Paulus, Smet en Verschoren speechen bij de start van het academiejaar
15/10/2010
🖋: 

Op de officiële opening van het academiejaar eind september namen achtereenvolgens eregouverneur en voorzitter van de Artesis Hogeschool Camille Paulus, minister van Onderwijs Pascal Smet en UA-rector en voorzitter van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA) Alain Verschoren het woord. Uw enige echte studentenblad noteerde wat deze drie wijzen te vertellen hadden over de toekomst van ons (hoger) onderwijs.

Vier thema’s keerden telkens terug in de toespraken: het integratiedebat, de democratisering van het onderwijs, het toenemende belang van het Engels en de toekomst van de UA. Tom Demeyer, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), voorzag de speeches van commentaar.

 

1. Integratiedebat

Er staat een ingrijpende verandering van het hoger onderwijs voor de deur. Alle academische hogeschoolopleidingen – de opleidingen die bestaan uit een bachelor en een master – worden overgeheveld naar de universiteiten. De finesses van dit proces zullen pas tegen mei volgend jaar worden uitgewerkt, maar minister Smet vertelde ons al dat de UA vanaf 2012-2013 verantwoordelijk wordt voor:

  • de uitreiking van de diploma’s van alle academische hogeschoolopleidingen binnen de AUHA
  • het onderwijs- en onderzoeksbeleid met betrekking tot deze opleidingen
  • de kwaliteitszorg voor onderwijs en onderzoek
  • het personeelsbeleid van deze opleidingen

 

Uitzonderingen op de integratie zijn de Hogere Zeevaartschool (HZS) en de kunstopleidingen: deze worden niet universitair. Wat de kunsten betreft, worden er Schools of Arts opgericht. Rector Verschoren pleitte als voorzitter van de AUHA voor een gezamenlijke Antwerp School of Arts, die de huidige artistieke opleidingen aan Artesis en Karel de Grote moet concentreren tot het sterkste kunstaanbod in Vlaanderen. De HZS en de UA werken dan weer wel samen in het recent opgerichte ACTRAMAR (zie dwars 58).

 

Ook nieuw wordt de langverwachte faculteit Industriële Wetenschappen aan de UA. Over enkele jaren mogen industriële ingenieurs in opleiding naar een nieuwe campus vlakbij campus Middelheim. De opleiding Kinesitherapie zal op termijn geïntegreerd worden in de faculteit Geneeskunde. In één adem stelde rector Verschoren nog de vraag of er niet ook nood is aan een sterk academisch taleninstituut voor zowel TEW, Rechten als PSW.

 

Artesis-voorzitter Paulus merkte op dat de hele operatie veel geld zal kosten, 229 miljoen euro om precies te zijn. Bovendien zitten de docenten van de hogescholen met heel wat vragen in verband met hun toekomst. Volgens minister Smet voorziet de Vlaamse regering in principe 226 miljoen extra voor de periode 2012-2025. Met betrekking tot de docenten waarborgt de regering maximaal de rechtspositie van personeel dat overgenomen wordt. Tom Demeyer, voorzitter van VVS, is van mening dat het belang van de student in het hele debat over het hoofd wordt gezien: “Een integratie zal onlosmakelijk verbonden zijn met grotere groepen studenten. Dit is vandaag reeds een probleem en dat zal er met de integratie niet op verbeteren. Als studenten vragen we dan ook afdoende garanties dat de kwaliteit van ons onderwijs er niet op achteruit zal gaan.”

 

2. Democratisch onderwijs

“We zijn halverwege tussen Bologna 1999 en Pact 2020,” opende minister Smet zijn toespraak. Bologna staat dan voor de invoering van de BaMa-structuur, waarbij het Europese systeem van bachelors en masters het toenmalige systeem van kandidaturen en licentiaten verving. Pact 2020 bevat de concrete doelstellingen van Vlaanderen in Actie, het initiatief dat ervoor moet zorgen dat Vlaanderen over tien jaar een topregio in Europa is. Minister Smet wil het succes van de hervormingen in het onderwijs afmeten aan:

  • meer kinderen die betere kansen krijgen om door te stromen naar het hoger onderwijs
  • meer jongeren die hun opleiding afmaken
  • meer jongeren die zich meten op Europees en wereldniveau.

 

Drie punten die niet onbesproken bleven bij aanvang van het nieuwe academiejaar. Om de talenten van meer kinderen beter te ontwikkelen, houdt minister Smet in de eerste van drie visienota’s, getiteld ‘Mensen doen schitteren’, een pleidooi voor het afschaffen van de huidige opdeling ASO-TSO-BSO in het secundair onderwijs. Het huidige model leidt te vaak tot een watervaleffect: zo hoog mogelijk beginnen en ‘zakken’ indien nodig. Ook het debat over de slagingskansen in het hoger onderwijs woedt volop. De helft van de eerstejaars slaagt namelijk niet. Onderzoekers van de K.U.Leuven opperden daarover dat aan de hand van de vooropleiding, de middelbare school dus, voorspeld kan worden wie slaagt en wie niet. Het voorstel uit de visienota van minister Smet zou dus een oplossing bieden voor deze problematiek. Onderzoekers van de UA daarentegen tonen aan dat niet het onderwijsnet maar de sociale achtergrond bepalend is voor de slagingskansen van studenten. Een manier om middelbare schoolleerlingen te helpen bij het maken van een juiste studiekeuze – en zo dus de slagingskansen te verhogen – is een oriëntatieproef. Tom Demeyer hierover: “VVS pleit voor een niet-bindende proef in het secundair onderwijs, zodat leerlingen voldoende tijd hebben om bij te schaven. Bovendien zouden hoger onderwijsinstellingen, het secundair onderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) meer gecoördineerd moeten samenwerken.”

