Overslaan en naar de inhoud gaan
universiteit maatschappij cultuur onderzoek Antwerpen opinie satire editoriaal poëzie column

DE VERKENNINGSDAGEN: VIJFTIG JAAR OVERNACHTEN MET EERSTEJAARS

Toen Paul Eylenbosch in 1976 met 74 eerstejaars naar Essen trok voor een weekend ‘in kampstijl’, kon niemand vermoeden dat daar een traditie voor de volgende vijftig jaar zou ontstaan. Na twee jaar in Essen en 48 jaar op de Hoge Rielen in Kasterlee krijgen de Verkenningsdagen nu een nieuwe wending: vanaf volgend jaar geen slaapzakken meer. Hoe groeide dat eerste kamp uit tot een vaste waarde voor generaties studenten? En hoe gaat het nu verder? dwars duikt in vijftig jaar Verkenningsdagen.
 

— Thijs van Dam

Vanuit de parochieraad, de voorloper van de Pastorale Dienst, kwam het idee om nog voor de eerste lesdag met eerstejaars op pad te gaan. Hoe het eerste jaar verliep? “Bijzonder primitief”, vertelt Paul Eylenbosch, die destijds als 22-jarige TEW-student en pastoraal medewerker gezien kan worden als een van de initiatiefnemers. “Zelfs in tenten”, voegt hij toe. “Samen met het college van het Eucharistisch Heilig Hart in Essen was afgesproken dat we activiteiten mochten doen.” Het doel? “De anonimiteit doorbreken. Het idee was simpel: eerstejaars met behulp van ouderejaars kennis laten maken met het reilen en zeilen van de unief, destijds nog UFSIA.”
 
Net als dit jaar gebeurde dat vijftig jaar geleden ook tijdens een driedaagse. “Het eerste deel is: wie ben je en waar kom je vandaan? De tweede dag gaat over: waar gaan we naartoe? Het studentenleven wordt geëvoceerd. De derde voormiddag: waar ga en sta ik? Waarvoor wil ik me engageren? Met wie vorm ik een clubje?” Met die gedachten werd het programma samengesteld, iets wat jaren later nog steeds herkenbaar is. 

Iets wat de laatste jaren echter minder herkenbaar is, is Paul Eylenbosch’ inspiratie ‘Ik drink op de mensen’ van de Nederlandse cabaretier Paul van Vliet. Doorheen de jaren las hij dat steeds tijdens de slotkring voor. “Als de studenten echt mijn voeten uitgehangen hadden, las ik het niet”, verwijzend naar ouderejaars die enkel meegingen om te drinken. “Als je alleen maar kan drinken, ga dan naar huis, maar ik ga het niet lezen. Verdwijn!”, zegt hij. “Gelukkig is dat niet vaak voorgekomen.”

“Wat we deden was levend leren, een ervaringsgericht vormingswerk. Als je een driehoek tekent met een cirkel daarrond, is de wereld de omgeving. De eerste hoek van de driehoek is ‘ik’, de tweede hoek ‘wij’ en de derde ‘wat wil ik met anderen in de wereld doen vanuit mijn studie?’ Dat is eigenlijk een korte samenvatting van de Startdagen.” Startdagen? Ja, Startdagen. In 1976 heette wat we vandaag de Verkenningsdagen noemen ‘Contactweekend voor eerstejaars’. In de jaren die volgden, noemde men het Startdagen en uiteindelijk, door de vorming van UAntwerpen door de fusie van drie Antwerpse universiteiten RUCA, UFSIA en UIA, veranderde de naam naar Verkenningsdagen, jawel.
 
De driedaagse was meteen een succes. In het verslag van de parochieraad van 29 september 1976 staat geschreven: “Het WE overtrof alle verwachting, zowel naar aantal als naar inhoud.” Het verliep “zoals voorzien. Het plenum van zaterdagavond werd verschoven naar zondagmorgen en vervangen door volksdansen die een groot succes kenden.” Het kopje ‘evaluatie’ werd gevolgd door ‘in die geest en sfeer doorgaan’. 
 

verandering 
 

Doorheen de jaren is de essentie hetzelfde gebleven. In 1978, twee jaar na de eerste reeks, maakten de tenten in Essen plaats voor gebouwen op de Hoge Rielen. Gert Van Langendonck, die samen met Ken Hendrickx en Tinne Nijs instaat voor de organisatie van de afgelopen edities: “De stijl is wel veranderd. Het bezinnende aspect, dingen die altijd in vraag worden gesteld, werd alsmaar losser. Het groepsbevorderende, het sociale, het feesten en de studie-informatie werden belangrijker. Waar wil ik naartoe met mijn leven? Waarom heb ik deze studiekeuze gemaakt? Dat soort vragen worden minder en minder gesteld. Terwijl dat wel een belangrijk aspect is van de studiekeuze, want dat is ook een levenskeuze, maar mensen zitten daar niet altijd op te wachten. In het nieuwe programma kunnen mensen daar wel voor kiezen, dat is dan complementair aan het brede – wat vlakkere – onthaal.” 

