Erasmus uit
04/10/2004
🖋: 
Auteur extern
Bet Caeyers

Of ik voor dwars een artikel wil schrijven over mijn erasmuservaring in Kopenhagen? Selvfølgelig! Het is trouwens hoog tijd dat Denemarken wordt opgewaardeerd als erasmusbestemming. Zij die na het lezen van dit schrijven nog steeds vinden dat Denen koude, erasmusontoegankelijke mensen zijn, hebben er niets van begrepen.

Vergeef mij dat ik geen beschrijving geef van alle bezienswaardigheden in het prachtige Kopenhagen, maar hierover is reeds meer dan voldoende interessante literatuur voorhanden.

 

Ik zal mij beperken tot het kort toelichten van mijn perceptie als erasmusstudent. Ik geef toe, ook ik verkoos aanvankelijk het zuiden boven het noorden, en koos Kopenhagen eerder omwille van de goede reputatie van haar universiteit. Maar na bijna twee maanden de stad en haar inwoners grondig onder de loep genomen te hebben, kan ik jullie met absolute zekerheid garanderen: Kopenhagen is een fantastische stad die een erasmusstudent ontzettend veel te bieden heeft. Hierbij heb ik het niet alleen over haar pure schoonheid met ‘de kleine zeemeermin', ‘Tivoli', ‘Nyhavn' en ‘Christiania' als dé trekpleisters van de stad (zie ook dwars 14, rubriek ‘Erasmus in & uit'), maar eveneens over haar verbazingwekkend goede organisatie. Alleen al door het zeer goed uitgewerkte mentorsysteem van de universiteit voel je je geen seconde aan je lot overgelaten. Op die manier leer je overigens al snel de Denen zelf en hun eigen(aardig)heden goed kennen.

 

Ook de drie weken durende pre-semestriële Deense taalcursus is een echte aanrader. Niet dat je er vloeiend Deens door leert spreken, maar het geeft je de kans om de stad en haar cultuur op een leuke en vlotte manier te ontdekken. Bovendien is het ook dé gelegenheid om de andere internationale studenten te ontmoeten. Dit gecombineerd met een gezellig uitgaansleven doet ongetwijfeld hechte vriendschappen ontstaan. De internationale dienst van de universiteit hier doet er alles aan om van je verblijf in Kopenhagen een hoogst interessante en onvergetelijke periode in je leven te maken. Ik denk dat uit deze uitgesproken Kopenhaagse propaganda toch op zijn minst één ding duidelijk moet zijn: Ik heb het hier goed!

 

Hejhej!

 

Bet Caeyers



Wat u krijgt voor uw studiegeld
04/10/2004
🖋: 

Dit jaar is er vanalles veranderd op de UA: de Bachelor-Masterstructuur is ingevoerd en de eenmaking komt in de laatste rechte lijn. Niet minder belangrijk maar minder opvallend zijn de nieuwe studierichtingen die vanaf dit jaar kunnen gevolgd worden. dwars hield de vinger aan de pols bij twee van die nieuwe richtingen. Want hoe ver is de praktische uitwerking van die mooie plannen nu gevorderd? Hebben docenten niet teveel werk zodat de lessen eronder lijden? We belandden eerst bij professor Betty Devriendt van het departement Taal- en Letterkunde, zeg maar de oude Germaanse en Romaanse.

Met de samenvoeging van de oude richtingen zijn er een aantal vakken bijgekomen en weggevallen. Opvallend is dat het aantal verplichte algemene vakken verminderd is. Lijdt de algemene vorming daar niet onder?

Betty Devriendt Er zijn niet minder algemene vakken, maar ze zijn wel minder verplicht in die zin dat ze nu 'korfvakken' worden genoemd waaruit je één of meerdere kan kiezen. Dit is een verrijking voor studenten die een brede culturele visie willen ontwikkelen of een meer filosofische uitbouw willen, iets wat tot vorig jaar niet kon.

