01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
Carl De Strycker

Van slagerszoon met een brilletje tot stadsdichter van Antwerpen: Tom Lanoye mag in 2003 een heel jaar de hofnar van ’t Stad spelen. Op 29 januari, één dag voor gedichtendag, kreeg hij officieel die taak toebedeeld. Hugo Claus en Leonard Nolens bedankten voor dit karweitje, maar Lanoye zag er wel iets in.

Lanoye zal dit jaar minstens zes gedichten schrijven waarin hij de actualiteit in Antwerpen becommentarieert en krijgt hiervoor de totale artistieke vrijheid. Er valt dus te verwachten dat hij zich met een scherpe blik en natuurlijk een scherpe pen van zijn taak zal kwijten. Wie geïnteresseerd is in de meer zakelijke kant: de schrijver vangt hiervoor het niet onaardige bedrag van 5000 euro.

 

De traditie van het stadsdichterschap gaat terug tot de middeleeuwen. Toen had bijna elke belangrijke stad een poëet in dienst die gelegenheidsverzen schreef bij alle belangrijke gebeurtenissen en luide de lof zong op zijn broodheren. Dat deze traditie anno 2003 springlevend is, bewijst het grote aantal steden dat tegenwoordig een schrijver engageert. De bekendste zijn Groningen, Den Haag, Gent en nu dus ook Antwerpen. Toch is het helemaal niet de bedoeling dat deze dichters propaganda maken voor de stad in kwestie. Ze hebben hun eigen kijk op de gebeurtenissen en net die wordt gewaardeerd. Van Lanoye is al langer geweten dat hij er niet voor spek en bonen blijft bijzitten. Zijn columns getuigen van sociaal engagement en hij was niet te beroerd om kleur te bekennen tijdens de vorige verkiezingen toen hij op de Agalev-lijst stond. Wie zijn Monstertrilogie heeft gelezen met z’n analyse van de Belgische ziekte, weet dat er vuurwerk te verwachten valt. Geen verdroomde liefdesversjes dus, maar poëzie met ballen, waarin kritiek geleverd wordt en gal gespuwd. Bovendien is dit geen initiatief waarbij de literatuur hoog verheven boven de hoofden van de Sinjoren zweeft. Ook de modale inwoner van de stad wordt immers bij dit project betrokken. Aan heel het stadsdichterschap is namelijk ook een wedstrijd gekoppeld. Elke Antwerpenaar mag op de teksten van Lanoye reageren, en wie echt scherp is, krijgt een prijs. Maar het stadsbestuur heeft zich toch ook een beetje ingedekt tegen de kracht van het woord. Cultuurschepen Eric Anthonis heeft met Lanoye de afspraak gemaakt dat de dichter schrijft waar hij zin in heeft, maar dat het stadsbestuur kiest welke gedichten ze op grotere schaal gaan verspreiden.

 

De poëzie kan er maar wel bij varen. Deze keer wordt ze niet op bierkaartjes gekwakt of afgedrukt op vuilniszakken, maar zal ze op publieke plaatsen in heel de stad opduiken. Er wordt gedacht aan grote reclamepanelen, posters in bushokjes en ook op de websites van de stadsdiensten moeten de verzen tevoorschijn floepen. Dit lijkt vooral een fijne waardering voor de mogelijke taak van de schrijver in deze samenleving, maar de vraag blijft of gedichten de wereld zullen kunnen veranderen of redden. Natuurlijk is het antwoord nee, maar de dichter kan wel het klankbord worden van wat leeft bij de bevolking en zo zijn steentje bijdragen tot het terugdringen van de verzuring. Hij kan proberen om frustraties en gevoelens van angst, woede of wanhoop dichterlijk te ventileren. Iemand als Rutger Kopland bijvoorbeeld vindt het goed dat er bij bepaalde gelegenheden iets wordt geschreven “dat precies en tegelijk voor vele mensen toegankelijk is en ook voluit poëtisch”. Andere prominente dichters zoals Stefan Hertmans huiveren dan weer bij de idee dat poëzie wordt ingezet voor allerlei maatschappelijke doeleinden. Het is aan de stadsdichter om een evenwicht te vinden tussen deze twee visies.

 

Benieuwd of Lanoye zwarte tranen zal laten om zijn stad of er eerder boze tongen op zal loslaten. Zijn diagnose voor België klonk een aantal jaren geleden: “Gespleten en bescheten”, hoe het volgens hem ondertussen met Antwerpen gesteld is, daar kijkt iedereen naar uit. Aangezien ze beloofd hebben dat je er niet zal kunnen naast kijken: lees het zelf maar na. Doén!



01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
Vera Van Kerckhoven

Cultuur is niet vanzelfsprekend. Zowel het bijwonen van een culturele voorstelling als kennis over het concreet functioneren ervan is niet voor iedereen weggelegd. Mensen die weinig voeling hebben met culturele activiteiten zijn bijvoorbeeld niet altijd vertrouwd met het reserveren van tickets of het gebruik van een vestiaire en kijken misschien raar op wanneer ze plots een bel horen gaan. Kristien Mangelschots en Max Temmerman verduidelijkten daarom graag wat het C.C. De Kern in Wilrijk precies doet om dit soort culturele drempels te verlagen.

