eerlijke reviews over studieplekken

31/05/2017

De tijd dat studeren alleen in eigen slaapkamer of kot gebeurde, is definitief voorbij. De hedendaagse student blokt niet solitair, maar solidair en trekt tijdens de blok naar de meest uiteenlopende locaties. Zo uiteenlopend dat je er wel eens keuzestress van zou kunnen krijgen. Wij schoten de twijfelende student daarom te hulp en gingen op verkenning in het Antwerpse bloklandschap. 

Speciaal voor jullie onderwierpen we vijf studeerlocaties, van eigen achtertuin tot foodmarket, aan ons kritische oog en deelden we objectief onze scores uit. Daarbij focusten we ons op drie punten. Ten eerste keken we naar de zogenaamde zen-factor van de studieplek: was er sprake van absolute stilte, of heerste er net chaos? Ten tweede hechtten we belang aan de sfeer en gezelligheid. Wil je ergens een hele dag zitten, dan kan het maar beter een beetje aangenaam zijn. Een fenomenaal uitzicht of zalige stoelen zorgden daarom ook voor hoge punten. Ten derde controleerden we uitgebreid de pauzemogelijkheden – goed pauzeren is essentieel, dat weet iedereen. De komende locaties pluisden we helemaal uit voor jullie. Ga erheen en oordeel zelf!

 

 

Letterenhuis

Zen-factor: 8/10
Sfeer en gezelligheid: 6/10
Pauzemogelijkheden: 9/10

studieplekken - Letterenhuis (© Study360)Hoewel er er slechts 10 studieplekken beschikbaar zijn in het Letterenhuis, is deze studielocatie zeker de moeite waard. Als student krijg je de ruimte om je boeken gespreid over je studieplek te leggen. Heb je even genoeg van het studeren en wil je even pauze nemen, dan kun je fijn onderuitgezakt zitten in de ruimte ernaast. Mocht je behoefte hebben aan een frisse neus, dan kan je het dakterras van het museum op of loop je even over de nabijgelegen Groenplaats of het Hendrik Conscienceplein. Om bij de studieruimte te komen, ben je bevoorrecht om eerst een kijkje te nemen in het museum. Het enige nadeel is dat er niet op alle studieplekken stopcontacten beschikbaar zijn. (Daan)

 

 

MERCADO

Zen-factor: 7/10
Sfeer en gezelligheid: 5/10
Pauzemogelijkheden: 8/10

studieplekken - Mercado (© Study360)Pop-up foodmarket MERCADO voedt deze examenperiode niet alleen de maag, maar ook de ziel. Een deel van de eerste verdieping is namelijk opengesteld voor blokkende studenten. Naast een grotere zaal vind je hier ook een viertal kleinere lokaaltjes. De lichtgele kale muren, de kamerplanten en de houten stoeltjes doen nog het meest van al aan een oude lagere school denken, maar net wanneer die flashback naar de maaltafels van zeven om de hoek loert, is daar het fenomenale uitzicht over de Groenplaats. De ruimte is bovendien niet al te volgepropt en er is veel lichtinval, wat rust uitstraalt. Een klein nadeel is dat het er niet altijd even stil is, maar dat los je gemakkelijk op door de gratis oordopjes. (Joanna)

 

 

Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience

Zen-factor: 9/10
Sfeer en gezelligheid: 5/10
Pauzemogelijkheden: 8/10

studieplekken - Consciencebib (© Study360)De erfgoedbibliotheek lijkt op het eerste zicht geen ideale studieplek. In deze zaal waar je oude boeken kunt raadplegen, mag je niet eten of drinken en ook je jas moet je in een kluisje laten liggen. Streng? Het is maar hoe je het bekijkt. Door de onnodige ballast is deze plek helemaal zen en heerst er een ware stiltecultuur. Als je ongestoord wilt doorblokken of -thesissen is dit dé ideale locatie. De stilte doorbreken doe je dan weer door simpelweg een wandeling te maken op de nabijgelegen Grote Markt of Groenplaats, die bijna letterlijk aan de deur liggen. (Joanna)

 

 

je eigen huis

Zen-factor: 8/10
Sfeer en gezelligheid: 7/10
Pauzemogelijkheden: 9/10

studieplekken - hotel MamaNiet iedereen studeert graag op locatie. Sommige vreemde vogels onder ons studeren liever gewoon thuis. Je eigen vertrouwde kamer, al je boeken bij de hand en vooral: een koelkast die tot de nok gevuld is! Wat willen we nog meer? De mama die subtiel opmerkt dat “je vandaag toch niet zoveel doet hè?” nemen we er dan maar bij. Net zoals de ligstoel in de tuin, die met dit zonnige weer heel aanlokkelijk wenkt. Weerstaan is geen optie. Dan maar buiten studeren! Zolang de buurman nu maar niet aan zijn haag begi … Ja lap! (Jonas)

 

 

Scoutshuis

Zen-factor: 8/10
Sfeer en gezelligheid: 6/10
Pauzemogelijkheden: 10/10

studieplekken - Scoutshuis (© Study360)Eens een scout, altijd een scout. Aan de lokroep van het gloednieuwe Scoutshuis kon ik dus – drie jaar nadat ik mijn bottines en hemd in de kast geborgen had – niet weerstaan. Het gebouw ligt in Borgerhout en is daarmee wat verder van de studentenbuurt verwijderd, maar het is een fiets- of bustochtje zeker waard. Op de vergaderzaaltjes die zijn opengesteld voor studenten is niet veel aan te merken: degelijk, maar in een kring van tafels studeren heeft ergens ook iets raars. Waarom dan toch naar hier gaan? Vlak naast het Scoutshuis ligt het zwembad Plantin-Moretus, waar je voor slechts anderhalve euro een frisse duik kunt nemen. Geen betere manier om je batterijen op te laden! (Joanna)



de dwarsdoorsnede

31/05/2017
Te mooi om waar te zijn
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer verslonden we Te waar om mooi te zijn, een boek geschreven door de 19-jarige studente Roxanne Wellens. Studeren én een boek schrijven? Het kan dus echt!

Te waar om mooi te zijn is zeker een boek dat op de leeslijst kan deze zomer. Ondanks het zware onderwerp is het fascinerend en leest het als een trein. Om het ontroerende verhaal van Othello en Minthe te lezen hoef je dus maar één goede zomerse middag uit te trekken.

 

Het zware onderwerp waarover ik het heb is vrijheid, maar ook zelfmoord en waarom die twee met elkaar verbonden zijn. In het boek gaat de jonge protagonist Othello op zoek naar de reden voor de zelfmoord van zijn zus, Minthe. Wat drijft iemand om zoiets te doen? Die vraag leidt Othello naar boeken, nieuwe mensen en andere landen. Alles om de waarheid te achterhalen.

 

Othello is jong, studeert en weet zoals velen onder ons niet wat hij met zijn toekomst wil doen. Wanneer zijn zus en beste vriendin zelfmoord pleegt, stort zijn wereld in elkaar. Een tijdje zweeft hij doelloos rond. Zijn nieuwe doel wordt het doorgronden van de beweegredenen van zijn zus. Hij krijgt een verzameling brieven die ze voor hem achter heeft gelaten. Beetje bij beetje probeert ze haar verhaal aan hem uit te leggen. In de brieven raadt ze hem ook boeken aan, boeken die haar wereld gevormd hebben. Om de puzzel compleet te maken, reist Othello uiteindelijk naar een ander land, ontmoet nieuwe mensen en leert meer over zichzelf dan verwacht. Te waar om mooi te zijn is een persoonlijk, klein verhaal, maar is tegelijkertijd groots en betekenisvol.