 

Is er op de arbeidsmarkt eigenlijk wel concreet vraag naar afgestudeerden van die nieuwe richtingen?

Devriendt Het zal er zeker niet slechter op worden. Veel studenten waren immers al op zoek naar die nieuwe combinatiemogelijkheden en er is zelfs vraag naar nog bredere combinaties, bijvoorbeeld Nederlands-Sociologie. Bovendien is de opleiding Letteren en Wijsbegeerte altijd al veelzijdig geweest, dus uiteindelijk kunnen de afgestudeerden overal terecht.

 

Is het programma qua werkdruk haalbaar voor de docenten?

Devriendt De studiebegeleiding heeft in feite het meeste werk om alle vakken te combineren. Het collegerooster ziet er dan ook heel ingewikkeld uit, maar dat is het uiteindelijk niet; het is een goed uitgedokterd systeem. Echt drukker wordt het niet voor het academisch personeel; het aantal groepen is eigenlijk hetzelfde gebleven. Alleen voor Spaans zouden het er wel eens meer kunnen zijn dan verwacht, met een grotere werkdruk tot gevolg.

 

Zijn er nu meer inschrijvingen met die nieuwe combinaties, spreekt het aan?

Devriendt Concrete cijfers zijn er nog niet, maar Spaans-Engels is populair denk ik, en ook de combinatie Nederlands-film, theater- en literatuurwetenschap doet het niet slecht. Duits is tegen alle verwachtingen in niet achteruitgegaan, zoals we hadden gevreesd, er zijn een twintigtal studenten en dat is niet minder dan vorige jaren.

 

Algemene conclusie?

Devriendt Ik ben tevreden met de nieuwe richtingen en het loopt vlot.

 

In hetzelfde gebouw troffen we na wat zoekwerk en de hulp van een bijzonder vriendelijk secretariaat Joris Ghysels aan, een van de verantwoordelijken voor de eerste bachelor Sociaal-Economische Wetenschappen (SEW). Deze nieuwe richting is gegroeid uit een symbiose tussen Toegepaste Economische Wetenschappen en politieke en sociale wetenschappen.

 

Bij veel nieuwe studierichtingen duikt de vraag op of ze wel nodig zijn, hoe zit dat bij SEW?

Joris Ghysels Zowel sociologie als economie zijn de laatste jaren geëvolueerd naar wetenschappen die zeer gespecialiseerd en steeds minder algemeen zijn. Zo had TEW vroeger een groot aantal studiepunten sociologie, en nu nog maar drie. De nood aan 'bruggenbouwers' tussen TEW en PSW die meer algemeen gevormd zijn groeit: ze kunnen de communicatie tussen de twee vergemakkelijken. Nu, we voelden ook dat er vanuit de studenten veel vraag naar deze richting was. Ze is trouwens uniek in Vlaanderen. In Nederland en in de VS bestaat deze richting ook, maar daar is ze nog ruimer opgevat en kan je gemakkelijker doorstromen naar bijvoorbeeld sociologie.

 

Studenten SEW moeten in het eerste jaar alle 10 de keuzevakken kiezen uit een vaste lijst. Verdrinken de studenten niet in zo een aanbod?

Ghysels Groepjes van vier à vijf studenten krijgen een docent of assistent als peter of meter, die hen moet helpen bij het opstellen van een goed uitgebalanceerd programma. Uiteindelijk kan de student bij ons in zijn masterjaar ook nog kiezen voor een zwaartepunt economie of sociologie voor 48 studiepunten. In de rol van mediator tussen TEW en PSW hebben we echter liever niet dat daarvoor gekozen wordt, maar de mogelijkheid tot overstappen blijft mogelijk.

 

Hoe zit het met de werkdruk voor de docenten, is die niet toegenomen?