Het cultureel centrum werkt hiervoor onder andere samen met “Martha!Tentatief”, een Antwerps theatergezelschap dat toneel brengt op locatie. Dit laatste aspect is trouwens erg belangrijk want mensen met weinig culturele bagage voelen zich niet altijd op hun gemak in het theater. Voor het C.C De Kern komt het er dus op aan om projecten in hun eigen buurt te organiseren. Vandaar dat projecten niet plaatsvinden in het cultureel centrum in Wilrijk zelf maar op het Kiel, in Hoboken, op het Valaar.

 

Neem nu “Allo! Silvertop”, een coproductie met “Martha!tentatief” over de bewoners van de Silvertopblokken en hun leefwereld. Om ruchtbaarheid te geven aan de opvoering werd er vooraf een pannenkoekenslag georganiseerd en werd van deur tot deur gegaan om mensen te verzamelen voor een groepsfoto. De toneelvoorstelling vond plaats in de ondergrondse parking en bewoners konden er gratis heen. “Precies opdat ze voeling zouden krijgen met het reservatiesysteem, moesten ze zelf naar het C.C. De Kern bellen voor tickets want dit kon niet ter plaatse geregeld worden”, stelt Marc Temmerman. Uiteindelijk resulteerde dit alles eind vorig jaar in een groot buurtfeest met muziek. Een ander project is nog volop aan de gang. “Cultuurcafé De Rits” op het Kiel is een initiatief van het C.C. De Kern in samenwerking met “Een paar Apart vzw”. In haar brochure staat te lezen dat deze vereniging “projecten organiseert waarbij ze op zoek gaat naar manieren om de kennissenkring van mensen die in armoede leven uit te breiden met mensen die geen armoede kennen en omgekeerd”. Zodoende werd er samen met “Een paar Apart” gezorgd voor gratis vervoer, gratis tickets en kinderopvang. Nu wordt dit stelselmatig afgebouwd zodat bezoekers die niet echt vertrouwd zijn met culturele activiteiten geleidelijk aan leren hoe ze zelf de praktische kant moeten regelen. Kortom, mensen worden als het ware “kunst-matig” bij elkaar gebracht in het buurthuis dat de infrastructuur biedt. In tegenstelling tot het cultureel centrum is het buurthuis een neutrale locatie én men bereikt er de plaatselijke bewoners mee. Een keer per maand op donderdag wordt er een gratis voorstelling georganiseerd in het “Cultuurcafé De Rits”. De mensen kunnen er eten, drinken en praten terwijl er iets cultureels gebeurt op de scène. Het aanbod is erg gevarieerd: Wannes Van de Velde, Karel Vingerhoets, Pieter Embrechts, een videopresentatie van Dixie Dansercoer, The Best of Tres Tigres Tristes.

 

Wanneer er iemand zoals Wannes van de Velde geprogrammeerd staat, komen er bovenop het reguliere publiek nog eens honderd personen bij want sinds het C.C. De Kern het programma van het cultuurcafé in zijn jaarfolder heeft opgenomen, krijg je als het ware een gemengd publiek. “Het is precies deze mix die de kansarme bewoners het belangrijkste vinden. Ze voelen zich nu niet echt bekeken wat bijvoorbeeld wel het geval zou zijn wanneer je een dergelijke groep mee zou nemen naar het cultureel centrum”, aldus Temmerman. Wie zich afvraagt wat er binnenkort op het programma staat, kan een kijkje gaan nemen op de website van het cultureel centrum. Het maandelijkse Cultuurcafé De Rits vindt telkens plaats in buurthuis De Tiret – E. Laermansstraat 23, 2020 Kiel. Allen daarheen!

 

 

De Kern: www.dma.be/dekern

een paar apart vzw: 03.825.35.02



doe-het-zelvers doen het met de cultuurantennes
01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
Remi van Trijp

In Antwerpen lopen er talloze mensen rond die bezig zijn met cultuur: er zijn muzikanten die voor een vrolijke noot zorgen op de Meir, fotografen die de mooiste beelden vastleggen, schilders die hun visie op doek brengen en ga zo maar verder. Daarnaast zijn er nog heel wat mensen die daar een brokje van willen meepikken. Voor al deze cultuurfanaten zijn er sinds 1999 de “cultuurantennes”, mensen die niet alleen klaar staan om je de nodige informatie te geven over cultuur in Antwerpen, maar die je ook graag willen adviseren en begeleiden als je zelf iets wil organiseren.

“De cultuurantenne is het eerste aanspreekpunt voor alle culturele informatie”, zegt Geert Gielis, cultuurantenne van het district Antwerpen. “Zo maken we het culturele aanbod kenbaar bij de inwoners door bijvoorbeeld de lokale activiteitenagenda van het stadsmagazine.” Als je lid bent van een vereniging, dan kan je de cultuurantenne dus maar beter op de hoogte brengen van je culturele activiteiten (ten laatste anderhalve maand op voorhand) zodat je evenementen in De Antwerpenaar aangekondigd kunnen worden.

