05/10/2004
🖋: 

Eindelijk je studierichting gekozen aan de UA. Klaar voor een nieuw academiejaar? Niet zonder een goed kot natuurlijk. Want dat kamertje is meer dan enkel de plaats om te eten, slapen en studeren. Heel wat problemen en bijbehorende irritatie kunnen voorkomen worden door een weloverwogen keuze. In onze studentenstad word je geholpen door Kotweb. Opgericht in 1996 door de Universiteit Antwerpen, de Antwerpse hogescholen en het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde, is Kotweb uitgegroeid tot een heus huisvestingsnetwerk.

Wat heeft Kotweb te bieden?

Kotweb beschikt over een enorme database aan kamers, studio's en appartementen in het Antwerpse. Het biedt een standaard verhuurcontract aan dat de rechten van huurder en verhuurder beschermt. Ook verleent het advies aan zowel student als kotbaas en bemiddelt het in geval van huurgeschillen. Tevens controleert Kotweb of de kwaliteitsnorm voor woningen (De Vlaamse Wooncode en het Kamerdecreet, nvdr) wordt behaald.

 

Waar te zoeken?

De keuze van je verblijfsplaats hangt uiteraard voor een groot deel af van de ligging van de instelling waar je studeert. Het overgrote deel van campussen van de Karel de Grote hogeschool, hogeschool Antwerpen, Hogere Zeevaartschool en Plantijnhogeschool liggen net als de Stadscampus van de UA binnen de oude stadswallen. Het grootste woningbestand bevindt zich ook in deze regio. Wie echter in Mechelen, Turnhout, Boom of Lier studeert kan evengoed via Kotweb een geschikte kamer, studio of appartement vinden.

 

Hoeveel kost het?

Binnen de oude stadswallen ligt de prijs voor een kamer rond de 200 euro. Voor een studio of appartement tel je hier maandelijks respectievelijk 260 en 332 euro neer. Deze cijfers zijn gebaseerd op gemiddelden van de daadwerkelijk verhuurde gelegenheden. De gemiddelde prijs van de nog leegstaande gelegenheden ligt een stuk hoger. Het valt echter op dat vooral de regio Antwerpen Zuid, de buurt rond het Museum voor Schone Kunsten en de Vlaamse en Waalse Kaai, duurder uit de bus komt. Een trendy omgeving heeft nu eenmaal zijn prijs. Voor een appartement tel je hier maandelijks algauw 450 euro neer, terwijl je in het noordoostelijke deel van de stad voor 275 euro gesteld kan zijn.

 

Beter op een ander?

De gemiddelde huurprijs voor een kamer in Leuven bedraagt 230 euro. Voor een door de VUB gesubsidieerd kot betaal je tussen de 108,15 en 238,45 euro, afhankelijk van je inkomen. In Gent kost een kamer je ongeveer 180 euro. Leuven blijkt dus de duurste stad op het vlak van huisvesting. Gemiddeld betaal je hier een dikke 30 euro meer dan in Antwerpen en zelfs 50 euro meer dan in Gent.

 

Besluit

Als student een geschikte verblijfsplaats vinden in Antwerpen is geen probleem. Het aanbod van kamers, studio's en appartementen is voldoende groot en geschikt voor ieders budget. Bij je keuze wordt je bovendien geholpen door Kotweb, dat een duidelijk overzicht biedt van mogelijke woongelegenheden en zich bovendien bekommert om de ingewikkelde juridische wirwar van het huurcontract. Je hebt er als student dus alle belang bij om een kot, studio of appartement te huren dat in Kotweb is opgenomen. Het geeft je meteen de waarborg dat het met de basisvoorzieningen en veiligheid wel snor zit. Ook dien je zelf niet mateloos te zoeken naar een geschikte plaats. Je vraagt een login aan en kan zo de hele database doorzoeken.



05/10/2004

Er is een examen bezig in de Jan Fabre zaal, een auditorium van 30m breed, 17m hoog en 60m lang. Er zitten maar een paar studenten te werken. Heel de zaal is fel verlicht en achteraan staat een enorme airconditioner te draaien. Aan de muur hangen grote tekeningen – balpen op papier – en progressieve artikels over het gebruik van drugs. De meeste studenten zijn te hard bezig om hierin de adem van de jaren '60 te voelen.

Ik moet hardop lachen met het artikel waarin het effect van intoxicatie op een spinnenweb wordt weergegeven: marihuana: zo goed als niets, LSD: veel radiële draden en de concentrische delen zijn opgewonden rond het midden, mescaline: een mooi web maar slechts 3/4 van een cirkel. Tot slot is er koffie: een wirwar van draden. Het doet me denken aan een proef uit voorhistorische tijden om kinderen het nadelig effect van alcohol te leren kennen: de regenworm in water blijft leven, de regenworm in alcohol kronkelt een gewisse dood tegemoet. Berichten met een negatieve teneur gaan inderdaad enkel over alcohol.

