01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
Sofie De Graeve

Het is alweer februari, dus we kunnen de nieuwjaarsrecepties en goede voornemens kunnen eindelijk weer vergeten. Voor velen zal het waarschijnlijk gewoon een jaar als een ander worden, maar voor Antwerpen heeft 2004 toch iets speciaals in petto. We worden namelijk Wereldboekenstad dit jaar, en dat zullen we geweten hebben. bibliotheek op het De Conincplein en de aanleg van een heuse boekenstraat. Dit overzicht is natuurlijk allesbehalve volledig, maar om jullie toch een idee te geven, bespreken wij enkele initiatieven uit de drie luiken die zeker de moeite lonen om te gaan bekijken dit jaar.

UNESCO en een internationale vakjury reiken de titel Wereldboekenstad sinds 2001 uit aan een stad met bijzondere literaire verdiensten. Na Madrid, Alexandrië en New Delhi doet nu de Koekestad haar boekje open. Antwerpen beschikt dan ook over een groot aantal literaire instellingen, en heeft bibliotheken, archieven, musea en uitgeverijen te over.

 

In tegenstelling tot de vorige steden, die eerder voor de subtiele aanpak leken te opteren, zal Antwerpen haar bewoners en bezoekers verwennen met allerhande literaire manifestaties. Het doel van de stad is dan ook om haar literaire karakter internationale faam te bezorgen. Het hele gebeuren heet A(ntwerp)B(ook) C(apital)2004 en loopt van 23 april 2004 tot 22 april 2005. De organisatie van ABC2004 ligt in handen van Antwerpen Boekenstad en Antwerpen Open vzw, en wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschap en de Provincie Antwerpen. Onder het motto ‘Ik ben een stroom van woorden’ wordt Antwerpen als historische, actuele en toekomstige boekenstad in de kijker gezet.
De tentoonstelling ‘Letters proeven, prenten smaken’ van het Plantin-Moretus museum en het Stedelijk Prentenkabinet kadert in het historische luik. Ook de permanente tentoonstelling van de Stadsbibliotheek en het AMVC-Letterenhuis en een speciale tentoonstelling van het museum Mayer van de Bergh laten ons kennismaken met het literaire verleden van de stad.

 

Na Madrid, Alexandrië en New Delhi doet nu de Koekestad haar boekje open.

 

De klassieke literaire festivals, zoals Zuiderzinnen, de Boekenbeurs en De Nachten krijgen extra aandacht door de speciale edities die we zullen kunnen beleven. En elke letter van het alfabet krijgt een actueel jasje aangemeten door een dichter en kunstenaar. Dit origineel abc zal her en der opduiken in het straatbeeld.
ABC2004 licht ook een tip van de sluier op over de toekomst van Antwerpen als boekenstad; zo is men bezig met de bouw van een nieuwe centrale bibliotheek op het De Conincplein en de aanleg van een heuse boekenstraat. Dit overzicht is natuurlijk allesbehalve volledig, maar om jullie toch een idee te geven, bespreken wij enkele initiatieven uit de drie luiken die zeker de moeite lonen om te gaan bekijken dit jaar.



01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
Katrien Cooreman

Het zal echter snel duidelijk worden dat er in en rond de Antwerpse musea nog steeds wat onduidelijkheid bestaat over wat er nu eigenlijk staat te gebeuren… Zo is er het AMVC-Letterenhuis (archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven) dat op 16 oktober 2004 een permanente tentoonstelling zal openen die de naam ‘200 jaar Vlaamse Letteren’ zal meekrijgen. Echt concrete informatie is er op dit moment nog niet: de mensen van het AMVC zijn zelf nog volop aan het brainstormen.

De mevrouw van het museum Mayer van de Bergh had blijkbaar wel al iets op papier staan – zij het dan wel op kladpapier. De dame was blijkbaar blij dat iemand eens wat informatie vroeg en deed enthousiast haar verhaal. Het boekenjaar komt dan ook erg goed uit voor het museum: in het najaar van 2004 zal het precies honderd jaar geleden zijn dat Henriëtte Mayer van de Bergh het oprichtte om de kunstverzameling van haar zoon te herbergen.

