hoax papers dagen de waarheid uit

22/11/2018
bewust slechte wetenschap (© Lie van Roeyen | dwars)
🖋: 
Auteur

Op 2 oktober trokken drie Amerikaanse academici aan de alarmbel met een opiniestuk. Ze verklaren hierin dat in bepaalde academische kringen een virus leeft. Het gaat niet om een financiële corruptie waarbij grote bedrijven onderzoek naar hun hand zetten, maar om een ideologische vooringenomenheid die beslist welke studies wel en welke niet gepubliceerd raken. De ziekte viert hoogtij in hoog aangeschreven vaktijdschriften van wat de auteurs zelf grievance studies zijn gaan noemen. Ze proberen dit aan te tonen aan de hand van gepubliceerde hoaxpapers, zelfgeschreven nepartikelen die kant noch wal raken, maar toch door de peerreview heen komen.

De affaire kreeg de naam Sokal, een verwijzing naar de pionier inzake hoaxpapers Alan Sokal. Met Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity nam hij in 1996 de Franse postmodernisten op de korrel door gepubliceerd te raken in een vaktijdschrift met wat hij zelf "een zinloze aaneenschakeling van woordenbrij" noemde. Een recentere heruitgave van hetzelfde concept vinden we bij Vlaams filosoof en scepticus Maarten Boudry. Die verwierf faam door onder een pseudoniem christelijke filosofen op gelijkaardige wijze voor schut te zetten.

Want daar gaat het bij hoaxpapers vaak om: ze worden gebruikt om slecht (pseudo-)wetenschappelijk onderzoek aan de kaak te stellen en hebben vaak meer het karakter van een aanklacht dan van hard bewijs. De schrijvers van zulke artikels menen dat als ze willekeurige rotzooi kunnen publiceren in een vaktijdschrift, dit een ernstig tekort aantoont van dat tijdschrift. Bij uitbreiding bestaat de school, of zelfs de gehele discipline waar dat tijdschrift deel van uitmaakt, vooral uit imposant jargon dat ten beste opgesmukt wordt met referenties naar enkele grote namen. Critici verwijten auteurs van hoaxpapers dan weer academisch onwaardig gedrag. Ze weerleggen, als ongeschoolden in het vakgebied, niets en tonen dan ook enkel aan dat sommige reviewers wat goedgelovig of onoplettend zijn.

 

penissen en klimaatopwarming 

Zo verging het ook filosoof Peter Boghossian en wiskundige James A. Lindsay die met hun nepartikel The Conceptual Penis in mei 2017 de draak staken met genderstudies, door een artikel te publiceren dat beweerde dat penissen (op een conceptueel niveau) klimaatsverandering veroorzaakten. Het artikel verscheen in een eerder marginaal tijdschrift dat haar schrijvers zelfs een bijdrage laat betalen om in aanmerking te komen voor publicatie. Volgens tegenstanders een goedkope stunt die op zich geen enkel bewijs is dat genderstudies als discipline met een intrinsiek probleem zit, nochtans het uitgangspunt van het duo.

 

Op de vraag of we correct aannemen dat hoog aangeschreven tijdschriften duidelijke, klassieke nepartikelen publiceren moeten we ondubieus ‘nee’ antwoorden.

 

Dus gingen Boghossian en Lindsay, vergezeld door mediëvist Helen Pluckrose, opnieuw aan de slag. Ze schreven op een dikke tien maanden twintig hoaxpapers voor een varia van academische tijdschriften. Ditmaal mikten ze op publicaties in zo hoog mogelijk aangeschreven tijdschriften van grievance studies. Met deze term verzamelden ze een aantal disciplines die zich volgens de auteurs schuldig maken aan een politieke bias. Genderstudies, postkoloniale studies, fat studies, queer studies en dergelijke meer zouden op Amerikaanse universiteiten enkel bepaalde uitkomsten (het problematiseren van respectievelijk mannelijkheid, whiteness of heteroseksualiteit) van onderzoek toestaan, ongeacht de kwaliteit. De hypothese was dat ze papers met ernstige tekorten en ethisch problematische conclusies verkocht konden krijgen zolang ze aan een bepaald ideologisch stramien voldeden.

De schrijvers geven in hun verslag toe dat het project aanvankelijk de mist in ging. “Op de vraag of we correct aannamen dat hoog aangeschreven tijdschriften duidelijke, klassieke nepartikelen publiceren moeten we ondubieus ‘nee’ antwoorden”. Een herhaling van The Conceptual Penis zat er dus niet in. "De vraag die volgde was: wat krijgen we wél gepubliceerd?"