Ghysels Eigenlijk helemaal niet omdat al onze vakken reeds bestaan en gegeven worden aan TEW, PSW, Rechten, ... Er zijn natuurlijk wat meer examens te verbeteren, maar er is niet echt meer druk. Van de studenten wordt nu wel meer mobiliteit verwacht aangezien ze niet meer in een vaste groep zitten en altijd bij andere richtingen lesvolgen. Hierdoor kunnen ze misschien gemakkelijker het gevoel krijgen dat ze aan hun lot worden overgelaten, maar dat lossen we op door een goede begeleiding in het eerste jaar.

 

Heeft SEW wel een eigen faculteit?

Ghysels Nee, en ook geen eigen onderwijscommissie. De uiteindelijke beslissingen moeten dus zowel door PSW als TEW worden goedgekeurd. Er is wel een studiegroep, en de studenten kunnen daar ook terecht. Mochten er echt problemen rijzen met bepaalde vakken, dan zullen die ook wel opduiken bij de overige studenten en kan hun onderwijscommissie het probleem bespreken.

 

 

Met dank aan professor Devriendt en professor Ghysels voor hun medewerking.



02/10/2004
🖋: 
Auteur

Begin juli, de trein van Venetië naar Ljubljana. Italië baadt in de hitte en het licht. Doorheen het raam van onze ge-airconditionede trein kijken we uit over het eentonige groene landschap van Noord-Italië, dat zich probeert bloeiende te houden onder het loodzware juk van de striemende zonnestralen. In de trein voornamelijk Italianen en Slovenen. Terwijl we onze laatste kilometers op Italiaanse bodem afleggen, groeit de nieuwsgierigheid naar dit ex-Joegoslavisch land. En dan kondigt het zich aan,... De trein stopt en Italiaanse douaniers bekijken de paspoorten van de reizigers, met een bijzondere interesse voor de visa van de enkele Oostblokkers die meegereisd zijn. Pas over enkele jaren vallen deze controles weg, hoewel Slovenië sinds 1 mei tot de EU behoort. Misschien toch een toegeving aan de eurosceptici, of een eerder symbolische daad? De trein zet zich uiteindelijk toch weer in beweging zodat zich enkele kilometers verder hetzelfde scenario kan afspelen met Sloveense douaniers. We zijn in Slovenië.

De eerste indruk die je opdoet in Slovenië, als je het land binnenrijdt is: groen. Het bestaat voor de helft uit bosgebied en dat merk je onmiddellijk. En door de erg kleine populatie (er zijn ongeveer 2 miljoen Slovenen op een oppervlakte van een slordige 20.000 km²) vind je nergens echt geürbaniseerd gebied. We arriveren in Ljubljana tegen de avond terwijl we uitkijken over onze eerste Sloveense zonsondergang. Ljubljana is een stad van zo'n 280.000 inwoners, wat het tot een van de kleinste hoofdsteden van Europa maakt. Het is een gezellig oord, voornamelijk rond de rivier de Ljubljanica, waar de voornaamste trekpleisters te vinden zijn: de symmetrische en op een bijzondere manier rustgevende franciscaner Maria-Boodschapkerk, die op haar gevel ‘Maria vol van genade,' Maria, gratia plena aanroept, de talrijke gezellige bars (met als hoogtepunt de Macelonca, met een terras op een vlot in de rivier), het standbeeld van de melancholische dichter Prešeren. Het is deze laatste die ook het veelzeggende volkslied van Slovenië heeft geschreven, dat de naam Zdravljica, ‘een toost', draagt.

 

Het eigenlijke doel van onze reis naar Ljubljana was de Summer School aan de universiteit aldaar. Met een samensmelting van nationaliteiten (voornamelijk mensen uit de Balkan, maar ook Nederlanders, Fransen, Italianen, Grieken, ...) volgden we lessen die erg uiteenlopende onderwerpen behandelden: van Sloveense geschiedenis over intercultureel management naar Europese integratie. Het was erg interessant mensen met verschillende achtergronden samen eenzelfde materie elk op hun eigen manier te bekijken. Er werd naast de aula ook ruimschoots aandacht besteed aan het bezoeken van het land zelf. Omdat Slovenië qua oppervlakte niet erg groot is, hadden we de kans om dit erg schilderachtige land in twee weken te leren ontdekken. Ik denk dat ik niet enkel voor mezelf spreek als ik zeg dat Slovenië een ware ontdekking was. Onbekend en dus onbemind, maar ten onrechte. In dit Oost-Europese land vind je een interessante afwisseling van eeuwenoude cultuur en ongerepte natuur, wat het een ideale reisbestemming voor iedereen maakt. Zeker het ontdekken waard.