 

Hoewel de personages wat dromerig zijn, zijn hun hersenspinsels zeker niet minder herkenbaar. Mijn favoriete passage speelt zich af in een boekhandel. Dit is het moment waarop het hoofdpersonage het meest tastbaar wordt – voor mensen zonder obsessie voor boeken is dit misschien minder het geval. Othello zoekt de boeken die Minthe hem aanraadde en koopt ze allemaal. Stuk voor stuk zijn ze een herinnering aan haar. Een bewijs van haar bestaan. Alsof ze voortbestaat in alles wat ze liefhad. Zoals wanneer je een liedje hoort en aan iemand denkt. Hoe mensen zo'n afdruk op je bestaan kunnen achterlaten en zich kunnen wortelen in levenloze objecten, vind ik prachtig.

 

Te mooi om waar te zijn (Roxanne Wellens)De zware onderwerpen van het verhaal staan enorm dicht bij de auteur van de roman. “Drie van mijn vier grootouders kozen voor zelfdoding - allemaal op een heel andere manier. Het was me niet duidelijk waarom mijn grootouders, en meer ultiem een mens, ervoor kiest om zelf zijn leven te beëindigen”, vertelt Roxanne. “Ik wilde begrijpen wat er door hun hoofd ging, dus creëerde ik Minthe, een getormenteerd meisje dat vrij wil zijn, ten koste van alles.”

 

Ook de zoektocht naar vrijheid is haar niet onbekend. “De vrijheidsdrang van zowel Minthe als Othello is geïnspireerd op mijn eigen verlangen naar vrijheid. Al sinds mijn kindertijd wist ik zeker dat ik een avontuurlijk, uniek en vooral vrij leven wilde leiden. Ik kon mezelf niet terugvinden in het huisje-tuintje-boompje ideaal. Daar was ik enorm bang voor.” Ze beseft dat zij niet de enige is die worstelt met vrijheid. Het betekent veel, misschien wel alles, en mensen zijn er voortdurend naar op zoek. “De gemeenschappelijke deler van al ons zoeken is dat we buiten onszelf denken te vinden wat we missen. Al schrijvende ontdekte ik dat het daar nooit gevonden kan worden.”

 

Een boek schrijven vergt nogal wat creativiteit en vooral ook toewijding. Hoe kom je er dan als student bij om je tijd daarin te steken? Al toen ze vijftien was zei een leraar tegen haar dat ze eens moest deelnemen aan een schrijfwedstrijd. “Toen ik thuis kwam vroeg ik mijn moeder of zij toevallig een paar wedstrijden kende waaraan ik kon deelnemen. ‘Schrijf dan gelijk een boek’, grapte ze. Ik heb dat denk ik iets te serieus genomen …”

 

Boeken spelen een belangrijke rol in Roxannes leven en zijn daarom ook een terugkerend thema in Te waar om mooi te zijn. “Door te achterhalen wat iemands favoriete boeken zijn, leer je die persoon meteen beter kennen.” De naam van het hoofdpersonage lijkt ook literair te zijn geïnspireerd, maar niks is minder waar. “De naam Othello is niet afkomstig van Shakespeare, al klinkt dat beter dan de waarheid. Toen ik in het eerste middelbaar zat, was ik verliefd op een jongen die twee jaar ouder was dan ik. Hij heette Othello. Ik had hem nog nooit gesproken, en denk zelfs dat hij niet van mijn bestaan afwist. De verliefdheid ging gelukkig over, maar die naam ben ik nooit vergeten. Net zoals de namen ‘Rowan’ en ‘Minthe’, is ‘Othello’ krachtig en sprekend, alsof de naam op zichzelf al een verhaal vertelt.”

 

Voor andere jongeren die dromen van hun eigen boek, heeft Roxanne maar één boodschap: “Vooral doorzetten!” Het kost veel tijd en het is geen makkelijk proces. Je zal je boek af en toe wegleggen, je zit met de handen in het haar en zelfs de gedachte ‘zal ik het manuscript gewoon weggooien?’ spookt weleens door je hoofd. Maar, zo zegt ze, “er wordt vaak gezegd dat het bijna onmogelijk is om een boek uit te geven, zeker wanneer je weinig schrijfervaring hebt of jong bent. Dat is niet waar! Met een niet aflatende passie, volharding en een sterk verhaal is het zeker mogelijk. Maar je moet het wel écht met heel je hart en ziel willen.”

 

dwWeb - Te mooi om waar te zijn (Roxanne Wellens).jpg

 

Als je op zoek bent naar een vlot, interessant boek dat je aanzet tot denken, is dit zeker een aanrader. En als het aan Roxanne ligt, is er na het lezen van het boek slechts één boodschap die je niet mag vergeten: “Dat er schoonheid in alles zit! In pijn, in verdriet, in liefde, vreugde, zelfmoord en het onvermogen om vrijheid te vinden. Er zijn eigenlijk geen ‘gewone’ momenten, omdat elk moment prachtig is in zijn imperfectie, in zijn eenvoud. In zijn levendigheid. Zelfs als iets te waar, te rauw is om mooi te zijn.”

 

 

Te waar om mooi te zijn spreekt veel waarheden, maar is daardoor zeker niet minder mooi. Je vindt het boek vanaf 7 juni in de boekhandel.



blokken is meer dan studeren alleen

24/05/2017
productieve pauze (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Vorige examenperiode schreef deze dwarse stuurman aan wal al eens over hoe dat studeren beter kon. Na zware omzwervingen over wilde zeeën Februari, Maart en April heeft hij zijn navigatiesysteem door de examenperiode nog een beetje verbeterd. Aan de klassieke koers 25 minuten studeren – 5 minuten pauze wordt niet geraakt, maar aangezien studeren meer is dan blokken alleen, geeft hij dit keer in plaats van studietips graag voor de verandering eens wat pauzetips.

een goudvis en een vogel

We doen het net iets beter dan de goudvis. Onze aandachtsspanne houdt het langer dan drie, maar niet langer dan dertig minuten uit. Volgens de slimste zwemmers onder ons is vijfentwintig minuten arbeid, vijf minuten pauze de gulden middenweg. Tijdens die vijf minuten ademruimte kan je werken aan je favoriete side project. Voor het geval je al je inspiratie aan die paper of thesis hebt gewijd, brengt dwars je graag op de hoogte van de hottest breaks out there.

 

Mijn persoonlijk favoriet pauzekameraadje is Duo, de vogel van Duolingo. Ik studeer Duits en Italiaans, maar tijdens de examenperiode krijg ik de onweerstaanbare drang om het exotischer te zoeken en me volledig over te geven aan Zweeds, Spaans of zelfs Arabisch. Met Duolingo kan het allemaal, en dat in vijf minuutjes. Kan je je prof tegen het mondelinge examen zorgeloos uitschelden in je favoriete aanwinst.

 

een kopje koffie op de trap

Ben je toch niet zo’n vreemde vogel en houd je van een actievere pauze? Dan is traplopen misschien iets voor jou. Je werkt aan je conditie en blijkbaar ook aan je concentratie. Wist je dat tien minuten de trap op en neer lopen je energie meer boost dan ;vijftig milligram cafeïne? Je hoeft daarom zelfs nog niet te rennen op de trap, gewoon stappen pept ook op. Gooi dat blikje Nalu en dat kopje koffie overboord!

 

Of train die sixpack Jupiler in je buik om tot een sixpack spieren en geef die guns van je wat meer buskruit. Met een hoge-intensiteitstraining van vijf à tien minuten kom je al een heel eind. Goed geblokt in boeken én in lichaam!

 

the classics

En dan zijn er natuurlijk nog de klassiekers. Er zijn miljoenen mandala’s om in te kleuren, duizenden YouTube-kanalen met korte filmpjes om te bekijken, honderden dwarswoordpuzzels om in te vullen en tientallen examenstockartikels om te lezen.