 

Het museum zal het topstuk uit haar collectie, het Breviarium Mayer van de Bergh uit het begin van de zestiende eeuw, tentoonstellen. Dit breviarium – een getijdenboek dat in chronologische volgorde gebeden voor het kerkelijke jaar bevat en versierd is met luxueuze miniatuurschilderingen – zou toebehoord hebben aan koning Manuel I van Portugal. Het kunstwerk zal in een nieuwe opstelling worden tentoongesteld, gebaseerd op een pas aan de KUL verschenen doctoraat. Dit is een unieke gelegenheid om het brevier in zijn geheel te bewonderen: het boek is momenteel uit de band, maar zal in 2005 opnieuw ingebonden worden. Het Museum Mayer van de Bergh zal voor deze tentoonstelling een speciale ruimte laten bouwen. Wat hadden jullie anders verwacht van zo een ambitieus museum?

 

De dubbele tentoonstelling ‘Letters proeven – prenten smaken’ wordt georganiseerd door het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet. De tentoonstelling zal lopen van 16 oktober 2004 tot en met 16 januari 2005. Het eerste deel zal de letterproeven van Christoffel Plantijn in de kijker stellen, waarover de Amerikaan John Lane momenteel een catalogus voorbereidt. Het tweede deel zal gaan over oude grafische technieken die in de drukkerij gebruikt werden. Ook voor dit gedeelte zal een boek uitgegeven worden, in dit geval door het Stedelijk Prentenkabinet. Een heer van het museum had beloofd een fax te sturen met meer gedetailleerde informatie, maar tot op heden is die niet aangekomen. De nieuwe technieken hebben ze in het museum duidelijk nog niet volledig onder de knie … Geduld is een mooie deugd.

 

De Stadsbibliotheek is een buitenbeentje.

 

Tot slot is er de stadsbibliotheek met een verleden van meer dan vijfhonderd jaar die zich vooral wil profileren als Vlaamse erfgoedbibliotheek. Directeur An Renard noemt haar een buitenbeentje in het hele project. Nog voor er sprake was van ‘Antwerpen Wereldboekenstad’, was er zowaar al een tentoonstelling gepland voor het najaar van 2004. Deze tentoonstelling, die zal gaan over clandestiene pers, zal evengoed doorgaan in de geplande periode, maar daar bovenop zal men in februari 2005 met een permanente tentoonstelling beginnen.
Deze expositie zal een vijftigtal hoogtepunten uit de collectie van de stadsbibliotheek belichten. De stukken zullen gekozen worden op basis van hun kostbaarheid, uniciteit en representativiteit. Welke het juist zullen worden, is op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Waar hebben we dat nog gehoord? Het staat echter wel vast dat er specialisten zullen aangezocht worden om een boek samen te stellen over de stukken en de tentoonstelling zelf.

 

Er staat veel te gebeuren in cultureel Antwerpen. Laat jullie meeslepen door het verleden en geniet van de vele tentoonstellingen. Hopelijk vinden jullie (op tijd) iets wat jullie aanspreekt!



01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
Véronique Scheyvaerts

Sinds kort heeft Antwerpen een schrijversflat: een initiatief van het P.E.N.-Centrum (Poets Essayists Novelists) voor Vlaanderen dat wordt gesteund door de Universiteit Antwerpen. Een appartement wordt ter beschikking gesteld aan schrijvers die het moeilijk hebben door de situatie in hun thuisland of een boek i.v.m. Antwerpen in voorbereiding hebben. Zo iemand – die naar eigen zeggen aan beide eisen voldoet – is de Nederlandse uitgever en publicist Vic van de Reijt: hij heeft een biografie over Willem Elsschot (pseudoniem van Alfons De Ridder) in voorbereiding, verbleef tijdens de maand januari in navolging van Tahar Ben Jelloun in de schrijversflat en liet zich tot ons grootste literaire genoegen verleiden tot een interview.

U verzamelt singles, hebt twee bundels uitgegeven over het Nederlandstalige lied en naar aanleiding van de eeuwwisseling een top honderd samengesteld; u bent uitgever bij Nijgh en Van Ditmar en Elsschot-kenner. Zijn dat verschillende poses of is er meer aan de hand?

Vic van de Reijt Steeds meer heeft men de neiging één persoon maar één kwaliteit toe te dichten. Iedereen is een optelsom van een aantal vaardigheden en dat is bij mij ook. Het is wellicht zo dat ik veel publiciteit trek door mijn uitgeversbestaan, door mijn boekjes en mijn kennis over Elsschot. Alleen omdat mensen daarin geïnteresseerd zijn. De ene keer kom ik als liedjeskenner naar buiten, de andere keer als Elsschot-kenner. Dat zijn allemaal onderdelen van mijn persoonlijkheid.