Cantoren aan het woord
02/10/2004

“Ad exercitum sacri santissimi salamandris omnes commilitones qui ad sunt surgite”, voor de nieuwkomers onder jullie, die nu voor het eerst kennis zullen maken met het studentenbestaan, klinkt dit erg sacraal, sereen en zelfs zedig. Niets is echter minder waar.

Nu je normaliter zo'n 6844 dagen doelloos rondgedoold hebt, is het tijd om kennis te maken met de oorden des verderfs omzoomd door donkere trappengangen en kerkelijke gewelven, waar ontmoetingen met een hologram van jezelf eerder regel dan uitzondering zijn. Waar hersencellen het in ware agonie uitschreeuwen en moeten optornen tegen de draak van de zelfdestructie. Waar minder eloquente personen hun tong voor de gelegenheid vurig aansporen en uitrollen als rode loper om hun trawanten uit te nodigen zich te schikken in hun gezamenlijk lot. De cantus is een feit.

 

Het clublied

Elke studentenclub heeft haar strijdkreet, in die mate op het lijf geschreven dat vele zich trachten te vereenzelvigen met de clubhymne. De keuze tot welke club je wil behoren, is een keuze die berust op een vanzelfsprekende vrijheid. Vrijheid is dus per definitie die ene keuze te maken zonder hiervoor in tweede instantie spijt te moeten betuigen. Het is aan jou. Elk praesidium schuift ook een bepaald profiel naar voor, de manier waarop ze dat doen is vaak Spartaans en beschamend. Wij gaan peilen naar de geschiedenis van de diverse lofgezangen, aan welke geest ze zijn ontsproten, de kennis van enkele prominenten, een al dan niet gewezen cantor, en de geloofwaardigheid waarmee ze het lied kunnen overdragen. We hopen op lachwekkende taferelen.

 

De melodie

De toondichters hebben als doel de ongeremde clubpoëzie om te zetten in een verteerbaar gegorgel dat aan de kelen van een handvol hemelbestormers ontspruit. Sommige studentencommunes opteerden daarentegen voor een reeds bestaande melodie, waarop ze hun tekst plaatsten. Als we de codex even openslaan op de Antwerpse clubliederen ontwaren we er een handjevol: Land of Hope and Glory (een uiterst Engels-nationalistisch lied, waarvan de meest zuidelijke eilandbewoners maar niet kunnen begrijpen dat wij dat kennen, vergelijk het met een Spanjaard die de Vlaamse Leeuw zingt), de Blauwvoet, ... In de komende reeks zullen we er een heleboel aan bod laten komen. Maar een nog grotere aandacht gaat als vanzelfsprekend naar de componisten die, na hun pruik opgezet te hebben, zich achter hun piano schaarden en daar als een bezetene de hamers uit hun geliefd instrument sloegen om toch maar een representatieve clubvertegenwoordiger op poten te zetten. Of zijn het eerder de mannen met rolkraag en gitaar die rond het kampvuur met een glimlach en een munttheetje het goede in hun studentenverbond naar boven willen brengen?

 

Opzet

Hoewel we het tot een levenscultuur gemaakt hebben mensen met een doel in hun leven als minderwaardig te beschouwen, vrees ik dat zelfwalging hier zeker op zijn plaats zal zijn. Wij hebben met deze reeks, waarvan je vanaf volgende editie werkelijk hysterisch fan zult worden, wel degelijk een doel. We willen je een antwoord geven op alle bovengenoemde vragen. We gaan op zoek naar de club die de grootste kennis heeft van zijn lied, die het met het meeste pathos naar voren weet te brengen, die de geschiedenis ervan kent en die ons werkelijk kan ontroeren met hoogoplopende emoties tijdens het horen van de kreet waarachter de leden zich scharen. Praesidia aller landen, je bent gewaarschuwd: neem de boeken ter hand, en studeren maar...