 

De tekeningen van Fabre zijn pedant en zelfs kitscherig, evenals de rest van dit gebouw. Toch moet ik toegeven dat ze me aangrijpen. Kitch wordt kunst door "the suspension of disbelieve", als het vertrouwen inboezemt zodat je erin mee wil gaan. Het is een persoonlijk proces; Als puber was ik sterk gefascineerd door heel het jaren '60 gebeuren. Dat is logisch want de jaren '60 zijn, door de tijden heen, romantisch voor pubers omdat het een fenomeen van collectieve pubertijd betreft. Het is inderdaad zo dat mensen materiële zelfstandigheid verwierven, dat de maatschappij zich losmaakte van kerk en patriarchaat en dat de seksuele revolutie werd ingeleid door de pil. Door deze pubertijd zijn ontspanning en zelfontplooiing gemeengoed geworden, en het lijkt onrechtvaardig om mensen te verwijten dat ze, zoals in de parabel van de krekel en de mier, niet op problemen van de toekomst gefixeerd zijn maar genieten van de rijkheid van het heden. Met vrijheid komt echter ook verantwoordelijkheid en die is, helaas, niet gering; een vooruitziende blik leert dat enkel doorgedreven wetenschappelijke paradigma's uitkomst bieden voor toekomstige impasses.

 

Het G-gebouw op de Middelheimcampus, ontsproten aan de jaren '60, zou voor vrijheid en creativiteit kunnen staan. Maar, met zijn oneconomische ronde vormen, zijn barsten in de centrale hal, zijn lekken in het dak, zijn inefficiënte energiehuishouding, zijn gevaarlijk kloven aan de randen, zijn grote collectie middelmatige kunstvoorwerpen, zijn talrijke frivole evenementen en zijn wetenschappers die, als levende kunstwerken, in de catacomben huizen, is dit gebouw (onder invloed van mescaline?) in zijn pubertijd blijven steken. Het kwart dat ontbreekt in dit huis is volwassenheid.

 

auteur bekend bij de redactie

 

 

Een reactie op dit stuk lees je hier.



200 jaar Vlaamse letteren in het AMVC
05/10/2004
🖋: 

Met verbazing kon menig Antwerpenaar dit jaar vaststellen dat op een goede morgen een reusachtige rode A op zijn Boerentoren prijkte. Voorwaar een ongebruikelijk zicht. Toeval of weer een akkefietje van enkele al te frivole kunstenaars die ook dit bouwwerk trachten te ontsieren? Na onafzienbare tijd werd dezelfde toren zelfs opgesmukt met een gedicht van Antwerpen’s even eigenste stadsdichter. Die laatste kunstgreep verduidelijkte de hele situatie. Dit jaar vindt in de metropool de evenementreeks Antwerpen Boekenstad plaats. Alles wat met boeken en literatuur te maken heeft krijgt in en rond de stad een prominente plaats toegewezen. Antwerpen is dan ook de stad van de culturele en literaire avant-garde, van beeld, poëzie en een rijk letterkundig verleden. Dat laatste aspect zal vanaf 17 oktober aanstaande verder uitgediept worden in de veelbelovende tentoonstelling “200 jaar Vlaamse letteren”.

AMVC-Letterenhuis

Een betere plek dan het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) kon men voor deze nieuwe permanente tentoonstelling niet uitkiezen. Het Letterenhuis werd dit jaar niet voor niets door de Vlaamse regering erkend als “het literaire archief van en voor Vlaanderen”. Naast een ruime tentoonstellingsruimte bevindt zich in het AMVC Vlaanderen's grootste letterkundige archief. Wie graag een keer in de handschriften, brieven, documenten of afbeeldingen van zijn of haar literair idool snuffelt, zal enkel hier ten volle aan z'n trekken komen. Ook voor neerlandici die zich met onderzoek en teksteditie bezig houden is dit the place to be. Men gaat er bij het AMVC van uit dat een archief niet enkel dient om stof op te vangen. De inhoud van de talloze mappen en dozen staat dus niet alleen de onderzoeker ter beschikking, maar kan evengoed voor het grote publiek tot leven gebracht worden, in een tentoonstelling bijvoorbeeld. Aan de hand van een veelzijdige en zorgvuldige selectie uit de ruim 2 miljoen brieven en handschriften, 130.000 foto's en 35.000 affiches werd een expositie samengesteld die twee eeuwen Vlaamse literatuur in beeld brengt.

