01/11/2001
🖋: 
Auteur

Op academisch vlak gaat Antwerpen een ontzettend boeiende periode tegemoet. Een eerder praktisch aspect dat velen bezig houdt, is de verhuis zelf... Waar zullen de faculteiten en departementen zich in de toekomst bevinden? Hoe en wanneer zullen ze daar komen?

De gesprekken hierover bevinden zich nog maar in een pril stadium. De grove lijnen zijn echter al gekend: de exacte wetenschappen zullen naar de RUCA-campus verhuizen, de medische wetenschappen naar de UIAcampus en de humane wetenschappen naar Antwerpen-stad. Dit alles zal ervoor zorgen dat binnenkort ruim 60% van alle UA-studenten en personeelsleden in het centrum zal vertoeven. Van al wat volgt, is trouwens maar weinig echt zeker.

 

Antwerpen stad

De werken zijn al volop aan de gang. Aan de Kleine Kauwenberg bij UFSIA wordt een mega-aula gebouwd met 700 zitplaatsen, vier auditoria met 50 plaatsen en twee met 70 plaatsen. Het is de bedoeling dat de eerstejaars politieke en sociale wetenschappen, TEW en rechten hier tegen medio 2002 les kunnen volgen.

 

Maar er is meer. De Meerminne, bijvoorbeeld, zal tegen begin 2005 op de hoek van Kipdorp en de Sint-Jacobsstraat moeten staan. Het gebouw zal bestaan uit een grote toegangshal, zes auditoria, een reeks seminarielokalen en een 130-tal kantoren. In de Venusstraat worden tegen 2004 zes aaneengesloten panden (Fotogravure De Schutter) met de UFSIA-bibliotheek in de Prinsstraat verbonden. Het departement rechten hoopt zich er te vestigen.

 

Tevens werkt men aan een nieuw UA-rectoraat, dat men eind 2003 zal vinden in het klooster van de Grauwzusters in de Lange Sint-Annastraat. Aan de hoek van Kipdorp en de Prinsesstraat zal midden 2002 Residentie Peter Benoit verschijnen, waar de TEW zich zullen vestigen. Eens de PSW naar Antwerpen zijn getrokken, komt er ruimte vrij in de R-blok op de UIA, zodat tegen 2004 een deel van de faculteit geneeskunde hiernaartoe kan verhuizen. Het is immers de bedoeling dat tegen begin 2005 al een aanzienlijk stuk van het RUCA naar de UIA verhuisd is. Op termijn zullen de S- en T-gebouwen gebruikt worden voor labo-activiteiten, terwijl het R-gebouw ruimte zal bieden aan bibliotheken en administratie. Voor de daaropvolgende uittocht van de rechten zal veel afhangen van hoe vlot de bouw van De Meerminne zal verlopen.

 

Op den buiten

Op de UIA-campus komen dus op termijn de faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen en de faculteit Geneeskunde terecht. Er wordt op de UIA trouwens een futuristisch gebouw voor de dierenartsen neergepoot, nota bene door het RUCA. Op de Groenenborger-campus van deze laatste zal de volledige faculteit Wetenschappen neervlijen, op het departement wiskunde-informatica na, dat zich op het Middelheim thuis zal moeten gaan voelen.



01/11/2001

Het hoger onderwijs in Antwerpen beleeft turbulente tijden, met in het oog van de storm de lokale universiteit. Een hoofdrol daarin is weggelegd voor haar superrector Francis Van Loon, reeds de tweede persoon in die functie. Met ons vragenlijstje in de hand en een fotograaf aan onze zijde trokken we naar het kleine rectoraat in de Lange Nieuwstraat. We vroegen ons bijvoorbeeld af hoever het nu staat met de fameuze eenmaking van de Universiteit Antwerpen.

Francis Van Loon Hoewel de integratie al lang werd doorgevoerd, is de eigenlijke fusieoperatie nog aan de gang. We komen 18 december terug bij elkaar. Daar leggen we hopelijk een globale tekst op tafel, waarover we opnieuw zullen onderhandelen. In deze tekst zullen vooreerst de nieuwe juridische vorm van de UA staan. Er zal ook een voorstel voor bestuursstructuur in staan, met aan het hoofd een rector, de nieuwe Raad UA en een bestuurscollege, enzovoort. Maar ook de relatie van de nieuwe UA met haar studenten komt aan bod in die basistekst.