 

Hoe zou u dan willen dat men u kent?

van de Reijt Als een optelsom, zoals iedereen. Onze hersens hebben allemaal een banale en een elitaire helft en dat loopt dwars door elkaar: dat is je persoonlijkheid. Maar heel veel mensen verstoppen hun elitaire helft en zijn uitsluitend banaal en die komen dan op VTM.
Daarnaast heb je ook veel elitaire mensen die hun banalere kant geen kans geven. Bij mij loopt dat allemaal door elkaar. Heel veel mensen zijn gehandicapt doordat ze deftig willen overkomen. Ik heb daar niet zoveel last van.

 

Ik ben helemaal geen chauvinist, absoluut niet.

 

U bent nu als biograaf van Elsschot te gast in de schrijversflat. Hoe bent u daar terechtgekomen?

van de Reijt Ik heb me een jaar vrijgemaakt van mijn werk en de uitgeverij overgedragen aan een collega. Het was natuurlijk heel moeilijk om dat te regelen, maar het is gelukt. Ik ben daarbij geholpen door een biografiebeurs van het Fonds voor de Letteren van Vlaanderen en Nederland. In de Boerentoren heb ik een werkkamer, die ik heb gekregen van Cyriel Van Tilborgh, bankdirecteur en voorzitter van het Elsschotgenootschap, dat ik samen met hem heb opgericht. Ik had dan al een kleine beurs, een werkkamer in Antwerpen – het is belangrijk om het onderzoek hier te doen omdat het archief niet verplaatst mag worden – en toen ik op zoek ging naar logies kreeg ik een tip dat er een flat bestond voor mensen die uit het buitenland kwamen en een boek over Antwerpen in voorbereiding hadden.

 

Schrijver-zakenman

Voor de biografie maakt u gebruik van het archief van Elsschots reclamebureau. Hoe ziet u de verhouding tussen de zakenman Alfons De Ridder en de schrijver Willem Elsschot? In Lijmen en Het been bijvoorbeeld neemt hij met Boorman de moderne zakenman op de korrel terwijl hij er zelf ook één was.

van de Reijt Daar is veel over te zeggen en dat zal ook de kern van mijn boek worden. Er is altijd gezegd dat de zakenman Alfons De Ridder en de schrijver Willem Elsschot niets met elkaar te maken hebben. Dat is natuurlijk onzin: het is één en dezelfde persoon. Ook Elsschot is een optelsom van verschillende kwaliteiten en karaktertrekjes. In zijn proza kan de afrekening plaatsvinden met zijn hardere alter-ego. Elsschot is een harde zakenman geworden en heeft zichzelf altijd kwalijk genomen dat er van zijn jeugdig idealisme zo weinig is overgebleven: hij heeft dat idealisme altijd zeer in andere jonge mensen gewaardeerd. In zijn zaken is Elsschot hard en dat staat nogal haaks op zijn bevlogenheid tijdens zijn jeugd.

 

In een interview met Peter van Brummelen van Het Parool hebt u gezegd ik citeer: “Suriname en Vlaanderen hebben heel veel met elkaar gemeen. Ik zeg altijd: Suriname moet weer een kolonie worden, maar dan van België.”

van de Reijt Suri-Vlaams wordt daar dan gesproken.

 

Wat wou u hiermee eigenlijk zeggen?

van de Reijt Vooropgesteld, ik hou heel erg van de Vlaamse en ook van de Surinaamse mentaliteit. Ik zie daar veel overeenkomsten in, vooral in de wijze waarop ze naar Nederland kijken: een beetje schamper. Als je als Hollander... – nu zeg ik Hollander, ik beschouw me zelf niet als een Hollander: ik ben een Brabander – ... als een Hollander hier met zijn neusklank vanalles heeft staan beweren dan kijken de Vlamingen toe, ze knikken – dat doen de Surinamers ook – en als hij ze de rug heeft toegedraaid dan gaan ze grappen maken. Ik kwam Alida Neslo (bekend van De Boomhut, nvdr.) – een heel mooie, donkere toneelspeelster van Surinaamse achtergrond die in Antwerpen woont – een jaar of tien geleden tegen en ze zei me: “Ik ben een Suri-Vlaamse”, en toen dacht ik: “Inderdaad”.

