01/03/2004
🖋: 
Auteur extern
Veronique Jooris

Wie eens gezellig in een bioscoopzetel onderuit wil zakken, komt met UGC, Metropolis en Cartoon’s ruimschoots aan zijn trekken. Een student moet zijn centjes uiteraard goed besteden, vandaar een kleine exploratietocht doorheen de duistere zalen van Antwerpen.

Natuurlijk is niet alleen het prijskaartje, maar ook – en vooral – het filmaanbod bepalend voor de cinema-keuze. Terwijl Metropolis voor 90% Hollywood-films draait, die zich met een zakje popcorn uitstekend laten weghappen, mengt UGC tussen zijn zeemzoete crowdpleasers en routineus ingeblikte actiethrillers een handvol alternatieve producties van niet-Hollywoodiaanse bodem. Voor commercie-allergische cinefielen die er niets voor voelen mechanisch in een krakende zak te graaien, is er ten slotte Cartoon’s. Met zijn klapzetels, authentieke loketje en antipopcorn beleid wil deze charmante cinemadwerg zich onderscheiden van zijn reuzenbroeders. Geen cola en gepofte mais deze keer, maar een gezonde biologische hap en een kopje Max Havelaar in het filmcafé.

 

De vraag blijft echter wat zo’n cinema-avondje nu kost? Net vóór een langspeelfilm, na het genot van een royale beker cola of ter ontlading van emoties losgeweekt tijdens de film is een wc vaak meer dan welkom. In UGC en Metropolis tel je voor een vlucht in het kleine kamertje niet minder dan 0,30 euro neer. Reken daarbij een ticketje tegen studententarief en een medium popcorn menu, dan kost je tripje naar Metropolis al gauw 11,60 tot 11,80 euro. UGC doet niet onder; voor 11,90 euro heb je als student een filmpje gezien (5,60 euro), één keer de toiletten opgezocht en jezelf een equivalente beker cola (2,30 euro) en zakje popcorn (3,70 euro) aangeschaft. Laat je evenwel niet verleiden door het duivelse lekkers aan dropjes en zuurtjes in het snoepkraam. Zelfs de kleinste grabbel zal je zuur opbreken. Ben je een zuinige student of eentje met chronisch geldgebrek, dan is Cartoon’s eerder jouw place to be. Je hoeft je geld niet aan kostelijke gezoete en gezouten versnaperingen te besteden en vanwege het ontbreken van een wc-madam kan je gratis de toiletten induiken; die zijn, in tegenstelling tot sommige exemplaren in UGC, op de koop toe nog eens lekker fris en proper. Anders ligt het met de vloer in Metropolis. Zijn excellente kleefkwaliteit is deels te danken aan de ingenieuze bekerhouders, die in het duister wel eens dreigen zoek te raken. Qua deurcomfort en cinemapubliek doet UGC het beslist beter dan Metropolis; het stevige duwtje-trek is hier overbodig en na jezelf besluiteloos tegen het vitrineglas te hebben gedrukt, hoef je geen uitgelaten meute Hollanders en polderboeren te trotseren. Ben je ten slotte nog op zoek naar een esthetische ervaring, begeef je dan richting UGC’s sterrentunnel. Eerder zin in een stukje kitsch, rijd dan naar Metropolis en richt je op het tegenoverliggende Esso-tankstation voor een nostalgische blik op Elvis’ roze Cadillac.

 

Vanwege het ontbreken van een wc-madam kan je gratis de toiletten induiken.

 

Wil je komaf maken met je vrijgezellenbestaan? Trek dan je stoute schoenen aan en maak je vlam warm voor een traditionele cinema-date. Kies voor melige romantiek, zet je strategisch op de achterste rij, deel een zakje nacho’s en leg op het gepaste moment je hand op zijn of haar dij. Ben je niet te vinden voor die popcorn-cultuur, gooi het dan over een alternatieve boeg. Verleid je vlam tot een filmavondje in Cartoon’s, waar je het weliswaar zonder dat zakje nacho’s moet doen. Wat je filmplannen ook mogen zijn, vergeet vooral niet je studentenkaart boven te halen. Je hoeft je daarvoor niet te generen. Een bioscoopavondje kost geld en je moet je lief achteraf toch nog minstens op een colaatje kunnen trakteren.