 

Op naar de minister!

Van Loon Ik hoop dan ergens in het voorjaar met een definitieve tekst van een overeenkomst naar de instellingen te kunnen gaan en daar moet men ja of nee zeggen. Maar daar eindigt het niet. Met dat protocol moet ik naar de minister gaan, want er moet een nieuw decreet op de UA komen. Dat zal ongeveer een jaar duren. Als ik dus midden 2002 met die basistekst naar de minister kan gaan, zal tegen de zomervakantie van 2003 het decreet betreffende de nieuwe UA er liggen. Die UA wordt dan de rechtsopvolger van de drie instellingen RUCA, UFSIA en UIA.

 

Komen er op dat moment dan ook UA diploma’s?

Van Loon Ja, het betekent niet minder dan de volledige fusie van de drie instellingen. De minister heeft het laatste woord hierin, zeker wat betreft het RUCA, een rijksinstelling en de UIA, een openbare instelling sui generis. Beide zullen worden opgeheven. De UFSIA heeft het laatste woord over zichzelf.

 

Op dat moment verdwijnen dus ook de namen RUCA, UFSIA en UIA?

Van Loon Nee, misschien vreemd, maar dit betekent niet automatisch dat de namen RUCA, UFSIA en UIA ook gaan verdwijnen. We zitten immers met een resem aan statuten die verschillen tussen de drie instellingen, voornamelijk voor het administratief en technisch personeel. Voor dit ATP komt er wel een nieuw statuut, maar men kan de oude werknemers niet verplichten om over te stappen. Het zou dus kunnen dat bijvoorbeeld het RUCA moet blijven bestaat omdat een bepaalde werknemer niet wil overstappen naar het nieuwe statuut. Voor de studenten zal dit echter geen gevolgen hebben. Voor hen en ook naar de buitenwereld toe denk ik dat de UA een feit zou kunnen zijn vanaf ten vroegste 2003-2004. Maar er blijven knelpunten, waarover ik liever niet zou uitweiden.

 

Waar situeren zich die knelpunten?

Van Loon Er zijn verschillende invalshoeken vanuit de drie instellingen, bijvoorbeeld betreffende de bestuursstructuren. Dit zijn dingen waar je serieus over moet nadenken. Wat wel vastligt, is dat de UA een pluralistische instelling wordt. Pluralisme met voldoende aandacht voor verschillende levensbeschouwingen. Geen eenheidsworst, geen grijze massa. We moeten trachten ons hierin te onderscheiden van andere universiteiten, die neutraal zijn. Wij willen niet neutraal zijn. Er komt zelfs een speciale denkgroep rond dat pluralisme, die nog moet worden opgericht. Er worden negen personen gesuggereerd, drie per instelling, maar hen moet ik echter nog contacteren. Dit is enkel maar een denkgroep, die de oprichting van een heus reflectiecentrum moet voorbereiden.

 

Gehandicapt

Heeft de UA de ambitie om haar imago van provincie-universiteit te ontgroeien?

Van Loon Ik denk niet dat we ooit een provincie-universiteit geweest zijn. Sommigen denken dat natuurlijk wel. We hebben namelijk een aantal handicaps, waarvan de grootste onze onvolledige onderwijsbevoegdheid is. Antwerpen heeft maar een derde van de onderwijsbevoegdheid van Leuven en minder dan de helft van die van de VUB; desondanks hebben we meer studenten dan de VUB. Deze handicap sleep je natuurlijk in alles mee. Temeer daar die onderwijsbevoegdheid vastligt in de wet. Dit is anders dan in Nederland, waar de universiteiten zowat kunnen inrichten wat zij willen.

 

Wat ziet u hieraan veranderen in de nabije toekomst, of wat hoopt u dat er zal veranderen?

Van Loon Ik hoop dat we het onderwijs verticaal kunnen doortrekken, dat wil zeggen dat we van bepaalde opleidingen ook de licenties zullen kunnen aanbieden. Ik spreek hier over de richtingen wijsbegeerte, geschiedenis en bio-ingenieur, deze laatste in samenwerking met de VUB. Ik heb goede hoop dat dit er op vrij korte termijn kan komen, bij de definitieve start van de UA. Maar daarnaast vragen we ook een verbreding: we hopen onderwijskunde te mogen inrichten en een beperkt aantal richtingen in de toegepaste wetenschappen.

