de Internationale Editie
17/09/2010
🖋: 
Auteur
Auteur extern
Brendan Carroll

Geen zichzelf respecterend blad zonder buitenlands nieuws, dachten wij. Daarom is er iedere maand een stukje actualiteit ‘van in den vreemden’. Een buitenlandse collega-redacteur van een studentenblad geeft zijn visie op de actualiteit. Deze maand komt de duiding uit Princeton. Brendan Carroll, columnist voor The Daily Princetonian, gaat dieper in op de Amerikaanse Congresverkiezingen van 2 november.

Het onderwerp van de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen in november is hetzelfde als dat van de opening van Homeros’ Ilias: Woede.

 

Door deze woede bij de tussentijdse verkiezingen zal de partij van de zittende president zoals gewoonlijk zetels in het Congres (senaat en House, nvdr.) verliezen. Op die manier liggen iedere twee jaar zowat één derde van de zitjes in de senaat en het House (Kamer van volksvertegenwoordigers, nvdr.) voor het grijpen. Voor dit jaar komt het er op neer dat de Democraten de verkiezingen ingaan met 59 van de honderd zetels in de senaat. In het House, met 435 leden, hebben ze nu nog een meerderheid van 35 zitjes. Als de Republikeinen de touwtjes in handen willen krijgen, moeten ze dus 39 overwinningen boeken voor het House. In de senaat moeten ze negen extra zetels bemachtigen, uiteraard zonder eigen zetelverlies.

 

Een andere constante bij de midterms is de verminderde steun voor de zittende president. Voor de democratische partij zijn de vooruitzichten niet zo positief. Vanaf de Tweede Wereldoorlog verliest de partij van de president immers gemiddeld 34 zetels in het House als de ‘approval ratings’ van de president zich onder de 50 procent begeven. Voor president Obama liggen die al de hele zomer onder de 40 procent, en naar alle waarschijnlijkheid kan hij ze tegen november niet voldoende opkrikken. De ontevredenheid over het presidentschap van Barack Obama verdwijnt echter in het niets in vergelijking met de algemene afkeer voor het Congres.

 

Amerikanen houden er immers van om steen en been te klagen over het Congres, al zijn deze verkiezingen toch anders. De Amerikaanse economie is nog steeds niet hersteld van de ‘Grote Recessie’. Het werkloosheidspercentage staat nog steeds op een verontrustende 9,6 procent, dat is dubbel zoveel als gewoonlijk, en door het overaanbod op de arbeidsmarkt heeft zo’n 8 procent van de Amerikanen het zelfs opgegeven om werk te zoeken of een loonsverlaging aanvaard. De bevolking verwacht dat de overheid dit oplost, en liefst zo snel mogelijk.

 

Obama koos ervoor om de economie te herstarten door een hele reeks overheidsuitgaven. Dat moet volgens Keynesiaanse economen het gebrek aan private investeringen compenseren en aldus de economische activiteit aanwakkeren. De Republikeinen vinden dat deze methode mislukt is, terwijl linkse economen dan weer vinden dat de ingreep niet ver genoeg gaat. Vermits de Amerikaanse economie sinds september niet meer krimpt – maar ook niet echt groeit – is het enige dat echt groter wordt het federale begrotingstekort.

 

Van oudsher is de Amerikaanse bevolking gekant tegen overheidsuitgaven en de federale overheid heeft het overheidstekort de afgelopen 10 jaar laten oplopen tot een recordhoogte. Het voorbije decennium vergrootte het tekort van 3 miljard dollar tot meer van 12 biljoen dollar. Dit is grotendeels te wijten aan de dure uitgaven voor gezondheidsvoordelen voor ambtenaren onder President Bush – de rest van het geld ging naar de oorlogen in Irak en Afghanistan. Obama voegde daar alleen al aan economische stimuli nog eens een dikke 800 miljoen dollar aan toe.

 

Amerikanen zijn helemaal niet gewend aan zulke grote tekorten en vrezen dus dat de regering zoveel uitgeeft dat ze de put straks niet meer kan dichten. Dat de Democraten overheidsuitgaven in het verleden vaak aangemoedigd hebben, maakt het gemakkelijk om hen als fiscaal roekeloos af te schilderen, hoewel de meeste van deze tekorten werden gerealiseerd onder president Bush. Daarenboven is de Amerikaanse bevolking te ongeduldig voor trial-and-error economics. De Democraten faalden om de economische groei op gang te trekken, daarom zijn de Amerikanen nu bereid om de Republikeinen een kans te geven. Het helpt natuurlijk dat er sinds George W. Bush het Oval Office verliet, een heel nieuwe lichting Republikeinen is opgestaan. Deze politici en beroemdheden sparen hun giftige opmerkingen over de Bush-administratie niet. Daardoor gaan ze ook niet mee ten onder met alles waarmee Bush geassocieerd wordt.

 

Bijgevolg zullen de Democraten – de Trojanen in dit verhaal – wellicht hun meerderheid in the House of Representatives verliezen, en mogelijk ook in de senaat. Want zij worden verweten roekeloos om te springen met overheidsfinanciën, zonder enig economisch succes. En omdat hun linkse basis ontevreden is omdat ze vinden dat de partij te weinig deed met haar macht in het Witte Huis, House en senaat. De Republikeinen zijn dan weer woedend, want de Democraten hebben in hun ogen net te veel met die macht gedaan. In deze sfeer van woede en ongenoegen zal het de Republikeinen wellicht niet moeilijk vallen om – zelfs met een gammel Trojaans paard – het politieke landschap in de VS te hertekenen.



Rewind
17/09/2010
🖋: 

Atlas draagt de wereld. Hoewel ook gekend als een figuur uit de Griekse mythologie, refereert de naam vandaag in de eerste plaats aan een boek gebundelde kaarten. Prikkelde een atlas destijds ook jouw nieuwsgierigheid naar de wereld buiten je eigen achtertuin?