 

Naast deze informatieve opdracht houden de cultuurantennes zich verder bezig met de ondersteuning van culturele organisaties. Ze kunnen je helpen als je op zoek bent naar de juiste apparatuur, een degelijke infrastructuur en mogelijke subsidiekanalen. Ook studentenverenigingen zijn welkom bij de lokale cultuurantenne, want naast poëzieavonden of tentoonstellingen helpen ze je verder om activiteiten te organiseren die de mensen dichter bij mekaar brengen zoals fuiven. “Met studentenorganisaties heb ik nog niet samengewerkt, dat zal in de nabije toekomst zeker nog gebeuren”, stelt Geert Gielis. “Al zullen individuele studenten al wel van onze diensten gebruik hebben gemaakt bij de tientallen oproepen die de cultuurantennes wekelijks te verwerken krijgen. Wel heb ik in het verleden locaties helpen zoeken voor de eindejaarstentoonstellingen van de Academie en andere tijdelijke naschoolse projecten.”

 

Ten slotte geven de cultuurantennes nog advies aan de verschillende beleidsniveaus van de stad. Ze stelden vorig jaar voor ieder district (Antwerpen, Berchem, Borgerhout, Hoboken, Wilrijk, Deurne, Ekeren, Merksem en Berendrecht- Zandvliet-Lillo ‘Bezali’) een lokaal cultureel beleidsplan op. “De andere taken van de cultuurantennes zijn sterk toegespitst op de lokale omstandigheden, aangepast aan de specifieke sterktes en zwaktes van het culturele veld en verenigingsleven”, vertelt Geert Gielis. Elk district heeft ondertussen een eigen cultuurantenne en zij weten als geen ander wat er nog ontbreekt in de lokale cultuur en kunnen zo een representatief overzicht bieden aan het stadsbestuur.

 

Ondertussen vinden steeds meer mensen de weg naar de cultuurantennes, die daarom hard blijven werken om de deskundigheid en herkenbaarheid verder uit te bouwen. Dit jaar zullen de cultuurantennes daarom een overkoepelend, stedelijk project opstellen. Verder blijven ze natuurlijk vooral bezig met buurtgerichte cultuurprojecten, zoals buurtfeesten, amateur-kunstenfestivals en workshops. De cultuurantennes willen bovendien graag iedereen leren kennen die in Antwerpen bezig is met kunst en cultuur. Dus als je schildert, muziek maakt, danst, acteert, in een vereniging zit of nog andere dingen doet, neem dan contact op met de cultuurantenne van jouw district. Zij zullen zeker openstaan voor al je ideeën en culturele plannen.

 

 

Meer informatie over de cultuurantenne van jouw district kan je vinden op de volgende website: www.cultuur.antwerpen.be/antennes. De cultuurantenne van het district Antwerpen, Geert Gielis, vind je in de Lange Gasthuisstraat, 2000 Antwerpen. Je kan bellen (03-201.35.05), faxen (03-201.35.11), of e-mailen cultuurantenne@stad.antwerpen.be.



het filmjaar 2003
01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
Jurgen Van Haecht

Hoe snel gaat de tijd, het nieuwe jaar is al bijna twee maanden ver. De examens liggen achter ons, en dus is er weer wat meer tijd voor allerlei leuks: een filmpje meepikken bijvoorbeeld. Welke films hebben de Antwerpse bioscopen zoal voor ons klaarliggen in de nabije toekomst?

Een eerste vaststelling is dat we weer veel grootheden mogen verwelkomen. Zo opende onlangs ‘Catch Me If You Can’, de nieuwste megaproductie van ‘superregisseur’ Steven Spielberg, wiens vorige film ‘Minority Report’ (met Tom Cruise) vorig jaar de zalen deed vollopen. De plot is eenvoudig: een meesterbedrieger (naar de historische figuur van Frank W. Abagnale) wordt geviseerd door een FBI–agent die hem absoluut te pakken wil krijgen. Maar sobere plot of niet, van Spielberg mag je altijd net iets extra’s verwachten, zeker wanneer hij het over historische personages heeft. Hij zorgde bovendien voor een aantrekkelijke cast, met Leonardo DiCaprio en Tom Hanks.

 

En dan is er de nieuwe prent van Steven Soderbergh: ‘Solaris’ (19/02) met George Clooney. Goed nieuws dus, want de combinatie van deze twee heren is altijd goed voor vuurwerk, denk maar aan ‘Out Of Sight’ en vooral ‘Ocean’s Eleven’. James Cameron (‘Terminator 2: Judgement Day’ en ‘Titanic’) vervolledigt het winning team als producer. In deze nieuwe film speelt Clooney een psycholoog die de situatie moet onderzoeken aan boord van een ruimtestation dat rond de planeet Solaris draait. Het lijkt sciencefiction, maar het is eerder een love-story in een sci-fi setting: hij komt ginds terug in contact met zijn overleden vrouw. Clooney komt overigens in maart nog eens langs, met een eigen film ‘Confessions Of A Dangerous Mind’ met Julia Roberts.