 

Een richting in de toegepaste wetenschappen? Is het gebrek aan een opleiding burgerlijk ingenieur geen oud Antwerps zeer?

Van Loon Wij spreken zeker niet meer over ingenieurs, wij spreken over toegepaste wetenschappen. Dat is niet hetzelfde.

 

Er is toch geen verschil?

Van Loon Niet noodzakelijk. In Nederland bijvoorbeeld heeft men toegepaste scheikunde, toegepaste natuurkunde, en dat worden geen ingenieurs. Je moet het dus in de Europese context bekijken. Bovendien werkt het woord ingenieur als een rode lap op de andere universiteiten, die deze opleiding natuurlijk maar al te graag uit Antwerpen weg houden.

 

Vanwaar deze vraag tot verbreding? Hoe motiveert u deze nieuwe richtingen in Antwerpen?

Van Loon Dat moet je zien in het kader van de Associatie Antwerpen. Daar is de context immers anders, omdat er wel ingenieursopleidingen aanwezig zijn in de hogescholen, namelijk de Hogeschool Antwerpen en de Karel De Grote Hogeschool. Binnen de Associatie is het de bedoeling om de twee cycli opleidingen in de hogescholen een academisch karakter te geven. Deze opleidingen kunnen echter pas een academisch statuut krijgen als het equivalent in de bijhorende universiteit aanwezig is. Dat is vooralsnog in Antwerpen niet het geval. We hebben in dit kader dus problemen met het academiseren van de industrieel ingenieurs. Hier zal wellicht een oplossing uit de bus komen.

 

Hoe realistisch zijn die toekomstplannen?

Van Loon Het is al twintig, dertig jaar zo dat het vanuit Antwerpen vechten is om een aantal dingen gerealiseerd te krijgen. Zo was het vechten voor de UA, en nu is het vechten voor de onderwijsbevoegdheid.

 

Onlangs schreven de vier rectoren hieromtrent een boze brief naar de minister. In een reactie in Gazet van Antwerpen sprak zij over de “vier Antwerpse universiteiten”. Wordt de UA wel serieus genomen?

Van Loon Och, de minister weet goed genoeg wat de context is. Dit behoort ergens ook tot het politieke spel. Hetgeen naar buiten gaat en hetgeen intern gebeurt is natuurlijk iets anders.

 

Een Associatie in Antwerpen

De Associatie Antwerpen is niet enkel een papieren intentieverklaring?

Van Loon Nee, Antwerpen speelt al langer met de idee van de samenwerking tussen de hogescholen en de universiteiten. Ik denk dat we daar in Antwerpen best wel ver in willen gaan. We denken dan bijvoorbeeld aan kwaliteitszorg, samenwerking op de terreinen van infrastructuur en sociale voorzieningen. We proberen daar ook een voortrekkersrol te spelen. Eigenlijk bestaat er zelfs al een hele tijd een samenwerking, bijvoorbeeld in de sociale sector met Kotweb. Op een aantal terreinen zijn er dus al contacten, maar die willen we nu sterk verdiepen.

 

Hoe zit het met de studenten-vertegenwoordiging binnen de Associatie Antwerpen? Dit punt werd in de toespraak van een student bij de opening van het academiejaar aangehaald, in negatieve zin wel te verstaan.

Van Loon Waar staan we nog maar met de Associatie? In haar uiteindelijke vorm mag dit hoegenaamd geen probleem zijn, maar heden is er bijvoorbeeld nog geen decreet. Net zoals in de UA zal er plaats zijn voor vertegenwoordiging uit alle geledingen, inclusief de studenten. In het kader van de UA zullen in het voorjaar werkgroepen opgestart worden waarin wordt nagedacht over werkbare oplossingen. Ook de studenten zullen daarvoor gevraagd worden. Het liefst zou ik zien dat ze hun vertegenwoordiging zelf organiseren, een verregaande vorm van zelfregulering. Ook betreffende de financiering.

 

Waar ziet u uzelf in dit hele hervormingsproces?

Van Loon De rol van mijn mandaat loopt volledig samen met de eenmaking. Dat is, samen met de bevoegdheidsuitbreiding, het hoofddoel van mijn rector-voorzitterschap.