REWIND Een atlas vol kleuren. Egale vlakken die geen ontkomen kenden aan strakke lijnen en zo noodgedwongen aansluiting vonden aan elkaar. Grenzen waar op papier niet aan te ontsnappen viel. Ik was vijf, misschien net zes jaar, maar ik kende mijn grenzen. Mijn leefwereld reikte niet verder dan enkele luttele kilometers, maar dat scheen mijn verbeeldingskracht niet te kunnen deren. Ik was nog nooit in Antwerpen geweest, maar wist al wel dat Rio niet de hoofdstad van Brazilië was.

 

PLAY Atlas. Een bundel kaarten, mijn speelgoed. Iedereen heeft een atlas, maar voor velen doet hij slechts dienst als educatief hulpmiddel. Een kind durft daar echter wel eens anders over te denken. Kijk naar een map en durf te dromen over wat er achter ligt. Ik garandeer je: het werkt aanstekelijk. Zonder mijn oude atlas zou ik nu nooit zozeer door de reismicrobe gebeten zijn. Het buitenland is toch zo sexy?

 

FAST FORWARD Toch is de wereld niet blijven stilstaan. Mijn atlas is gedateerd (en bijgevolg ook gerecycleerd). De wereldkaart werd hertekend. Er bestaat niet langer een Gemenebest van Onafhankelijke Staten en er luistert geen land meer naar de naam Joegoslavië. En net dat is wat een atlas zo bijzonder maakt. Alles oogt statisch, maar is in feite slechts een dekmantel voor een dieperliggende dynamiek.



Y.M. Dangre, een nieuwe ster aan het literaire firmament
17/09/2010
🖋: 

De Antwerpse student Taal- en Letterkunde Y.M. Dangre debuteerde afgelopen maand met de roman ‘Vulkaanvrucht’. De prille twintiger schreef een boek over het onvermogen van de mens om tot bevredigende relaties en volmaakt gezinsgeluk te komen. Een gesprek met de schrijver over zijn generatie, zijn visie en zijn werk.

Proficiat! Je hebt net je eerste roman gepubliceerd. Hoe is de bal juist aan het rollen gegaan?

Y.M. Dangre Dat was eigenlijk heel gemakkelijk. Ik ben een paar jaar geleden aan het boek begonnen en ben eraan blijven schrijven en vijlen tot ik het goed genoeg vond om het op te sturen naar een uitgeverij. Er zijn voor de publicatie nog wel besprekingen geweest en ik heb enkele nieuwe versies gemaakt, maar ik heb dus niet met fragmenten moeten leuren bij uitgevers.

 

Je hebt aan 'Vulkaanvrucht' geschreven tot het echt goed was, maar wanneer is een boek echt goed?

Dangre Dat is moeilijk te zeggen. Als het boeiend is natuurlijk, maar verder is voor mij de stijl heel belangrijk. De stijl primeert eigenlijk op de inhoud. Je kan een heel boeiend verhaal schrijven over een kat die melk drinkt of een hond die zijn brokken eet, als je dat maar op een manier doet die mooi en boeiend is. Ik vind stijl heel belangrijk, wat natuurlijk niet wil zeggen dat de inhoud tot nul gereduceerd moet worden.

 

Ben je altijd al gebeten geweest door literatuur?

Dangre Goh, nee, zeker niet altijd. Het lezen van kinderboeken is bijvoorbeeld een fase die ik volledig heb overgeslagen. Toen ik ongeveer dertien, veertien jaar was, ben ik meteen de 'serieuze' boeken beginnen lezen en van het één kwam het ander. Daarna ben ik gedichtjes beginnen schrijven zoals zoveel pubers en dat werd dan mettertijd serieuzer.

 

De absolute verbeelding

Je schrijft dus ook gedichten. Heb je een voorkeur voor één van beide, poëzie of proza?

Dangre Poëzie blijft toch het koninginnestuk van de literatuur. Daar heerst echt de absolute vrijheid, de absolute verbeelding. Daar kun je met de taal en de klank tot het uiterste gaan, ook omdat het zo geconcentreerd is. Daarom vind ik dat je in poëzie nog het meeste je genialiteit kan tonen.

 

En toch debuteer je met een roman.

Dangre Ja, omdat mijn poëzie dan achteraf de volle aandacht kan krijgen. Er zijn veel jonge dichters die op hun twintigste debuteren en niet al te ernstig genomen worden. Zij debuteren bovendien vaak bij van die half-obscure uitgeverijen en nadien hoor je er nog maar weinig van. Dat is anders wanneer je al naam hebt gemaakt met een roman. Mijn dichtbundel komt pas in maart uit, dan krijgt die de volle aandacht. Dan zal die ook ernstiger genomen worden, ondanks het feit dat ik zo jong ben.

 

Er lijkt een heel tactisch plan achter te schuilen.

Dangre (lacht) Het is niet echt een tactisch plan. Het is eerder zo gegroeid in overleg met de uitgever. Er is over nagedacht hoe we het best te werk kunnen gaan in de huidige situatie. Helemaal in het begin waren de gedichten wel goed, maar nog niet perfect. Nu de dichtbundel wel af is, zie ik dat het goed is dat we gewacht hebben met de publicatie.

 

De frivole generatie

Een fragment van 'Vulkaanvrucht' heeft een voorpublicatie gehad in 'Print is dead', een bundel met bijdragen van jonge auteurs. Zie je in deze werken elementen die je generatie binden?