 

Vergeet ook Mama Natuur niet en haal af en toe een frisse neus of ga vijf minuutjes zonnen en word gezond bruin. De mogelijkheden zijn eindeloos, maar zorg ervoor dat je ’s morgens aan de ontbijttafel naar andere dingen kan uitkijken dan enkel die kilometers PowerPoints, cursus en facultatief studiemateriaal. We wensen jullie van dwarser harte alvast heel veel succes en vergeet niet: Manage your hours day by day, don’t let the hours manage you!



24/05/2017
de solsleutel tot succes (© Rin Verstraeten | dwars)
🖋: 

Het is woensdagavond iets na half tien wanneer doorheen het dwarslokaal de volgende vraag vanuit de hoofdredactie weerklinkt: “Zeg mannen, hebben jullie al een idee voor de examenstock?”

Enkelen nemen handig hun notitieboekje erbij om hun lijstje met ideeën te overlopen. Anderen beginnen haastig rond te kijken in het lokaal in de hoop een idee te vinden op de muur, het plafond, in de ogen van andere dwarsers, dan toch maar eens een kijkje in het pintje proberen … En ik, ik broed al enkele weken op een idee. Als iemand me de vraag stelt wat ik nodig heb tijdens de examens, dan antwoord ik steevast muziek, muziek en nog eens muziek.

 

Daarom maakte ik de redactielijst aan, een afspeellijst met alle all time favorite songs van de hele dwarsredactie. De afspeellijst werd een mix van good old classics en nieuwe hits, van nostalgische herinneringen tot de hoop op nieuwe belevenissen, van lay back hiphop tot ritmische dansplaten, van lage bassen tot hoge kopstemmen, van hard rock tot pop, kortom voor alles wat wils. Waarom je naar zeker deze afspeellijst moet luisteren? Ik zou zelf nog wel miljoenen redenen kunnen opsommen, maar ik geef hiervoor liever het woord aan onze redactie.

 

 

Alex

Tears For Fears – Everybody Wants To Rule The World

“The concept is quite serious - it's about everybody wanting power, about warfare and the misery it causes. Het maakt mij nostalgisch, dromerig en pessimistisch op een aangename manier ... Het is zoals het is, zou ik zeggen”

The Rolling Stones – Sympathy For The Devil

“Omdat Sympathy For The Devil voor mij uniek is in zijn soort. Soms is de duivel gewoonweg bangelijk goed.”

Alexia

Amaury

Billy Joel – The Longest Time

“Aangezien het beste nummer van alle tijden Dreams van Fleetwood Mac al genoemd is en ook Queen reeds in de lijst staat, heb ik besloten voor een andere klepper te gaan, good old Billy Joel; Because harmonies.”
Queen – Bohemian Rhapsody
“Heel veel emoties in één fantastisch lied, maar vooral veel drama, en dat hebben we toch nodig tijdens de examens, niet? En ook gewoon nog steeds het beste nummer dat ooit gemaakt is, naar mijn mening.”

Annelin

Annemarie

Bruce Springsteen & Paul McCartney – Twist And Shout
“Poeh, zware dilemma’s hier. De beste is natuurlijk Don’t Stop Me Now van Queen! (Oké Annelin, Bohemian Rhapsody mag ook ...). Maaaar ... Queen staat er al twee keer in terwijl The Boss nog mist. Tijdens de examens word ik heel vrolijk van deze versie van Twist and Shout. Niet van Springsteen zelf, maar de lol die hij heeft met McCartney op het podium is wel goud.”

John Butler Trio – Revolution

“Als mijn examenstress de spuigaten uitloopt, is dansen op dit nummer dé enige oplossing.”

Anouk

Astrid

The Strokes – Under Cover Of Darkness
“Dit nummer maakt mij altijd belachelijk goed gezind, waar en wanneer dan ook.”
Kapitan Korsakov – In the Shade of the Sun
“Mijn kruistocht om Belgisch lawaai in de kijker te zetten gaat verder. Een uitkiezen is wel onbegonnen werk. Dan maar een die nog vrij sociaal aanvaardbaar is.”

Camile

Caroline

Toto – Africa

“Het is een klassieker die ik nooit beu geluisterd geraak en het geeft mij ook een zalig vakantiegevoel!”

RZO – Paz Em Meio Ao Caos ft. Bone Thugs N Harmony

“Omdat je juist te midden van de examenchaos de rust/vrede in jezelf moet proberen te vinden.”

Daan

Donna

Justin Timberlake – SexyBack ft. Timbaland
“SexyBack van Justin Timberlake, omdat je af en toe in de spiegel moet durven kijken, de slaap uit je ogen moet wrijven, jezelf in je favoriete blok-joggingbroek en trui recht in de ogen moet aankijken, en tóch moet blijven geloven dat je sexy bent.”

The Kills – Days of Why and How

“I really like The Kills at the moment.”

Florian

Hannes

Bobby McFerrin – Don't Worry Be Happy

“Omdat doorzetten moed vraagt, een lach vereist, en je zeker een beetje dwaas mag zijn.”
Kurt Cobain – Sappy
“Moeilijk, moeilijk, moeilijk,... Laat ons zeggen dat Kurt Cobain mijn held is. Emotie, poëzie, gewoon echt. Het brengt me down to earth wanneer dat het nodig is. En dat is exact het geen wat ik voel bij dit nummer, het lijkt alsof ik naast hem op de zetel lig met een pint in mijn hand. Als je mij zou vragen welke dead artist ik nog eens wil terug zien is het zeker en vast de Kurt (Nirvana)!”

Jeroen

Joanna

Fleetwood Mac – Dreams
“Dit nummer doet mij direct denken aan broeierige zomeravonden, wanneer verantwoordelijkheden niet lijken te bestaan.”
Dolly Parton – Jolene
“Need I say more?”

Jolien

Jonas

Hamilton – Alexander Hamilton
“Omdat Hamilton dé apotheose noemen van culturele vooruitgang in de 20ste en 21ste eeuw slechts in beperkte mate een overroepen uitspraak is.”
Fleet Foxes – Mykonos
“Op doktersvoorschrift.”

Jonathan

Jutta

Sugarhill Gang – Rapper's Delight
“Ik zou een verklaring geven, but first i gotta.. bang bang the boogie to the boogie. Als ik dit nummer hoor, laat ik alles vallen om mee te rappen, al zit ik op audiëntie bij de paus. Hotel, motel, whatcha gonna do today say whaaaaat?!”

First Aid Kit – Emmylou

“Perfect voor wanneer je rustig marshmallows wil roosteren over de aangenaam warme vlammen van je brandende cursussen.”

Leonie

Lisa

Matthew Wilder – Break My Stride

“Ik word oprecht enorm vrolijk als ik dit lied hoor, en dat elke keer weer!”
Haux – Caves
“Mijn favoriete quote is van Loesje: de zin van het leven die schrijf je zelf.”

Lize

Mathilde

Silversun Pickups – Lazy Eye
“Omdat het mij doet denken aan een 12 jarige ik die in mijn ondergoed door de woonkamer danst op dat nummer. Het is zacht en hard tegelijkertijd en blaast mij telkens opnieuw weer van mijn sokken. En omdat ik stiekem nog steeds dat 12 jarig meisje ben.”

Tool – Schism

“Tool tovert met zowel woorden als klanken. Het nummer heeft een geniale opbouw en de schoonheid ervan ligt in de dualiteit van kwetsbaarheid en duisternis.”