 

Met de rug naar de grens

Ik kan me dat zo voorstellen dat die Surinamers zich in Vlaanderen met hun mentaliteit, hun ironie, hun lichtheid en muzikaliteit veel beter zouden thuis voelen. Nederlanders zijn vaak zo hooghartig. Ze staan van oudsher met hun rug naar de grenzen toe, zowel naar de oostkant als naar de zuidkant en dat is alsmaar sterker geworden.
Ik kom uit Breda en woonde op vijftien kilometer van de grens. Voor mij is België altijd heel dichtbij geweest, maar boven de rivieren is de afstand tot België – en ook tot Duitsland – enorm groot. Ik ben helemaal geen chauvinist. Ik voel me hier in Antwerpen heel erg op mijn gemak: de wellevendheid, de vriendelijkheid waarmee je tegemoet getreden wordt. Onvergelijkbaar met Nederland: iedereen voelt zich daar verheven en veel mensen zeggen: “Ga jij naar Antwerpen, die Vlaams Blok-stad? Hoe kun je!?” Weet je, dat is het beeld. De landen zijn heel verschillend geworden: ze kennen elkaar niet meer. Het gaat in Nederland allemaal harder, sneller: ik erger me aan de toenemende oppervlakkigheid.

 

Vindt u dat het lied evengoed bestudeerd moet worden als de literatuur?

van de Reijt Ik heb een paar bloemlezingen uitgegeven: Toen wij van Rotterdam vertrokken en Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben en daarin zijn de liedjes afgedrukt als gedichten. Ik vind het bizar om onderscheid tussen liedjes en gedichten te maken. Alle poëzie is uit het lied voortgekomen: het lied was de eerste vorm van poëzie en rijm en metrum waren hulpmiddelen om het gedicht te kunnen onthouden. Op het moment dat iedereen geletterd was, is het gedicht autonoom geworden en kwam het ook zonder zangwijzen verder. Ik ben er dan ook ontzettend voor dat op de universiteit dit soort cultuur bestudeerd wordt. En dan moet je niet altijd de vraag stellen of dit nu hoogstaande literatuur is.
Als je de mentaliteit van de bevolking wil leren kennen dan heb je meer aan een studie van het lied dan aan de gedichten van Claus, Lucebert of wie dan ook. Ik erger mij soms aan het geschamper uit wetenschappelijke kringen: ik ben niet geïnteresseerd in wetenschap. De biografie die ik schrijf hoeft geen proefschrift te worden. Het doelpubliek van mijn biografie is de lezer van Elsschot, maar wetenschappers mogen haar natuurlijk ook lezen ...



01/02/2004
🖋: 
Auteur extern
Marleen Smeyers

Wie dacht dat Antwerpen met een vermoeide zucht haar kroontje naast zich neer zal leggen op 23 april 2005, heeft het mis. Haar grootste projecten zullen dan pas schitteren! Op de laatste dag van ABC2004 nota bene, zal de nieuwe Centrale Openbare Bibliotheek worden geopend. Welke schone het lintje zal mogen doorknippen is voorlopig onbekend, maar we kunnen wel al eens bekijken wat er zo speciaal zal zijn aan deze bibliotheek, die gehuisvest wordt in het Permekegebouw aan het De Coninckplein. Inderdaad, we zullen een beetje verder moeten wandelen dan de Lange Nieuwstraat. Het tweede prestigieuze project brengt ons naar een andere buurt: Het Eilandje. Vele studenten komen hier slechts in nachtelijke en beschonken toestand. Binnenkort zullen zij hopelijk de troeven van dit lichtjes vergeten stadsdeel bij daglicht ontdekken. Het Stadsarchief, dat momenteel in de Venusstraat ligt, wordt verhuisd naar Het Sint-Felixpakhuis op Het Eilandje. Alweer verder wandelen.

Velen reageren nogal verbaasd op de locatie van de nieuwe bibliotheek. Daar moet wat achterzitten. Precies. Hoewel de buurt ten Noorden van het Centraal Station zijn beste tijd lijkt te hebben gehad, was dit vroeger één van de meest levendige buurten van de stad.