01/03/2004
🖋: 

Een beetje weggedoken in de Kaasstraat, in de schaduw van de kathedraal en het stadhuis en aan de oevers van de Schelde, ligt Cartoon’s, één van de 5 arthouse bioscopen die Vlaanderen “rijk” is. De oudste en kleinste cinema in Antwerpen bestaat precies 25 jaar. Het is een trotse cinema. Hij overleefde een faillissement en de opkomst van de bioscoopcomplexen, maar wil nog altijd alleen de betere film tonen.

Het is een goed jaar, zegt algemeen directeur Werner Lanneau. Hij nam in 2002 het roer over van Eric Kloeck, die bijna 24 jaar lang zaakvoerder was. “Cartoon’s gaat erop vooruit: we zullen dit jaar de kaap van 80.000 toeschouwers halen, dat betekent zo’n 15% meer dan vorig jaar.” Zij komen naar de bioscoop voor de gezellige intieme sfeer en natuurlijk vooral voor het alternatieve aanbod aan films. Er worden namelijk geen grote Amerikaanse megaproducties maar kwalitatief hoogstaande films gedraaid. Het gaat voornamelijk om Europese en niet-Westerse films. “Wij tonen de filmpareltjes die in de multiplexen geen kans krijgen”, klinkt het als mission statement.

 

Toch was het 25 jaar geleden gemakkelijker om volle zalen te trekken. In 1978 werd Cartoon’s opgericht door Eric Kloeck in een privé-club rond een hockeyploeg. “Aanvankelijk draaiden we enkel klassiekers zoals Last tango in Paris, werk van Hitchcock en The godfather. “Dat het allemaal in besloten kring begon, is helemaal niet vreemd”, meent Lanneau, “er waren veel minder ontspanningsmogelijkheden, video en dvd bestonden toen nog niet.” Tot in de jaren negentig bleven populaire klassiekers vlot volk trekken. Cartoon’s bracht films die nergens anders een platform kregen en dat leverde voor het publiek enkele prachtige ontdekkingen op. “De eerste films van Almodovar, La ley del deseo bijvoorbeeld, kenden dankzij arthouse cinema’s als Cartoon’s een geweldig succes.”

 

In 1993 kende Cartoon’s zijn eerste dieptepunt. Cinema Rex sloot net als de andere overgebleven Antwerpse cinema’s de deuren en Metropolis ging buiten de stad van start. Die gebeurtenissen legden een zware druk op Cartoon’s: de lat voor arthouse moest lager, de filmdistributeurs wilden hun films immers ook graag in de binnenstad. Het zorgde voor grote successen: Il postino draaide zo 55 weken en bracht weer geld in het laatje. Toch voelde Cartoon’s zich niet goed bij de situatie. “Het is niet omdat een film in het buitenland gemaakt wordt, dat hij ook voor kwaliteit staat en past in een arthouse cinema,” maakt Lanneau duidelijk. Pas met de komst van Gaumont (1997) brak opnieuw een aangenamere periode aan; Cartoon’s kon zich weer toeleggen op arthouse en kwaliteit. In 1997 gaf Kloeck Cartoon’s over aan de Kladaradatsch-groep, op voorwaarde dat hij de programmering bleef doen. Door wanbeleid en zware concurrentie van ketens als Kinepolis, ging Kladaradatsch-Cartoon’s in 2000 failliet. Anderhalve maand later opende het echter opnieuw de deuren, na een snelle overname door distributeur ABC (Amsterdam Brussel Cinemadistributie). De zalen werden vernieuwd en de zitjes comfortabeler, maar de filmkeuze bleef gelijk.

 

Enkel in Vlaanderen kan arthouse cinema niet genieten van subsidies.