Maxene

Michaël

Madonna – Like A Prayer
“Omdat dit het popequivalent van de 9de symfonie of de Mattheüspassie is.”
The Shins – New Slang
“Ik heb lang getwijfeld, maar dit blijft een van mijn favoriete nummers ooit gemaakt. Helemaal rustgevend als je het even niet ziet zitten of niet in slaap geraakt, maar tegelijk zit er ook iets vrolijk in dat je op elk dieptepunt van de blok er weer bovenop kan helpen! Na dit een paar miljoen keer op repeat te spelen ben ik het nog steeds niet beu gehoord, een aanrader voor de emotioneel minder stabiele studenten in de blok.”

Natasja

Peter Jan

Young Cannibals – Good Thing

“Om tijdens de pauzes even een dansje te doen en jezelf weer op te laden.”

De Jeugd Van Tegenwoordig – Sterrenstof

“De klassieker dan maar.”

Quinten

Rin

Paramore – Last Hope

“Een nummer dat me steeds weer dat sprankeltje hoop geeft en me steeds aanzet om te blijven gaan. Ik ga het Hayley gewoon laten zeggen: It's just a spark, but it's enough to keep me going.”
Talking Heads – Naive Melody (This Must Be The Place)
“Met meters voorsprong mijn all-time favoriete nummer. Vooral deze live versie kan mij -in de meest stressy periodes of op de momenten waarop je het niet meer ziet zitten- alles doen relativeren. Trouwens ook een aanrader om dit loeihard af te spelen wanneer je in een vliegtuig zit tijdens het opstijgen en enkel wolken rondom je hebt. Als ik met een nummer kon trouwen was het dit.”

Robbe

Ruben B

Take Exams (Shake It Off parody)

“Omdat de hoofdredacteur zo van Taylor Swift houdt op redactieweekenden ...”

Sigur Rós – Untitled 8

“Een nummer dat je kunt opzetten voor de laatste 10 minuten blok van een examen, op het einde ben je uw boeken door het raam aan het gooien.”

Ruben VA

Silke

Hurts – Wonderful Life
"she throws him at the wall and kisses burn like fire"
Eminem – Lose Yourself
“De klassieker van het blanke hip-hopwonder uit Detroit, is hét middel om in ‘the zone’ te geraken en dat examen te ace’en! omdat dwars toch ook wel een beetje ‘street’ is.”

Stijn

Stine

GALA – Freed From Desire

“Wegens beste koptelefoonfeestjes ooit! #W817”
 

Queen Feat. David Bowie – Under Pressure

“Na lang debatteren met Rin heb ik het volgende nummer gekozen, wegens all time classic, omdat het een samenwerking is tussen twee titanen van de muziekwereld EN omdat het toepasselijk is.”

Yannick

     


18/05/2017
prof. dr. Frank Willaert (© Diana Dimbueni | dwars)
🖋: 

Enkele jaren geleden liep professor Frank Willaert over de zonnige binnentuin van het Hof van Liere en dacht: "Wat een mooie omgeving om in te werken. Maar ooit zal ook dit ophouden." Het gevoel een passant te zijn, zal vaker tijdens het gesprek naar voren komen. Het is ook een veelvoorkomend thema in de middeleeuwse teksten waarmee de professor zijn hele leven in dialoog is gegaan. Het statuut van emeritus is nakende, het ideale moment om eens samen te zitten en zowel terug te blikken als vooruit te kijken.

U heeft nooit getwijfeld dat u uw carrière hier zou afronden?

Neen. Ik heb een aantal keren de kans gekregen om elders aan de slag te gaan, maar wanneer de onderhandelingen in het stadium kwamen waarin ik een beslissing moest nemen, kwam ik steeds tot de bevinding dat een vertrek uit deze mooie universiteit mij niet zou verrijken. Ik ben haar altijd erkentelijk geweest voor de kansen die zij me geboden heeft en ben ook erg gesteld op de getalenteerde collega’s met wie ik hier mag samenwerken.

 

Na mijn proefschrift aan KU Leuven, stond ik vrij onverwacht op straat. Er waren signalen geweest dat ik een vaste aanstelling zou krijgen, en toen mijn academische carrière toch ten einde leek, ervoer ik dat als een serieuze schok. Ik zocht en vond een baan in Nederland aan het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden, waar ik mee kon werken aan het Woordenboek der Nederlandsche taal. Achteraf bekeken was mijn vertrek uit Leuven een blessing in disguise omdat de contacten die ik in Nederland heb opgebouwd, belangrijk zijn gebleven in mijn verdere leven.

 

Welke delen van uw onderzoek hebben u het meeste voldoening gebracht?

Ik heb tijdens mijn doctoraat gewerkt rond wat toen nog bekend stond als de Strofische Gedichten van de dertiende-eeuwse mystica Hadewijch van Antwerpen. Een van de ideeën van het doctoraat was dat het 45ste gedicht uit deze cyclus gebaseerd was op een Latijns lied en dat de mogelijkheid dus bestond dat dit gedicht op dezelfde melodie gezongen zou kunnen worden.

 

In samenwerking met de musicoloog Louis Grijp en diens muziekensemble Camerata Trajectina, hebben we dit gedicht, en vervolgens ook vele andere, aan het zingen gekregen. Op het Festival Oude Muziek van 1992 in Utrecht werd het 45ste lied voor het eerst gebracht door de sopraan Suze van Grootel. De overgang van mijn literair-historisch handwerk naar de artistieke beleving heeft mij toen hevig ontroerd. Wetenschappelijk onderzoek in de letteren zou vaker dit soort samenwerking met kunstenaars moeten opzoeken.

 

Wat zijn de plannen voor de nabije toekomst?

Het meest directe plan bestaat uit de afronding van een manuscript dat ik al jaren meesleep en waarvan alleen het laatste hoofdstuk nog geschreven moet worden. Het betreft een boek over de Geschiedenis van het Nederlandse Lied in de middeleeuwen en recentelijk heb ik een contract getekend waarbij het manuscript op 1 april ingeleverd dient te worden volgend jaar. Pas wanneer dit gebeurd is, wil mijn vrouw twee maanden met mij op reis door Amerika, iets waar ik al heel lang naar uitkijk. (lacht)

 

Verder wil ik ook graag meer tijd met mijn kleinzoon doorbrengen. Hij is nu acht jaar oud en dat is de ideale leeftijd van een kleinkind voor een opa.

 

Het tweede grote project is de uitgave van de werken van Hadewijch waaraan ik samen met Veerle Fraeters van het Ruusbroecgenootschap werk en waarvan heden alleen de liederen uitgegeven zijn. Hopelijk heb ik in de nabije toekomst meer tijd om hier werk van te maken.

 

Op welke manier heeft uw wetenschappelijk onderzoek uw persoonlijke leven beïnvloed?

Iemand die bezig is met teksten uit het verleden heeft op een bijna vanzelfsprekende wijze oog voor de dingen die voorbijgaan. Ik wandel anders door een stad dan de meeste mensen, vermoed ik. Ook het besef van tijdelijkheid waarvan de middeleeuwse teksten doordrongen zijn, mis ik wel een beetje in onze nogal hoogmoedige, zich superieur achtende cultuur.

 

Mijn leven is zeker verrijkt door de vele mensen met wie ik heb mogen samenwerken en die vaak vrienden zijn geworden. Mensen als de Utrechtse hoogleraren Wim Gerritsen en Frits van Oostrom en de vorig jaar overleden Louis Grijp, maar ook mijn medewerkers hier, blijf ik waarderen. Wellicht omdat het onderzoeksgebied van de medioneerlandistiek zo klein en broos is – "Wat is jullie nut?", is een vertrouwde vraag – zijn we er ons van bewust dat samenwerking belangrijk is. Wij lazen elkaars teksten, gaven kritiek en hebben elkaar zo vooruitgestuwd. Dit steekt af tegen het competitiemodel dat meer en meer opgang maakt. Niet alleen binnen de academische wereld.