Dangre Dat weet ik eigenlijk niet. Het probleem is natuurlijk dat je er zo dichtbij zit. Binnen tien jaar zal het veel gemakkelijker zijn om te zeggen hoe de generatie was, maar ik denk dat onze generatie uiteindelijk een beetje frivool is. Dat ze vaak zelfs de 'grote thema’s' wat uit de weg wil gaan, of ze op zijn minst erg luchtig wil verpakken. In mijn ogen schuwen heel wat debutanten een beetje het grote gebaar en de diepgang. Het blijft in zekere zin wat braaf.

 

In ‘Vulkaanvrucht’ krijgen de personages wél te maken met zware thema’s en zeer teleurstellende ervaringen: een gebroken huwelijk, een slecht functionerend gezinsleven, ziekte en dood. Sommige personages gaan kapot, anderen worden er onverschillig van en nog anderen worden “zo onuitstaanbaar als het leven zelf”.

Dangre Bij veel andere schrijvers gaan de mensen nooit kapot; ze komen hun teleurstellingen altijd te boven, zij het dan lichtjes geschonden. Dat bedoel ik met dat ‘luchtige’. De personages gaan vaak zonder onoverkomelijke moeilijkheden voort met hun leven, hoeveel teleurstellingen ze ook oplopen. In het werk van heel wat recente debutanten is de hoop voor de toekomst erg groot.

 

Die hoop is niet realistisch?

Dangre Minder. Bij bepaalde dingen niet. Sommige herinneringen van het hoofdpersonage in 'Vulkaanvrucht' zijn ondraaglijk. Bij andere auteurs is er altijd een soort “En we zetten er ons uiteindelijk wel over”, maar dat is in het echte leven niet altijd het geval.

 

Vanwaar de fascinatie voor het thema van het gebroken huwelijk?

Dangre Tegenwoordig scheiden mensen bij de vleet, dus het is een zeer actueel thema. Het lijkt een gewoon, haast courant fenomeen geworden, maar met een ongelooflijke impact op alle betrokkenen: op de kinderen, op de ouders zelf, op iedereen uit de omgeving. Daarom is het iets dat mij enorm fascineert.

 

In het vooruitzicht

In maart komt je gedichtenbundel uit. Tot wanneer is het wachten op je volgende roman?

Dangre Die komt waarschijnlijk in 2012. Ik ben er al even aan bezig, maar de eindmeet is zeker nog niet in zicht. En natuurlijk moet je tweede roman beter zijn dan je eerste, dus ik ga zeker niet overhaasten.

 

Kan je al een tipje van de sluier oplichten?

Dangre Het wordt in ieder geval iets volledig anders. Het is uiteraard wel in dezelfde stijl geschreven, maar in plaats van over een vijfenveertigjarige vrouw met huwelijksproblemen, gaat het nu over een tachtigjarige man die terugkijkt op zijn leven. Totaal anders dus.

 

Tenslotte, je schrijft niet onder je volledige naam. Waarom die initialen?

Dangre Omdat ik niet zo van mijn voornamen hou.

 

Een beetje mysterie is bovendien mooi meegenomen.



Interview met een adembenemende actrice
17/09/2010

Na het succes van ‘Adem’ kunnen we ons al verheugen op ‘Smoorverliefd’, een nieuwe film met Marie Vinck. In tussentijd kan u haar bewonderen in een nieuw seizoen van de VTM-serie ‘De Rodenburgs’, of gewoon op een Antwerps terras, zoals dwars deed.

Tussen de vele terrasjesmensen valt Marie Vinck meteen op. Ze ziet er vrolijk uit in een witte jurk. Tijdens ons gesprek lepelt ze rustig haar soep op. Enkele nieuwsgierigen halen hun gsm boven om stiekem foto's van de actrice te nemen.

 

Voordat we beginnen: welke vragen ben je echt kotsbeu?

Marie Vinck Er zijn er wel enkele die heel vaak terugkomen, zoals: ‘Hoe is het om met je moeder samen te werken?’, ‘Hoe is het om een vamp te spelen?’ en ‘Vind je het niet erg om naaktscènes te spelen?’ De laatste tijd gaat het ook vaak over mijn nieuwe vriend. Ik denk eigenlijk dat lezers die vragen ook beu zijn.

 

Ok (gooit grappend de helft van de vragen weg). Laat het ons vooral over je carrière hebben. Wanneer wist je zeker dat je voluit voor acteren wou gaan?

Vinck Toen ik tien was, speelde ik voor het eerst in een serie, ‘Moeder, waarom leven wij?’. Toen vond ik dat al heel leuk om te doen, maar toch wilde ik iets anders doen met mijn leven. Op mooie dagen wilde ik liever naar zee dan ergens in een donker kot auditie te gaan doen. Pas tijdens de opnames van ‘De Kus’, jaren later, besefte ik dat acteren toch echt iets voor mij is. Toen heb ik besloten dat ik dat de rest van mijn leven wil doen.

 

Je volgde na je studies Germaanse aan de UA een opleiding aan het conservatorium in Antwerpen. Ligt je hart eigenlijk bij theater?

Vinck Ik vind film en theater allebei heel boeiend. Bij FC Bergman, het theatergezelschap van onze afstudeerklas, maken we alle producties zelf. Dat is heel intensief en leuk. Maar in theater moet je maanden repeteren voordat je bijvoorbeeld echt moet springen. Daar heb ik het soms moeilijk mee. Bij filmopnames moet het meteen goed zijn, dat maakt het ook spannend. Anderzijds heeft theater ook iets magisch, je krijgt meteen de reactie van je publiek, en elke voorstelling is anders. Een film komt meestal pas een jaar na de opnames uit, als je die al bijna vergeten bent.

 

Je doet af en toe ook tv-werk, zoals voor ‘De Rodenburgs’. Is dat een grote aanpassing?