 

Opdat getalenteerde studenten zich in Vlaanderen zouden kunnen meten op Europees en wereldniveau is extra geld nodig. Paul Van Cauwenberghe, rector van de UGent en voorzitter van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) deed daarover reeds zijn beklag in De Standaard: “Als je minder dan 33 procent van de kandidaten kan honoreren, haken de besten af en trekken ze naar het buitenland. Wij zitten aan 20 procent en vrezen dat de Vlaamse regering nog 5 procent zal wegknippen.”

 

3. Engels als lingua franca

Zowel minister Smet, die van Engels de taal van Europa wil maken, als rector Verschoren pleitten voor meer Engels in het hoger onderwijs. Volgens de nieuwe taalregeling mag in de bachelor 16 procent (30 studiepunten) in een andere taal gedoceerd worden. Masters mogen volledig in een andere taal gegeven worden, indien een equivalente opleiding in het Nederlands gevolgd kan worden binnen de Vlaamse gemeenschap. “Als studenten,” zegt Tom Demeyer, “pleiten wij voor een stijging tot 33 procent in de bachelorjaren, al is voorzichtigheid het codewoord. Het is immers erg gesteld met de taalbeheersing van onze professoren. Bovendien kan Engels voor sommige studenten een bijkomende drempel vormen om succesvol deel te nemen aan het hoger onderwijs.”

 

4. De toekomst van de UA

Behalve over de integratie van de academische hogeschoolopleidingen en het toenemende belang van het Engels, sprak rector Verschoren over enkele UA-specifieke thema’s. Zo is de UA een universiteit met meer humane dan exacte wetenschappen. Daarom is het jammer dat in het output-gebaseerde financieringsmodel de humane wetenschappen weinig lucratief zijn. Goed nieuws is dan weer de evolutie van het studentenaantal van onze universiteit. Vandaag telt de UA 13.000 studenten, komende van 8.000 bij de fusie in 2003. Het streefdoel is 15.000 studenten, net als “middelgrote universiteiten als Harvard, Stanford, Cambridge of MIT.”

 

Het Vlaamse hoger onderwijs staat dus voor een heleboel uitdagingen de komende jaren. “De grootste uitdaging,” volgens onze rector, “zal er in bestaan de volgende jaren een goed evenwicht te vinden tussen de oude elitaire waarden en de veranderende eisen van een massa-universiteit met studenten met zeer diverse achtergronden en niveau.” Ter afsluiting klonk het ambitieus dat dit een universiteit is waar “we de kans moeten krijgen ons ongestoord bezig te houden met essentiële zaken, fundamentele uitdagingen zoals onze wetenschappelijke slagkracht, de kwaliteit van ons onderwijs, onze financiering, ons marktaandeel, interuniversitaire samenwerking en de internationale rol van Vlaanderen.” Daarheen dus.



Rewind
15/10/2010
🖋: 
Auteur

Jeugdboekenschrijver Marc de Bel heeft intussen maar liefst 120 titels op zijn naam staan. Dat zijn genoeg jeugdboeken om de leef- en leeswereld van heel wat kinderen te doordringen met knoertspannende avonturen, knettercoole ontdekkingen en stiepelgekke uitvindingen. En bovendien een hele hoop grappige neologismen.

REWIND In 1987 scoorde Marc de Bel met ‘Het ei van Oom Trotter’ meteen een eerste grote hit én de Prijs van de Kinder-en Jeugdjury. Dat bracht de bal aan het rollen en in de daaropvolgende jaren produceerde hij kinder- en jeugdboeken, gevolgd door strips, aan een ongelooflijk tempo. In een mum van tijd werd de Bel de meest gelezen jeugdboekenschrijver van Vlaanderen. Er werd zelfs een fanclub opgericht: de Marc de Belhamelsclub.

 

PLAY Enkele onvergetelijke personages werden in het leven geroepen. Vanuit hun slaapkamer of luie zetel gingen de lezertjes op schattenjacht met Blinker, of op avontuur met Oom Trotter. Ze haalden streken uit met de zusjes Kriegel, griezelden in Frankenzwein of lachten met de perikelen van de Boeboeks. Fantasie en avontuur staan dan ook centraal in de Belverhalen. De grote helden zijn steevast kinderen, die vaak geterroriseerd worden door een groep pesterige pukkelpubers. De favoriete leeftijd van Marc de Bel is elf jaar. Op die leeftijd is hij immers uit zijn boomhut op zijn hoofd gevallen, en daarom is hij naar eigen zeggen altijd een beetje elf jaar gebleven. Zijn eerste dochter kreeg dan ook de naam Elf.

 

FAST FORWARD 23 jaar, 120 boeken en 8 Kinder- en Jeugdjuryprijzen later wordt Marc de Bel nog steeds even gretig gelezen door een nieuwe generatie kinderen en niet-meer-echt-kinderen. Bovendien bestaan er intussen ook al verschillende theaterbewerkingen van de boeken, evenals enkele verfilmingen. Over die films is de Bel echter niet altijd even tevreden. In een interview vertelde hij me ooit dat hij zich had teruggetrokken uit de medewerking aan de laatste Kriegelfilm, omdat hij vond dat de (Amerikaanse) producer alle humor uit het verhaal perste om enkel het griezelige over te houden. En dat is jammer, want de verhalen van Marc de Bel zijn niet alleen keutelspannend en vlinderfladderig leuk, maar ook bijzonder slappelachwekkend!



editoriaal
01/10/2010
🖋: 

dwars jaargang drie ontluikt onder een merkwaardig gesternte. Voor het eerst zal de Antwerpse student immers met recht kunnen zeggen dat hij aan de Universiteit Antwerpen studeert. Voor het laatst met de proclamatie van de tweede zittijd begaf die student zich op weg naar de UIA. Campus Drie Eiken, meneer. En Stadscampus. Met het nieuwe academiejaar verrijst de jongste telg van de Antwerpse onderwijsstructuur. Welkom, van harte.

