinning zonder overwonnene, maar in je hoofd vind je het toch wel dapper van jezelf.

Het wordt nog leuker als je ziet dat je immer afwezige overbuur iets wiskundigs op tafel heeft liggen. Luister naar dat kleine stemmetje in je hoofd dat dreint: “zoveel negativiteit, dat moet toch een heel stuk positiever kunnen!” wanneer er weer een zwerm gefrustreerde zitplaatszoekers zuchtend voorbij zwoegen. En positiever kan het zeker! Neem gewoon een mooie zwarte stift en tover per half uur eens een minnetje om in een plusje. Wees er maar zeker van dat je overbuur binnen enkele uren erg verward zijn berekeningen zal nakijken, verbaast waar al die positiviteit plots vandaan komt.

Ben je nog helemaal in de kerstsfeer, dan heb ik een leuke voor je: neem een vel kerststickers mee naar de bib en kleef ze pal in het midden van de nog rustig op kot slapende bibliotheekgangsters schrift. Bonuspunten voor glitterstift! Vooral moeilijke bewijzen of saaie titels verdienen een flinke opfleurbeurt. Kleef er maar gewoon overheen! 

Ach, wie houden we voor de gek? We weten beiden dat subassertief als we zijn, we gewoon weer eens geïrriteerd opkijken van onze boeken als er weer eens een vileine bibboef rondsluipt, en met fronsende wenkbrauwen verder blokken. Maar is het niet mooi om te dromen de boekbandieten toch een kleine speldenprik toe te dienen, al was het maar in ons hoofd?