 

Eer

Het clublied moet in ere hersteld. Het is een identiteitsverklaring op toon gezet. Er moet respect voor betuigd worden. Een sacrale stilte tijdens het clublied, zonder drinken en roken schrijft de codex voor, maar helaas verwordt dit vaak te snel in een desinteresse van bevriende (?) verenigingen. Wees fier op wie je bent, en vooral, bewijs ons dat je het bent. Een eeuwigheid tussen de grootste studenten die onze wereld ooit heeft gezien zal je deel zijn.



01/10/2004
🖋: 
Auteur

Elke maand neemt het harige monster enkele studentenactiviteiten onder de loep en geeft er zijn eigenzinnige kijk op.

Hebt u de vorige weken goed gezopen, en bent u meermaals al kotsend naar uw kot toe gekropen? Was u ook weer van de partij op plaatsen waar de afwezigen ongelijk hadden, en de aanwezigen hun imago trachtten op te lappen? Hoeveel blote tetten hebt u dezer dagen mogen aanschouwen, en wiens fiets was u onlangs aan het verbouwen?

 

Ik kan natuurlijk niet exact in uw plaats op al deze rijmende vragen een al even welklinkend en accuraat antwoord bieden, maar mijn intuïtie en ervaring leren mij het volgende. U was meermaals zatter dan uw biologische zelf lief is, en minder dan uw imago doet vermoeden. U bevond zich de vorige weken op plaatsen waar voornamelijk te weinig plaats was, en het totale aantal hersencellen omgekeerd evenredig stond met het totale aantal minuten interessante praat. Over het aantal ontblote bustes zal ik maar wijselijk zwijgen, maar die molestatie van mijn fiets mag nog steeds vergoed worden (contactgegevens bij dwars).

 

Alle gezeik en moralistisch gedoe ten spijt, zie ik mezelf toch genoodzaakt, beste lezer, om uw creativiteit te prikkelen, uw eenzijdig studentenleven te doorprikken en u mee te slepen tot aan de grenzen uwer persoonlijke mogelijkheden. Want laten we eerlijk zijn, slechts één activiteit stond dagelijks op uw programma; zuipen! Zuipen bij het dansen, zuipen bij het zingen, zuipen op zich, zuipen voor, tijdens en na de voetbalmatch, zuipen bij de kroegentocht (hoe kan het ook anders), zuipen bij de film, zuipen bij het dopen, zuipen bij de schachtenverkoop, zuipen om te kruipen en kruipen na het zuipen.

 

Op zich niets tegen het laven der dorst en grote dorst moet grondig gelaafd worden, maar laten we er even vanuit gaan – gezien het luxeleventje waarin we mogen vertoeven – dat een te grote fixatie op de primaire fysiologische behoeften een vorm van tijdverlies is, en dat we enkele treden hoger op de behoeftepiramide het werkelijke genot mogen aantreffen: de ejaculatie van de geest!

 

Hiermee wil ik geenszins verwijzen naar het academisch geleuter dat veelvuldig in menig aula weergalmt, maar naar het opgekropte verlangen van ieder mens om zijn energie te bevrijden en te kanaliseren in allerlei maffe, ludieke, spitsvondige activiteiten. Gewoonweg KNALLEN is de boodschap; laat het creatieve zwijn in je ontwaken en verras mij. Ik verwacht veel van u.



Erasmus uit
01/10/2004
🖋: 
Auteur extern
Tim Hanegreefs

Een goeie week na mijn laatste examen van vorig jaar was het zover. Recht het avontuur tegemoet want ik zou een semester gaan studeren in Australië. Na een 23 uur durende heenreis via Wenen, Kuala Lumpur en Sydney kwam ik eindelijk op mijn bestemming aan: Wollongong. Een stad van 300.000 inwoners op een uurtje ten zuiden van Sydney gelegen aan de stille oceaan.