Dat er na tijden van komen, ook ogenblikken komen waarop moet worden gegaan, is in ons taalgebruik onvermijdelijk. Je moet daar ook niet nostalgisch of sentimenteel over doen. Zelfs de jezuïeten worden de eenentwintigste eeuw in geslingerd, en dus moet een pluralistische universiteit in de Koekestad tot de mogelijkheden behoren. Het zou dan ook van een misplaatst conservatisme getuigen de mogelijkheid tot zulk een verandering alvast van bij de aanvang uit te sluiten.

 

En toch. Fusieclubs excelleren niet, ze modderen maar wat aan. In het voetbal voorbeelden genoeg. Racing White Daring Molenbeek, om er één bij naam te noemen. Of nog, GBA. De vereniging van de oud-Kielse bourgeoisie met jonge impulsen van Ekerse revolutionairen (germinal) is in meerdere opzichten te vergelijken met de versmelting van de oude instellingen tot de nieuwe UA. Fusieclubs trachten zich koste wat het kost in leven te houden, en blinken verder doorgaans enkel uit in onderlinge twist. Is het zo pessimistisch een potentieel conflict te zien dat verder gaat dan het getouwtrek over wie het mooiste bureau krijgt?

 

Sterker nog. Een fusie is gedoemd te mislukken als niet alle neuzen dezelfde richting uit wijzen. Gaat een kandidaat in de rechten volgend academiejaar wel Nietzsche gezien hebben in zijn cursus filosofie of is God slechts in Wilrijk echt dood? Ik vraag het me luidop af.

 

Een andere vraag die voorlopig onbeantwoord blijft, is waar studenten voortaan in het plaatje moeten passen. Op de academische opening werd de student alvast niet meer als fundamenteel element binnen de UA-structuur gezien. Voor een echte studententoespraak bleek dit jaar dan ook geen plaats.

 

Een fusie brengt leuke gadgets en briefpapier met een nieuw logo met zich mee. De vraag blijft of ze het niveau van ons onderwijs ten goede komt. Een vraag die permanent moet worden gesteld. Gelukkig, beste student, hebt u daarvoor een studentenblad.



bijlessen voor allochtonen en kansarme leerlingen
20/09/2010

Het is al weer het zesde jaar dat de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA) het tutoraat voor allochtone en kansarme studenten organiseert. De associatie werkt hiervoor samen met zestien Antwerpse scholen. Daarom gaat AUHA ook dit jaar opnieuw actief op zoek naar gemotiveerde studenten om deze leerlingen de kneepjes van hun ‘probleemvakken’ aan te leren, en hen te duidelijk te maken dat ook zij hoger onderwijs moeten aandurven.

Voor het Kristien Seghers van het Centrum voor Gelijke Kansen en Diversiteit is het duidelijk: “Ook allochtone en/of kansarme leerlingen zouden moeten kunnen doorstromen naar het hoger onderwijs, maar zij hebben daarvoor nood aan wat extra begeleiding en – zeker even belangrijk – een rolmodel.” Shari de Gelder, derde bachelor TEW, is het daar duidelijk mee eens. Daarom zette ze twee jaar geleden al de stap om zich voor het project op te geven, en mag zichzelf sindsdien ‘tutor Boekhouden’ noemen.

 

Allochtonen en kansarme jongeren: lieverdjes

Pas na het eerste rapport in november, weet de school welke leerlingen van de 3de graad geholpen kunnen worden door bijlessen van het tutoraat. “De leerling doet het altijd vrijwillig. Als die zegt: sorry ik wil dat niet, gebeurt het niet”, zegt Kristien Seghers. Shari de Gelder wil dat toch even nuanceren: “Bij de ene school is dit al vrijblijvender dan bij de andere. Ik moet toegeven dat leerlingen van een ‘dwingende’ school wel meer motivatie tonen.” Eens de leerling heeft ingetekend, wordt er een engagement voor het hele semester verwacht. “Natuurlijk zijn er soms leerlingen die niet erg stipt arriveren, niet komen opdagen, of niet waarschuwen bij verlet. De één is ook al wat meer gemotiveerd dan de andere”, weet Kristien Seghers. Dan is het uiteraard aan de tutor om zijn of haar leerlingen te motiveren. “Een toffe tutor kan er voor zorgen dat iemand met grote aversie voor wiskunde, nadien een echte wiskundefan wordt.” Ook voor de tutor kunnen de bijlessen voor een ommekeer zorgen.“Het klinkt misschien cliché, maar ik heb er toch een andere kijk op boekhouden gekregen”, voegt Shari toe.

 

Dus ik ben gemotiveerd ...

Shari was al van in de eerste bachelor geïnteresseerd in het tutoraatproject, toen ze toevallig een aanvraag zag hangen. “Er wordt van de tutoren slechts verwacht dat ze één academiejaar achter de rug hebben, dus toen ik mijn tweede jaar aanvatte, heb ik mij meteen ingeschreven.” Als je voor het tutoraat bent ingeschreven, word je uitgenodigd voor een avondlange spoedcursus over pedagogische principes, onderwijstips enzovoort. “Op basis van interactieve cases stomen we de toekomstige tutoren klaar”, vertelt Seghers. “Zijn er nadien toch nog problemen, dan kunnen ze hier op het Centrum voor Gelijke Kansen en Diversiteit terecht bij de projectcoördinator.” Shari is zeker tevreden over die vormingsmomenten: “Ik heb toevallig mijn ‘opleiding’ alleen in een kantoor gekregen, wat ook niet slecht was. Uiteraard krijg je het lesgeven vooral onder de knie door ervaring.” Voorts voorziet het tutoraatproject een kleine vergoeding. Maar voor het geld hoef je het niet te doen, want het tarief voor anderhalf uur bijles bedraagt slechts 15 euro. Dat geeft Kristien Seghers ook toe: “De meeste tutoren doen het dan ook niet voor het geld, maar eerder uit engagement. Het is bovendien een prima werkervaring.”

 

Voor de klas ...