 

Volgens Lanneau is er zeker toekomst voor arthouse: “de omzet van arthouse cinema steeg dit jaar met 17%, terwijl de multiplexen er op achteruit gingen. Dat heeft deels ook te maken met de warme zomer van 2003. De megabioscopen trekken een publiek tussen de 16 en 19 jaar, die willen bij warm weer van de zon genieten en laten de cinema dan links liggen. Ons publiek wil gewoon een goede film zien en laat zich niet beïnvloeden door het weer.” Een verrassend positieve evolutie voor arthouse cinema blijkt het succes van de dvd te zijn. De betere film is nu op dvd verkrijgbaar; zo kunnen ontzaglijk veel mensen “ons soort cinema” leren kennen en appreciëren. Het is o.a. de reden waarom de eerste generatie die opgegroeid is met multiplexen nu toch zijn weg vindt naar Cartoon’s.

 

Maar om arthouse cinema’s echt rendabel te houden moet er toch iets veranderen, geeft Lanneau toe. Televisie en het onderwijs kunnen daar zeker toe bijdragen. Op dit moment bestaat er in scholen nauwelijks een beeldcultuur: dat past blijkbaar niet in de eindtermen. En als er op televisie al eens een kwaliteitsfilm vertoond wordt, dan vaak op een laat uur, zodat bijna niemand nog kijkt.

 

“Om echt te kunnen opboksen tegen de grote bioscoopcomplexen zou overheidssteun goed van pas komen. In de ons omringende landen is dat trouwens al jaren het geval. Enkel in Vlaanderen kan arthouse cinema niet genieten van subsidies.” Cartoon’s is een vennootschap en geen vzw, en dus blijft steun onmogelijk. Toch krijgt bijna elke goede film een kans om zich te bewijzen, maar als hij niet meteen aanslaat wordt hij afgevoerd. “We streven ernaar om break even te draaien, “zegt Lanneau. “zolang er goede films zijn is er hoop voor arthouse.”



cultuurstrookje
01/03/2004
🖋: 
Auteur extern
tv

In het zesde studiejaar van de lagere school, brochure gemaakt naar aanleiding van de uitstap naar de koekestad. Knip- en plakwerk als voorpagina. Centraal bevindt zich het hoofddekselhoofd van Pieter Paul Rubens. Probleem: laatste concrete herinnering, op één enkele vluchtige blik naar zijn werk na, van deze Antwerpse icoon. Oplossing voor sedentaire toeristen als mezelf: Erfgoedcel Antwerpen opent de deuren van vier kerken waar Pieter Paul god is, m.a.w. alomtegenwoordig. De Carolus Borromeuskerk, de Sint-Jacobskerk, de Sint-Pauluskerk en de O.L.V. Kathedraal belichten vanaf 6 maart elk een ander facet van Rubens’ persoonlijkheid, respectievelijk project-manager, familieman, collega en Antwerps icoon. Naast dit permanente gebeuren zijn er ook tijdelijke initiatieven: een theatervoorstelling ‘Rubens metamorphosis’, een videoprojectie, een lezingenreeks ‘Rubens vandaag’, 3 wandelingen ‘Rubens op maandag’ en het ‘anniversarium concert’ op 13 juni.

 

 

Meer info op www.cultureel- erfgoed.be, of op www.rubens- online.be en bij de toeristische dienst, Grote Markt 13.



cultuurstrookje
01/03/2004
🖋: 
Auteur extern
wdr

Een mens moet op zijn tippen staan en achterom kijken. Naar het verste dat nog zichtbaar is, of naar datgene wat in de verte het meest doet huiveren. Wie terugblikt op de voorbije culturele eeuw – op het grondgebied van de Nederlanden welteverstaan, want verder kijken we ook niet – wie durft omkijken naar de horror die de Nederlandse taal heeft voortgebracht, hij ziet ‘Het doosje en de bananenschil’ van Godfried Bomans uit 1941. Báng wordt je daarvan. Zo bang worden we tegenwoordig nooit meer, niet van UFO’s en niet van terroristen. Wel van de heer Habermehl uit Blerick, bananenhandelaar en hoofd van een voorbeeldig gezin, maar vooral spiegel van het macabere in elk van ons. ‘Ik zie een man, ronddolend in den vreemde, op zoek naar avontuur. Ik zie een treurende vrouw, ik zie schreiende kinderen. Ik zie een tuin die niet wordt omgespit en een konijn dat niet wordt gevoederd.’Zal de meesterdetective, bijgestaan door zijn knecht Jean Pfifli, Habermehl uit de barre Schotse Highlands leiden? Wordt het gezin herenigd en het konijn gevoederd? En wat zat er in het doosje?