Ik verblijf hier in het International House, een soort complex van de universiteit waar 300 studenten samenwonen uit 21 verschillende landen. Vooral Australiërs, Amerikanen, Aziaten (de universiteit heeft ook een campus in Dubai) en een paar Europeanen. Eén gezellige boel dus, alhoewel niemand ook maar iets over België blijkt te weten. Een Amerikaanse vertelde me dat ze samen met nog wat vriendinnen op een wereldkaart tevergeefs België heeft proberen op te zoeken. Een mens wordt dat op den duur wel gewoon...

 

Samen met 16 000 andere studenten studeer ik aan de University of Wollongong tijdens de ‘spring semester’. Inderdaad, hier in Australië is de winter achter de rug en momenteel is het volop lente. Maar dat is niet het enige verschil met het leven in Antwerpen: auto’s rijden links, de zon staat ’s middags in het Noorden, tijdens de middagpauze een broodje kangoeroe eten in de schaduw van een ecalyptusboom met krijsende papegaaien om je heen, voor de les begint nog snel even wat gaan surfen,... Ja, het studentenleven is op zijn zachtst gezegd wat anders.

 

Vriendelijke en erg behulpzame mensen, die Australiërs. Ze maken zich ook nooit en over niks zorgen, de clichématige ‘no worries!’ en ‘Take it easy, mate!’-mentaliteit heerst hier volop.

 

Voor de rest ben ik Nicole Kidman, Natalie Imbruglia, Kylie Minogue of Kim Clijsters haar wederhelft nog niet tegengekomen, maar hoop doet leven.

 

Cheers!

 

Tim Hanegreefs



in het nieuws
01/10/2004
🖋: 

Op het vlak van de studiebeurzen betekenden de Bologna-hervormingen voornamelijk een vooruitgang voor de student. Een beurs kan voortaan meegenomen worden door wie in het buitenland wil studeren, en door het credit-systeem kan ze bovendien over meerdere jaren gespreid worden. Dat brengt echter bijkomende kosten met zich mee, en er moest ergens bespaard worden. Slachtoffer werden de MAnaMA’ers, studenten die na een masteropleiding nog een bijkomende master willen behalen. Zij moeten het voortaan zonder studiebeurs stellen. Voor de BAnaBA’ers geldt deze hervorming niet.

 

De universiteiten hebben gelukkig al in een vangnet voorzien. De VUB, de RUG en de KU Leuven bieden de getroffen studenten renteloze leningen aan. Volgens de website van de UA kunnen aan onze universiteit MAnaMA’ers die aan de financiële voorwaarden om een studiebeurs te bekomen voldoen, via de sociale dienst een korting van 418 euro op het inschrijvingsgeld aanvragen. Vreemd genoeg kregen we geen reactie bij de Dienst Studentgerichte Diensten om dit te bevestigen.

 

Miskende MAnaMA-studenten kunnen bij dwars steeds terecht voor een betrekking als redacteur.



01/10/2004
🖋: 
Auteur extern
Christophe Verhoeven

Met andere zinnen wil hét forum voor jong literair talent uit Nederland en Vlaanderen worden. Vanaf februari 2005 zal dat om de drie maanden resulteren in de publicatie van een tijdschrift. In dwars loopt met andere zinnen al een beetje op de zaken vooruit door jullie de komende maanden telkens één gedicht voor te schotelen van een jong schrijftalent, dat daarbij ook zijn/haar motivatie om scheppend met taal om te gaan tracht te verwoorden.

Ik zou hier een betoog kunnen starten over de diep menselijke, noem het sociale, betekenis van mijn teksten. Ik zou best wel ‘cool’ zijn als ik je kon melden dat ik zou sterven als ik niet kon schrijven, of beter nog, dat ik in een soort trance kom als ik schrijf en me van het hele proces niet eens bewust ben en enkel het resultaat heb als bewijs.