 

Modern cachet

Men hoeft zich in geen geval te verwachten aan een eindeloze parking glazen kasten die slechts enkele verfomfaaide en vergeelde prentkaartjes herbergen. Deze expo is zonder twijfel mee met zijn tijd. Het gevarieerde aanbod aan archiefstukken wordt met audio-visueel materiaal en moderne media aangevuld. Elektronisch opgeslagen data van literair en literair-kritisch werk, fragmenten uit documentaires en films, alsook stemopnames van auteurs geven het geheel een modern cachet. Het blijft in ieder geval uitkijken naar de authentieke handschriften van oudere en modernere auteurs. U krijgt bijvoorbeeld de kans om de kladversie van Paul Van Ostaijen's bekende gedicht “Marc groet 's morgens de dingen” te ontcijferen. Voor andere liefhebbers is er een origineel fragment uit “De Leeuw van Vlaanderen” van Conscience of “Pieter Daens” van Louis Paul Boon. Ook enkele schetsen van Lanoye's “Ten Oorlog” zullen te zien zijn.

 

Eén verhaal

De tentoonstelling is volledig chronologisch opgebouwd en vormt één verhaal. Er wordt gewerkt met contrasterende of elkaar aanvullende verhaallijnen. In het interbellum confronteert men bijvoorbeeld de provincialistische streekliteratuur genre Claes en Timmermans met het steedse modernisme. Aan de hand van vele citaten komen deze verschillen duidelijk aan het licht. Het zwaartepunt van de tentoonstelling ligt echter op de literaire productie van de laatste 50 jaar. Een hoogst interessant gegeven is ongetwijfeld ook het feit dat men stilstaat bij alle aspecten van het literaire bedrijf. Het overdadig beschikbare materiaal liet de organisatoren toe niet alleen schrijvers en hun werk in beeld te brengen, maar ook het werk van uitgevers, drukkers, binders, vormgevers, typografen, illustratoren, tijdschriftmedewerkers en critici. De echte meerwaarde van “200 jaar Vlaamse letteren” bestaat er hoogstwaarschijnlijk in, niet enkel de literatuurgeschiedenis an sich, maar ook de wijze waarop literatuur “werkt”, voor een ruimer publiek te reveleren.

 

200 jaar Vlaamse Letteren: van 17 oktober 2004 tot 16 januari 2005. Van dinsdag tot zondag 10-16:30 uur. Inkom: 3 - 1,5 euro. AMVC, Minderbroederstraat 2000 Antwerpen. Tel. 03/222.93.20 e-mail: amvc.letterenhuis@stad.antwerpen.be



literair concours gejureerd door Geert Buelens, Bart F.M. Droog, Peter Holvoet-Hanssen, Serge van Duijnhoven, Annelieke van Mens
05/10/2004
🖋: 
Auteur

met andere zinnen wil hét forum voor jong literair talent uit Nederland en Vlaanderen worden. Ambitieus, da’s waar, maar volgens de redactie broodnodig, omdat er aan weerszijden van de grens geen tijdschrift bestaat dat er een consequente blik overheen werpt. met andere zinnen weigert zich tegen welke grens dan ook aan te schurken. In het blad wordt daarom ook plaats geruimd voor werk van jonge schrijvers én van jonge beeldende kunstenaars. De redactie hoopt met het tijdschrift, het literaire concours en andere toekomstige activiteiten de voorwaarden te creëren voor een internationaal podium waar literaire kruisbestuiving en degenkruising vanzelfsprekend zijn. met andere zinnen wijst alle vormen van dogmatisme af en laat zich niet vastnagelen aan gammele hokjes in het literaire veld - wat telt is oorspronkelijkheid, persoonlijkheid en kwaliteit!

Jongeren schrijven met andere zinnen, toon ze aan de wereld!

 

wedstrijdreglement:

  • Deelnemers zijn tussen 17 en 27 jaar oud.
  • Het onderwerp is vrij maar plagiaat sluit de deelnemer uit.
  • De teksten zijn in het Nederlands geschreven.
  • Alle teksten niet eerder uitgegeven tot op de sluitingsdatum van de wedstrijd (18 februari 2005) mogen voor deelname ingezonden worden. De teksten mogen niet eerder bekroond geweest zijn in gelijkaardige wedstrijden.
  • De prijzenpot bestaat voor beide wedstrijdonderdelen uit een bedrag van 400 euro voor de winnaar, 200 euro voor de 2de en 100 euro voor de 3de. Daarnaast is er één speciale publieksprijs ter waarde van 100 euro. De winnende inzendingen worden opgenomen in het eerste nummer van met andere zinnen.
  • Iedere deelnemer kan tot 3 gedichten en/of 1 prozatekst (maximaal 3000 woorden) inzenden, ondertekend met een schuilnaam. De inzending bevat een los document waarop schuilnaam, naam, voornaam, geboortedatum, (email-)adres en telefoonnummer staat.
  • De inzendingen dienen voor 25 december 2004 gestuurd te worden naar maz@metanderezinnen.com.
  • De jury bestaat naast de boven vermelde personen uit de redactie van met andere zinnen, die een eerste selectie doorvoert.
  • De beslissing van de jury is zonder verhaal. 10. Door deelname aan de wedstrijd verklaart de deelnemer zich akkoord met het reglement. Tevens mogen zijn/haar gedichten mee opgenomen worden in één van de publicaties van met andere zinnen.
  • Schrijf ze! De prijsuitreiking en de feestelijke lancering van het tijdschrift zullen plaatsvinden tijdens een literaire avond op vrijdag 18 februari 2005 (locatie wordt later bekend gemaakt) met lezingen door de winnaars en juryleden (o.v.), en muzikaal opgeluisterd door Syndon.