 

Na ‘Moulin Rouge’ verschijnt er rond deze tijdweer een musical: ‘Chicago’. Voor de verfilming van dit razend populaire Broadway-spektakel uit de jaren zeventig bracht regisseur Rob Marshall een indrukwekkende cast bijeen, met hoofdrollen voor Renée Zellweger, Catherine Zeta-Jones en Richard Gere. Het nogal slappe verhaal draait rond de vluchtigheid van succes. Maar zoals bij elke musical is de plot niet het belangrijkste, vooral de muziek en de dynamische mise-en-scène zorgen ervoor dat het een zeer genietbare film is geworden. ‘Chicago’ is meteen het voorbeeld van een tweede vaststelling over dit filmjaar: muziek is zeer belangrijk. Neem nu ‘8 Mile’ (26/02), het debuut van Eminem. Hij heeft zich omringd door bekwame mensen: Curtis Hanson regisseert en Kim Basinger speelt de rol van de moeder. Het is echter allemaal wat voorspelbaar (‘a star is born’), al betekent dat niet dat het geen film is om naar uit te kijken.

 

De kruisbestuiving tussen muziek en film is ook merkbaar aan het grote aantal muzieksterren dat zich met film bezighoudt. Zo is er ‘Swept Away’, van Guy Ritchie, met vrouwlief Madonna in de hoofdrol. Het koppel had waarschijnlijk gehoopt op een groot succes, maar in de US en UK was de film een enorme flop. Guy en Madonna richten nu alle hoop op het Europese vasteland. Grote budgetten staan dus blijkbaar niet altijd garant voor succes. Nee, dan liever het filmdebuut van ‘onze’ Tom Barman: ‘Anyway The Wind Blows’, is dan wel geen miljoenenproductie, maar lijkt toch meer dan de moeite waard. Spijtig genoeg is er -net als bij de cd’s van dEUS- nogal wat onduidelijkheid over de precieze details van de release: de film zou afgewerkt zijn tegen eind februari, maar het kan nog even duren voor hij uitgebracht zal worden (misschien pas na de zomer). Hoe dan ook, als Barmans film even goed is als zijn muziek zitten we gebeiteld.

 

Ten slotte is het ook opvallend hoeveel sequels we voorgeschoteld krijgen. Vooral vanaf mei worden alle registers opengetrokken met o.m. een nieuwe ‘Matrix’-film (en misschien nog één in november). Verder kruipt Angelina Jolie weer in de ‘huid’ van cyberbabe Lara Croft in ‘Tomb Raider 2’, zijn Drew Barrymore, Lucy Liu en Cameron Diaz terug als ‘Charlie’s Angels (2)’, mag ‘Ahnuld’ nog eens opdraven als Terminator (3: ‘Rise Of The Machines’), en ga zo maar door.

 

Aan jou om het kaf van het koren te scheiden. Maak er een geweldig filmjaar van!



een verslag
01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
md & ep

Zuiderpershuis, 6 februari 2003, 20u00 of net iets later. Op initiatief van Mourad Bekour bracht Turnhoutsebaan.net, een nieuwe organisatie uit Borgerhout die vooral op het internet actief is, Yves Desmet (De Morgen), Dyab Abou Jahjah (AEL), Jan-Pieter Everaerts (Diogenes) en Flip Voets (Raad voor de journalistiek) rond de tafel. Thema was de kwaliteit van de berichtgeving rond de moord op Mohamed Achrak op 26 november vorig jaar in Borgerhout. Wat volgde was zorgwekkend.

Wie, zoals wij, een inhoudelijke dialoog over journalistieke deontologie verwachtte, kwam bedrogen uit. Wie, en dat probeerden wij, onbevooroordeeld trachtte te luisteren, was een vreemde eend. Een al te brave moderator Tom Naegels (journalist) bleek niet in staat zijn panel bij de les te houden. Steeds weer namen persoonlijke agenda’s en misplaatste discussies de bovenhand. Een ontstellend zwakke Desmet kon geen vuist maken tegen de populist Abou Jahjah. Voets bleef wijselijk op de achtergrond en Everaerts was enkel met zichzelf bezig. Veel meer dan dit gewouwel naast de kwestie, stoorde ons echter de ondermijning van de dialoog. De vooringenomenheid die Abou Jahjah de media verweet, kwam des te schrijnender tot uiting in de kinderachtige reacties van zijn eigen militanten. Massaal applaus steeg op bij iedere sloganeske uitspraak van de aanvoerder, awoert-geroep deed elke kritische bemerking verstommen. Wát gezegd werd deed niet terzake, enkel door wie. Waar elke rationele grond voor deze extrem(istisch)e uitingen van samenhorigheid ontbrak, leken wij wel de niet-geassimileerde allochtonen.

 

Niet enkel het collectieve handjeklappen beklemde ons. Ook het feit dat Abou Jahjah de sfeervolle zaal bezette met een legertje duistere bodyguards, zou ons nog met een echt onveiligheidsgevoel kunnen opzadelen. Nu het debat toch al lang geen debat meer was, kregen ook de toeschouwers nog de kans op hun moment van glorie. De vragenronde werd voor ons de druppel die de emmer van het krediet deed overlopen.