“De zeden zijn ook veranderd”, vertelt Gert. “Vroeger was het perfect normaal dat een ouderejaars en een eerstejaars zich tot elkaar aangetrokken voelden en op de TD iets anders deden dan dansen, maar nu valt dat radicaal onder grensoverschrijdend gedrag. Als ouderejaars sta je in een gezagspositie. Tijden veranderen.” Hetzelfde geldt voor alcohol. “In het begin was er geen water op de cantus. Nu is het ondenkbaar om enkel bier aan te bieden.” 

Het programma is, zoals gezegd, weinig veranderd. “‘De Drie Wijzen’ is er als laatste uitgegooid. Proffen vertelden fictieve en echte verhalen over iets wat ze hadden meegemaakt, vaak gerelateerd aan de unief”, vertelt Tinne. Ken voegt toe: “De hoofdinsteek was dat eerstejaars dan zagen dat proffen en assistenten ook maar mensen waren.” 
 
Het klinkt allemaal leuk, dus waarom zou het stoppen? “Het aantal inschrijvingen is te laag, net als de kwaliteit van de gebouwen”, begint Gert. “De meerwaarde om naar ginder te trekken is weggevallen. (Wel voor jeugdbewegingen, maar niet voor studenten van een gezegende instelling als de onze.) De prijzen van de Hoge Rielen zelf zijn ook gestegen, net als die van de bussen en de maaltijden.” Gert ziet bovendien een zwakte in de overnachtingen.Net de studenten met minder sociaal kapitaal die een kennismaking het hardst nodig hebben, bereik je er volgens hem minder makkelijk mee.
 

mooie momenten 
 

Wanneer we Eylenbosch vragen naar zijn mooiste herinnering aan de Startdagen, vertelt hij nostalgisch over iets wat zijn toenmalige collega Ann Van Engeland georganiseerd had: “De bijeenkomst voor twintig jaar Startdagen. Ik wist op voorhand niet dat dat ging gebeuren. Dat was een mooi eerbetoon.” Hij voegt toe: “Er zijn zelfs oud-studenten die me jaren na de Startdagen vragen of ik peter wil zijn van hun kindje. Als iemand zegt dat die aan dergelijke initiatieven deugd heeft beleefd, dan verguldt dat mijn inspanningen.” 

Gert antwoordt op dezelfde vraag: “Alle ondeugende verhalen houd ik voor mezelf”, lacht hij. “Niet dat dat er zoveel zijn”, voegt hij toe om speculaties tegen te gaan. “Het jaar dat we lichtjes in de bomen hebben gehangen, toen was plots die duisternis rond gebouw 35 weg – het was plots een festivalweide. Dat hadden we misschien tien jaar eerder moeten doen”, blikt Gert terug. “Ik ben mezelf aan het censureren. Niet alles wat ’s nachts in een bos gebeurt, wat eigenlijk heel goed meevalt, moet verteld worden.” 
 

wat nu?
 

Na twee jaar kamperen en 48 jaar Hoge Rielen is het tijd voor iets nieuws. Maar wat? “Het moet niet blijven. Ik versta wel dat het niet vanzelfsprekend is om op een bus te stappen en in de bossen van de Kempen te gaan”, oordeelt Eylenbosch. Gert vult aan: “Het is niet het einde van de Verkenningsdagen, het gaat verder in een andere gedaante.” Hij is ook zo vrij om ons van wat organisatorische wijsheid te voorzien: “Het is belangrijk dat het over de faculteiten heen georganiseerd blijft, zo blijft het onafhankelijk van de inspiratie van de faculteiten. Net als het essentieel is dat de inhoud en het werk grotendeels door studenten gedragen worden. Enkel als de universiteit, de ouderejaars en de clubs samenwerken, bereik je dat. Als je de clubs alles alleen laat doen, komt het accent op het feestende studentikoze. Als je de universiteit laat doen, wordt het een lezing in een aula. Het is die wisselwerking over de faculteiten heen die de kracht is van de Verkenningsdagen.” Een ander belangrijk punt is gelijkwaardigheid: “Geen hiërarchie, maar een verlangen om elkaar als gelijkwaardig te leren kennen. Niet de verheven ouderejaars die de nederige eerstejaars onthalen.” 

Luc De Backer, de projectmanager van het nieuwe concept, vertelt ons alvast over volgend jaar: “Het nieuwe campusconcept, dat samen met studenten en verenigingen wordt uitgewerkt, speelt flexibel in op de evoluerende behoeften van studenten dankzij een modulaire opzet.” Met behulp van werkgroepen gevuld met studenten werkt hij begin dit academiejaar verder aan de activiteiteninvulling. 

Waar de Verkenningsdagen begonnen met een tentje op de hei, is het na vijftig boeiende jaren toe aan iets nieuws. Wat dat zal zijn, zal de tijd uitwijzen. Of zoals Paul van Vliet zou zeggen: “Ik drink op de mensen. Die dingen beginnen, waar niemand van weet wat de afloop zal zijn.”