 

Welke rol hebben de studenten in uw loopbaan gespeeld?

Ik heb steeds heel graag lesgegeven, ook al heb ik voor elk college en tot op de dag van vandaag een milde vorm van plankenkoorts gevoeld. Als kind was ik heel serieus, een beetje oud voor mijn leeftijd. Ik zat tot wanhoop van mijn moeder ook steeds met mijn neus in de boeken. Toen reeds kon ik mij niets mooiers voorstellen dan onderzoek en onderwijs.

 

Het is mij een genoegen geweest om steeds met jonge mensen samen te mogen werken en ik geloof dat zij van mij een relatief jonge emeritus gemaakt hebben. Ik heb ook steeds veel tijd gestoken in projecten met studenten zoals de redactie van een boekje of het gezamenlijk schrijven van een Wikipedia-artikel. Dat is tijd die ik ook in 'echt' onderzoek had kunnen steken, maar deze dingen gaven mij steeds heel veel voldoening.

 

Ik heb hierdoor het ouwelijke dat ik vroeger veel meer had, kunnen laten varen. Bij mijn laatste hoorcollege had ik het gevoel dat ik jonger naar buiten ging dan ik hier 33 jaar geleden binnengekomen was.



de dwarsligger

18/05/2017
dwarsliggers Sean en William (© Peter Jan Polstra | dwars)
🖋: 

The homo sapiens studentus is a special species. Next to the typical activity of studying, the members of this species are known as real lovers of (night)life. But do they have other secrets to unfold? dwars finds out in their natural habitat, the student dorm.

William Sancroft (24) and Sean Davies (21) both study Journalism at the University of Southampton. This year they traded the rainy weather of the UK for Belgium’s sunny skies. They have been studying in Antwerp since September 2016. As they look back on their stay, it turns out Antwerp and its people have been nothing but great.

 

“We both really wanted to come to Belgium on Erasmus exchange. We can’t really explain why. Perhaps it’s not the most obvious choice. We didn’t have the ‘mainstream’ sun, beach, party type of Erasmus like you would have in the south of Europe. But we have met so many great people and we have seen a lot of great places. And even though we didn’t expect to have a culture shock, since Belgium is so close to the UK, we kind of did.”

 

“The first time I went to the supermarket,” William continues, “I could not use my Visa card. In the United Kingdom it’s all we use. I was really surprised to hear that you can almost never use American Express or Visa in a shop.”

 

“But the biggest adjustment I had to make was that everything here is closed on a Sunday and at night. We really had to learn how to live by the opening hours of shops (laughs). At home, shops are opened 24/7. Or at least some of them. And you can always, always order anything online. Any time of the day. We like to call it ‘instant gratification’. We order something online, and mostly within two hours, you have it delivered at home. We could easily stay in bed for three weeks and survive.” (laughs)

 

But Antwerp has surprised the guys in many ways. “So many different cultures come together in the city, and it works wonderfully. It’s only since we are here that we realise that in the UK we are actually quite conservative. I was sixteen when I first met someone of a different nationality! In a city like Antwerp that would never happen.”

 

“And of course there are more things we love about Antwerp. Number one is probably the Turkish bakery on Sint-Jansplein, the fries (of which we’ve learned the hard way that they are originally from Belgium and not from France) and Belgian beer. Duvel is definitely one of our favorites, and we love drinking one at the ‘Kassa’ (Ossenmarkt). It’s definitely our favorite bar in Antwerp. Perhaps even our favorite place of all.”



betweter

18/05/2017
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

De schrijver E.B. White zei ooit dat humor analyseren hetzelfde is als het ontleden van een kikker: weinig mensen zijn geïnteresseerd en de kikker sterft. In onderstaande paragrafen zullen dus veel kikkers het leven laten want we verklaren waarom sommige grappen grappig zijn en andere niet.

 

Volgens Plato en Aristoteles moeten we lachen omdat we ons superieur voelen. Als we onszelf beter voelen dan iemand anders, geeft dat zo'n positieve impuls dat we erdoor moeten lachen. Hierdoor komt het dat het grappig is wanneer iemand ergens tegenaan loopt, iets doms zegt of iets gênants doet. Je bent slimmer dan dat en je lacht om dat te laten merken. Inside jokes zijn hier ook een goed voorbeeld van. Je weet waar de ene persoon naar verwijst en anderen weten dat niet, dus je voelt je beter.

 

Bekende moederliefhebber Freud kwam met een andere theorie. Hij zei dat we lachen om opluchting te uiten. Iedereen heeft driften die hij onderdrukt en volgens Freud zou een grap nog meer druk op die driften zetten. Dit creëert een spanning die steeds opbouwt, totdat de grap de druk weer helemaal laat wegvallen. Lachen lucht dus op.

 

Omdat Freuds theorie lang niet alle grappige dingen kon verklaren, kwam Kant met de incongruentietheorie. Dit is een duur woord om te zeggen dat er twee dingen die niet bij elkaar horen, bij elkaar worden gezet. We hebben een verwachting van hoe een situatie zal lopen en wanneer deze plots een totaal andere kant opgaat, vinden we dat grappig. Daarom zijn verhalen over een zatte avond vaak grappig. Er zitten zoveel onlogische wendingen in, dat het humoristisch wordt.

 

Bovenstaande theorieën horen elkaar aan te vullen om iets grappig te maken. Zo zou het volgens de incongruentietheorie grappig zijn mocht er een jongetje onderweg naar de bakker in het midden van een stad, plots overreden worden door een tractor en verlamd zijn voor het leven. Niemand verwacht het om overreden te worden door een tractor. Al zeker niet in het midden van een stad, maar toch lachen we er niet om. Dit komt omdat de opluchting van Freuds theorie volledig ontbreekt.

 

Je zou deze kennis kunnen gebruiken om zelf de beste grappen te maken, maar naar alle waarschijnlijkheid ga je andere mensen gewoon minder grappig vinden. Dode kikkers blijven nu eenmaal dood.



niemandsland

18/05/2017
Niemandsland
🖋: 
Auteur

Gegroet studenten! Nu ik afgestudeerd ben, heb ik jullie land verlaten. Daar waar pintjes vloeien als rivieren, cursussen meer kosten dan je 18m2-onderdak en niemand omkijkt wanneer je van maandag tot donderdag cornflakes als avondeten nuttigt. Met aarzelende, doch harde sprong kom ik terecht in het lage gras van het niemandsland. Ik noem het ‘niemandsland’, omdat ik geen andere gepaste term vind voor het jaar waarin mijn laatste check-in op SisA (bye bye winkelkarretje) en de eerste check-in op de werkvloer (de sleutelhanger voor die badge ligt al klaar) plaatsvinden. Mijn doel is hier elke maand neer te pennen wat mijn pad en gedachten kruist.

De grond van het niemandsland is stevig, er lopen elk jaar duizenden jonge mensen over. Ik heb het jaar na mijn afstuderen bijna 'overbrugd', en bij elke trede hoorde een column in dit boekje, zeven in totaal. Voor de laatstejaarsstudenten rest er nog één belangrijke periode (of twee), voor je de voetjes landt op de plaats waar ik ook stond. De plek met meer dan vier windrichtingen die je toefluisteren om kronkelende wegen te ontdekken, met onzekere momenten van stilstaan of stappen waar je van de ene in de andere rolt.