05/10/2004
🖋: 
Auteur

Roemenië, eind juli, halfzeven ’s morgens. De zon komt aarzelend op boven de Zwarte Zee. Ongeveer negen van de 2600 deelnemers duiken in het – verrassend – warme water. Na een zes uur durende busreis, de weg van Boekarest tot aan het kampterrein zou niet misstaan in een of ander midden-Afrikaans safarigebied, is dit voor de Belgische delegatie het begin van het 7e ECOSY Summer Camp...

Voor de 7e keer bood ECOSY, de European Community Organisation of Socialistic Youth, socialistische jongeren vanuit heel Europa de mogelijkheid een week lang samen te zijn. Om te discussiëren over alle mogelijke politieke onderwerpen, debatten en workshops te volgen. Of om 's avonds na te kaarten bij een frisse Roemeense pint. Kortom, om elkaar (beter) te leren kennen... Na Griekenland (een IUSYkamp, mondiaal i.p.v. Europees) vorig jaar was dit keer Roemenië het gastland. Een land dat weinigen van ons iets zei, behalve dan de vage associaties met het voormalige Oostblok, de, ietwat vergrijsde, herinnering aan de volksopstand in Timisoara en de snelle ineenstorting van de Ceaușescu-dictatuur. Op dit moment streeft Roemenië vooral naar de vooropgestelde doelen om in 2007 de Europese Unie te kunnen vervoegen. Tijdens het kamp en de toespraak van Adrian Nastase, de president van Roemenië, is ons opgevallen dat het voornaamste doel economisch gericht is. De staatsschuld, het begrotingstekort, de corruptie. Allemaal zaken die zeer belangrijk zijn voor Brussel.

 

Het bereiken van de door de EU vastgestelde normen is voor Roemenië absoluut noodzakelijk. Het land is op zoek naar stabiliteit en probeert een gezond investeringsklimaat te creëren, zowel voor binnen- als buitenlandse ondernemingen.

 

Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat de dagelijkse realiteit van een arm land op amper 2000 kilometer van één van de zes rijkste regio's van de wereld, ons eigen Belgenlandje, onder de mat werd geveegd. Er werd niet gesproken over de armoede, het vechten tegen de bierkaai om elke dag opnieuw te zorgen dat je eten en een onderkomen hebt. Ook niet over het leven in de metro, het bedelen, de snelle verspreiding van het HIV-virus. Zelfs over de wildgroei aan georganiseerde misdaad, drugs en de andere schaduwkanten van een grootstad werd met geen woord gerept. Toch was "een sociaal Europa" één van de grote thema's op dit kamp, samen met "de uitbreiding van de EU", "fair trade en globalisering", "Europa in je leven" en nog vele anderen. De grote themata kwamen vooral 's avonds in de debatten aan bod. Het hele kamp was politiek geladen. Op het strand, tijdens sportwedstrijden, op een feestje,... kregen deze discussies al snel een persoonlijke tint. Want praten met een Tsjech die de heropleving van zijn land na de splitsing, en naar de toetreding tot de EU zelf heeft meegemaakt, is toch heel anders dan er de kranten op naslaan.

 

Moe, maar voldaan, en met een hoop culturele bagage keerden we na een week terug richting België. De busrit duurde deze keer maar drie uur. Bleek dat de chauffeur van de heenrit netjes alle controleposten ontweken had en onze bijdrage voor de wegentol in eigen zak gestoken had...



05/10/2004
🖋: 

Guillermo del Toro, regisseur van o.a. Blade II, heeft een nieuwe film geregisseerd. Resultaat: Hellboy, de nieuwste telg in de reeks stripverfilmingen die Hollywood de laatste tijd aflevert.