 

 

Lees het nu in Werken II, G.Bomans, uitgegeven door De Boekerij, Amsterdam.



cultuurstrookje
01/03/2004
🖋: 
Auteur extern
tov

Zeemzoeterige mediaslijmers en schelle hoempapa-tonen. Men slaat er ons dagelijks mee om de oren in naam van de magische mantra ‘de fun, de hits.’ Enkele malen per jaar kunt u toch aan dergelijke alledaagse nonsens ontsnappen. Op Nekka bijvoorbeeld. Dit jaar komt het festival der Nederlandstalige muziek in het teken te staan van kleinkunst en cabaret. De Nieuwe Snaar, Kommil Foo, Els De Schepper en Manmanman belanden op de planken in het Sportpaleis. De twee snuiters van Kommil Foo zullen zelfs uitgebreid in de bloemetjes worden gezet. Officieel debuteerden de gebroeders Walschaerts nu 15 jaar geleden en dat dient gevierd te worden. Wij behouden het voorrecht hun officieuze debuut, 3 jaar eerder, aan een grondige analyse te onderwerpen. De broers verschenen reeds in ’86 met een zelfgemaakt toneelstuk op het podium van een Kempens jeugdhuis. Een omgekeerde bezemsteel met een bh deed dienst als tegenspeelster, muze en decor. Hun jeugdzonden wezen hun vergeven!

 

 

Info op www.nekka.be



cultuurstrookje
01/03/2004
🖋: 
Auteur extern
ep

Hamer. En beitel. Gedreven. Verlangen naar het schone. Gebeiteld in de ziel, gebeiteld in hout. Perelaar. ‘Weesje.’ Verlaten, eenzaam. Vindt enkel steun in zichzelf. Blijft overeind. Zelfstandig, overleven? Levensdrang. Leven. Ze ontplooit zich uit haar stam. Geborgenheid in de gevoelig begrensde lijn. Haar levenslijn, uit hout gesneden. Jaarringen krijgen vorm, verleden en heden versmelten in hun toekomst. Verlangen en materie worden kunst. Beleefd. Doorleefd. Weesje kijkt het leven in. Een klein meisje. Eenvoudig. Groots. “Zoeken naar schoonheid, alle zintuigen gescherpt op het ontvangen van het subtiele dat achter alle tastbaarheid schuilt. Het creatief vermogen schuilt in de ruimte, de bouwstof in de aarde.”

 

 

‘Uit hout gesneden’: mmv de kunstenaars Michel Bracke, Jozef J Peters, René Smits, Frank-Ivo Van Damme en Antoon Vermeylen. Van 21 maart t.e.m. 4 april in OC De Witte Merel, Liersesteenweg 25, Lint. In de foyer tijdens de openingsuren en in het museum op zaterdag en zondag van 14.00 tot 17.00. (Citaat/Weesje: Jozef J Peters)



Op het einde is het woord
01/03/2004
🖋: 
Auteur

Antwerpen ligt in de knoop. Altijd zo geweest. Verstikkende lucht, regent pijpenstelen files op elk uur van de dag. Wachten. En blijven wachten. Geen verbetering in zicht. Bijlange niet. Vooruitgang, daar doen wij niet aan mee. Geld verkwisten: tegen honderd per uur. (Voel u niet geviseerd, mijnheer de burgemeester.) Maar voor de rest staan we stil. Geïmmobiliseerd. Waar dient een mobieltje dan nog voor? Verward en geconstipeerd liggen gekken en lamzakken in blikken slangen roerloos op de loer tot… Ja, tot wat? Tot er beweging in komt zeker? Tot ze hun giftige zaad weer vrijelijk in het misbruikte ozongat van ’t Stad kunnen drijven en niet langer met rukken hun gas moeten verkwisten. Mijn auto, mijn vrijheid!