 

De examendagen die als rode vakjes in je kalender zijn aangeduid tonen dat de eindmeet nabij is. Daarna worden de ‘af’ en ‘eind’ van de studententijd grandioos gevierd: afscheidsdrinks voor reizigers die hun kleine kot vaarwel zeggen, afstudeerfeestjes met de familie op restaurant, en het eindfeest van de geneeskundestudenten dat eens ergens anders plaatsvindt dan in een modderige kelder. De laatste dagen van onze studentenidentiteit vieren we met het gezelschap dat naast ons zat in de aula en ons bijstond tijdens de blok.

 

Wanneer we onze studentenkaart haar geldigheid zien verliezen, wordt dit moment vaak met krokodillentranen bezegeld. Alsof je met dat plastieken kaartje alles wat je plezier geeft achterlaat en we te gebrand zijn op het zinnetje dat zegt dat onze studententijd de beste tijd is van je leven. Vergeet niet dat elke levensfase waar je doorwandelt haar eigen leuke en minder leuke kanten heeft en andere vrijheden en liefdes meebrengt. Wanneer je dan weer een ‘af’ en ‘eind’ nadert, ben je nieuwsgierig en warm gemaakt voor de volgende.

 

De (studenten)kaart wissel je in voor een ander object dat gepaard gaat met een identiteit: de badge van het werk, de Omnipas op de bus of het huurcontract van je eerste eigen stekje. Iedereen neemt op eigen tempo een stapje in zijn of haar eigen richting, we zitten niet in een levenswegrace waar we om ter snelst een zes moeten gooien. Zoek naar wat je energie geeft en gelukkig maakt. Zoals iedereen die voor mij niemandsland doorkruiste bevestigt: “Je rolt er gewoon in.”

 

Geniet in deze laatste maanden van de studententijd van de vrijheid om nog eens in het midden van de dag een duik te nemen in de zwemvijver van het Boekenbergpark, de tijd om nog eens een volledige dag met je ouders te spenderen en van de cursussen die je eigenlijk wel interessant vindt, ondanks dat geklaag tijdens de examens. Je kan al dromen over het komende spannende jaar, en hoeft geen schrik te hebben dat je al het vorige de rug toe zou keren. Je danst nog steeds met vrienden op feestjes nadat je bent afgestudeerd, je mag nog altijd dat kookboek voor kotstudenten gebruiken en in mijn geval blijft mijn Go Pass nog een jaar geldig.



Kris Peeters waagt zijn kans in Antwerpen

18/05/2017
Kris Peeters (© Diana Dimbueni | dwars)
🖋: 

Hij steekt het niet meer onder stoelen of banken. Kris Peeters wil burgemeester van Antwerpen worden. Peeters − volgens VRT en De Standaard de vierde meest populaire politicus van het land, net na huidig burgemeester Bart De Wever − staat te popelen om te beginnen experimenteren in wat hij het “laboratorium van Vlaanderen” noemt. De christendemocraat zal in 2018 echter niet enkel te maken krijgen met gele, maar ook met groene concurrentie van Wouter Van Besien. Volgens een recente peiling is niet CD&V (14,4%), maar Groen (20,1%) de grootste uitdager van N-VA (29,3%). Cijfers daargelaten, leek het ons als studentenmagazine in het trotse Antwerpen hoog tijd zelf eens uit te zoeken of de George Clooney van de Wetstraat ook op de Grote Markt zijn mannetje staat. En we maakten meteen van de gelegenheid gebruik om hem ook wat lastige vragen over actualiteit, werken en studeren te stellen. What else?

In tegenstelling tot wat menig Antwerpenaar mag denken, is Kris Peeters geen new kid on the block in de Scheldestad. “Ik heb in Antwerpen gestudeerd, heb er familie wonen en was voor mijn verhuis al een regelmatige bezoeker van de stad.” Na zijn studies Rechten en Wijsbegeerte aan de voorgangers van onze alma mater, koos Peeters echter niet meteen de weg van de politiek. Eerst ging hij aan de slag als advocaat, om daarna snel op te klimmen tot topman van UNIZO, terwijl hij ook nog doceerde aan de Hogeschool Gent. Op een dag kreeg hij plots telefoon van Yves Leterme met de vraag of hij minister wilde worden in de Vlaamse regering. “Die vraag kwam voor mij onverwacht, maar ik heb niet lang moeten nadenken. Als je aan de kant staat te zeggen dat het een goede regering moet worden en je krijgt plots de kans om mee te doen, dan kan je natuurlijk geen nee zeggen.”

 

 

werkbaar wendbaar werk

Toen hij in 2014 federaal minister van Werk, Economie en Consumenten werd, was dat voor UNIZO-Kris een soort thuiskomen. Die snel veranderende thema’s liggen Peeters na aan het hart: “Een lokale Belgische winkel krijgt concurrentie van webwinkels aan de andere kant van de wereld. De brexit plaatst de Europese Unie in een situatie die we nog nooit eerder hebben gezien. Werknemers willen meer vrijheid om hun loopbaan te plannen en ook werkgevers vragen meer flexibiliteit. Er komen constant innovaties en nieuwe producten bij, waardoor consumentenbescherming nooit af is. Ik vind het razend interessante domeinen om rond te werken.”

 

Wie nu afstudeert, heeft een goede kans om snel werk te vinden.

 

Met “jobs, jobs, jobs” als een van de prioriteiten van de huidige regering, vervult Peeters dan ook een cruciale rol. “Tijdens deze legislatuur zullen er in totaal meer dan 200.000 banen bijkomen.” Niet alleen het aantal nieuwe jobs is daarbij belangrijk, maar ook de kwaliteit ervan, vindt hij. “In februari keurde het parlement mijn wetsvoorstel goed om werk werkbaarder en wendbaarder te maken. De wet bevat een reeks opties die de bedrijven en werknemers kunnen gebruiken. Het gaat bijvoorbeeld om occasioneel telewerk of het opsparen van vakantiedagen via een loopbaanrekening.”

 

 

levenslang leren

Specifiek voor studenten heeft Peeters goed nieuws: “De werkloosheid kent een dalende trend en bij jongeren is de daling sterker dan het gemiddelde. Wie nu afstudeert, heeft met andere woorden een goede kans om snel werk te vinden.” Toch kunnen we beter nog even wachten met het weggooien van onze boeken: “Leren is een levenslang proces. Opleidingen helpen om de competenties die bestaan op de arbeidsmarkt en de competenties die bedrijven zoeken overeen te laten komen.” In de toekomst mogen we rekenen op vijf opleidingsdagen per voltijdse werknemer per jaar.

 

Ook van robots hoeven we niet bang te zijn: “De robotisering zal niet leiden tot minder jobs, maar tot andere jobs. De taken die robots overnemen, worden gecompenseerd door nieuwe functies die de robotisering creëert. We moeten zorgen dat de arbeidsmarkt met die veranderingen mee evolueert. Dat illustreert nog eens hoe belangrijk opleidingen zijn.”

 

 

werken tot vijfenzeventig?

Werk vinden zal dus vrij vlot gaan, maar er weer vanaf geraken helaas iets minder. “De wettelijke pensioenleeftijd wordt in 2025 opgetrokken van 65 naar 66, en in 2030 naar 67 jaar”, vertelt Peeters. Aan die snelheid zitten we tegen 2045 aan 70. In 2045 is een generatiestudent die dit academiejaar aan zijn opleiding is begonnen nog maar 46. De kans dat wij op ons 75ste nog werken, is dus reëel. Een eventuele verdere verhoging van de pensioenleeftijd zal echter niet zo snel gebeuren, verzekert Peeters ons: “Het is zeker niet de bedoeling elke vijf jaar de pensioenleeftijd met een jaar te verhogen. In het regeerakkoord is het principe voorzien dat de pensioenleeftijd gekoppeld wordt aan de levensverwachting. We moeten daar echter voorzichtig mee zijn."