 

Helaas ben ik me echter maar al te bewust van het schrijfproces en zal ik blijven leven als ik niet schrijf. Diep menselijk kan ik m’n werk bezwaarlijk noemen en sociaal geëngageerd zijn enkel die stukken te noemen die zo hermetisch zijn dat je er alles in kan zien als je je ogen maar hard genoeg tot spleetjes knijpt.

 

Harde feiten dan maar. Ik schrijf met vlagen zeer veel en dan weer wat minder. Wat ik schrijf is heel divers, gaande van toneelstukken voor kinderen over zwaar op de hand zijnde poëzie voor psychiatrische patiënten tot slogans voor onbestaande wasprodukten. Maar hoewel ik veel zou geven om meer proza te kunnen schrijven, moet ik toegeven dat er toch voornamelijk poëzie in me zit.

 

Ik schrijf omdat ik de drang voel om te schrijven en eens iets geschreven is voel ik zelden de behoefte om er nog veel aan te schaven. Inspiratie is mijn beste vriend en techniek komt pas op de tweede plaats en is vooral handig om het schrijfproces zelf te verbeteren. Je voelt iets opkomen en in plaats van ‘knal, daar begin ik te schrijven en hoe het op papier terecht komt dat zien we wel’ kan je zeggen: ‘daar is het en kijk, het is er zoals ik het graag gewild had’. Maar eens het er staat is het meestal af voor mij, dan moet je het niet meer tot stervens toe herwerken. Een tekst moet bovenal ademen vind ik.

 

Tot zover mijn motivatie om te schrijven.



30/09/2004
🖋: 
Auteur extern
Véronique Scheyvaerts

Op 20 oktober is het precies honderd jaar geleden dat James Joyce aankwam in Triëst om vrijwel meteen in de gevangenis te belanden en niet veel later tot de vaststelling te komen dat de hem beloofde betrekking als leerkracht Engels bij de befaamde Berlitz school niet vacant is. Tot hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar het onpartijdige Zwitserland verhuist, blijft Joyce in 'la nostra bella Trieste': het is de stad waar zijn kinderen worden geboren en waar hij het eerste hoofdstuk schrijft van het boek dat iedereen kent, maar vrijwel niemand heeft gelezen: Ulysses.

Met uitzondering van Dublin, de stad die Joyce – zo zegt hij zelf – nooit verlaten heeft, is Triëst dus de meest uitgelezen plaats om een Joyce Summer School te organiseren. De school, die afgelopen zomer aan haar achtste editie toe was, is ondertussen een gevestigde waarde geworden onder de Joyceans: dit jaar kregen de vele namen op de kaften van boeken in de universiteitsbibliotheek een gezicht.

 

Vandaag is Triëst een Italiaanse stad, maar toen Joyce er verbleef maakte ze deel uit van het Oostenrijk-Hongaarse rijk. Het kasteel van Maximiliaan van Habsburg (Miramare) en de Piazza Dell'Unità d'Italia zijn daar het statige bewijs van. “This is not Italy”, weet mijn Italiaanse kamergenote te vertellen en “It looks like Vienna”, zegt de Oostenrijkse uit ons gezelschap. De zon schijnt, de Liffey is een riool vergeleken bij de azuurblauwe zee en ik begrijp waarom Joyce is gebleven.

 

Normaliter betaal je naast je verblijf inschrijvingsgeld tenzij je natuurlijk, zoals ik, een beurs kan bemachtigen. De school wordt financieel gesteund en in ruil voor een enthousiaste sollicitatiebrief, een weinig indrukwekkend cv en een aanbevelingsbrief van de juiste professor wordt je hotel en tenminste een deel van je inschrijvingsgeld betaald. Heb je een beurs dan deel je je kamer met twee à drie andere beursstudenten: een week lang heb je geen privacy, maar eens terug thuis mis je al dat exhibitionisme wel.