Vinck Het heeft voordelen en nadelen. Ik vind het vooral spijtig dat er vaak een soort routine ontstaat. De lat ligt daardoor soms iets minder hoog. Maar je hebt wel veel meer ruimte om iets te vertellen, iets uit te proberen. In een film kan het zijn dat je een complexe relatie in één scène moet duidelijk maken. In series kan dat veel uitgebreider.

 

Ondertussen heb je al heel wat uiteenlopende rollen gespeeld. Welk personage leunt het dichtste aan bij de echte Marie Vinck?

Vinck Ik hoop eigenlijk dat kijkers niet op zoek zijn naar de echte Marie in die personages. Ik heb daar zelf ook geen behoefte aan bij andere acteurs. Ik wil juist graag in de illusie van het verhaal blijven. Natuurlijk zit er altijd een stukje van mijzelf in het personage dat ik neerzet. Om die rollen volledig te begrijpen moet ik sommige eigenschappen tot op zekere hoogte ook in mij hebben. Maar het gaat over het personage, niet over mezelf.

 

Het laatste taboe

Sinds ‘Loft’ word je wel nogal vaak getypeerd als ‘vamp’.

Vinck Dat was vooral door ‘Loft’ en ‘De Rodenburgs’. Die twee rollen zorgden ervoor dat ik in de media als een vamp werd voorgesteld. Ik vind dat beeld nogal overdreven.

 

Er was veel ophef over je naaktscènes. Denk je niet dat dit, vooral in ‘De Rodenburgs’, een strategische zet was van de makers? Het leek toch niet echt nodig voor het verhaal.

Vinck Dat weet ik. Ik vind dat zelf ook. Verder kan ik daar weinig over zeggen. Op dat moment wordt dat gevraagd en dan doe je dat zonder te beseffen wat de impact zal zijn.

 

Je zou het dus niet meer opnieuw doen?

Vinck Ik zal dat sowieso nooit meer doen. Ik vind het verschrikkelijk hoe daarop gereageerd is in de media. Ik was daar echt van geschrokken. Ze krijgen mij in ieder geval nooit meer zo te zien, ik heb mijn lesje nu wel geleerd.

 

Ook op internet zijn er heel wat commentaren te vinden op je naaktscènes, trek je je daar veel van aan?

Vinck Het verbaast mij vooral dat dat nog steeds zo’n taboe is. Blote borsten, so what? Ik vind dat echt kinderachtig. Reacties op zo’n websites laten mij vrij onverschillig. Dat zijn tenslotte niet de mensen waar ik voor speel, die snappen duidelijk niet waar het echt over gaat. Maar dat is nu eenmaal internet, dat kan ik nog begrijpen. Ik was veel meer geshockeerd door de kranten, de media. Die zetten mijn naaktfoto’s ook nog eens in de krant, met de boodschap ‘er wordt te veel naakt getoond’. Laat die foto’s dan niet zien, denk ik dan. Ik werd echt afgeschilderd als een griet die het leuk vindt om haar kleren uit te doen. De hele context wordt vergeten.

 

Genoeg over vampen. Welke rol zou je graag eens spelen?

Vinck Ik zou heel graag eens een historisch personage spelen. Iemand die echt bestaan heeft. Dat lijkt mij bijzonder, een heel andere manier van werken. Nu doe ik alles heel intuïtief, ik probeer mijn personages aan te voelen. Het lijkt me interessant om een manier te zoeken om een historisch personage uit te beelden.

 

Hartverwarmend

Kan je eigenlijk leven van acteren alleen?

Vinck Ja, ik heb momenteel geen andere job. Ik leef ongeveer al vier jaar van acteren alleen. Tot nu toe gaat dat perfect, maar dat zal nog wel veranderen.

 

Welke job zou je er dan het liefst bijnemen?

Vinck Misschien in een café werken. Of vertalen. Ik heb wel eens programma’s vertaald als vakantiewerk. Die moesten dan uit het Engels gedubd worden in het Nederlands. Dat was een hele uitdaging, heel tof om te doen eigenlijk.

 

Je studeerde Germaanse aan de UA. Heb je goede herinneringen aan je studententijd?

Vinck Eigenlijk voelde ik mij op de UA vaak verloren tussen al die mensen. Inhoudelijk vond ik de lessen wel heel interessant, maar ze waren zo onpersoonlijk. Ik vond mijn studententijd op het conservatorium veel leuker.

 

Je was dus geen lid van een studentenclub?

Vinck Nee, ik was daar eigenlijk tegen. Ik besef nu dat dat deels een puberale houding was, maar ik woonde al heel mijn leven in Antwerpen en had niet meteen de behoefte om me in het studentenleven te gooien. Ik wilde liever een gezellige avond hebben met mijn vrienden. Ik denk dat ik misschien meer genoten zou hebben van het studentenleven als ik in een andere stad op kot had gezeten.

 

Maar je woont nog altijd graag in Antwerpen?

Vinck Het leuke aan Antwerpen is dat het er zo gezellig is. Ik voel me hier veilig. Grote steden als Brussel en Berlijn vind ik ook boeiend, maar ik wil er niet per se wonen. Ik ken Antwerpen op mijn duimpje, dat maakt het net zo plezant. Antwerpen is ook een heel mooie stad. Ik merk wel dat ik de laatste jaren een haat-liefdeverhouding met het stadsleven ontwikkeld heb. De drukte wordt me soms te veel. Het zou ook aangenaam zijn om ’s morgens eens de deur uit te komen en in het gras te kunnen staan.

 

Tenslotte: binnenkort verschijnt ‘Smoorverliefd’, kan je daar al iets over verklappen?

Vinck Het wordt echt hartverwarmend. Zo’n film waarna je de cinema gelukkiger buitenkomt dan je binnen gegaan bent.