01/11/2001
🖋: 

Eén oktober lijkt nieuwjaar wel: je staat op met een fikse kater want je hebt het einde van een fantastische tijd gevierd, kijkt vooruit naar maandenlange gevechten met cursussen en proffen, en midden al dit geweld hou je toch tijd over voor goede voornemens. Je zal altijd naar de les gaan, je centen proberen te sparen om toch eens fatsoenlijk met vakantie te kunnen, en je gaat iets aan je conditie doen.

Fitnessen, lopen, zwemmen, squashen, judo en weet ik wat nog meer. Al weken ben je op zoek naar een manier om collega-studenten te overtuigen mee te doen en ren je van de ene sportwinkel naar de andere om de perfecte outfit. Alleen, waar ga je het allemaal doen, wat ga je juist doen, en wat kost het allemaal? Omdat we weten hoe prangend deze vragen zijn, hebben we alles voor jullie even op een rijtje gezet, kwestie van toch één van die goede voornemens effectief in daden om te zetten.

 

Aan sportaanbod geen gebrek dit academiejaar; zowel op de UIA, het RUCA als op de UFSIA houden sportraden en -praesidia zich bezig met het volstouwen van een sportkalender 2001-2002. Daarin de klassieke evenementen, de steeds fel bevochten interfak-competitie en zelfs extra-universitaire activiteiten. Laten we vooral bij het begin beginnen: De Sportkaart, te verkrijgen bij het sportpraesidium van je eigen campus, is de eerste stap om überhaupt aan sporten te kunnen denken. Ze is vereist om aan de sportwedstrijden te kunnen deelnemen, om de zalen te gebruiken, en van de kortingen te kunnen genieten. Daarbij ben je meteen ook verzekerd voor het geval je tijdens de activiteiten iets moest overkomen, en dat alles voor 4,96 euro. Gewapend met je sportkaart kan je dan op de drie campussen terecht om je energie kwijt te spelen.

 

Sport op de RUCA-Campus

De campus die op sportgebied het meest in het oog springt is de Middelheimcampus van het RUCA. Een gigantische sporthal en sportterreinen zijn gastheer voor een enorm aanbod aan activiteiten, waarvan de meeste georganiseerd worden door Sportopolis. De enige adder onder het gras is dat Sportopolis los staat van de universiteit, en je dus nog zal moeten bijbetalen. Positief is dan weer dat je voor amper 15 euro een heel jaar van de faciliteiten kan gebruik maken (enkel voor de fitnessruimte betaal je nog 1,98 euro per keer), en dat betekent elke dag tot 18u bloed, zweet en tranen vergieten, calorieën verbranden en vooral niet op je kot zitten studeren. Zaalvoetbal, basket, volleybal, badminton, squash en tafeltennis kan je op jezelf organiseren, voor taekwondo, hiphop, karate ... kan je lessen nemen.

 

Sport op de UFSIA-Campus

Ook op de campus in het hartje van de Metropool komt de sportieve student aan zijn trekken. Tae-Bo (+ 1,25 euro per keer) en Trampoline op kop, staat UFSIA voor een heel gevarieerd aanbod aan zaalsporten, steeds op eenvoudig vertoon van sportkaart. Verder zijn er heel het jaar door competities badminton, basketbal, tennis, zaalvoetbal en volleybal. Voor paardrijden moet je bijbetalen, bridgelessen zijn gratis en in de loop van het academiejaar bericht de sportraad steeds weer nieuwe activiteiten op de sportvalven.

 

Sport op de UIA-Campus

De sportraad van de UIA heeft een heel gedetailleerde weekplanning uitgewerkt, en reservatie is voor de meeste activiteiten absoluut noodzakelijk. Hier springen vooral de tennisterreinen in het oog, naast de klassieke rij zaalsporten en de 12-urenloop in samenwerking met Stuwer-ASK.

 

Interfak-competitie

De enige competitie die de vergelijking met het wereldkampioenschap voetbal doorstaat, waarvoor studentenclubs een cantus willen verschuiven en decanen uit de bol gaan. De ultieme krachtmeting waar faculteiten elkaars vijanden worden en strijden om een plaats onder de sterren. Historisch zijn de gevechten, de emoties diep en echt. Wie de interfaktrofee binnenhaalt is een held, een god.

In zowat alle klassieke disciplines houden de drie campussen interfakwedstrijden. De punten, behaald in de verschillende disciplines, worden samengeteld tot er maar één winnaar overblijft, no time for losers, nietwaar Freddy?