Na die korte voorbereiding komt de UA-student dus zelf aan het bord te staan. Het gaat om privé-lessen voor groepjes van twee tot acht leerlingen. Deze lessen worden na schooltijd op de scholen zelf gegeven. “Daarbij zoeken we naar een goede match”, verklaart de medewerkster van het Centrum Gelijke kansen en Diversiteit. “Iemand die Romaanse studeert, laten we geen bijles wiskunde geven aan iemand uit het zesde jaar Wiskunde – Wetenschappen.” Aanvankelijk had ook Shari graag talen gegeven, “maar TEW'ers geven vooral Boekhouden.” Voor bijlessen wiskunde richt het Centrum Gelijke Kansen en Diversiteit zijn pijlen eerder op studenten Handelsingenieur, Informatica en Wiskunde. Deze studenten kunnen zich alvast verwachten aan een promopraatje in één van hun lessen, “want voor deze vakken is een acute nood aan tutoren.” De tweehonderd bijlessen die jaarlijks worden gegeven werken blijkbaar, “want we beginnen ons zesde jaar en er zijn zelfs twee ‘oud-leerlingen’ die nu tutor zijn”, besluit Kristien Seghers met enige trots. Ook Shari is zeer lovend: “Ik probeer zoveel mogelijk vrienden warm te maken om ook bijles te geven.”



19/09/2010
🖋: 
Auteur

‘Voodoo Chile’ van Jimi Hendrix. Fantastisch om de plaat uit de hoes te nemen, de naald te horen en vervolgens languit te liggen genieten van dit sublieme nummer. (Floris Geerts)

‘Me and The Devil’ van Gil Scott Heron. De man die zei dat “the revolution will not be televised” maakte een nummer dat onvoorstelbaar black, urban en demonisch is, net zoals de bijhorende clip. (Yannick Dekeukelaere)

‘On My Way Back Home’ van Band of Horses. Voor mijn papa. Omdat we dit nummer eindeloos op repeat kunnen zetten... (Hannelore De porte)

‘Naar de Zoo’ van Dolefante. Omdat de zoo een bezoekje waard is. (Lieselotte Joppen)

‘I need a Dollar’ van Aloe Blacc. Want ik denk dat iedere student zich wel herkent in deze boodschap ... En het vette jaren '70 trompetgeluid! (Benjamin Theys)

‘Totale duisternis’ van Dans der vampieren. Omdat ik dit gewoon super graag meezing in de douche! PUNT! (Celien Joppen)

‘Insolence’ van Poison Well. Bands met een unieke mix van metal, hiphop en vleugje reggae, zoals zij het brachten, zouden er meer moeten zijn! Mix it up! (Tijl De Bock)



19/09/2010
🖋: 
Auteur

UA steekt UGent voorbij

Volgens de QS World University Rankings is de UA beter dan de UGent. Deze ranglijst is opgemaakt op basis van de kwaliteit van het onderzoek en het onderwijs, de arbeidsmogelijkheden voor afgestudeerden en de internationalisering van de universiteit. De UA daalde weliswaar van plaats 177 naar 179, maar de Gentse universiteit maakte maar liefst een daling van 136 naar 192. De KU Leuven blijft wel de enige Belgische universiteit in de top-100 (85ste). Haar Franstalige tegenhanger, Université Catholique de Louvain, is met haar 124ste plaats de tweede Belgische universiteit in de lijst. Helemaal aan de top van de ranking stootte Cambridge Harvard van de troon. Yale University vervolmaakte het podium. University College London (4), MIT (5), Oxford (6), Imperial College Londen (7), University of Chicago (8), Caltech (9) en Princeton (10) maken de top tien verder af.

 

Enkele sportprestaties van de UA-student

De nationale ploegen in het hockey (Jeffrey Theys en Stephanie De Groof) speelden enkele vriendschappelijke wedstrijden met wisselend succes. Mannen: BEL-T&T (7-4, 2-0, 0-3), BEL-SCO (4-4, 5-0), BEL-IND (3-3, 2-3, 0-6), BEL-NZ (5-3, 0-1) BEL-AUS (2-7, 3-10), BEL-PAK (5-3). Dames: IRE-BEL (4-0, 3-1, 2-1), BEL-SCO (1-3, 1-3, 0-2) * Op het EK zwemmen kwamen maar liefst vier UA-studenten in actie. Egon Van der Straeten behaalde een knappe 7de plaats op de 200 m vlinderslag. Kimberley Buys haalde de halve finales op de 50 m vlinderslag en de 100 m rugslag. Elise Mathyssen finishte op haar beurt in de halve finales op de 100 m schoolslag. Buys, Mathyssen en Annelies De Maré werden tevens 7de op de 4x100 m wisselslag. * Het nationale volleybalteam, met Wannes Rosiers, plaatste zich voor het EK van volgend jaar, ten kosten van huidig Europees Kampioen Spanje.

 

Nederlands studentenblad werft studentes voor webcamseks

Het is voor magazines steeds moeilijker om de advertentieruimte gevuld te krijgen. De Nederlandse collega's van de studentengids uit Leiden gooiden dan maar alle ethiek overboord en besloten in de plaatselijke Studenten Introductiegids begeerlijke studentes warm te maken voor een erotisch getint bijbaantje: de keuze bestond uit het opvoeren van een stripact voor de webcam of het plegen van erotische telefoontjes. Deze studentenklus zou zo'n 24 euro per uur opleveren. De reactie van de Hogeschool Leiden, die de gids in de introductieweek uitdeelde aan eerstejaars studenten, is dan ook navenant: “Dit kan echt niet.” De Hogeschool Leiden liet daarop de volledige oplage uit circulatie nemen. De uitgever van het boekje gaf toe dat hij de advertentie ‘op het randje’ vond.