17/09/2010
🖋: 

Zelf ook met een dwars in het buitenland? Stuur je foto voor ‘dwars in ...’ naar contact@dwars.be



ASO krijgt betere statuten van de stad
17/09/2010

Bij monde van een persbericht met de titel “Antwerpse studenten zeggen vertrouwen op in Patrick Janssens” blaast het Antwerps Studentenoverleg (ASO) op 1 juni van dit jaar schijnbaar alle bruggen op tussen de stad Antwerpen en haar 35.000 studenten. De tien ondertekenaars van het persbericht pikken het niet langer dat ze niet ten volle betrokken worden bij de beleidsvorming en de communicatie omtrent het actieplan Leefbare studentenbuurt. Nu de zomervakantie achter de rug is, maakt dwars samen met uittredend ASO-woordvoerder Orry Van de Wauwer en Tom Ollivier van Antwerpen Studentenstad de balans op van een turbulent academiejaar.

Vele Antwerpse studenten vernemen die eerste juni eerder verrast dat zij “het vertrouwen in Patrick Janssens” hebben opgezegd. Toch was het moment waarop de vertrouwensbreuk wereldkundig werd gemaakt niet toevallig gekozen. De dag voordien, op 31 mei, trad namelijk de door sommigen fel gecontesteerde camera op de Ossenmarkt in werking. Het ASO werd hier niet van op de hoogte gebracht, ondanks haar pogingen tot constructieve samenwerking met de stad. In het onheilspellend persbericht staat dan ook te lezen: “De Studentenraad Universiteit Antwerpen (SRUA), de Studentenraad van de Hogere Zeevaartschool, de Associatie Studentenraad Universiteit en Hogescholen Antwerpen (ASRA) en de Verenigde UA-Studenten (VUAS) betreuren deze werkwijze, die getuigt van een fundamenteel misprijzen voor het harde werk van de studenten.” Woordvoerder Orry Van de Wauwer wil wel benadrukken dat de camera op zich niet het grote struikelblok was voor het ASO: “Het is een symbooldossier geworden waar iedereen het maar blijft over hebben.” De camera was dus eerder de druppel die de emmer deed overlopen, want al gedurende enkele maanden sluimerden er duidelijk ook andere problemen tussen de stad en de student.

 

Een bewogen voorjaar

De werking van het Antwerps Studentenoverleg is tweedelig. Enerzijds spelen de Antwerpse studenten een rol bij het op poten zetten van initiatieven van Antwerpen Studentenstad, zoals het immens populaire StuDay, en de invoering van de supervoordelige cultuurcheques. Over deze organiserende rol is het ASO erg tevreden. Anderzijds zouden de studenten ook betrokken moeten worden bij bepaalde dossiers van het kabinet Onderwijs van schepen Robert Voorhamme. In het kader van die adviserende rol zat Patrick Janssens in december 2009 samen met het ASO om over het actieplan Leefbare studentenbuurt te spreken. Volgens Orry Van de Wauwer noemde burgemeester Janssens de camera toen te ambitieus. “Wij gingen er dus vanuit dat die camera er niet zou komen, wat wij ook naar de studenten hebben gecommuniceerd.” Wanneer het schepencollege een week later toch beslist om de camera te plaatsen, voelt het ASO zich gepasseerd. Voor het ASO is dit een eerste teken van misprijzen.

 

Om zulke slechte samenwerking in de toekomst te vermijden, zitten de Antwerpse studenten na Nieuwjaar samen met schepen Voorhamme. Er wordt besloten dat het ASO in enkele werkgroepen omtrent een leefbare studentenbuurt zal zetelen. Tom Ollivier van Antwerpen studentenstad: “In de werkgroep Doopcharter is vorig jaar erg constructief samengewerkt. Zo hebben de studenten zelfs enkele voordelen bekomen, zoals het gratis gebruik van vuilcontainers. De stad vraagt dan weer om de periode waarin gedoopt wordt te beperken van maandag 4 oktober 2010 tot en met vrijdag 5 november 2010.”

 

Wanneer de camera enkele maanden later op 31 mei daadwerkelijk in werking treedt, is het ASO wederom de laatste die daarvan op de hoogte wordt gesteld. Een tweede uiting van misprijzen. “Bovendien”, zegt Orry Van de Wauwer, “laat het perscommuniqué van de stad uitschijnen dat de studenten verantwoordelijk zijn voor de zware criminaliteit op en rond de Ossenmarkt, terwijl wij die criminaliteit, waar studenten vaak het slachtoffer van zijn, zelf al maanden voordien hadden aangekaart bij de stad.”

 

Kroniek van een turbulent jaar

9 december 2009 Patrick Janssens woont een vergadering van het ASO bij. Hij spreekt er over een leefbare studentenbuurt, waaronder een camera op de Ossenmarkt. In het oorspronkelijke actieplan zal er een camera geplaatst worden om geluidsoverlast, wildplassen en zwerfvuil tegen te gaan.

15 december 2009 De stad Antwerpen stelt haar actieplan Leefbare studentenbuurt voor. Momenteel vindt burgemeester Janssens een camera nog te ambitieus.

18 december 2009 Het college beslist dat er toch een camera komt op de Ossenmarkt.

24 december 2009 Het ASO publiceert een visietekst waarin staat dat men “a priori niet tegen cameratoezicht is”.

19 januari 2010 Burgemeester Janssens biedt per e-mail zijn excuses aan Orry Van De Wauwer aan omdat hij op 9 december de plaatsing van een camera niet heeft gecommuniceerd.

Februari 2010 Het ASO zit aan tafel met schepen van Onderwijs Robert Voorhamme. Er worden nieuwe afspraken gemaakt rond de samenwerking tussen de stad en het ASO.

11 februari 2010 Indien er geen nieuwe criminele feiten worden gepleegd, zal er geen camera komen.