De wedstrijdkalender ligt al klaar, en de inschrijvingen lopen al, dus wie erbij wil zijn moet zich haasten, uw sportpraeses zal u dankbaar zijn.

Ook supporters laten zich nooit onbetuigd op deze evenementen, en als studentenkrant zullen wij onze verplichting nakomen en ruim verslag uitbrengen van de belangrijkste wedstrijden.

 

Voor verdere informatie over het sportgebeuren aan de universiteit, kan je steeds terecht bij het sportpraesidium van je eigen campus.

 

Spectaculair

De BBL Futuris Karting Endurance is de eerste van de UA-activiteiten die echt tot de verbeelding spreekt. Al jaren zijn de karting-namiddagen van de drie campussen een gigantisch succes; dat in het licht van de eenmaking een gezamenlijke organisatie ontstond lag dus voor de hand. Hoofdsponsor BBL organiseert samen met de UA commissie Sport op dinsdag 20 november in de Indoor Racinghal een klassieke karting-uithoudingsrace: twaalf faculteiten in evenveel teams, zeven studenten per team, 150 minuten geronk en gefluit van laaghangende vliegmachientjes. Versterking en steun (naast die van een hele schare trouwe en fanatieke supporters) krijgen de piloten van hun eigen Bekende Vlaming en dat voor twee keer tien minuten. De rest laat zich raden: de winnaars gaan op reis, de verliezers mogen zich aan gratis vaten tegoed doen. Een absoluut niet te missen spektakel voor iedereen die iets heeft met verbrand rubber, helmen en razendsnelle rondetijden.



tentoonstelling Körperwelten
01/11/2001
🖋: 
Auteur

Komt dat zien, komt dat zien…, de lokroep van het sensationele heeft zijn echo teruggevonden. Na het this-is-life-voyeurisme van Big Brother, is er nu ook het this-is-death-voyeurisme op de tentoonstelling Körperwelten in Anderlecht.

De media besprongen wellustig en niets ontziend de getoonde technische prestatie, om haar tot een morbide spektakel te verkrachten. De controverse die zij zo verwekte bij haar publiek, blijft zorgen voor een massale belangstelling. Voerde de pers echter wetenschappelijke nauwkeurigheid en objectiviteit niet als primaire kleuren in haar vaandel?

 

Dat je in Anderlecht plastinaten van hele en stukken mensenlichamen kan bezichtigen, is onderhand wel bekend. Maar wat nu juist een plastinaat is, verdwijnt al te vaak tussen de plooien van de polemiek. Het plastinatieproces bestaat uit vier fases. Om te beginnen, fixeert men het te behandelen lichaam(sdeel) met een traditioneel fixatiemiddel. Vervolgens ondergaat het drie aceton-baden bij een temperatuur van -25°C voor dehydratatie, gevolgd door nog een vierde bad bij kamertemperatuur voor ontvetting.

 

Dan volgt de centrale fase van het proces: het lichaam, doordrenkt met de vluchtige aceton, wordt in een polymere (chemische verbinding opgebouwd door toevoeging van gelijksoortige moleculen) oplossing geplaatst. In een vacuüm wordt de nu gasvormige aceton uit het lichaam verwijderd. Het zo ontstane volumeverlies wordt opgevuld door het polymeer (bv. silicone) dat gekozen wordt op basis van het behandelde lichaamsdeel. Tenslotte wordt het lichaam duurzaam gemaakt door middel van gas, licht of warmte, afhankelijk van het gebruikte polymeer.

 

De techniek van het plastineren laat toe om de anatomie van de mens op een uiterst visuele manier voor te stellen. Spiergebruik bij allerhande bewegingen, het bloedvatenstelsel, het verschil tussen een gezonde long en een met teer besmeurde rokerslong; het zijn enkele van de lichaamswerelden die voor de bezoeker geopend worden.

 

Wanneer sommigen deze tentoonstelling luidkeels degraderen tot een immoreel visueel kannibalisme, getuigt dit mijns inziens enkel van een beangstigende inconsequentie. Waarom hoor ik diezelfde bezwaren namelijk niet dagelijks, wanneer we in de media live geconfronteerd worden met dood en verderf van duizenden in al dan niet ‘humanitaire’ oorlogen?