 

Universiteit Antwerpen winnaar Wetenschapswinkelprijs

De tweejaarlijkse Interlandse Wetenschapswinkelprijs 2010 is gewonnen door de Universiteit Antwerpen met een onderzoek naar voorlezen en leesattitude. Deze prijs beloont het beste onderzoek dat wetenschapswinkels voor maatschappelijke organisaties de afgelopen twee jaar hebben uitgevoerd. De jury roemt Annick de Vylder, van de Wetenschapswinkel Antwerpen, met haar onderzoek naar voorlezen en leesattitude. Goed leren lezen is voor kinderen immers cruciaal gebleken en draagt bij tot hun sociale en maatschappelijke ontwikkeling. Een quasi-experimenteel onderzoek in het zesde leerjaar van het basisonderwijs is volgens de jury op lange termijn van structureel en fundamenteel maatschappelijk nut. Naast een wisseltrofee ontvangt de Vylder ook nog eens 500 euro.

 

Franstaligen hebben te weinig lichamen voor de wetenschap

Steeds minder Belgen schenken hun lichaam na hun dood aan de wetenschap. Deze dalende trend is vooral merkbaar bij verschillende Franstalige universiteiten. De faculteit geneeskunde van de ULB in Brussel zou jaarlijks nog maar vijftig lichamen ontvangen, wat te weinig is voor het groeiende aantal studenten. Net omdat de prioriteit ligt bij het onderwijs, zijn er nauwelijks nog lichamen beschikbaar voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Door dit tekort is men genoodzaakt om zeer selectief te zijn in de aanvragen van onderzoekers. Verschillende factoren zouden verantwoordelijk kunnen zijn voor het dalende aantal schenkingen. Zo denkt men aan de hogere levensverwachting, de crisis en een gebrek aan informatie.



Koloniale Hogeschool van België
19/09/2010
🖋: 

In april 2010 zette Vlaams minister Geert Bourgeois gebouw A van de campus Middelheim op de beschermingslijst van het Onroerend Erfgoed. Dit prachtige gebouw is je waarschijnlijk enkel bekend als het rectorale hoofdkwartier van de Universiteit Antwerpen. Achter de monumentale façade gaat echter ook een rijke koloniale geschiedenis schuil.

Gebouw A werd in 1920 door architect Walter Kuyck ontworpen om er de Koloniale Hogeschool te huisvesten. In deze Hogeschool werden jongemannen klaargestoomd voor een loopbaan in de kolonie. Een diploma van de Koloniale Hogeschool betekende immers de toegang tot belangrijke bestuurlijke functies in Belgisch Kongo. Naar aanleiding van de 50-jarige onafhankelijkheid van Congo ging dwars op de koffie bij twee alumni en haalde samen met hen herinneringen op aan een bijzondere studententijd.

 

Het meisjesinternaat en den Duits

Gaston De Laet (91) was student aan de Koloniale Hogeschool tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vic Van Looveren (72) studeerde er midden de jaren ‘50. “Om toegelaten te worden, toegelaten moest je slagen voor een ingangsexamen”, vertelt Gaston. Dit examen bestond onder meer uit een maturiteitsproef, waarbij een voordracht helder moest worden samengevat, en een test van Latijn, Grieks of Wiskunde. In het hun eerste en tweede jaar moesten de studenten er ook verplicht op internaat. “Al vond ik dat helemaal niet erg,” lacht Vic, “er was een meisjesinternaat aan de andere kant van de straat. We kropen dan stiekem door het open raam en brachten de overkant een bezoekje. Er werd toch maar amper gecontroleerd.” Die controle was er wel toen Gaston studeerde. Vanaf december 1940 hadden de Duisters de school bezet en heerste er een strenge discipline en tucht. “Wie vijf minuten te laat in de les was, mocht tijdens het weekend niet naar huis.” herinnert Gaston zich. “Al waren er door de oorlog wel veel minder internen. Wie in de omgeving van Antwerpen woonde, zoals ik, kwam met de tram of de fiets.”

 

Vingerafdrukken in de Kongo

Eenmaal het diploma in de Koloniale en Administratieve Wetenschappen op zak, ging Gaston in het leger. Hij bleef in België en ging later aan de slag bij een bank. Voor Vic kon het Kongolese avontuur pas echt beginnen. “Iedere nieuweling moest eerst een stage doorlopen. Nadien was er de keuze tussen een carrière binnen het gerecht, of doorgroeien naar de functie van gewestbeheerder en andere hoge administratieve posten. Op die manier werd ik ‘specialist vingerafdrukken’ bij het parket in Stanleystad (Kisangani, nvdr.)”, vertelt Vic , “Al was het wel meteen duidelijk dat de Afrikaanse realiteit sterk verschilde van wat we school leerden.” Dat was voor Vic niet altijd even gemakkelijk. “Als bleu heb ik daar dingen gezien waarvan mijn haren recht omhoog gingen staan. Bij een bankoverval bijvoorbeeld had een blanke een moord gepleegd. De procureur liet ons expres lang wachten zodat de dader kon vluchten.”

 

Ik heb daar dingen gezien waar mijn haar recht van omhoog ging staan.

 

Ook andere gebeurtenissen shockeerden Vic: “In 1958 verbleef ik zes maanden in Leopoldstad (Kinshasa, nvdr.), het geweld daar is me altijd bijgebleven.” Toch hield Vic wel van wat spanning. “Hoewel het niet altijd veilig was, gingen we graag de brousse in. Ik was ne jonkman, er was thuis toch geen vrouw die op me wachtte. Bovendien was de ‘broussevergoeding’ royaal en de fles whisky deed de rest”, lacht hij. Dat we niet al te fier mogen zijn over het Belgische koloniale verleden, vinden ook Gaston en Vic. Terugkijkend benadrukken beide heren dan ook dat België fouten heeft gemaakt. Dat er geen Kongolezen in het bestuur werden opgenomen zit hen nog steeds hoog, want de Kongolezen waren daardoor niet voldoende degelijk voorbereid op de onafhankelijkheid. “Zelfs einde jaren ’50 waren er geen zwarte stagiairs bij het parket”, herinnert Vic zich nog. “Als zwarten in dienst werden genomen, dan mochten ze enkel processen uittypen. Dat was ontzettend jammer. Na de onafhankelijk kon de procureur-generaal niet eens vervangen worden. In Stanleystad was er immers geen enkele hoog opgeleide Kongolees.”