Spijtig genoeg is Hellboy een misbaksel geworden in de lijn van andere faliekante mislukkingen als Daredevil en consorten. Net zoals in die vorige is het verhaal vrij eenvoudig, als je voorbij de vele franjes kijkt die dit falen moeten verdoezelen: de nazi's proberen het tij van de Tweede Wereldoorlog te keren door occulte wezens op te roepen. Dat wordt echter geen succes: de geallieerden krijgen een duivelskind te pakken, dat ze dan opvoeden met de superieure Westerse waarden (zie je de traditionele les Hollywood-moraal al aankomen?). Deze scène is zo onsamenhangend dat je je brein beter dan al op nul zet, want zo gaat het de hele film door. Daarna wordt in een warrige poging deze film wat om het lijf te geven, zo ongeveer elke mythe en legende op een hoopje gegooid die van ver of van dichtbij iets met Hitler, de duivel, en zelfs Raspoetin (in 1945!) te maken hebben. Later in de film zijn er nog een aantal twists in de verhaallijn, die soms tot op het randje van het belachelijke zijn (en vaak ook erover). Uiteindelijk wordt de held van het verhaal, de ondertussen volwassen Hellboy, in de slotscène gedwongen te kiezen tussen de liefde van zijn leven, die hij door zijn helse uiterlijk niet kan krijgen, en een nieuw leven als heerser van het kwade universum. Godzijdank kiest onze held voor diezelfde mensheid die hem eerst heeft verstoten omwille van zijn afkomst... Hoerageroep alom! In feite zijn al deze zaken totaal onbelangrijk, want in de Hollywoodiaanse realiteit doen alleen de actiescènes en de speciale effecten ertoe. Vaak komen Hollywoodfilms nog weg met deze combinatie, maar dan alleen op voorwaarde dat ze deze punten ook goed uitwerken. Spijtig genoeg faalt deze film ook daar. De effecten zijn op hun best knullig, ze doen bij momenten zelfs denken aan de special effects van de gemiddelde VRT-jeugdreeks uit de jaren ‘'50. Zelfs het laatste mogelijke excuus van de publiciteitsmolen, de acteerprestaties, is onbruikbaar: de personages zijn tot op het bot cartoonesk, en niet in het minst door de belachelijke dialogen die de acteurs er soms moeten uitpersen. Ondergetekende heeft voor deze film geen goed woord over. De gemiddelde student kan zijn geld aan betere dingen uitgeven dan aan deze oerdomme miskleun. Nu weet ik weer waarom men beter een categorie ‘'Volwassenen niet toegelaten' zou creëren.



05/10/2004
🖋: 
Auteur

Je hebt met volle moed het academiejaar aangevat als blijkt dat je voor ongeveer 160 pond gewoon thuis had kunnen blijven en toch slagen.

Dat ontdekte een journalist van The Guardian, die nu Bachelor in kunstgeschiedenis is en een medische graad heeft. De vervalser achter de diploma's wist waar hij mee bezig was want het vervalsen van examenresultaten is toegelaten in Engeland. Een procedureslag tegen namaakdiploma's kan, maar duurt jaren waardoor de handige jongens meestal gewoon hun gang blijven gaan.

 

Ook in de Verenigde Staten hadden ze hier last van, al waren deze vervalsers iets minder intelligent. De hogeschool in kwestie liet Latino's tussen de 500 en de 1500 euro neertellen voor een opleiding en het inbegrepen diploma. Echt moeilijk was dat laatste niet te verkrijgen, een les volgen hield in dat je de vragen uit een boek voorlas, gevolgd door de antwoorden daarop. Toch zijn tienduizenden het slachtoffer, vergelijk dat maar eens met de inschrijvingscijfers aan de UA!

 

Dat we fan zijn van de Vlaamse Gebarentaal wist u al door ons vorige nummer. Nu is een groep jonge Doven en horenden, waaronder onze allereerste hoofdredacteur, gestart met een petitie voor de erkenning van deze Vlaamse Gebarentaal. Ze beogen minstens 15.000 handtekeningen en kunnen alle steun gebruiken. De petitie en aanverwante informatie zijn te vinden op de website van het DoofActieFront.

 

Oxford en Cambridge, de twee oogappels van de Britse universitaire elite, hebben de nodige problemen ondervonden deze zomer. Als opwarmertje viel na een discussie over het verhogen van de collegegelden viel de regering Blair bijna. Uiteindelijk is vastgelegd door het parlement dat je voor maximaal 3000 pond (4500 euro) college moet kunnen volgen. Dat is nog te weinig verklaart de directeur van de denktank in Oxford, volgens hem zijn bedragen van 15.000 euro realistischer om te voorkomen dat de Amerikaanse universiteiten de Britse voorbijsteken "die wegzinken in het Europees systeem". Dat onderzoekers in Oxford 60.000 euro verdienen en in de VS tot 100.000 is natuurlijk een mooie verklaring.

 

Maar daarmee is de kous niet af: de twee topuniversiteiten hangt een zware boete van een half miljoen pond boven het hoofd als het aantal arme studenten niet stijgt. Door een nieuwe regeling moet elke Engelse universiteit een tiende van alle inschrijvingsgeld besteden aan beurzen voor minder gegoeden. Maar die moeten natuurlijk wel komen opdagen. Dat door die beurzen de lonen verlaagd worden zal vermoedelijk leiden tot nog hogere inschrijvingstarieven. Hoeveel was ons inschrijvingsgeld weer?