 

Kris Peeters (© Diana Dimbueni | dwars)“Naarmate je ouder wordt, zijn een aantal jobs minder haalbaar. Overschakelen op een lichtere taak kan dan een optie zijn, maar we kunnen uiteraard niet voor iedereen een lichtere job voorzien.” Toch is het verhogen van de leeftijd tot 67 de koers die we moeten bevaren, vindt Peeters. “De verhoging van de pensioenleeftijd is misschien geen populaire maatregel, ze helpt wel om de pensioenen betaalbaar te houden. Als iedereen langer werkt, blijven de kosten van de vergrijzing betaalbaar.” Op die manier blijven onze pensioenen ook op termijn gewaarborgd door de overheid en blijft ons huidige systeem bestaan: “Aan doemscenario’s over pensioenen doe ik niet mee. Mijn partij en ik blijven grote verdedigers van een pensioen betaald van de sociale zekerheid.”

 

Een fulltime nine to five-job vijftig of zestig jaar aan een stuk of kleuterleiders tot hun 67 aanhouden, is dan weer niet de bedoeling. Peeters pleit daarom voor een transitionele loopbaan. “In plaats van ernaar te streven heel je loopbaan lang één job te doen, moet het makkelijker worden om van werk te veranderen. Zo kunnen mensen een job doen die past bij hun wensen en bij hun leeftijd.”

 

 

overwint democratie de populistische golf?

Als we even uitzoomen van de Belgische politiek zijn er twee grote thema’s die meteen in het oog springen: de verkiezing van Trump en de ‘ja’ op de brexit. Markeren deze gebeurtenissen, die niemand écht verwacht had, het einde van de democratie zoals we die nu kennen? Het christendemocratische antwoord daarop is nee. “Ik ben ervan overtuigd dat democratie de populistische golf te boven zal komen. Een simpele populistische oplossing kan goed in de oren klinken, bij de uitvoering zijn de gevolgen soms desastreus. Mensen zien uiteindelijk wel in dat populisten geen zoden aan de dijk brengen.”

 

We moeten een onderscheid maken tussen mensen die bepaalde bekommernissen hebben en politici die een buikgevoel aanspreken, argumenteert Peeters. “Als mensen zich zorgen maken over de globalisering, moeten politici dat ernstig nemen. Het probleem is dat er een klasse van politici is ontstaan die op dat gevoel inspeelt en het verder aanwakkert, zonder met werkbare oplossingen over de brug te komen. Zeggen waar het op staat, betekent niet dat je hard roept hoe groot de problemen zijn. Het betekent dat je oplossingen voorstelt en resultaten boekt”, vat Peeters samen.

 

Werk is hét middel bij uitstek om de stad welvarend te maken en te bouwen aan de toekomst.

 

 

united we stand, divided we fall

Ook na de brexit blijft voor CD&V de nood tot meer integratie bestaan. De Europese koers die CD&V wil varen ligt op dezelfde lijn als de Duitse christendemocraten, met een sterk en verenigd Europa aan de horizon. “De EU kan pas goed functioneren als elk land naast zijn eigenbelang ook rekening houdt met het algemene belang van alle lidstaten samen. Toen bondskanselier Merkel bij Trump op bezoek ging, liet ze duidelijk verstaan dat de VS enkel een handelsakkoord kunnen afsluiten met de EU in haar geheel, en niet met Duitsland afzonderlijk.”

 

Zeggen waar het op staat, betekent niet dat je hard roept hoe groot de problemen zijn.

 

“De aanpak van sociale dumping en het waken over sociale minimumnormen zijn bijvoorbeeld domeinen waarin Europa een grotere rol moet spelen.” De basis daarbij blijft de unie met haar 28 lidstaten, maar wat unanimiteit in zulke dossiers betreft, is Peeters genuanceerder: “Als blijkt dat sommige landen daar niet in willen meegaan, moet een kopgroep van landen het voortouw kunnen nemen.”

 

Kris Peeters (© Diana Dimbueni | dwars)

 

 

wir schaffen das

Als het gaat om de vluchtelingencrisis, gaat de visie van CD&V eveneens hand in hand met haar zusterpartij CDU. “De vluchtelingencrisis stelt ons voor heel wat uitdagingen, maar wij kunnen die zeker aan. We moeten mensen daar niet bang voor maken.” Wir schaffen das, dus.

 

“België is een welvarend land en het is onze morele plicht om vluchtelingen te helpen.” Ook op dit domein is Europese samenwerking van fundamenteel belang: “We vangen vluchtelingen hier op, maar moeten ook financiële ondersteuning bieden aan de landen van de regio zelf zodat vluchtelingen ook daar op een menselijke manier worden opgevangen. Alle landen die dat kunnen, moeten hun bijdrage leveren. Op Europees niveau is dat nu onvoldoende het geval. Eigenlijk zouden we tot één Europese asielprocedure moeten komen in plaats van 28 verschillende procedures.”

 

 

het laboratorium van Vlaanderen

Waarom kiest een vicepremier en gepassioneerd federaal minister nu dan plots voor een stad? Waarom is Antwerpen zo’n cruciale schakel in de Belgische politiek? Peeters’ antwoord op deze vraag zal Antwerpenaren dat moeilijk te sluiten bovenste knopje van hun hemd weer doen openzetten: “Antwerpen is nu eenmaal de grootste stad van Vlaanderen.”

 

Kris Peeters (© Diana Dimbueni | dwars)Naast zijn persoonlijke band met de stad, is Antwerpen bovendien ook politiek heel interessant, vertelt Peeters. “Er ontstaan heel wat nieuwe ideeën. Dat is vandaag zo, maar is ook in het verleden het geval geweest. Onder meer de haven en de universiteit zorgen voor die creativiteit. Antwerpen is een van de meest diverse steden van Vlaanderen, ook dat zorgt voor innovaties. De stad is daardoor erg aantrekkelijk voor een politicus. Wat je in Antwerpen doet, kan vaak als voorbeeld dienen voor de rest van Vlaanderen. Noem Antwerpen gerust het laboratorium van Vlaanderen.”

 

Een laboratorium waar heel veel verschillende ingrediënten in een reactievergelijking moeten balanceren en waar een goed chemicus de proefbuizen in handen moet hebben, oordeelt Peeters. “Antwerpen is daarnaast een zeer diverse stad, wat een enorme rijkdom is, maar wat ook voor uitdagingen zorgt. Daarom heb je een duidelijk kader nodig waarbinnen alle Antwerpenaars, wat hun achtergrond ook is, moeten willen samenwerken om Antwerpen nog beter te maken.”

 

“Je hebt een beleid nodig dat dialoog en ontmoeting aanmoedigt, zodat mensen elkaar leren kennen en leren begrijpen. De zaken op de spits drijven en verschillen tussen groepen uitvergroten, helpt daarbij niet. Ik wil dialoog en ontmoeting aanmoedigen tussen de verschillende groepen.” Wie goed tussen de lijntjes leest, ontdekt hier en daar misschien een steek naar de concurrentie.

 

Net zoals elke student studeerde ik te weinig tijdens het jaar en waren de examenweken spannend.

 

 

diversiteit, mobiliteit, universiteit

Naast het dossier ‘diversiteit’ wil Peeters, mocht hij als winnaar uit de bus komen, op dag één van zijn burgemeesterschap ook de classeurs over mobiliteit op zijn bureau hebben liggen. “We staan met zijn allen te veel in de file. Het recente akkoord over de Oosterweelverbinding en de overkapping van de ring zijn daarom cruciaal.” Mobiliteit en diversiteit zijn dan ook de grootste werven voor Antwerpen en de eerste dossiers die hij zou aanpakken, mocht hij de sjerp om krijgen. Een derde uitdaging voor de minister van Werk, hoe kan het ook anders, is werkloosheid en in het bijzonder jeugdwerkloosheid. “De afgelopen jaren is daar al heel wat rond gebeurd en die maatregelen moeten worden opgevolgd. Werk is hét middel bij uitstek om de stad welvarend te maken en om te bouwen aan de toekomst.”