 

Een allochtone journaliste getuigde over haar belevenissen in een internetcafé waar ze op zoek was naar de AEL-vrouwenpatrouilles. Geen meisje te bespeuren echter, wel een bende mannelijke AEL-activisten die haar onomwonden ‘hoer’ en ‘slet’ noemden. Een gedrag dat door het allochtone publiek in de zaal best gesmaakt werd. Onze blik richtte zich hoopvol op de nieuwe politieke leider van deze jongeren voor een gezondere reactie. “Wat verwacht je dan, dat is toch normaal”, was het onrustwekkende antwoord.



“Daar emme kik mijn hart verlo-oren”
01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
ja

Op de redactie van een Antwerps studentenblad moéten – bijna per definitie – een gezond aantal overtuigde Sinjoren rondlopen. Indien ook u met trots deze titel draagt, kent u als trouwe lezer ongetwijfeld de dwars-column ‘randstad’ van Mati en Waldo. Een bataljon virussen en microben met een eerder negatieve instelling weerhielden ons duo er deze maand van om hun tocht doorheen de scheldestad voort te zetten. U zal dan ook vergeefs zoeken naar hun bijdrage.

Een alternatief liet even op zich wachten, maar haalde nog nét de laatste pagina. Deze laatste pagina.

Tijdens de redactionele werkuren, wanneer de zon reeds lange tijd met haar stralen over andere continenten streelt, kroop een van onze fotografen uit de redactionele zolder.

De scherpe winterwind legde nog meer dan gewoonlijk de onzichtbare nadruk op de koele schoonheid van ‘s stads meest verlichte accenten. De gevoelige film (100 ASA om precies te zijn) legde legendarische en historische stadsburgers vast; u herkent linksboven Brabo op de Grote Markt en daarnaast Van Dyck aan de Meir.

 

Een schijnbaar verdwaald harmonciaspeler zat op diezelfde Grote Markt te mokken. “Geen kat op straat.” Voor twee euro poseerde hij vervolgens een dik half uur met veel enthousiasme voor het stadhuis. De lucht stroomde rijkelijk en harmonieus in en uit z’n longen en z’n instrument!
De ‘ijzeren noodbrug’ uit de jaren stillekes (linksonder) ligt vlak bij de plaats waar de vijfde foto (rechtsonder) is getrokken. U zou op de achtergrond van dit zicht op de Keizerlei het Centraal Station herkennen, indien de voorbijrijdende bus haar sporen niet had achtergelaten.



01/03/2003
🖋: 
Auteur extern
mb

Gelukkig nieuwjaar! (een beetje laat maar welgemeend) *** Ik hoop dat iedereen genoten heeft van zijn/haar vakantieweekje dat spijtig genoeg weer veel te kort was. *** De studenten van de universiteit van Parijs-Orsay hebben op dit gebied meer geluk. De instelling bleef namelijk een extra week gesloten. Door geldtekort en hoge stookkosten moest de universiteit bezuinigen. *** De enige oplossing om deze kosten te drukken, was de unief een tweede week sluiten. *** De Belgische universiteiten kennen dit probleem blijkbaar niet. Volgend academiejaar wordt er 30 miljoen euro extra vrijgemaakt voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. *** Dit krijgen we niet rechtstreeks in onze handen gestopt. *** De universiteiten zullen dit geld ontvangen in de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing ten laste van de werkgever (universiteit) over het loon voor wetenschappelijke medewerkers. (wel, het is alvast ingewikkeld genoeg). *** Het wiskunde- en natuurkundegebouw van de vrije universiteit van Amsterdam heeft een huisdier. *** Het lieftallige beestje, een bruine rat, heet Max en huist in het toilet. *** Gebruik van het toilet is niet aan te raden! *** Op de UIA zijn er in ieder geval ook huisdieren genoeg ! *** En hoe zijn de examens afgelopen? *** Iemand betrapt op spieken? *** 58 uniefstudenten uit Bangkok hadden dit jaar dikke pech. *** Of mag ik zeggen geluk bij een ongeluk? *** Zij werden betrapt met vibrerend ondergoed. *** Deze studenten hadden hun biepers in hun onderbroek gestopt om op die manier de antwoorden van de vragen te ontvangen. Hadden ze nu maar aan die trilfunctie gedacht… *** In een van de vorige dwars-nummers stond een oproep van het bedrijf Condomi, dat studenten zocht voor een natte droomjob. 10.000 studenten stelden zich kandidaat om tegen betaling een selectie condooms uit te testen. *** Slechts tien jongemannen kregen de kans om hun talenten te benutten. Ik vraag me wel af hoe de sollicitatie verliep… *** 11 studenten van de Our Lady Higher Secondaryschool uit Pudukurucchi (India) werden op basis van een wel heel bizarre reden van school gesmeten: ze hadden alle 11 een snor. *** De school verbood dit omdat het onhygiënisch en onfris zou zijn. Inmiddels zijn 8 van de 11 studenten bekeerd en gaan ze snorloos door het leven. *** Ik sluit deze keer af met een oproep van een student van de UA: *** Ik zoek het meisje met de fonkelende ogen dat vorige week in ‘t Kaf van de UIA zat. Je droeg een grijze broek en een zwarte jas en dronk een kopje koffie. Sinds ik je zag, kan ik aan niets anders meer denken. Spreken we eens af ? Je kan me altijd een mail sturen: bramzoektjou@hotmail.com.