 

Art deco pareltje

Toen Belgisch Kongo onafhankelijk werd, had de Koloniale Hogeschool geen bestaansreden meer. In 1961 fuseerde ze met de Rijkshandelshogeschool en het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken tot het RUCA. Vandaag de dag behoort het gebouw dus tot de Universiteit Antwerpen. Deze architecturale parel Dit prachtige bouwwerk is zeker het bezoeken waard. Zijn huidige art-deco allure verkreeg het bij de heropbouw in 1931. Een felle brand einde jaren ’20 had het gebouw ernstig beschadigd. Wie goed kijkt, bemerkt boven de hoofdingang de vijfpuntige ster uit de vlag van Belgisch-Kongo. Ook de voormalige directeurswoning van de school, de zogenaamde Villa Laude op de campus Middelheim, baadt met zijn zuilengalerijen nog geheel in de koloniale sfeer.

 

Boekhouden, Lingala en landbouw

Om de studenten voor te bereiden op het leven in Belgisch Kongo, was het lessenpakket van de kolonialen in spe erg gevarieerd. Naast algemene vakken zoals economie, boekhouden en filosofie, werd ook veel nadruk gelegd op talenkennis. De opleiding werd vanaf het derde jaar tweetalig Nederlands-Frans. Bovendien stonden ook Engels, Portugees en inheemse talen, zoals Swahili en Lingala, op het programma. Tijdens de oorlogsjaren kwam daar ook nog eens Duits bovenop. “Al werd die Duitse prof door ons wel erg gepest”, gniffelt Gaston. Daarnaast volgden de studenten ook zeer specifieke vakken zoals plantkunde van Kongo, landbouw- en bouwtechnieken. “Als gewestbeheerder moest je immers het timmerwerk of de oogst kunnen controleren”, legt Gaston uit. Ook leerden de studenten hoe ze met de inheemse bevolking zouden moeten omgaan. “Er werd ons bijvoorbeeld geleerd dat we de zwarten niet mochten slaan en dat we met de stamhoofden moesten onderhandelen en overeenkomsten sluiten.” De professoren waren veelal oud-kolonialen, die hun ervaringen over brachten aan de studenten. Toch waren ze niet altijd even overtuigend. “De prof van plantkunde deed zich altijd heel ervaren voor, maar volgens mij is hij gewoon naar Kongo gegaan, heeft daar tussen twee bomekes gepist en is dan snel weer teruggekomen”, lacht Gaston.

 

Belgisch Kongo in een notendop

Dat België opgescheept zit met een ietwat wrange koloniale nasmaak, heeft het in feite te danken aan de imperialistische dromen van wijlen koning Leopold II. Die wilde namelijk niet achterblijven in de Europese wedloop om kolonies. Pogingen om Cuba en Guatemala onder zijn hoede te krijgen, mislukten echter. Via handig diplomatiek gemanoeuvreer verkreeg Leopold II op 29 mei 1885 toch zijn eigen stukje van de Afrikaanse taart: de Kongo Vrijstaat. Dit uitgestrekte gebied in het Congobekken was privé-bezit van Zijne Majesteit en had de facto slechts één doel: zo veel mogelijk winst genereren. Dwangarbeid en lijfstraffen werden hierbij niet geschuwd, wat heel wat internationale verontwaardiging uitlokte. Door negatieve rapporten over de wantoestanden in de kolonie, zag België zich in 1908 genoodzaakt om de Kongo Vrijstaat over te nemen. Belgisch Kongo was geboren. Toch bracht deze overname voor de inheemse bevolking niet veel zoden aan de dijk. Het systeem was bureaucratisch en gedurende decennia hadden de blanken de bestuurlijke touwtjes stevig in handen. Na de Tweede Wereldoorlog weerklonk op het Afrikaanse continent de roep om dekolonisatie en onafhankelijkheid steeds luider. In verschillende staten werden systemen geïntroduceerd om de onafhankelijkheid voor te bereiden, maar in Belgisch Kongo wilde men daar niet van weten. Elke weerspannigheid werd met harde hand de kop ingedrukt. Toen in Leopoldville en Stanleystad in 1959 echter bloedige onlusten uitbraken, werd de druk op het Belgische bestuur zo groot dat hals over kop werd beslist de onafhankelijkheid uit te roepen. Koning Boudewijn droeg op 30 juni 1960 de macht officieel over. De Republiek Congo was een feit. 



Met de universiteit de wereld rond
19/09/2010
🖋: 

De wereld is een boek en zij die niet reizen, lezen slechts een bladzijde. Met die gedachte stuurt de dienst Internationale Samenwerking (dIS) van de universiteit elk jaar haar zonen en dochters uit. Op velerlei manieren kan de UA-student het buitenland en dus zichzelf gaan ontdekken. Een overzicht!

Erasmus

Een uitwisselingsprogramma tussen Europese universiteiten. Elke student komt hiervoor in aanmerking. Je hoeft geen bolleboos te zijn. Het correct afhandelen van de papierwinkel is het zwaarste onderdeel van de selectieprocedure. De infosessies vinden plaats in februari.

 

Erasmus Belgica

Studeer eens in Brussel of Wallonië. Goed voor je kennis van het Frans of Duits, dichtbij huis en bovendien voorzien van een mooie beurs.