Mijn proper lucht, mijn leven ja! Als ik in Antwerpen iets wil bereiken, dan ga ik daarvoor. Dan begeef ik mij als zwakke weggebruiker op overlevingstocht. Zwak en uitgelachen, maar snel. Een onverlaat die overal onverlaat aankomt. In Antwerpen kan je enkel op de voetentram rekenen. Of op de velo. Al bijt die zijn spaken meestal snel stuk op het vervaarlijke, gevaarlijke parcours. Als de weg al niet weg is natuurlijk. Al wie dan niet weg is, is gezien. Trek uw plan. Wees niet bevreesd als uw fietspad plots in het zanderige niets verdwijnt en u halverwege den Boulevard voor de nietsontziende vrijheidsstrijders in hun stinkende bakskes wordt geworpen. Die kunnen u niet verscheuren. Ze staan stil. En toch, zonder kleerscheuren laten ze u niet graag gaan. Wat zouden ze u toch graag van uw sokken of uw zadel rijden.

 

Wat is nu de oplossing voor zoveel verkeersellende? “We gaan het verkeer in de binnenstad ontmoedigen”, hoor ik die wijsneuzen op de Grote Markt numero uno nog zeggen. Doe geen moeite. Als de mensen nu nog niet ontmoedigd zijn, dan zijn de Antwerpse auto-immobilisten waarlijk de dappersten der Belgen. “Parkings aan de rand van ’t Stad zullen hen overtuigen de wagen daar achter te laten en verder te voyageren met bus of tram.”

 

Primo: het stadsbestuur mag hier dan wel een rijke traditie wat betreft geestelijke armoede en visionaire achterstand hebben, de tijd dat de Groenplaats, Tsintjansplein en ‘t Astridplein de rand onzer Stad vormden is toch al wel erg lang vervlogen. Secundo: bussen en trams. Door het openbaar vervoer zal je in Antwerpen ook niet rap in vervoering gebracht worden. En toch is ‘t om te huilen. Heel in het bijzonder wil ik hier de achterban van dwars gedenken: de studenten. De diensten van de Lijn? Ze zijn er niet van gediend. Het is een regelrechte schande; en voor de rest loopt alles scheef. Als er in de buurt van Campus Drie Eiken mensen op een busje26-komt-zo-maar-‘t zal-nog-niet-voor-direct-zijn staan te wachten, dan rijdt dat smerige busje meestal nog wel langs. Langs de wachtenden welteverstaan. De Lijn zit er niets mee in u in de kou te laten staan. De mannen van de 26 kunnen trouwens op veel bijval rekenen bij hun collega’s van de 17. Die krijgen u helemaal overstuur door überhaupt niet te sturen. Zitten liever op café dan op hun bus.

 

Maar daarmee is de miserie nog niet helemaal verwoord. Helaas, pindakaas. Of Leerdammer. Alle dienstregelingstabellen met gaten ten spijt, ook de lijnen zelf trekken op geen knijt. Om het half uur een bus tussen de Groenplaats of de Middenstatie enerzijds en de Wilrijkse pampa’s anderzijds: is dat niet schandalig weinig? Om nog maar te zwijgen over die arme studenten die tussen het Middelheim en de Campus met de Drie Eiken en verder niets – zelfs geen voetpad – moeten pendelen. En dan de kotstudenten die daar ’s avonds laat in hun bedje willen kruipen. De bus wil na elf uur geen date met de tram meer arrangeren. Vergeet dan meteen ook maar uw avondje bier- of filmvertier. Ik ken steden – Wenen, om er maar één te noemen; maar dat is natuurlijk ook een stad met uitstraling, wat van Antwerpen tegenwoordig bezwaarlijk gezegd kan – waar ’s nachts op alle grote metro-, tram- en buslijnen nachtbussen worden ingezet, die om het half uur rijden. Bij ons haalt de Lijn die frequentie nog niet overdag.