 

Een andere motor van dynamiek en innovatie is volgens Peeters de universiteit. “Een universiteit trekt jong talent aan, zorgt voor nieuwe ideeën en een bruisend studentenleven.” Jonge hoogopgeleide gezinnen die na hun studies in de stad blijven wonen, leveren bovendien een goede bijdrage aan de welvaart van de stad. Een universiteit heeft naast haar onderwijsmissie ook een belangrijke rol te spelen in het maatschappelijk leven van een stad. Peeters is daarom ook fan van studentenverenigingen, die volgens hem door de universiteit ondersteund moeten worden. Zelf had hij overigens een heel leuke studententijd. “Ik zat samen met vijf TEW-studenten op kot in de Sint-Annastraat. We gaven onze eigen kotkrant uit. Ik ging vooral uit in de buurt, ging geregeld biljart spelen in het Billiard Palace bij het Centraal Station en soms ook naar TD’s. Net zoals elke student studeerde ik te weinig tijdens het jaar en waren de examenweken spannend.”

 

Tot slot vormt de universiteit zijns inziens via kennis en onderzoek een belangrijke ondersteuning aan het stadsbeleid. “Als burgemeester zou ik die banden natuurlijk graag aanhalen. De recente publicatie van rector Herman Van Goethem Krijtlijnen voor een innovatief beleid voor de Universiteit Antwerpen vind ik een zeer goed document om de dialoog aan te gaan.”

 

Plannen genoeg dus voor ’t Stad, zo blijkt. Bart, Wouter of Kris, het beloven nog spannende verkiezingen te worden.

 

Kris Peeters (© Diana Dimbueni | dwars)



de worstelingen van de fraudecommissie en studenten met spiekbriefjes

18/05/2017
spieken (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

Examenfraude, geen student die zijn vingers eraan zou willen branden. Toch dromen we er allemaal wel eens van: frauderen op het examen zonder betrapt te worden en slagen met een hoog cijfer zonder alle data in ons cognitieve archief te hebben opgeslagen. Dit artikel is voor de ondernemende student. De student die risico durft te nemen, zijn academische loopbaan op het spel durft te zetten, wiens geweten zuiver is na moedwillige bedriegerij. Tevens is dit stuk een ode aan zij die niet wisten te ontsnappen aan het alziende oog van de fraudecommissie.

In het OER (Onderwijs- en Examenreglement) van academiejaar 2016-2017, wordt in paragraaf 18.2.1 de volgende beschrijving gegeven van fraude:

 

“Als fraude wordt beschouwd het bedrog bij het afleggen van examens, alsook andere onregelmatigheden die van aard kunnen zijn de uitslag van het examen te beïnvloeden. Ook het bezit met de mogelijkheid tot gebruik van middelen waarmee fraude kan worden gepleegd (bvb. gsm, iPod, enz.), wordt als fraude beschouwd, zelfs als dit slechts achteraf mocht worden vastgesteld.”

 

Omdat het bovenstaande op vele (creatieve) manieren geïnterpreteerd kan worden, vroeg dwars aan Stijn Moonen, secretaris van de Fraudecommissie Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW), wat nu precies onrechtmatige middelen zijn waarvan alleen het bezit ervan al als frauduleus wordt beschouwd. Onder “enz.” kan namelijk vanalles worden verstaan.

 

“Deze regels zijn voor alle faculteiten dezelfde”, luidt het oordeel van de secretaris. “Een opsomming geven van alle zaken die verboden zijn, is niet haalbaar, omdat de technologie niet stilstaat. Niet iedereen die examentoezicht houdt, kan op de hoogte zijn van alle beschikbare middelen en iemand die wil frauderen, wordt al snel creatief. Een analoog horloge verbieden lijkt misschien ver te gaan, maar het is niet altijd mogelijk om bij iedereen individueel het horloge te controleren alvorens het examen start, zeker als het over grote groepen studenten gaat. Het is om die reden dat een examinator best gewoon kan aangeven welke middelen wél toegestaan zijn.”

 

geen enkele onregelmatigheid

Om de slaagkansen van fraudepogingen voor de komende examenperiode in te schatten, vermoeden we dat het raadzaam is om naar de afgelopen periode te kijken − ervan uitgaande dat TEW representatief is voor alle faculteiten. “Het toeval wil dat de voorbije examenperiode de eerste was waarbij er in onze faculteit geen enkele onregelmatigheid werd gemeld bij de fraudecommissie in ongeveer tien jaar. Dit is dus een grote uitzondering. Het gaat nooit over grote aantallen, maar een vijftal per examenperiode is geen uitzondering. Nu, als je er rekening mee houdt dat er in onze faculteit ongeveer 3.000 studenten ingeschreven zijn, gaat het over duizenden examens, papers en thesissen per zittijd. Dan zijn die enkele gevallen echt wel weinig, zelfs al zal wellicht niet iedereen die probeert te frauderen ook betrapt worden.”

 

Aan de studenten van TEW die de afgelopen periode door de mazen van het net zijn geglipt: chapeau! Kan je jezelf nog wel in de spiegel aankijken en ben je nog altijd met jezelf in het reine?

 

een persoon naar keuze

Mocht je denken dat fraudecommissarissen een saaie functie bekleden en meer met papier dan met mensen in contact komen, dan heb je een verkeerd beeld. “Ik kan ook hier enkel spreken over onze faculteit. Enkele jaren terug werd een student betrapt op plagiaat bij een paper. Toen de student zich kwam verdedigen voor de fraudecommissie werd hij, zoals het reglement voorziet, bijgestaan door een persoon van zijn keuze. In dit geval was het de vader van de student die al bij aanvang het woord nam: ‘Ik ga ervan uit dat mijn zoon te goeder trouw heeft gehandeld en dat deze zaak berust op een vergissing. Echter, wanneer u kan aantonen dat hij wel degelijk plagiaat heeft gepleegd, zal hij de gevolgen moeten dragen, zowel de sanctie die u hem dan oplegt, als degene die ik voor hem zal voorzien.’ De vader was nogal zeker van zijn stuk, maar naarmate de bijeenkomst vorderde en de bewijslast duidelijk werd, veranderde zijn mening. Uiteindelijk heeft de student ook toegegeven dat zijn paper voor een groot deel copy-pastewerk was. De vader heeft uiteindelijk de leden van de fraudecommissie nog bedankt. Welke sanctie hij voor zijn zoon had voorzien, zullen we nooit weten. Niet meteen een geval waarbij de fraude zelf tot de verbeelding spreekt, maar waarvan de afhandeling uitzonderlijk was.”

 

Dan nog even een aantal formaliteiten mocht je ooit betrapt worden in een poging te sjoemelen met je resultaten. “Eerst en vooral: het is de fraudecommissie die de onregelmatigheden moet beoordelen en eventueel een sanctie kan opleggen. Een ‘veroordeelde’ student kan wel beroep aantekenen bij de examencommissie tegen de beslissing van de fraudecommissie.”

 

En nog altijd komen ze voor. “In een aantal gevallen is een zaak duidelijk. Zo worden er nog steeds studenten betrapt met spiekbriefjes. Dan is er doorgaans weinig twijfel over de vraag of het over examenfraude gaat.”

 

>NB: dwars kan, omwille van dit artikel, niet als betrokkene worden aangewezen bij niet al te sluikse fraudepogingen.