 

De nieuwe bibliotheek is een onderdeel van het plan om de buurt te herwaarderen. Het designcentrum De Winkelhaak dat er recent geopend werd, is alvast een schot in de roos. Het Permekecomplex, vroeger een garage, leent zich uitstekend tot zijn nieuwe bestemming. In 2001 besliste de stad hier een nieuwe bibliotheek in te richten, die grootser, mooier, klantvriendelijker en vooral veel moderner zou zijn dan de oude bibliotheek. Maar dat is niet alles wat dit gebouw zal herbergen: er komt ook een ontmoetingscentrum, plaats voor allerlei activiteiten en socioculturele evenementen.
Ook de plannen met het Sint-Felixpakhuis zijn onderdeel van een groter project. Het Eilandje kan best een opkikker gebruiken, en het wordt er ééntje van formaat. Het pakhuis is sinds 1976 een historisch monument en zal de toepasselijke naam FelixArchief krijgen.

 

Dit enorme gebouw, dat vroeger een opslagplaats voor scheepsgoederen was, strekt zich uit van de Oudeleeuwenrui tot aan de Godefriduskaai. Hier is duidelijk meer plaats dan voor ‘het geheugen van de stad’ alleen. Voor de magazijnen – die 40 km archief zullen bevatten – wordt het grootste deel van het gebouw voorzien. Op de bovenste verdieping komt een bijhorende leeszaal en zullen er een tentoonstellingsruimte, een aula, vergaderzalen en cafetaria worden ingericht. De andere stadsdiensten zullen hiervan gebruik kunnen maken.

 

Het pronkstuk van dit gebouw bevindt zich op het gelijkvloers: een prachtige binnenstraat. Het zal een Boekenstraat worden, één van de wildste dromen van ABC2004. Verschillende literaire organisaties, zoals Het Fonds voor de Letteren, Behoud de Begeerte en Villa Kakelbont zullen er gehuisvest zijn. Bovendien komt er in de Boekenstraat een filiaal van de bibliotheek, een extra grote boekhandel en een literair café voor al wie dorst krijgt van zoveel boeken.
Dit alles zal klaar zijn in 2005; maar je kan eerder al een bezoekje brengen aan de tweedehandsboekenbeurs, die tijdens ABC2004 in het pakhuis zal plaatsvinden.



01/12/2003
🖋: 

Het leven is de vulling van een potlood, waarvan de atomen ietwat steviger aan elkaar hangen. Het leven is de volle 10 waard op de hardheidsschaal van Mohs. Daar moeten die afstammelingen van de arme Zuid-Afrikaanse boeren, De Beers genaamd, ongetwijfeld van overtuigd zijn. De naam van het wereldwijd grootste diamantconcern is immers het enige wat de nakomelingen rest sinds ene Cecil Roots ging lopen met de eigenlijke business.

Men kan toch spreken van een zakelijk gebeuren als blijkt dat het als business as usual wordt beschouwd Bill Clinton uit te nodigen om een woordje te doen voor de 18 karaats ogen van de dia-monde. Mister former president komt dan ook niet voor een smaragd en een saffier zijn kop laten zien op het feestdisje van de Antwerpse Hoge Raad voor de Diamant. Reken maar dat hij niet kwam vertellen over de pitjes van de peulvrucht van de Johannesbroodboom. Dat hun gewicht van ongeveer 0,2 gram in Byzantium reeds werd gebruikt als gewichtseenheid voor edelstenen en 1 karaat vertegenwoordigt, zal bij hem evenmin zijn opgekomen.

 

Gewroet in de waspan

Om je ruwe kennis van diamant bij te slijpen, kan je je beter naar het Diamantmuseum naast de Zoo begeven. Op interactieve wijze kom je er te weten dat ‘berooide gelukzoekers’ – oftewel beschonken studenten – op handen en voeten op strand gingen zoeken naar de edelste der stenen, en dit tot 20 meter onder de zeespiegel, tot 200 meter in zee, achter dijken van 20 meter dik. De lange levensloop van de begeerde briljant die te koop wordt aangeboden in de stationsbuurt, wordt uit de doeken gedaan. Van het gewroet in de waspan tot het live slijpen. Zelfs het mysterie ‘Diamonds are a girls best friend’ wordt verklaard. Zijn meisjes niet het hardste materiaal, de beste thermische geleider en zijn ze niet lipofiel? Dit mysterie biedt bijgevolg ook de mogelijkheid de dames onder de loupe te nemen en de pareltjes te sorteren op basis van de 4 C’s: carat, cut, clarity en colour. Indien nodig kan tevens worden gequoteerd op nutswaarde, voor de industriële diamant althans. Voor alle duidelijkheid: onder nutswaarde verstaat men in deze een goede vorm met scherpe kantjes. Trouwens, ‘Antwerp cut’ is sowieso een summum standaard.