 

oefening baart nep

Het trio kreeg, na zich dieper in de denkwijzen in te graven, een beter idee van welke ideologische bias ze moesten bespelen en welke taal ze moesten hanteren. De eerste geaccepteerde paper en tevens het kroonjuweel van het trio is de Dog Park paper. Die stelt dat hondenparken plekken zijn waarin verkrachting gedoogd wordt. Door de gedragingen van honden zorgvuldig te meten kunnen we volgens Dog Park trainingsmethoden extrapoleren naar mannen om hen af te richten om minder seksueel gewelddadig te worden. Deze paper kreeg uitzonderlijk veel positieve reacties en werd zelfs gevraagd om een ereplek in te nemen in de lustrumeditie van het tijdschrift Gender, Place, and Culture. Er zouden buiten Dog Park nog zes andere papers geaccepteerd worden, onder meer een herschreven versie van de antisemitische delen uit Mein Kampf in intersectioneel feministisch jargon.

Het project werd uiteindelijk ontbonden door de eigen opzet ervan. De Dog Park paper werd publiekelijk aan de schandpaal genageld door een Twitteraccount dat zich bezig houdt met het uitdagen van slecht onderzoek. Het tijdschrift dat haar publicatie van Dog Park wilde verdedigen, besefte plots dat de auteur niet bestond. Nadat ook journalisten zich op de zaak wierpen, zijn de spookschrijvers prematuur naar buiten getreden met onvolledige resultaten. Ze gaan ervan uit dat ze een aantal van hun nepartikelen die in revisie zaten ook gepubliceerd konden krijgen als dit niet was gebeurd.

 

De feedback die we kregen gaf vaak expliciet aan dat we meer politieke vooronderstellingen moesten maken, niet minder.

 

Toch is voor Boghossian, Lindsay en Pluckrose als conclusie duidelijk dat de peerreview, die een kritische blik op onderzoek zou moeten zijn, in deze disciplines over de jaren heen vervangen is door een confirmation bias. “Geen enkele van deze papers had gepubliceerd mogen raken (…). Als je ziet welke bronnen we hebben geciteerd, zal je merken dat wat wij in deze papers beweren niet ver af zit van de gemiddelde methodiek. De feedback die we kregen gaf vaak expliciet aan dat we meer politieke vooronderstellingen moesten maken, niet minder.” De vraag blijft natuurlijk of deze conclusie wel getrokken mag worden. Hoe bizar sommige geaccepteerde papers ook zijn, het feit dat men kritiek levert op het feit dat bedrog door peerreview raakt, maar de onderzoekers zelf ook toegeven dat ze zich eerst hebben moeten specialiseren in datzelfde bedrog. Dit verzwakt de argumentatie. 

 

de juiste diagnose?

Ook Dimitri Mortelmans, gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, reageert sceptisch. “Uiteraard bekijk je als reviewer de algemene kwaliteit van een paper. Maar tegelijk krijg je als reviewer artikels uit de domeinen die jou interesseren. Als iemand een technisch juist artikel schrijft op basis van vervalste data, dan is dat zeer moeilijk om te ontdekken. Wetenschap is gebaseerd op vertrouwen en dus vertrouw je er als reviewer ook op dat de data die gebruikt werden voor een onderzoek niet frauduleus zijn.”

 

Wetenschap is gebaseerd op vertrouwen en dus vertrouw je er als reviewer ook op dat de data die gebruikt werden voor een onderzoek niet frauduleus zijn.

 

Er is dus nog een ander probleem waarmee de hoaxers kampen. Ze moeten aantonen dat de symptomen die ze blootleggen ook daadwerkelijk behoren tot de ziekte. Dat is niet vanzelfsprekend. Zelfs auteurs die gewoon ‘eerlijk’ aan slecht onderzoek doen glippen al eens door de mazen van het net. In de psychologie spreekt men zelfs van een heuse replicatiecrisis omdat zoveel onderzoek faalt om gelijkaardige resultaten met verschillende methoden te creëren. Dimitri Mortelmans nuanceert verder: “In de psychologie is er nu een tendens naar open data, waarbij ook de data openbaar gemaakt moeten worden. Een goed initiatief, maar de vraag is of reviewers wel de tijd hebben om de data te controleren en uit te spitten. Dat is, gegeven de krappe agenda’s van professoren, wellicht ijdele hoop.”

 

gezonde wetenschap

In hun verslag geven de spookschrijvers aan dat niet noodzakelijk de publicaties zelf, maar wel de reacties van de reviewers het duidelijkst aangeven waar het probleem zit. In een van de hoaxes in revisie worden professoren aangezet om de meest geprivilegieerde (lees: witte, mannelijke, heteroseksuele studenten) te discrimineren. Door over hen heen te spreken, niet op mails of vragen te antwoorden en hen in kettingen op de vloer te laten zitten, zouden professoren een belangrijke educatieve waarde kunnen meegeven. De reacties van enkele reviewers: “Dit is een goed essay dat, mits revisie, een krachtige bijdrage kan leveren tot het aankaarten van epistemische ongelijkheid in het klaslokaal (...), het is geweldig hoe de auteur specifieke voorbeelden aanhaalt.” en “Ik vind dit een goed project. De inzichten van de auteur zijn een schot in de roos.”