Maart 2010 In dwars zegt commissaris Marc Lambrechts: “Camera omwille van stijgend aantal studenten enerzijds en overvallen, vandalisme en vechtpartijen anderzijds.” Orry Van De Wauwer in datzelfde artikel: “Samenwerking stad en studenten is uniek in Vlaanderen.”

31 mei 2010 In De Standaard staat te lezen dat de camera op de Ossenmarkt in gebruik wordt genomen, nadat 97 nieuwe zware feiten, voornamelijk woninginbraken en straatcriminaliteit, zijn gerapporteerd sinds januari 2010. Deze cijfers maken geen melding van geluidsoverlast, wildplassen of zwerfvuil, waarvoor oorspronkelijk de camera op de Ossenmarkt zou worden geplaatst.

1 juni 2010 Het ASO verstuurt een persbericht: “Antwerpse studenten zeggen vertrouwen op in Patrick Janssens”.

Eind juni 2010 Burgemeester Janssens en schepen Voorhamme beloven het ASO nieuwe statuten. Hierdoor zal het ASO altijd gehoord worden bij dossiers van het kabinet Onderwijs, maar ook alle dossiers die het leven van de student in de studentenbuurt aanbelangt.

13 september 2010 Het ASO keurt intern de nieuwe statuten goed.

Najaar 2010: De Antwerpse gemeenteraad en het schepencollege buigen zich over de nieuwe statuten van het ASO.

 

Het persbericht

De dag nadat de stad de inwerkingtreding van de camera via een communiqué heeft bekend gemaakt, verzamelen tien misnoegde leden van het achttienkoppige ASO zich om alles op een rijtje te zetten. “We hebben toen in volle examenperiode een hele dag gedebatteerd en om 10 uur ’s avonds hadden we ons persbericht klaar”, aldus Orry Van de Wauwer. Niet de plaatsing van de camera an sich doet het ASO besluiten de samenwerking met de stad op te zeggen, wel de manier waarop de voorbije maanden werd samengewerkt. “Aangezien onze inspanning op het adviserende vlak nergens toe leidde, konden we er maar beter mee stoppen. Het had blijkbaar toch geen zin.” Van de Wauwer benadrukt daarbij dat de studentenvertegenwoordigers nog wel wilden samenwerken, maar niet langer in de toenmalige omstandigheden. “De opzegging van het vertrouwen diende als signaal om de samenwerking te verbeteren.” Een erg krachtig signaal wel, want met het einde van het academiejaar in zicht, worden 35.000 studenten nu niet langer officieel vertegenwoordigd bij een stad die de voorbije jaren nochtans erg veel voor hen heeft gedaan.

 

Gepokerd en gewonnen

Eind juni, enkele weken na de vertrouwensbreuk, vindt een gesprek plaats tussen de burgemeester, de schepen van Onderwijs en de studentenvertegenwoordigers. In dit gesprek geeft burgemeester Janssens toe dat hij een fout heeft gemaakt in de communicatie over het actieplan Leefbare studentenbuurt. Patrick Janssens en schepen Voorhamme stellen het Antwerps Studentenoverleg nieuwe statuten voor, waarin staat dat het ASO in de toekomst verplicht geconsulteerd zal worden bij dossiers die de Antwerpse student aanbelangen. Orry Van de Wauwer is erg tevreden met dit voorstel: “Hoewel wij het vertrouwen officieel hadden opgezegd, zijn wij in de praktijk wel steeds ons werk blijven doen. Op die statuten hadden wij dus altijd gehoopt, maar nooit hadden wij durven denken dat de stad zelf het initiatief daartoe zou nemen.” Veerle Desimpelaere van Antwerpen Studentenstad voegt daaraan toe, dat “achteraf gezien, de kracht van het signaal van het ASO schuilt in de goede uitkomst ervan.” Gepokerd en gewonnen dus voor de Antwerpse studenten. Midden september kwam het ASO voor het eerst weer samen. In deze eerste vergadering werden de nieuwe statuten dan intern goedgekeurd. Nu is het aan de gemeenteraad en het schepencollege om de statuten te bekrachtigen. Ter afronding besluit uittredend ASO-woordvoerder Van de Wauwer, dat “de samenwerking tussen de studenten en de stad in Vlaanderen uniek was en is.” De stad legt dus enkele regels op, maar in ruil daarvoor krijgen de Antwerpse studenten erg veel terug.

 

Antwerps Studentenoverleg en StuDay

Het Antwerps Studenten Overleg (ASO) werd in 2003 opgericht om de stem van de student te laten horen in het stedelijk beleid. Het ASO heeft een dubbele functie: enerzijds organiserend, anderzijds adviserend. De achttien leden van het ASO zijn vertegenwoordigers van studentenraden en studentenverenigingen (voor de UA zijn dat leden van ASK-Stuwer en Unifac). De functie van woordvoerder van het ASO alterneert in principe jaarlijks tussen de universiteit en de hogescholen. Het ASO heeft een zitje in de jeugdraad en is vertegenwoordigd in de raad van bestuur. Door de nieuwe statuten die het ASO krijgt, is de stad Antwerpen verplicht het ASO te horen in alle dossiers inzake onderwijs (kabinet Voorhamme), maar ook bij alle zaken die een impact hebben op het leven van de studenten in de studentenbuurt. In de toekomst zal het ASO dus gehoord worden over materies zoals het ophangen van een politiecamera, verkeerswijzigingen, een sorteerstraat, enzovoort. Hun advies is evenwel niet bindend. Naast deze adviesfunctie in verschillende werkgroepen, heeft het ASO ook een organiserende rol, bijvoorbeeld in verband met StuDay. Dit jaar is het festival, dat de opening van het Antwerpse academiejaar viert, alweer aan haar zevende editie toe. Behalve voor muziek is er ook plaats voor informatie, cultuur, sport, lounge en wellness. De affiche oogt opnieuw groots met onder andere het Antwerpse Merdan Taplak Orkestar, The Opposites, Balthazar, Customs en Turntable Dubbers. StuDay staat dit jaar ook speciaal in het teken van de benefietactie Music for Life 2010. Het Glazen Huis strijkt namelijk van 18 tot 24 december neer op de Antwerpse Groenplaats. Dit jaar wordt uitzonderlijk 1 euro gevraagd als toegang tot het festival, en dit ten voordele van kinderen die omwille van aids wees werden.