 

Mocht je in Triëst de juiste restaurantjes niet vinden, wat me zou verbazen, dan zorgt de school er wel voor dat je met wat extra kilootjes huiswaarts keert. Ze brengen je naar een Sloveense boerderij in de vermaarde Carso waar traditionele gerechten worden geserveerd en ze nodigen je naast een avondje 'Pasta, Wine and Song' ook uit voor een afscheidsdiner... Altijd is er wijn in overvloed.

 

Maar we zijn in de eerste plaats in Triëst voor Joyce en als je goed uit je doppen kijkt is hij – net als in Dublin trouwens – overal: je zou er bijna paranoïde van worden. Een fikse wandeling onder begeleiding van een deskundige ter zake brengt je onder meer bij de James Joyce trappen, de buste van de auteur en vele plaatsen in de stad waar Joyce met zekerheid is geweest.

 

Maar naar goede gewoonte moet op een summer school ook 'geleerd' worden. Zo waren er in de namiddag seminaries en in de voormiddag lezingen over onder meer Joyces schrijverschap, zijn leven in Triëst en het vertalen van Ulysses in het Frans en het Chinees. Tijdens het seminarie toonde Ulysses zich tot mijn grootste spijt inderdaad het prototype ongelezen boek, maar volgende keer volg ik misschien het seminarie over Finnegans Wake – dat zonder medische begeleiding gewoon niet te lezen vàlt – en dan hou ik wijselijk mijn mond. Wie daar niet van wakker ligt, staat het volledig vrij om andere summer school-horizonten te verkennen.



Erasmus uit
01/06/2004
🖋: 
Auteur extern
Tine De Mol

Een goeie maand geleden vertrok ik vanuit Antwerpen naar Berlijn. Na een boel problemen om een kamer te vinden heb ik dan gelukkig toch nog een dak boven mijn hoofd. Ik woon nu op de vierde en vijfde verdieping bij een familie met twee kleine kindjes en een kater die uit het raam gesprongen is en nu zou kunnen doorgaan als Frankensteins huisdier. Daarna kwam de rompslomp met alle documenten en papieren – die trouwens op dit moment nog steeds niet voorbij is. De Berlijnse bureaucratie is een ramp: geen twee kantoren zijn op mekaar afgestemd. De lessen daarentegen zijn super! Aan activiteiten ontbreekt het hier ook niet: ga maar eens langs bij ESN – die Stammtische, Partys en uitstappen organiseren – of bij de Internationaler Club of de Kulturklub. Daarnaast zijn er nog Studienfahrten naar allerlei Duitse steden en, natuurlijk, het nachtleven. Voorlopig lukt het me dit alles met mijn werk voor de UA en de Uni hier te combineren; ik ben benieuwd hoe lang dat blijft duren.

Berlijn is in elk geval een multiculturele stad; op de U- en S-Bahnen hoor je dagelijks een dozijn verschillende talen. Duitse, Turkse en andere winkels concurreren tegen mekaar op. Imbissbuden vind je om de 5 meter af. Maar één cliché over de eetgewoonten van de (Berlijnse) Duitsers moet ik spijtig genoeg bevestigen: ze vreten worst op elk moment van de dag, waar ze op dat moment dan ook zijn. Persoonlijk vind ik de geur van vettige worst sowieso al niet aangenaam, maar als ik noodgedwongen om 8-9u ’s morgens voorbij zo’n kraam moet en dan ook nog eens een paar mensen zo’n gevaarte met veel goesting naar binnen zie werken, draait mijn maag om. Snel doorlopen is dan meestal de beste remedie.

 

Over het uitgaansleven valt niet te klagen: bij het minste beetje zon zetten alle horecauitbaters een deel van hun stoelen en tafels buiten op de stoep, wat voor een supergezellige sfeer zorgt. Ik kan enkel bevestigen: Life is beautiful! Berlin is bloody great en zeker het bezoeken waard! Schöne Grüße aus Berlin !