 

Erasmus Mundus

Studeren buiten Europa. Dit kan via facultaire of institutionele akkoorden. Vooral de faculteit TEW biedt een uitgebreid assortiment aan bestemmingen aan: Argentinië, Canada, Hong Kong, India, Japan, Mexico, Puerto Rico, Thailand, Uruguay, VS of Zuid-Afrika. Dankzij de institutionele akkoorden naar het buitenland trekken, kan nadat een jury je dossier heeft goedgekeurd en na een verplicht interview. Bestemmingen zijn de VS, Australië, Québec (Canada), Zuid-Afrika, Singapore, Mexico of Taiwan.

 

Stage

Als je graag stage wilt lopen in het kader van je studies, dan kan ook dit in het buitenland. De stage kan academisch erkend zijn, waardoor ze deel uitmaakt van je curriculum. Dit hoeft echter niet. Ook zonder academische erkenning kan de stage gevaloriseerd worden met de ‘Europass’. Naar goede gewoonte zijn er ook voor de stages financiële tegemoetkomingen.

 

Stage Zuiden

Een stage in een ontwikkelingsland. Hiervoor moet je voornamelijk zelf uitvogelen waar en hoe je stage loopt. Professoren en organisaties die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking kunnen je op weg helpen. Wel door de universiteit geregeld, is de klinische stage die een dertigtal studenten Geneeskunde jaarlijks ondernemen in Afrika, Azië of Latijns-Amerika. Het departement Biologie organiseert dan weer tweejaarlijkse tropische stages naar Tanzania en sinds kort kunnen een beperkt aantal studenten in de Rechten stage in India lopen.

 

Studiereis Zuiden

Binnen het kader van je eindwerk of scriptie kan je naar het Zuiden (derdewereldlanden, nvdr.) voor een casestudy of veldonderzoek. Ook hier neem je best contact op met professoren actief in ontwikkelingssamenwerking (VLIR-UOS) of bij de Universitaire Stichting voor Ontwikkelingssamenwerking (USOS). Specifiek kunnen bio-ingenieurs naar Zuid-Afrika en die van TEW naar Goa in India. Inleefreizen USOS Exposure ervaringen in het Zuiden. USOS organiseert jaarlijks inleefreizen van een zestal weken naar Congo, Marokko, Tanzania en Nicaragua. De reis vindt plaats in de zomer, nadat de student zich er doorheen het academiejaar heeft op voorbereid via allerlei weekends, sessies en lezingen.

 

VLIR-UOS reisbeurzen

Jaarlijks trekken een veertigtal UA-studenten dus naar het buitenland voor een stage, hun thesis, ... Als je gedurende een maand of langer in een ontwikkelingsland verblijft dat op de landenlijst van VLIR-UOS staat, kom je in aanmerking voor een forfaitaire vergoeding van 1000 euro. Begin oktober vindt hierover een infosessie plaats.

 

Zomerscholen en zomercursussen

Ideaal voor wie geen langere periode naar het buitenland wilt. Sommige faculteiten kennen studiepunten toe voor het succesvol afsluiten van een zomercursus. Het Utrecht Network organiseert elk jaar internationale zomerscholen voor een vijftigtal studenten en professoren. Studenten van alle studierichtingen kunnen hiervoor kandideren. Meer info op www.ua.ac.be/dis



18/09/2010
🖋: 
Auteur

Nadat u een hele zomer de wereld heeft afgereisd, is het weer tijd voor cultuur van bij ons. Zoals gewoonlijk zocht dwars voor u in Antwerpen de ‘niet te missen’ en tevens cultureel verantwoorde bestemmingen in de maand oktober uit.

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (t.e.m. 4 oktober) ‘Closing Time’.

Een tentoonstelling samengesteld door Jan Vanriet met zowel eigen werk als werk uit het KMSKA-archief. Dit is meteen de laatste kans om het KMSKA te bezoeken voordat het museum dichtgaat voor een grootschalige renovatie.

 

ModeMuseum Provincie Antwerpen (7 september - 13 maart) Stephen Jones & het accent op Mode.

Met deze tentoonstelling viert de Britse excentrieke hoedenmaker de 30ste verjaardag van Stephen Jones Milinery. Verder vind je er de resultaten van zijn nauwe samenwerking met andere ontwerpers en zie je Jones' werk voor film, muziek en fotografie, alsook zijn inspiratiebronnen.

 

StuDay 2010 (30 september)

Naar jaarlijkse gewoonte is StuDay het ideale evenement om (nieuwe) vrienden mee naar toe te nemen. De muziek wordt dit jaar ondere andere voorzien door The Opposites, Balthazar, Costums en Merdan Teplak. Achteraf kan u nog doorstromen naar andere feestjes of een cafeetje induiken. Dit fijne festival wordt u aangeboden door de stad Antwerpen. Waarvoor dank.

 

Petrol (2 oktober) Kamping K.

Kamping K strijkt neer in Petrol om het begin van het clubnajaar te vieren. Dj's als Captain Luke en Mr Magnetic weten hoe ze de meest weirde electrosounds uit hun tafels moeten halen voor een te gek feest.

 

Het Paleis (2, 6 en 9 oktober) De Blinde Koning.

Een filosofisch literair epos dat aan de grondslag ligt van het Hindoeïsme, bewerkt tot jeugdtheater. Mooie beelden en humor maken het mogelijk om dit verhaal op een prachtige manier te laten vertellen door de Blinde Koning.

 

Bourla (7, 8 en 9 oktober) ‘The Bult and the Beautiful’ van Theater Antigone.

Theater over telefoonseks, in Antwerpen is het mogelijk. Het theater is zeer geschikt voor intimiteit waar Bart Meuleman de extremen opzoekt. “If The Bult and the Beautiful tends toward pornography, it’s because I wish to take pornography, and the human drive that lies behind it, au serieux,” aldus Meuleman.

 

Antwerpse Bibliotheek Permeke (13 oktober) ‘Mag het iets meer zijn?’ met/over Tom Lanoye.

Canvas startte op 2 september de tweede reeks van ‘Goudvis’. In het bijzijn van de schrijver toont de bibliotheek de aflevering over Lanoye.