 

Emeraude, ovaal of markies

Die overtuiging was Ivan Lendl ook toegedaan toen hij in 1985 voor de derde keer in 5 jaar het ECC-toernooi won. Sindsdien heeft hij nooit meer mineraalsupplementen moeten slikken. Dat racket bezet met $1000.000 van het zwaarste mineraal heeft wel volstaan als ultiem supplement rechtstreeks uit de afgekoelde kernen van de oude continenten. Laat dit een bewijs zijn dat het afremmen van de lichtsnelheid en het verstrooien, weerkaatsen en breken van het licht niet alleen ebbehouten berinnen het hoofd op hol brengt. Weet ook goed dat de hoeken waarin de facetten tegenover elkaar staan er weinig toe doen. Emeraude, ovaal of markies, het is het gebaar dat doortelt wanneer de juffertjes het presentje rond hun ranke hals hangen of over hun porseleinen vinger schuiven. Die hersenspinsels spelen je door het hoofd als je voor de pronkramen van de voorstelling van de Art Décosierraden blijft kleven. Deze pareltjes van edelstenen hebben hoegenaamd geen roze lichtje nodig om hun verleidelijkheid te accentueren.

 

Wetende dat zo een schaars materiaal in Antwerpen waarlijk een economie, beurs incluis, doet draaien, is het geoorloofd te stellen dat de titel van de expositie “diamant, realiteit en passie” perfect gezaagd, gekliefd, gesneden en geslepen is.



het andere kaffee
01/12/2003
🖋: 
Auteur extern
Dennis Van Tilborg

Bruine kroegen allemaal goed en wel maar een ding is zeker: een kroeg kan niet zonder bier. En wie tapt dat bier? Juist: ik. Of daar is dan toch veel kans toe als je toevallig de Plansjee komt binnengestrompeld.

Waar dan vroeger die bekende zoete geur je tegemoet kwam en je hier en daar nog wat verdacht poeder kon wegvegen of -snuiven al naargelang je stemming, moet je het dezer dagen doen met een iets minder exotische tabaksgeur en als er al iets wit op de toog ligt zal het wel eerder Cif zijn dan wat anders. De Plansjee mag dan inderdaad wat aan pit verloren hebben met de jaren, het blijft nog altijd een gezellige keet met lekker bier, propere glazen, een toog die niet plakt en enkele van de meest hardcore bruinekroeggangers van Antwerpen. We wijken echter af. Het ging hier dus over mij, de barman. De verschaffer van bier. De god van de drankzuchtige. Maar misschien vooral de biechtvader bij uitstek van de vele verscheidene klanten. Want in tegenstelling tot wat de meesten onder jullie waarschijnlijk denken, is dat de belangrijkste taak van de barman. Drank schenken kan iedereen, waar het op aankomt is dat je een entertainer bent. Mensen zijn sociale wezens met de nood tot interactie en waar beter die te vinden dan bij de barman. Hopeloos gevangen achter zijn toog is ie zo goed als verplicht al jullie zieleroerselen te aanhoren. En jullie roeren wat af, hoor. Sterke vehalen a volonté en trains of thought die soms duidelijk een paar sporen verkeerd zitten. Maar via al die verhalen leer je je klanten ook beter kennen en banden ontstaan. Je wordt uitgenodigd op de meest bizarre feestjes en je ontmoet de vreemdste mensen. Saaie momenten worden een ding van het verleden als barman van een bruine kroeg. Tenzij je café leeg is natuurlijk.

 

Maar dat was gisteren zeker niet het geval. Helemaal versuft van een dagje op ons aller favoriete universiteit zet ik volledig uitgeregend mijn fiets tegen de gevel van de Plansjee. Ik heb al betere beginnen van een werknacht gekend. Eenmaal binnen echter begin ik geleidelijk aan in de stemming te komen. Bijna alle klanten zijn stamgasten en ik voel me onmiddellijk weer thuis. Dit is de plek “where everybody knows your name”. Een klant komt binnen en begint bij een bolleke te vertellen over zijn levensfilosofie: hij is vegetariër, mediteert, doet aan yoga, allemaal om zo zuiver mogelijk te leven, fysiek zowel als mentaal. Hij is zen. Verre zij het van mij om dit tegen te spreken natuurlijk, maar als diezelfde klant dan even later halsstarrig blijft beweren dat hij al betaald heeft, moet ik toch wel zijn niveau van zen-zijn vriendelijk in vraag stellen. Miraculeus genoeg komt de man dan plots tot inzicht waarop hij betaalt. Hopelijk wordt zijn vergissing niet meegerekend op Boeddha's karmalijstje. De avond verloopt verder vrij rustig. Er komen nog enkele Amerikanen binnen die me vertellen dat zij nooit met muntstukken betalen maar altijd met briefjes. Muntstukken gooien ze thuis in een potje om te sparen. Aangezien ze hier geen eigen potje hebben, gooien ze hun kleingeld dan maar in dat van mij. K’ching! Best wel toffe mannen die Amerikanen.