dwars sprak met aanstormend geweld
25/12/2002
🖋: 
Auteur extern
Saskia Martens en Julie De Mul

Het hoofddoel van het MoMu is het publiek te betrekken bij heel het modegebeuren. De belangrijkste methode is het dynamische presenteren van de kledingstukken. In de toekomst zullen dan ook nieuwe, interactieve tentoonstellingsmethodes gebruikt worden. Een ander doel van het MoMu is extra aandacht besteden aan de hedendaagse Belgische ontwerpers. Niet enkel de internationaal bekende rotten in het vak, zoals Dries van Noten en Ann Demeulemeester, maar ook een jongere generatie ontwerpers zoals Lieve Van Gorp en A.F. Vandevorst worden gearchiveerd, bestudeerd en gepresenteerd.

Wij gingen op zoek naar de mening van de studenten van de Antwerpse modeacademie over dit hele gebeuren. Zij zitten voorlopig nog op de derde verdieping van een onopvallend appartementsgebouw in de Kammenstraat, maar binnenkort verhuizen ze naar de Modenatie, het gebouw dat ook het MoMu herbergt. We troffen de studenten mode aan in volle actie. Ondanks de hectische sfeer, voelden laatstejaarsstudenten Marijke en Slobodan en derdejaarsstudente Anna zich toch niet te beroerd om met ons hun visie te delen op de modeopleiding, de Antwerpse mode en het Modemuseum.

 

Wat is hier allemaal aan de gang?

Marijke De studenten van het derde jaar moeten vandaag hun werk, een etnisch kostuum, voorstellen aan de jury. In elk jaar van de opleiding wordt er van je verwacht een aantal silhouetten, volledige outfits, te creëren. In het eerste jaar ontwerp je een rok, een kleed en een experimenteel stuk. In het tweede jaar moet je een historisch kostuum namaken. In het derde jaar moet je je dan verdiepen in de klederdracht van een etnische stam. In het laatste jaar ontwerp je vrij twaalf silhouetten.

 

Anna, jij zit in het derde jaar. Wat heb je gemaakt?

Anna Het kostuum dat een getrouwde vrouw in Mongolië draagt (zie foto). Een vriend van me is in Mongolië op reis geweest en heeft me verteld over deze fascinerende kledij.

 

Deze modeopleiding lijkt veel aantrek te hebben, ook internationaal. Waarom hebben jullie Antwerpen gekozen om te komen studeren?

Marijke De modeacademie van Antwerpen staat in België nu eenmaal het hoogst aangeschreven, en terecht. Het ingangsexamen valt nog wel mee, maar daarna ook blijven is een andere zaak. We zijn het eerste jaar begonnen met 58 studenten en nu schieten er nog twaalf over.

Slobodan Een aantal vrienden van me uit Joegoslavië, waar ik vandaan kom, hebben ook hier gezeten. Thuis had ik al een opleiding mode gevolgd van drieëneenhalf jaar, maar die opleiding was veel technischer. Deze is creatiever en persoonlijker, onder andere door het kleine aantal studenten. Ik hou van de ruimdenkende stijl van de modeacademie.

Anna Hoewel ik uit Finland kom, ben ik hier toch min of meer toevallig verzeild geraakt. Mijn moeder geeft les architectuur in Antwerpen en de opleiding mode van de academie leek haar wel tof. Dus ben ik hier een kijkje komen nemen en gebleven.

 

Wat betekent het MoMu voor jullie?

Marijke De hele heisa rond het MoMu was voor ons niet altijd even positief. Op momenten leek het hier meer op een dierentuin dan op een school. We werden omgeven door Japanners met fototoestelletjes en journalisten. In een bepaald artikel werd het werk van een bij naam genoemde student volledig afgebroken. Dat is onterecht, wij zijn nog in opleiding! Het is wel leuk dat men de etnische kostuums die wij vorig jaar hebben gemaakt gaat tentoonstellen in het MoMu.

Slobodan Het is inderdaad aangenaam hiervoor erkenning te krijgen. In die kostuums hebben we enorm veel tijd gestoken en anders hangen die in de kast weg te kwijnen.

Marijke Voor ons is vooral het Flanders Fashion Institute (FFI, een overkoepelende instantie die de studenten van de academie en mode in het algemeen promoot, nvdr.) belangrijk. Zij bieden ons jobkansen door voor bepaalde projecten de geschikte ontwerpers te zoeken tussen de afgestudeerden aan de Antwerpse modeacademie.

Anna Het FFI steunt de studenten. Het doet er niet toe of je Belg of internationaal student bent.

 

Heb je Selectie 1: Backstage/Achter de schermen/Les coulisses in het MoMu gezien?

Anna Nog geen tijd gehad. Ik heb de laatste twee maanden aan dit etnisch kostuum gewerkt.