 

Om af te sluiten de droom van elke student: je wordt opgebeld om te horen dat je een Picasso geërfd hebt. Dat overkwam een Amerikaans rechtenstudent die de laatste afstammeling van een Joods-Duitse familie bleek. Het schilderij was tijdens de oorlog gestolen door Nazi's en op de kunstmarkt terecht gekomen. Daar werd de oorsprong gecontroleerd voor verkoop, tot grote vreugde van de student. Maar dromen zijn bedrog: de huidige eigenaars willen het kunstwerk niet afstaan zonder een lange rechtszaak.



05/10/2004
🖋: 

“Antwerpen heeft nood aan een pluralistische universiteit die een rol kan spelen om Antwerpen weer groot te maken als gemeenschap”.

Met dit leidmotief opende Rector Van Loon zijn toespraak bij de opening van het academisch jaar. Ja, hij schreef aan het pluralisme zelfs de stijging van de inschrijvingscijfers toe. Het unicum in Vlaanderen dat de pluralistische associatie is, werd reeds in de verf gezet door openingsspreker Josse Van Steenberghe. Hij stelde verder de complementariteit van de hogescholen en de universiteit centraal door zijn oproep om te groeien naar associatiefactulteiten. Daarnaast accentueerde Van Steenberghe het belang van de doorstroming van allochtone jongeren naar het hoger onderwijs. Ook Burgemeester Janssens zag hierin een grote uitdaging. Hij spiegelde deze doorstroming aan de democratisering van het onderwijs in de laatste decennia, die er volgens hem had voor gezorgd dat de helft, zoniet meer, van de toehoorders in de aula Rector Dhanis hoger onderwijs hadden kunnen volgen. Naast de sociale rechtvaardigheid die hier inherent mee samenhing was Janssens ervan overtuigd dat het ook in het financieel eigenbelang van de associatie is.

 

Andere verzoeknummers werden aangevraagd door kapitein Blondé van de Hogere Zeevaartschool, ingenieur De Wachter van de Karel de Grote-Hogeschool en de voorzitster van de Algemene Studentenraad Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (ASRA). Blondé vroeg hoogdringend om grotere budgetten voor de academisering van de hogescholen teneinde een “crash-scenario” te vermijden. De Wachter stelde dat de verzuiling voorgoed doorbroken moest worden en dat het universitair en niet-universitair personeel bijgevolg dichter naar elkaar toe diende te groeien. Dezelfde gelijke behandeling wilde Zoë Noyen van ASRA tussen de UA- en hogeschoolstudenten gerealiseerd zien. Hetgeen momenteel op het vlak van subsidies niet het geval is. Verder stuurde ze aan op meer sport- en cultuurfaciliteiten en meer inspanningen ter bevordering van de mobiliteit van de student, in concreto meer feestzalen in de binnenstad en de uitbouw van de nachtbussen. Ze apprecieerde inspanningen zoals de cultuurcheques, maar vroeg om meer onder het motto “fuiven is ook en vorm van cultuur”.

 

Patrick Janssens verdedigde zich door te stellen dat Antwerpen occasioneel een openluchtfeestzaal is, zie Studay, en dat wat de nachtbussen betreft het probleem zichzelf zou oplossen als de studenten lang genoeg doorgingen met de respectievelijke jawel “culturele activiteit”. Naast het pijnpunt van de niet-Europese jongeren in het hoger onderwijs zag hij de Stad en de Associatie als strategische partners op stedenbouwkundig gebied. Hij loofde de architecturale kwaliteit die de bouwprojecten van de hogescholen en de universiteiten brachten. Ook Van Loon linkte de Stad met de Associatie. Hij hanteerde het onderzoekscentrum Pieter Gillis, naar de zestiende-eeuwse stadssecretaris genaamd, als basis voor het actieve pluralisme dat het levensmotto van de associatie moet zijn. “Pluralisme is recht geven aan elke identiteit, respect voor iedere overtuiging” werd tot treurens toe in de verf gezet. Het meest gesmaakt op de lauwe brunch die deze cérémonie protocolaire was, was de multi-ideologische-associatievariant van het adagio van Felix Timmermans, gebracht door Jef De Wachter.

 

“De herfst blaast op den horen En
't wierookt in het hout; Rectoren
gloren.

 

De proffen weven tirlantijnen
Van kennis, soms te koud
Studenten die verbaasd verschijnen
In labo's en in aulahout Maar snel daar weer verdwijnen ...

 

De associatie hoopt op groeifantoom
Zal d'associatie ooit verdwijnen,
Is d'associatie enkel droom?
De toekomst, die brengt bloei of kwijnen.
Alleen wijzelf bepalen hare vruchten.

 

Een ganzendriehoek in de luchten;
Straks komt het winterweer.
Ik hoor u in de zaal en in uw zetels
zuchten

 

Ik spreek niet meer.