 

Trix (16 oktober) Old-School Rockabilly Psychosis Night, part 4.

Trix belooft voor de vierde editie van het knettergekke psycho-rockabilly een portie headbangen die de hersenstructuur weer even compleet doorbreekt. Een lading rock-'n-rol komt o.a. van The Polecats, Spook and the Ghouls en King Kurt.

 

Cinemazalen (vanaf 20 oktober) ‘Zot van A’.

Jan Verheyens bewerking van het hillarische Nederlandse kassucces ‘Alles is Liefde’. Deze versie was dan weer een bewerking van de kerstkraker ‘Love Actually’. De film zal voor de Antwerpenaar een feest van herkenning zijn. Antwerpse straten, BV's en een luchtig maar sterk geschreven Sinterklaasverhaal.



Maarten Staepels is onderzoeker
18/09/2010
🖋: 

Elke maand ga ik op zoek naar een interessant onderzoek. Geïnspireerd door de massale exodus van Erasmusstudenten ga ik deze maand op bezoek bij CeMIS, het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Mijn onderzoeker in de spotlight en gids van dienst is Christof Van Mol die, na twee-en-halve maand reizen door heel Europa, vandaag voor het eerst nog eens zijn bureau zal binnenwandelen. We spreken af om negen uur aan de ingang van het centrum, dat zijn adres deelt met het Steunpunt voor Gelijke Kansen. “First things first: koffie”, zegt hij terwijl we het gebouw binnenwandelen, en daarmee is de toon gezet voor de voormiddag die me te wachten staat.

Christofs bureau ligt bezaaid met papers en boeken met titels als “Impossible Things Before Breakfast: Myths in Education Abroad” of “The Double Life of Erasmus Students”, en koppen beschimmelde koffie die bevestigen dat hij inderdaad lang is weggeweest. Ook de verraste uitdrukking op het gezicht aan het andere bureau – “och allé!” – is veelzeggend. Onmiddellijk worden er verhalen uitgewisseld. Joris, tevens een onderzoeker aan het CeMIS, blijkt een maand in Congo te hebben gezeten, en weet te vertellen dat “alles wat je hoort en leest over Congo waar is.” Goed om weten. Ook in de koffiekamer gaat het over gemaakte reizen. Edith is net terug van een paar weken Krakau en Warshau, en beschrijft met een zeker komisch talent hoe moeilijk de Poolse taal is, in het bijzonder de werkwoordstijden. Eens terug in zijn kantoor haalt Christof zijn notitieboekjes boven, één voor elk van zijn reizen. “Mijn onderzoek dus: de belangrijkste conclusie is dat de cappuccino in Noorwegen beter is dan die in Oostenrijk”. Hij zegt het grappend, maar wijst tegelijkertijd in ieder van zijn notitieboekjes op paragraafjes die inderdaad over niets anders dan koffie gaan. “Ik neem mijn interviews meestal af in cafés, vandaar...”

 

Het eigenlijke project van Christof is iets ambitieuzer. Hij wil de aspiraties van Erasmusstudenten onderzoeken door over een periode van drie jaar online enquêtes af te nemen van duizenden studenten aan niet minder dan achtentwintig universiteiten in twintig Europese landen, gevolgd door een reeks interviews aan zes van deze universiteiten. Officieel heet het een onderzoek naar “the development of an empirically based theoretical model on European Student Mobility within the European context”, want zoals dat dan gaat met zulke projecten moet zowat alles in het Engels benoemd en beschreven worden.

 

Christof benadrukt dat het om een zelfstandig onderzoek gaat, dat wordt gesponsord door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). De Europese Unie doet zelf ook erg veel onderzoek naar Erasmusstudenten, maar heeft volgens Christof de neiging om de resultaten nogal optimistisch te interpreteren. “Ze zien wat ze willen zien”. Weinig van de vele duizenden avontuurlijke Erasmusstudenten die in september vertrekken zullen het beseffen, maar wat de EU betreft dient het hele Erasmusproject twee duidelijke doelen. Enerzijds EU-burgers creëren die zich met de EU vereenzelvigen, om zo legitimiteit te geven aan de EU als politieke entiteit. Anderzijds het promoten van de circulatie van mensen en talent, om zo de EU competitiever te maken in wat de “Global Knowledge Economy” heet. Heel wat minder romantisch dan ‘Erasmus: een ervaring om nooit te vergeten!’

 

Terwijl we langs de Meerminne richting bibliotheek wandelen – negen boeken, allemaal over tijd – vertelt Christof me meer over het doel van zijn onderzoek. Door te polsen naar zaken als de overwegingen die studenten maken voordat ze besluiten in het buitenland te gaan studeren of niet, hoopt hij een duidelijk – en statistisch gezien correct – beeld te krijgen van wat de jeugd van Europa vindt, hoezeer studenten zich Europeaan voelen, en vooral hoe mobiel ze zijn binnen de unie. En natuurlijk of een Erasmuservaring daar iets aan verandert. De resultaten beloven interessant te worden, al durft Christof bij een onafgewerkt onderzoek enkel te spreken over tendensen. Zo blijken de Polen erg positief te staan tegenover de EU. Een deel van de verklaring hiervoor is het feit dat Polen pas recent een lidstaat is geworden, en dat zij sindsdien bepaalde zaken met hun eigen ogen hebben zien verbeteren. Belgen staan als oudere lidstaat veel sceptischer tegenover de Europese Unie, terwijl de Noren zich na een Erasmuservaring eerder Scandinaviërs voelen dan Europeanen.

 

Voor het middagmaal spreekt Christof af met enkele collega’s om te eten in het restaurant in de agora. Het gespreksonderwerp aan tafel is, niet voor het eerst vandaag, statistiek, meerbepaald de voor- en nadelen van kwantitief versus kwalitatief onderzoek en non-parametrische testen. Ik droom wat weg, waan mezelf in Granada, Wenen of Parijs, en neem een slok van mijn koffie.