Slobodan Ik wel en ik vond sommige delen goed, andere iets minder. Algemeen had ik iets sterkere stukken verwacht. Heel indrukwekkend in de tentoonstelling is de groepering van kledij per kleur en de uitleg waarom men deze kleuren gekozen heeft. (Zwart absorbeert alle kleuren, wit reflecteert alles, rood is de kleur van bloed, leven en liefde, nvdr.)

 

 Bedankt! En nog veel succes!

 

 

Selectie 1/Backstage/Achter de Schermen/Les coulisses loopt nog tot 16 februari 2003. ModeMuseum Provincie Antwerpen - MoMu, Nationalestraat 28 2000 Antwerpen, www.momu.be. Toegangsprijs: 5 / 3 Euro - gratis op vrijdag. Openingsuren: di-zondag: 10u-18u, donderdag: 10u-21u maandag gesloten.



Het Antwerpse Filmmuseum
25/12/2002
🖋: 
Auteur extern
Anke Brouwers

Het zal niet de eerste keer zijn dat een argeloze wandelaar het Filmmuseum op de Meir binnendwarrelde en zich erover verbaasde dat dit zogenaamde 'museum' geen tentoonstelling herbergt. Wat hier wordt tentoongesteld zijn filmprojecties, elke avond om acht uur.

Het is de bedoeling films te tonen in die omstandigheden die de filmmakers oorspronkelijk voor ogen hadden: op pellicule, geprojecteerd op een groot scherm, in een verduisterde zaal en met publiek. Deze vier elementen zijn onmisbaar om de oorspronkelijke filmervaring weer op te roepen. Zoals voor de kunstliefhebber een reproductie van een schilderij in een boek niet te vergelijken is met het origineel, zo is de ervaring van een film in de bioscoop niet hetzelfde als een film bekijken op video of DVD. “Film verdient zo’n museum, omdat het nu eenmaal het belangrijkste medium van de twintigste eeuw is”, stelt programmator Frank Van der Kinderen.

 

De gevarieerde programmering biedt liefhebbers de kans om de hele filmgeschiedenis te ontdekken, van de stille film tot de digitale revolutie. Er moet ruimte zijn voor alle filmgenres, zoals bijvoorbeeld de western, film noir of musical, maar ook voor hele oeuvres van belangrijke filmmakers of acteurs. Romantische komedies met Cary Grant worden geprogrammeerd naast Russische propagandafilms. De filmkalender is vaak geïnspireerd op de actualiteit of speelt in op andere culturele instellingen, zoals bijvoorbeeld de Vlaamse opera en de Singel.

 

De Groote Verhuis

Binnen een jaar zal er heel wat veranderen. In oktober 2003 is er de grote verhuis van de Meir naar de Waalse Kaai, waar een nieuw gebouw onderdak zal bieden aan zowel het Filmmuseum als het Fotografiemuseum. “In de eerste plaats zal de infrastructuur erop vooruitgaan. Zo hebben we nu twee grotere en comfortabelere zalen, met nieuwe projectors.” En zo komen er ook een film bookshop, tentoonstellingsruimte en foyer. De extra ruimte zal worden benut om festivals te organiseren. “Dat hoeven niet strikt filmfestivals te zijn, maar kunnen ook art- of videofestivals zijn”, verduidelijkt Van der Kinderen. De samenwerking met het Fotografiemuseum en het MUHKA belooft geïntegreerde projecten op te leveren, film heeft immers verschillende raakvlakken met andere kunsten. Het Filmmuseum wil ook meer filmduiding aanbieden in de vorm van filmcursussen. “Natuurlijk blijft de eerste taak van het Filmmuseum het vertonen van goede films, van vroeger en nu.” Met zo’n 35.000 bezoekers per jaar doet het Filmmuseum het lang niet slecht. “Het gros van ons publiek zijn de 20 en 45-jarigen die ook naar theater en concerten gaan.” De matige belangstelling van jongeren ligt misschien aan de beperkte aandacht die het medium krijgt in de middelbare school, meent Van der Kinderen. Film wordt niet gewaardeerd als de zes andere kunsten en wordt zelden aangehaald in de lessen esthetica. Film wordt afgedaan als “slechts entertainment” hoewel het, net als literatuur trouwens, ook een visie op het leven kan geven. Bovendien zijn zwart-wit films (of films van voor 1985) voor velen onterecht synoniem met vervelend en traag. “En toch vinden meer jongeren geleidelijk aan de weg naar het Filmmuseum.”

 

Woody Allen rules!

De samenwerking tussen scholen, de universiteit en het Filmmuseum is de laatste jaren opgedreven. Zo worden er steeds vaker klassieke films vertoond in schoolverband en vanaf volgend jaar biedt de Universiteit Antwerpen een volwaardige M.A. Filmstudies aan, in samenwerking met het Filmmuseum. Van der Kinderen vertrouwt erop dat spoedig meer geïnteresseerden de weg zullen vinden naar het Filmmuseum om de klassieke film en zijn talloze visies op het leven te ontdekken. Ook Woody Allen baseerde zijn levensvisie op de klassieke Hollywoodkomedie. Hij citeert in dit verband Groucho Marx, een filmkomiek uit de jaren twintig, vooral bekend om zijn wisecracks. Toen iemand opmerkte “The food is terrible here” antwoordde Groucho: “And in such small portions!” Zo is het leven, toch?