Studeren in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog

05/10/2004
🖋: 

September 1944. Zoals vele anderen is Frans Verlinden, student aan de Handelshogeschool Sint-Ignatius getuige van de bevrijding van Antwerpen. Het was het einde van de Duitse bezetting en het begin van wat een periode vol verschrikking zou worden. Hitler's vergeldingswapens zorgden nog maandenlang voor dood er verderf onder de Antwerpenaren. Een gesprek met een oud-gediende van onze universiteit over oorlog, vrede en studeren met het mes op de keel.

Studeren

Hoe was het om tijdens de oorlog les te krijgen?

Frans Verlinden In 1940 werd het Prinsenhof door de Duitsers omgebouwd tot een militaire school voor officieren. Wij studenten moesten verhuizen naar verschillenden locaties in de stad. Zo kregen we bijvoorbeeld les in de gebouwen van Crédit Anversois. Die bevonden zich recht tegenover de plaats waar nu de politietoren staat. Ook werden er colleges gedoceerd in het Tropisch Instituut aan de Nationalestraat. We kregen les in het Nederlands, maar er bestond nog een kleine Franstalige afdeling. Meisjes vond je in die tijd niet op “Sint Ignas”.

 

Bracht de oorlog veel problemen met zich mee voor de Antwerpse student?

Verlinden We moesten langs de “Kommandatur” om een studentenkaart en inschrijvingsbewijs af te halen waardoor we werden vrijgesteld van dwangarbeid in Duitsland. Voor velen was dit de reden om te komen studeren. We verloren veel tijd doordat we geen gecentraliseerde campus meer hadden. Dit zorgde voor vele, vaak verre verplaatsingen tussen verschillende lesuren. Zo was er een door de Duitsers opgelegd verbod het Prinsenhof te betreden. Dat veranderde na de bevrijding door de Britten.

 

Herinnert u zich nog enkele beruchte proffen?

Verlinden Onze directeur was pater Taeymans, bijgestaan door prefect pater Indekeu. Van pater Van den Ede kregen we wiskunde. Pater G.M. Mertens doceerde handelsrecht. De vakken filosofie, Duits, scheikunde, havens en geschiedenis werden door respectievelijk paters Bamps, Baeten, Gesp, De Cleyn en De Schaepdrijver gedoceerd. Die laatste gaf veel om zijn studenten, bij hem konden we steeds terecht voor een goed gesprek.

 

Schilderen en rondjes lopen

Werden er door de bezetter, en later door de bevrijders, verbouwingen uitgevoerd aan het Prinsenhof?

Verlinden In 1945 bevonden de leslokalen zich op het verdiep boven de zuilengalerij op de binnenkoer. De grote auditoria waren door de Britten omgetoverd tot bars. Op de gevel van het gebouw was een muurschildering van admiraal Nelson aangebracht door de Engelse mariniers. Het binnenplein zelf was vol as gestrooid en daarover werden metalen platen gelegd om te voorkomen dat vrachtwagens zouden vastrijden in de modder.

 

Waren er ondanks alles lachwekkende momenten op de school?

Verlinden Jazeker, ik herinner me nog goed hoe Britse soldaten rondjes liepen op de binnenkoer wanneer ze gestraft waren. Elke ochtends was er ook de vlaggegroet.

 

Examens

Was er een grote groep studenten?

Verlinden In de vier studiejaren tezamen waren we met een 300-tal leerlingen. Velen van hen kwamen, zoals ik eerder al heb verteld, om de dwangarbeid in Duitsland te ontvluchten. In de licentiejaren zaten er per specialisatierichting ongeveer 30 à 40 studenten. Er waren trouwens maar drie afstudeerrichtingen: financiële, maritieme en handels- en consulaire wetenschappen.

 

Hoe zat het met de examens?

Verlinden Alle examens, buiten boekhouden, werden mondeling afgenomen. We hadden gemiddeld 32 tot 36 uur les per week. Alle syntheses moesten ook op één week gebeuren, dus moesten we van twee tot drie vakken per dag examen afleggen. Er was trouwens maar een examenperiode over het ganse academiejaar, in juni.

 

Was er een tweede kans voor de niet-geslaagden?

Verlinden Ja, de tweede zittijd stond in september op het schema. Een bisjaar behoorde toen ook al tot de mogelijkheden. In september 1944 werd de tweede zit echter afgelast wegens de aanhoudende bombardementen.

 

De gruwel

Zijn er klasgenoten van u omgekomen tijdens de oorlog?

Verlinden Jawel, Lambert Claes uit Deurne kwam om tijdens een bombardement. Onze professor boekhouden stierf toen een V-bom neerkwam in de Lange Lausannastraat. Zijn naam staat op het gedenkteken aan de kapel langs de Prinsstraat.