Rewind
16/09/2010
🖋: 

Welk jongetje droomt er niet van om brandweerman te worden? Ook ondergetekende! Slechts een enkeling zet zijn kinderdroom om in realiteit, de rest kan gelukkig wegdromen voor de televisie.

REWIND We spoelen terug naar 1990. Politie- en realityseries domineren het tv-landschap nog niet en met VTM komt in ons land het allereerste commerciële tv-kanaal op de buis. Als reactie pakt de BRTN (nu VRT) uit met kwalitatieve fictie. Mijn favoriet? Alfa Papa Tango (Ambulance, Pompwagen en Techniek volgens het spellingsalfabet van de NAVO). De serie werd een immens succes en trok meer dan een miljoen kijklustigen.

 

PLAY De kijkers volgden het wel en wee van een Brussels brandweerkorps. Al hun taken komen in beeld – vooral het blussen van branden buiten … én binnen het korps. De begingeneriek neurie ik nog altijd mee. De serie had haar succes natuurlijk ook te danken aan de sterke cast, met rollen voor rasacteurs zoals Nolle Versyp, Jo De Meyere en Ben van Ostade. Ook nu denk ik nog met veel weemoed terug aan de avonturen van het brandweerkorps, de huwelijksproblemen van oppermacho Ronnie Abbeloos, de zieke vrouw van de stille Marcel Van Oppem, en de bange, schuchtere nieuweling Wim ‘muizeke’ Van der Straeten, die zich door zijn offerbereidheid zou ontpoppen tot de ultieme brandweerheld.

 

FAST FORWARD Terug in het jaar 2010 is deze serie bij veel mensen nog niet uit het geheugen verdwenen, al kunnen we jammer genoeg niet meer rekenen op beeldmateriaal om herinneringen op te halen. Want zelfs voor de digitale televisiekijkers, vertrouwd met Ooit Gemist, is Alfa Papa Tango onvindbaar. Spijtig, want mijn kinderlijke brandweerdromen zouden de televisie dankbaar zijn! Een afsluitend weetje: acteur Geert Vermeulen (Wim Van der Straeten) was recent nog een van de twee scenaristen van de succesvolle één reeks Katarakt!



Wereldprimeur voor UA in strijd tegen kanker
16/09/2010
🖋: 

Na tien jaar noeste arbeid is een onderzoeksgroep aan de UA onder leiding van professoren Zwi Berneman en Viggo Van Tendeloo erin geslaagd om een vaccin te ontwikkelen tegen acute leukemie bij volwassenen. Een wereldprimeur!

Acute myeloïde leukemie (AML) is een zeer agressieve vorm van bloedkanker, die bijna uitsluitend voorkomt bij volwassenen. In de meeste gevallen kan de ziekte onder controle worden gebracht met behulp van chemotherapie, maar de kans op hervallen is erg groot.

 

Het leukemievaccin is een zogenaamd therapeutisch of behandelend vaccin. Met zo’n vaccin proberen onderzoekers afweercellen van de patiënt zelf zodanig te manipuleren dat ze de tumorcellen aanvallen. In tegenstelling tot een ‘traditioneel’ vaccin, zoals bijvoorbeeld een tetanusvaccin, werkt het dus niet preventief. Het ontwikkelde vaccin kan de terugkomst van de bloedkanker in 50% van de gevallen voorkomen of uitstellen. Omdat het bloedkankervaccin gebruik maakt van eigen afweercellen is er bovendien geen gevaar voor afstoting. Verder werkt het gepersonaliseerde vaccin heel gericht: terwijl chemotherapie alle zich delende cellen vernietigt, treedt het vaccin enkel op tegen de tumorcellen.

 

Toch is het vaccin voorlopig nog geen waardig alternatief voor radio- of chemotherapie. Uit de eerste testresultaten lijkt het enkel werkzaam bij patiënten waarbij het aantal kankercellen eerder beperkt is. Om grote tumoren te bestrijden is het vaccin nog niet doeltreffend genoeg. Onderzoekers werken dan ook hard om het vaccin te optimaliseren. Ze hopen op lange termijn een preventief vaccin te kunnen ontwikkelen waarmee ze patiënten door middel van enkele shots levenslange immuniteit kunnen bieden. Er wordt momenteel ook getest of het vaccin een even positief effect heeft in geval van andere vormen van bloed- en beenmergkanker en bij bepaalde types van borstkanker.



editoriaal
16/09/2010
🖋: 

“Roma buiten! Kopvoddentaks! Hier geen moskee! Turken kunnen enkel fruit verkopen!”

Inderdaad, de zomer van 2010 was niet bepaald die van de genuanceerde meningen. De internationale vloedgolf aan populisme deed me haast terug verlangen naar godsdienstlessen vol ongecompliceerde naastenliefde op een kille maandagochtend. De term humanisme werd daar wel eens gebezigd. We hadden doorgaans één klasgenoot van buitenlandse origine, die moest dan maar alle niet Vlaams-katholieke culturen vertegenwoordigen. De leerkracht antwoordde steeds dat het toch geweldig was, die andere.

 

In België domineerden de onmogelijke regeringsvorming, het pedofilieschandaal in de Kerk en – het houdt nooit op! – de verloren kwalificatiematchen van de Rode Duivels de krantenpagina's en de journaalbulletins. Logisch eigenlijk dat de nood in Pakistan ons even niets kon schelen, al weerklonk het emotionele ‘No Sound But The Wind’ van Editors op de achtergrond van het spotje.