 

De media zijn echter niet over de ganse lijn schuldig. Zij appelleren tenslotte aan een bepaalde tijdsgeest. De organisator van de tentoonstelling en tevens uitvinder van de plastinatietechniek, Prof. Gunther von Hagens, doet dit ook, hoe idealistisch en oprecht zijn intenties ook mogen wezen. Gadgets en misvormde foetussen leiden af van het opzet van de tentoonstelling: het fascinerende en complexe van het menselijk lichaam. Het zijn echter de bezoekers die zich maar wat graag massaal verdringen voor diezelfde misvormde foetussen.

 

Een groot deel van het publiek heeft duidelijk behoefte aan het sensationele om het onbekende te kunnen verwerken. Ook vele kritieken gaan daar op terug: het onvermogen van de mens om de confrontatie met zijn eigen naakte ‘ik’ aan te gaan. Ontdaan van zijn vel (een beeld van de tentoonstelling), lijkt de mens ook ontdaan van zijn zelfzekerheid. Het conserveren van het lichamelijke over de dood heen, schijnt echter voor velen ook een geruststelling omtrent hun eigen sterfelijkheid te impliceren. Het wetenschappelijke objectief ‘dit is de mens’ verplaatst zich daarmee naar het spirituele subjectief:‘wie is de mens?’

 

 

‘Körperwelten’, nog tot 24 februari van 9 tot 23 uur in de Kelders van Cureghem, Ropsy Chaudronstraat 24, Anderlecht. Volwassenen 11 euro, studenten 8 euro.



Vrijdagavond 19:00
01/11/2001
🖋: 

Hierboven, De Salamander, Lange Sint-Annastraat 2-4. Heeft naast de opvallende ton ook een flipperkast en pintjes voor 1,30 euro. Naast de basis-snacks serveert men er naar eigen zeggen ook “massa’s cocktails”.

 

Hieronder, het Agora-Caffee, de centrale bar voor elke UFSIA-student. Tot tien uur ‘s avonds kan je hier de betere snack naar binnen spelen. Bij de betere sportmatch nestelt de student zich ook en masse en knus voor een groot scherm.

 

 

Hierboven, De Muze, Melkmarkt 15. Het betere jazzcafé biedt u door de week geregeld optredens. Tijdens deze sessies stijgen de consumpties plots om en bij de halve euro in prijs. Die muzikanten komen daar inderdaad niet voor niets hun ding doen, of wat dacht u?

 

Hieronder, Kassa 4, op de Ossenmarkt. Omringd door ouderwetsige doch stijlvolle spiegels, badend in een gemoedelijke sfeer drinkt ge er voor 1,40 euro uw pintje. De tapas zijn er trouwens te verkiezen boven de soep.



UA = UFSIA + UIA + RUCA
01/11/2001
🖋: 

UFSIA

In 1852 opgericht als Sint-Ignatiusinstituut, met middelbaar onderwijs.
Mettertijd hernoemd tot Ecole spéciale de commerce et d’Industrie, what’s in a name?
Rond 1902 begon men met hoger onderwijs in de Ecole supérieure de commerce, dat uitgroeide tot de Sint-Ignatius Hogeschool.
Samen met het RUCA werd in 1965 de UFSIA geboren, waarmee het universitair karakter van de instelling ook werd vastgelegd.

 

 

UIA

Opgericht in 1971, om de licenties en doctoraten te verzorgen van een groot aantal richtingen waarvan enkel de kandidaturen op het RUCA en de UFSIA werden gegeven.
Dit programma werd aangevuld met een waaier van zogenaamde voortgezette academische en postacademische opleidingen.
De UIA was van bij de oprichting een pluralistische instelling.
De plannen van de UA-rector-voorzitter om een denkgroep op te richten rond het pluralisme, in de UA, deze keer, doet vermoeden dat het huidige UIA-pluralisme niet optimaal is.

 

 

RUCA

In 1852 opgericht als Hoger Handelsgesticht.
Geëvolueerd tot Rijkshandelshogeschool, of om het met de taal des tijds te zeggen, l’Institut Supérieu de Commerce de l’Etat.
Mettertijd kwam ook het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVT) onder deze vleugels.
In 1965 kreeg Antwerpen de toestemming om universitair onderwijs te voorzien, het RUCA ontstond.
Samen met de RUG werd het RUCA een openbare instelling in 1991, het Universitair Centrum Antwerpen.