 

 

Meer informatie kan je vinden op: www.dma.be/cvb/filmmuseum En over de Master-opleiding Filmstudies: www.ua.ac.be/main.asp?c=*MASFIL



brief uit de VS
25/12/2002
🖋: 
Auteur extern
Jacques Tempere

Hoi.

Ze lachen er daar niet meer mee, met de veiligheid, in Bushland. Een vooraanstaande Amerikaanse senator heeft hun houding ten opzichte van moslims (en hoofddoeken) als volgt samengevat: “iedereen die met een luier op zijn kop door de luchthaven wandelt, zou sowieso al verdacht moeten zijn.”

 

Ik had die dag nochtans geen luier op mijn hoofd.

 

Ik was braafjes van het vliegtuig gestapt, nikske semtex in mijn schoenen, en als smokkelwaar had ik alleen een onschuldig karrenvrachtje van vier kilo pralines in mijn valies. Die dingen zijn daar meer waard dan cocaïne.

 

Het eerste wat een mens moet doen als hij of zij in de Verenigde Staten landt, is door de immigratiedienst gaan. Ik word daar altijd bloednerveus van. Ik kan er niks aan doen, ze selecteren de bediendes van de immigratiedienst op hun rothumeur en hun paranoïde houding. Een mens voelt zich al vanzelf schuldig. Deze keer werd er mij echter niets gevraagd. De man tikte mijn reispasnummer in, en versteende. Ik kon zijn computerscherm niet lezen, maar aan de weerkaatsing van het licht op zijn mottige stropdas kon ik zien dat er iets aan het flitsen was.

 

Slik.

 

Het zweet brak me al uit. Verdoemme, ik mag hier al mijn pralines afgeven. OK, zolang ze geen plastieken handschoenen bovenhalen is ‘t voor mij nog in orde. Een State Trooper, te herkennen aan de witte bretellen en een pistool losjes in de holster, kwam op mij toe. Ze overdrijven hier toch wel voor pralines.

 

Hij bracht me bij de ondervrager, een man die duidelijk al veel gehaaide criminelen had gebroken. Mijn nerveuze houding en mijn gestotter maakten me alleen maar meer verdacht. Hij zei “It’s strange that you just arrived on a plane from Brussels, because the REAL Jacques Tempere entered the States in ‘97 and hasn’t left the country since then.”

 

‘t Ging dus niet over pralines.

 

Ik protesteerde, “maar mijnheer, ik ben dus wel de echte Jacques Tempere!” “Aha,” zei mijn ondervrager met een glinstering van overwinning in zijn ogen, “dan bent u hier al vijf jaar als illegale immigrant!” Ik moet zeggen, als een mens de keuze krijgt tussen opgepakt worden voor valse papieren of opgepakt worden voor illegale immigratie, ontstaat er een streepje aarzeling.

 

Om alles nog erger te maken, had ik het lef om te beweren dat er misschien een fout was gebeurd (maar zeker niet door u, mijnheer de ondervrager). Dan beweerde ik – en dit moet het laatste spoor van twijfel over mijn schuld hebben weggenomen – dat ik sinds 1997 al vaak het land was binnen- en buitengegaan zonder problemen. “Zozo, mijnheer komt hier binnen en buiten zonder dat wij het merken. Kunt u eens heel precies zeggen hoe u dat doet? U bevindt zich al in een erg lastig parket, werkt u eindelijk eens mee”.

 

Ik begon me al mentaal voor te bereiden op Guantanamo Bay, en een oranje pak. Hopelijk heb ik een vriendelijke kooigenoot.

 

Tot grote frustratie van de ondervrager, die al gloeide van trots omdat hij een stuk crapuul, waarschijnlijk een terrorist, had tegengehouden, bleek mijn reispas na controle echt. Hoe kwam ik aan de reispas van mijnheer Tempere? Na enige tijd wachten, kwam de ondervrager, nu met haat in de ogen, mij melden dat ik, rotzak die ik ben, gebruik had gemaakt van een achterpoortje in de wet en dat hij me niet KON tegenhouden, hoewel ik duidelijk zware fouten had begaan.

 

Ik snapte er niks meer van. Maar, blijkbaar was ik in 1997 met een groen papiertje (visa waiver) het land binnengekomen, terwijl ik nu – om te kunnen werken aan een Amerikaanse universiteit – een wit papiertje gebruikt had. En één van de onwrikbare immigratiewetten zegt dat ze mensen met een wit papiertje niet mogen aanhouden voor misdaden gepleegd tijdens het verblijf met een groen papiertje. Ik mocht dus gaan. “Next time you enter the States using the visa waiver program”, het groene formulier dus, “expect serious delays.” Mij maken ze niet meer wijs dat bureaucratie slecht is.

 

Juist, ja. En die vier kilo pralines, die hebben ze ook niet gestopt.

 

met verdachte groeten,

 

Jacques aka Jacques