 

Rond half drie zitten er enkel nog vaste klanten en kan de deur op de grendel. We pakken er allemaal nog eentje, hier en daar wordt de tabak ingewisseld voor wat steviger spul en ik kan ondertussen rustig beginnen met afsluiten. Wat later staan we allemaal buiten en trek ik de sleutel uit het slot. De nacht is nog jong, dit is het moment waarop het pas interessant wordt in Antwerpen. Op naar de volgende bruine kroeg dus, nu is het mijn beurt.



Al lezend door de buik van de stad met prof. em. Jacques Claes
01/12/2003
🖋: 
Auteur extern
Gert Van Langendonck

Stel je eens voor, … je bent een oude man geworden; Oud van jaren welteverstaan. Je hele leven was je academicus, hoewel eigenlijk maar gewoon hoogleraar in pakweg de psychologie aan de universiteit van Antwerpen, maar dat mag nu niet meer, want het pensioen is aangebroken. Antwerpen blijft liggen waar het ligt, de Schelde stroomt verder naar de zee, maar de deuren van de universiteit worden onherroepelijk gesloten. Wat doe je dan? Het overkwam Jacques Claes en hij schreef een boek … van mensen en steden.

Met enige schroom ga ik op zoek ga naar de juiste woorden om dit pittoreske boekje te omschrijven. Het is namelijk een heel intiem werkje geworden, vol knipogen en verwijzingen, ontboezemingen, humor en fijne taalspelletjes. Je leert er de mens Claes (ik zou al bijna Jacques zeggen) mee kennen als liefhebber van steden, van de stad, van ‘het stad’.

 

Die verfijnde speelsheid die zo eigen is aan dit boek begint al nog voor je de kaft opendoet. Als illustratie werd namelijk een kleurige antieke stadskaart van Antwerpen gekozen waarop, net na de laatste letter van de boektitel, jawel, het oude Hof van Liere, inmiddels het kloppende hart van de UA staat. Een knipoog naar een vorig leven?
En ook de tekst zelf is een strak gestructureerd maar speels uitgewerkt geheel. Een deeltje over de stad die ruimte toont (richting, boven en onder, open en gesloten) krijgt als tegenhanger de stad die tijd meldt (ritme, tijdperken en toekomst). Telkens komen in korte gestileerde tekstjes, het lijken wel cursiefjes, typische aspecten van het stadsleven aan bod. Op onverwachte plaatsen duiken filosofische beschouwingen op over mens en samenleving die stralen van eenvoud en verfijnde ironie. En tenslotte is het boek doorspekt met zoveel verwijzingen naar concrete Antwerpse gebouwen, wijken of gebeurtenissen dat het boek even goed te gebruiken en veel beter te smaken valt dan de steriele gekloonde gidsen uit toeristenkiosken. Herhaaldelijk duiken overbekende Antwerpse straten en monumenten op, worden even vanuit een onverwachte hoek belicht om afgelost te worden door alweer een groter en nieuwer beeld, straat, plein of gebouw. De onuitputtelijke rijkdom van Antwerpen wordt hier gebracht met de afstand van een echte filosoof maar ook met de warme betrokkenheid van een echte stadsmens.

 

‘Van mensen en steden’ is een spitsvondig boek geworden, ook letterlijk, een ode aan de spits van de kathedraal. Je voelt dat je een boek leest van een mens die over de stad nadenkt, maar ook méévoelt. Een man die hier eindeloze wandelingen heeft gedaan, alleen met zijn gedachten. Van kind tot emeritus was hij thuis in zijn stad, die hij door en door kent. En wanneer de auteur soms wat te scherp wordt, wanneer je een mening niet kan delen of een wat al te vrije associatie niet meer volgen kan, toch blijf in je in iedere zin, in ieder woord de stad ruiken en proeven. Antwerpen wordt zo anders, hoger en lager, opener en geslotener, meer binnen en buiten de tijd.