 

Werden er desondanks activiteiten georganiseerd voor de studenten?

Verlinden Dat lag moeilijk. Tijdens de bezetting was er een uitgaansverbod. Er werden wel bijeenkomsten georganiseerd door bijvoorbeeld de Wikings, met praeses Van den Bussche. Er werden ook mensen gedoopt en cantussen georganiseerd. Al deze zaken gebeurden uiteraard in het geheim. Het waren de hoogdagen van “het fluitjesbier”, maar van het echte studentikoze leven zoals dat tegenwoordig heet konden wij toen niet genieten.

 

Bedankt voor dit gesprek.



04/10/2004
🖋: 

Elk jaar organiseert de faculteit TEW een bedrijfseconomisch seminarie in Goa (India). Dit jaar gingen twaalf studenten mee. Voor het seminarie reisden ze drie weken rond in India. Ondergetekende was bij de gelukkigen.

Er zijn zo van die dingen die je leven kunnen veranderen. Een reis naar India komt daar zeker voor in aanmerking. Ons avontuur begint in Delhi, de immense, vuile, plakkerige, lawaaierige hoofdstad. Zoveel drukte hebben we nog nooit meegemaakt. Er zijn meer dan een miljard Indiërs, waarvan minstens dertien miljoen in Delhi, en het lijkt wel of die allemaal de hele dag onderweg zijn. Het verkeer is hels. Auto- en fietsriksha's, fietsen, scooters, motors, auto's, afgeladen aftandse bussen, overbeladen vrachtwagens, de chaos is compleet. Iedereen lijkt stil te staan en toch gaat het vooruit. Het oorverdovende getoeter heeft daar vermoedelijk veel mee te maken. Overal word je aangeklampt, iedereen wil geld. "I'm a poor student" werkt niet overtuigend, en na een dolgedraaide dag besluiten we de stad te verlaten.

 

Rajasthan, de in het zuidwesten aan Delhi grenzende staat met bijna de oppervlakte van Frankrijk, is anders. Rustiger. Minder Indiërs, dus je wordt minder lastiggevallen. Op het platteland gapen de mensen je wel aan alsof je een UFO bent, maar ze zijn vriendelijk en gastvrij. We zien veel miserie. Gezinnen die niets hebben en op straat wonen. Mensen die alles zouden doen voor een rupee (nog geen twee eurocent). Het steekt. De omgeving is echter prachtig. Middeleeuwse sprookjessteden brengen ons terug in de tijd. Soldaten dragen een geweer dat recht uit een museum lijkt te komen. Kamelen blijken het vervoermiddel bij uitstek. We zien de zon ondergaan en weer opkomen midden in de woestijn, op 50 kilometer van Pakistan. Alleen een zeldzaam internetcafé, met tergend trage connectie, houdt ons met de voeten op de grond.

 

Het eten vraagt veel aanpassing. We proberen de plaatselijke specialiteiten, maar uiteindelijk komt het allemaal op hetzelfde neer. Rijst met een pikant sausje. Maagproblemen zijn onvermijdelijk. Eén keer, in Jaipur, de grootste stad met haar drie miljoen inwoners, vinden we een Pizza Hut en een McDonald's. Onbetaalbaar voor de gemiddelde Indiër, maar dat nemen we erbij. Nooit eerder smaakte fastfood zo goed.

 

We verlaten Rajasthan en reizen verder naar Agra, een plat-toeristische stad die slechts bestaat bij de gratie van één gebouw. Maar wat voor een. De Taj Mahal is adembenemend. Alles wat ik er ooit over hoorde, blijkt waar. Het is de perfecte combinatie van megalomanie, symmetrie en religie. Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat er eigenlijk geen woorden voor zijn.

 

Schoonheid kan dus toch absoluut zijn. Goa is onze eindbestemming. Na drie weken onbezorgdheid wordt het plots menens. Samen met vijf andere handelsingenieurstudenten werk ik aan een consultingproject voor een plaatselijk ziekenhuis. Het Vrundavan Hospital and Research Center – peperduur naar Indische normen, ranzig naar de onze – heeft begin 2004 een nieuwe CT-scanner gekocht en vraagt zich af of het toestel wel iets opbrengt, en hoe ze er meer aan kunnen verdienen. Break-even analyse, marktonderzoek en meer van dat. Eindelijk kunnen we al die bergen theorie in de praktijk brengen. Al snel blijkt dat zaken gedaan krijgen niet evident is. We leggen een hindernissenparcours af, in overvolle bussen met zweterige Indiërs. Maar langzaam sijpelen de resultaten binnen, en op het plaatselijke Goa Institute of Management kunnen we aan degelijke computers werken. Onze paper krijgt vorm, en op 1 oktober, na de presentatie van onze bevindingen, blikken we niet zonder trots terug. Het hospitaal is tevreden, dus wij ook. Absoluut aan te raden.