 

Moest een hooggeplaatste Piet of Pat met een dikke car maar zonder fiets- of buservaring dit lezen: u moet niet laten uitzoeken of u nachtbussen op metrolijnen kan inzetten. Remember, we don’t have a fucking subway. Hooguit een armzalig trammetje dat in een fractie van het voor hem uitgegraven hol piepend zijn afgangetje aftrekt. In de voormalige Oostbloklanden werkte men zogezegd niet hard, maar in Praag hebben ze nu wel een modern en functionerend metronet. Net als in elke andere zichzelf respecterende stad trouwens. In Antwerpen niet dus. Hoewel een bende blinde mollen hier al lang voor de Praagse Lente plannen maakten om te beginnen graven. In Wenen reed het eerste metrostel een jaar nadat bij ons het eerste trammetje op 22 februari 1975 op de De Keyserlei onderdook. Nu vertrouwt de Wiener op een metronet met vijf lijnen: vier in een stervorm richting voorsteden en daartussen één in een halve cirkel rond de binnenstad. Van verkeersopstoppingen in de binnenstad is daar haast geen sprake meer. Wat een goed bestuur allemaal niet kan realiseren he?

 

Ik word er melancholisch en slecht gezind van. Ach, laten we maar blij zijn met wat we hebben. Met die paar mislukte beestenwagens van de Lijn, die hoogstens om het half uur stinken in de wind. Met die rondslingerende rottende rotzooi en die opengereten zitjes. Met die fantastisch goede verbindingen, waardoor een Borsbekenaar via Antwerpen naar Wijnegem moet en minstens drie uur kwijt is. Met het urenlang voor schut staan in weinig beschutting biedende bushokjes. Met het tranendal dat onze Scheldestad is. Wanneer zal er eindelijk een punt aan die kromme Lijn gezet worden? Wanneer zal de Sinjoor zijn Stad bevrijd weten van autodebiele overlast en Hollanders? Wanneer zal een Wilrijkse student bij het verlaten van zijn groene lesbunker de bus zien klaarstaan, aan de Kern moeten sprinten om zich nog tijdig te verbinden met de volgende metro (of anders – verdoeme – wel vijf minuten wachten op de volgende) om van een Bolleke of twee, drie tot de x-te macht onder den Toren te kunnen gaan genieten, alvorens zich tenslotte, moe en voldaan, met een nachtbus naar zijn tram te begeven?

 

Het zal nog niet voor morgen zijn. En zoals ik ze hier in Antwerpen ken ook niet voor overmorgen.



01/03/2004
🖋: 
Auteur

aan de beste voorwaarden meenemen hé -- Dames, dor allemaal niet te lank over nadenken è -- da mag een bitje vlot goan -- zo we, get da goe gedoan -- een hele mooie partij uit italie dames tien eurokes uit te kiezen -- van nen iele goeie small tot nen iele goeie ekstralarsj -- edde gien cente bâ got er hoale -- vandaag kunde een truitje meenemen van de nieuwe collectie -- nen iele schonen overstock uit italië oemdat de mode dor een moand veur sta -- da kunnen we dor natuurlek è al een oantal over emme -- klân overstocks want nieverans anders te koop -- recupereren en meegeven aan tien euro -- hiesese -- zo sondags tmag koud zijn tmag wa warmer weure mokt nie uit -- me katoen is da sowieso goe hier se mevrouw -- op de chiqueste broeken en rokken op uwen jeans op uw linnen -- op uwe polo oek è da verstod è -- het mag een klein beetje winderig zijn -- g’ebbet nie te kaad -- 10 euros voer nen iele goeie small tot nen iele goeien ekstralarsj -- gewoon doeng -- “want het le-even, duurt maar e-even” hette rettekkeretteketteketet -- moete gulle niks emme dan gon’k nog e sigaretje smoere -- “e-even nog maar e-even” -- lap mânen allemeur is oek al zjoak -- gewoon doen mevrouw -- als u straks passeert in uwe favorieten boetiek voor te gaan zien voor de nieuwe collectie -- zoe in een hoekske me een spotteke oep ... fiertig euro è -- tis allien de prâs die wa zot is vandoag -- komoan è -- k’heb partijkes die nogal kort op mekaar binnen komen -- k’heb daar weinig tijd voor -- da sen van de goei è -- da sen partâkes uit italie, das van gandha -- das d’italiaanse boetiekafdeling van c&a -- die prâs-kwalitât kend’allemoal -- das een zeer aangename kwaliteit om te dragen en om te wassen è -- uit te kiezen aan tien euro -- wa stot dieje zot ier te vruuten veur ting euro -- as kik ting euro verding meude smiddags nog ginne goeiendag zegge -- hallelujah brothers & sisters mothers & fathers hoe zittadier -- seg komt menier -- z’emme wer niks noedig -- truitjes in de nieuwe collectie mee te nemen -- waar u ‘s ochtends met uw ogen dicht alles op kunt combineren -- ge moet oek gen ting kier no fraangk deboosere leustere -- da moet nie è das veur niks noedig -- doe se mor oan -- uwe kraag kan naar omhoog uwe kraag kan omlaag -- een hele mooie partij uit italie -- ting euro