 

Na het lezen van de laatste zin van dit kabbelend stukje fijne proza, waar staat: “de stad is het geprivilegieerde oord, waar te zien is hoe de hoogzwangere werkelijkheid zich in telkens nieuwe barensweeën probeert te verlossen…”, ja …, dan heb je als lezer alleen maar amen te zeggen. En met een warm gevoel stort je jezelf weer in de drukte van alledag.

 

Iedere student die in deze stad graag wil thuiskomen moet dit boek maar eens lezen.

 

 

Gert Van Langendonck
De auteur is verbonden aan de Pastorale Dienst van de UA



cultuurstrookje
01/12/2003
🖋: 
Auteur extern
af

Stel je voor: je bent student en je gaat graag naar musicals kijken. Omdat musicals veel geld kosten, en je net tot die bevolkingsgroep behoort die verondersteld wordt geen geld te hebben, zet je die hobby op een laag pitje. Maar dan krijg je in heel Antwerpen te lezen dat Chicago in volle West End-stijl naar België komt. Dit kan je natuurlijk niet aan je voorbij laten gaan. Je schraapt dan ook al je geld bij elkaar om aan de 56 euro te geraken die nodig is voor een plaatsje op één van de eerste rijen en spurt naar de Stadsschouwburg. Daar aangekomen gooi je je fiets tegen de muur en ga je naar de kassa, helemaal verregend, je haren volledig in de war door de wind, een losse broek, slobbertrui en basketters aan. “Een ticket voor Chicago alstublieft, ergens vooraan.” Repliceert de kassierster: “U bent student zeker?” “Euh, ja.” ‘Dat dacht ik al. Als u een studentenkaart hebt, krijgt u 50 % korting als u uw ticket komt halen op de dag dat u de musical gaat bekijken.’ Je hebt er geen idee van hoe euforisch deze woorden iemand kunnen maken...

 

 

Nog van 17 februari tot 7 maart in de Capitole te Gent.



cultuurstrookje
01/12/2003
🖋: 
Auteur extern
bb

Onze stad is met haar vele culturen een walhalla voor dichters. Toch heeft één man het monopolie van stadsdichter. Hij mag jaarlijks een stapeltje gedichten bijeenschrijven dat overal gepubliceerd wordt. Waarom krijgen anderen geen kans? Neem nu Bert Bevers, heeft u die naam ooit al gehoord? Is hij daarom slecht? Mag hij niet een keertje poëet van de stad spelen? Hij heeft toch ook recht op meningsuiting, op publicatie? Hij kan vermoedelijk zijn mannetje staan naast Claus, Elsschot en de Coninck, alleen is hij niet bekend. In de gedichtenbundel ‘Antwerpen - De stad in gedichten’ zijn een aantal van zijn werken verschenen, net als die van enkele andere onbeminden. Omdat ze de moeite waard zijn. Omdat Antwerpen bij elke mens poëzie oproept. Daarom moet natuurlijk niet iedereen zijn ding gaan doen in een gedichtenbundel over onze stad. Vereisten zijn enig schrijftalent, en verbondenheid met Antwerpen. Ja zelfs betrokkenheid is noodzakelijk. Er zijn voldoende dichters die hieraan voldoen. Geef ze dan ook hun plaats.



cultuurstrookje
01/12/2003
🖋: 
Auteur

Wij vroegen aan honderd Vlamingen: waaraan denkt u als ik zeg “Suske & Wiske”. En wat anders kon het antwoord zijn dan: aan alliteratie, Germaans rijm, stafrijm, beginrijm, of in de volksmond ook wel paranomeon. Want wat anders kan een beginnende lezer blijvend boeien, wat anders verricht slogan na slogan commerciële wonderen? En wat anders heeft de kracht om snorrende snorren, brullende bergen, adellijke arken en tedere Tronicas met elkaar te verbinden, dan het poëtische spel van klemtoon en rijm, dat reeds in ver vervlogen tijden de dichterlijke honger onzer voorvaderen stilde? (We kunnen onze francofone medemens dan ook enkel benijden om zijn helden Bob & Bobette.) Herhalingen zijn immers niet altijd symptomen van inspiratieloosheid. Aan titels van menig stripalbum geven ze een extra dimensie. En ‘ze bekken ook zo lekker’. Wat wil een auteur nog meer. Vraag het maar aan Willy Vandersteen.

 

Suske & Wiske, De Duistere Diamant, album 121.