 

Als student in Antwerpen zou je haast het gevoel krijgen in een warm coconnetje te leven, op een eiland van voorspoed. Misschien is dat ook gewoon zo. De Antwerpse studenten hebben de voorbije jaren niet te klagen gehad. De stad en het hoger onderwijs investeerden fors in initiatieven als de Fietshaven, cultuurcheques en StuDay. Bovendien bouwden zowat alle leden van de AUHA nieuwe campussen en bibliotheken. Uit de eerste inschrijvingscijfers blijkt dan weer dat die van de UA minder teruglopen dan in Gent en Leuven. High five!

 

Loopt het dan toch eens fout tussen de stad en haar studenten, dan kunnen we erop rekenen dat de conflicten uitgepraat worden en de samenwerking verbeterd, zo blijkt uit een artikel over het Antwerps Studentenoverleg op de volgende pagina's. Een eiland van voorspoed dus. Laat ons echter een voorbeeld nemen aan de benefietactie Music for Life, die in december op de Groenplaats neerstrijkt, en tussen de studentikoze festiviteiten door eens een kritische blik over het muurtje werpen, naar de echte wereld. Kwestie van niet te hard te schrikken wanneer we de universiteit ooit verlaten. Intussentijd kan je natuurlijk gewoon dwars lezen, want kritisch en studentikoos, dat is exact wat dwars dit academiejaar meer dan ooit wil zijn als blad van de UA-student.



Column - De Nuttelozen van de nacht
16/09/2010
🖋: 
Auteur extern
Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter, schrijver en kroegbezoeker. Elke maand is hij, zoals Brel het ooit bezong, één van de nuttelozen van de nacht en bekijkt hij de bodem van zijn glas in een studentencafé.

Vannacht kon ik de hersencellen rondom mij op één hand tellen. Dat was na het vierde kleuterglaasje met Blue Thrill dat me, behalve een blauwe smurfbek, ook het onvermogen opleverde de zaken nog enigszins te kunnen relativeren. Het laatste wat ik me herinner is de vriend die naast het cocktailtafeltje stond en met een oerkreet riep: “Hier kom ik meer!” Nu beeft mijn vege lijf met de kater van een eenzame matroos en ben ik er niet van overtuigd of ik drankhol De Prof meermaals zou willen frequenteren. In mijn broekzak zitten blaadjes waarop notities staan, maar de nog leesbaar neergekribbelde opmerkingen lijken me ongeloofwaardig. Wat ik uit mijn geschriften nog kan ontwaren is dat we de lamlendigheid hebben gedeeld in café De Prof en ik een sluitende definitie heb gekregen voor het begrip ‘brooddronkenheid’.

 

De talrijke schreeuwerige displays die in dit voorgeborchte hangen informeren ons niet enkel over de zachte prijzen van shotjes met tequilla en consorten, maar stellen ons ook gerust dat er security aanwezig is. En hoewel er aan diverse tafeltjes aardbeienchampagne wordt gedronken, doen de toiletten ons denken aan de urinoirs van Guantanamo Bay. Porselein en een stijlvolle interieurinrichting is hier een spaarzaam goed. Naast de displays waarop foto’s met ontblote vrouwenlichamen vertoond worden, hangen de schilden van enkele studentenclubs. Men bouwt hier duidelijk de gelagzaal uit een slechte ridderroman na. Naast het clubschild van Andoverpia, die blijkbaar een Erotic Night op hun palmares hebben staan, is er ook het schild van de Antwerpse Vrouwenclub te bemerken. “Maar op een avond van de Vrouwenclub is iedereen welkom hoor”, verzekert één van de hologige studentes me. Ze is hier samen met een schachtentemmer uit Nederland en ze knopen een gesprek met me aan over studentenclubs. Ze heeft werk gevonden als begeleidster van mentaal gehandicapten, maar toch hangt ze hier nog rond. Uit trots, vertrouwt ze me toe. Ze draagt ook nog steeds haar clublintje, vertelt ze. Ik stel me voor hoe ze thuis met parmantige pasjes door de woonkamer trippelt, met haar lintje om, geruisloos de spiegel passeert en even een glimp werpt op zichzelf. Zij en haar lintje. Ik keerde haar mijn rug toe toen ze in mijn oor fluisterde “dat een lintje dragen je toch boven de rest van de mensen plaatst.”

 

Het militarisme van de hele lintjescultus blijkt uit het omslaan van de sfeer als iemand van mijn vrienden een lintje te pakken heeft gekregen en het als een koningsgeschenk in haar handen houdt. Plots staat er een jongen naast ons die met een vreemde tongval grimmig declareert dat het lintje terug moet worden gegeven, dat we het lintje niet mogen vasthouden, dat het ten allen tijde bij de rechthebbende eigenaar moet blijven. Het lintje moet zijn borstkas laten oplichten in deze donkere herberg, men moet zijn verworven titels kunnen aflezen, het is zijn hebben en houden, zijn curriculum vitae en testament.

 

Onze redding kwam met het gerucht dat plots als een bezwering door het café gonsde. Iedereen heeft het er over en weet wat hem of haar te doen staat. “De Erasmussers komen! Die van Erasmus komen!” Deze berichtgeving zingen ze als een vreemdsoortig lied, door de opwinding slaan hun schelle stemmen soms over. Men heeft bij het drinken gewacht op iets, en nu weten ze waarop. Het is duidelijk dat deze vergevorderde avond nog iets voor hen in petto heeft: er zal keet worden geschopt, hun lange zit zal beloond worden met een buitenlands vuurwerk. Wij verlaten het pand op de tonen van ‘Electric feel’ van MGMT. We hebben genoeg gewacht.