cultuurstrookje
01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
tov

Over klauwende leeuwen gesproken: voor onze lezers heeft het leven van de Antwerpse dichter Paul van Ostaijen (1896-1928) uiteraard geen geheimen meer (zie dwars 13). Wie zich echter verder wil informeren over de invloed dat het werk van deze activistische jonge leeuw op de Vlaamse poëzie uitoefende, leest er best eventjes het boek Van Ostaijen tot heden op na. Dit ‘toevallig’ 1302 bladzijden dikke werk van UA-professor Geert Buelens verscheen reeds in oktober 2001. Eind vorig jaar sleepte deze laatste De driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor het Essay (de vroegere Staatsprijs) in de wacht met dit meesterlijke literair-historische naslagwerk. Dit zeer gedetailleerde relaas leert ons meer over hoe Van Ostaijen zijn tijdgenoten maar ook latere literaire reuzen zoals Boon en Claus wist te inspireren. Dit alles plaatst prof. Buelens in een ruimer historisch-maatschappelijk kader, zodat het voor iedereen een aanrader wordt. Zelfs voor geneeskundigen is dit werk leesbaar: wist u dat Guido Gezelle’s hersenen 1674 gr wogen? Lang leve het positivisme! Ook in de literatuurwetenschap.

 

 

Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden: Zijn invloed op de Vlaamse poëzie. Vantilt/ Koninklijke Academie voor Nederlandse Taalen Letterkunde: Nijmegen/Gent, 2001.



cultuurstrookje
01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
af

Zij: halflang rood haar dat met een speldje opzij gestoken is, jong, aantrekkelijk, vormt samen met een blond en een zwartharig wezen een zangtrio dat aanbeden wordt door massa’s kinderen en hun vaders. Hij: kort zwart haar, niet zo aantrekkelijk, ook niet meer zó jong, vader van een zoontje en een dochterje, eigenaar van een pretpark, televisie-papa van een pratende hond. Samen: Gert Verhulst en Karen Damen (K3). Beiden keken ze, samen met zijn kinderen, de eerste dag van de kortste maand van het jaar vanop de twaalfde rij naar de musical The Sound of Music. Ze waren onopvallend gekleed en namen maar net voor aanvang van de hun plaats tussen de massa toeschouwers in. Toch waren er – ondanks de hiervoor vernoemde ‘ik-ben-een-doorsneemens-dus-je-moet-me-niet-aanstaren’-technieken en de vele do-re-mi’s en edelweissen – nog nooit zoveel mensen in de Stadsschouwburg die gemiddeld 37 euro (exclusief 3,5 euro registratiekosten) betaalden om meer naar rij 12 te kijken dan naar het podium ... De kans is dus groot dat BV’s in de zaal niet tot die dingen behoren waar Liesl, Friedrich, Brigitta, Kurt, Louisa, Marta, Gretl, Betsy (zonder haar varken deze keer) en Dokter Jan zo van houden.

 

 

The Sound of Music: tot 22 februari in de Stadsschouwburg te Antwerpen.