Dat men in naam van het bestrijden van sociale ongelijkheid zorgeloos ethische kwesties naast zich neer kan leggen, baart dus toch zorgen. Maar ook op methodologisch vlak schort er het een en het ander. Je kan als reviewer misschien niet alle data controleren, maar als er sprake is van iets minder dan tienduizend hondengenitaliën zorgvuldig te hebben onderzocht, zou je toch verwachten dat er een belletje gaat rinkelen. De enige opmerking bij deze Dog Park paper ging over of de onderzoekers de privacy van de honden wel hadden gerespecteerd. 

De drie hoaxers benadrukken dat ze niet de wetenschap of peerreview zelf willen aanvallen. Het overgrote deel van de disciplines zit goed. Noch hebben ze principieel iets tegen studies die de ongelijkheid in de samenleving bestuderen. Maar de conclusies moeten na het onderzoek komen, niet het uitgangspunt zijn waar men naartoe wil werken. Of het nu bekeken wordt als goedkope stunt of correct uitgevoerd onderzoek, de schrijvers hopen dat de universiteiten de resultaten choquerend genoeg vinden om met alle ernst naar de betrokken vakgebieden te kijken en meer rigide eisen te stellen aan toekomstig onderzoek.



opinie

21/11/2018
de blinde vlek van links (© Maxene Willems | dwars)
🖋: 
Auteur

Toen ik een maand geleden R.008 binnenwandelde, merkte ik op dat de zaal voller had kunnen zitten. Nochtans was het opzet van "Wij zijn met meer!" groots geweest. Zeven verschillende linkse organisaties, waaronder een aantal studentengroeperingen van linkse tot zeer linkse partijen, hadden de krachten gebundeld om een grondige analyse te maken van oprukkend extreemrechts. Academici, middenveldorganisaties en linkse activisten vallen op wereldvlak al langer over elkaar om hun analyse te geven van onder meer Trump en de alt-right. Een trend die ook hier in België hoogtij viert sinds de reportage over S&V (Schild & Vrienden) van Pano. Met één wenkbrauw hoger dan de ander luisterde ik naar de uiteenzetting van het panelgesprek.

 

linkse gesprekken

De drie sprekers kenden hun thema. Naomi Stocker was als voorzitter van Comac VUB zelf al in aanraking gekomen met S&V voor iemand ervan had gehoord. Ze gaf een grondige geschiedenis van nieuw-rechts en wees er terecht op dat niemand er verrast over hoeft te zijn dat S&V geen onschuldig scoutsclubje is. Met de aanvullingen van Lies Michielsen, lid van het Progress Lawyers Network, over de internationale banden met organisaties die letterlijk aangeven een witte etnostaat te willen oprichten, werd het heel moeilijk om het woord fascisme níét in de mond te nemen. De strijd tegen dit fascisme moest volgens Luc Van de Weyer op de voorgrond komen, nog voor de strijd tegen racisme. Luc is oprichter van het antifascitisch front en sprak met het meeste vuur.

Na het veel georganiseerder nieuw-rechts gesitueerd te hebben ten opzichte van het oud-rechts dat in een vergelijking als een allegaartje afgedaan werd, kwamen de sprekers tot een min of meer gezamelijk uitgangspunt: de maatschappij verrechtst dankzij de economische onvrede van een armer wordende middenklasse. Dit wordt door elitaire en identitaire bewegingen als voedingsbodem gebruikt om met (meta-)politieke technieken marginale ideeën te normaliseren. We zien inderdaad dat de meest populaire politici van het land beweren dat elk publiek institutituut links georiënteerd is. Meer nog, zonder schroom zetten ze vraagtekens bij het feit dat burgers mogen aankloppen bij andere landen wanneer hun leven in gevaar is. De sprekers hadden dus gelijk wanneer ze zeiden dat het discours van de maatschappij verrechtst.

 

blinde vlekken

Maar ze hadden ook ongelijk. Dit zijn nooit marginale ideeën geweest. Ze zijn altijd en overal aanwezig geweest en zijn bij de tribalistische mens misschien zelfs niet weg te denken. Op anderhalf uur tijd vermeldde Luc slechts een keer dat samenleven niet altijd makkelijk is. De woorden migratie en islam vielen niet. Nochtans hoef je geen groots opgezet onderzoek te doen om te weten waar S&V en Vlaams Belang (VB) hun mosterd halen. Open de Facebookpagina van je racistische nonkel of luister een keer mee in een bruin café en je merkt al snel dat politiek altijd achter loopt op de feiten. N-VA heet volgens deze sprekers te polariseren, maar eigenlijk mogen we blij zijn dat ze hun rechterflank afdekken. Zelfs in dit beleid, dat moeilijk een links beleid genoemd kan worden, verliezen ze stemmen aan VB. Het vijandsbeeld wordt niet alleen maar gemaakt, het bestaat al. Ik zeg niet dat we dan zomaar politieke beslissingen moeten overlaten aan de commentsectie op de site van Het Laatste Nieuws, maar roepen dat ‘wij’ met meer zijn helpt weinig. Ik bleef zitten met een gevoel dat de echt moeilijke thema's, waar links het zelf amper eens over is, uit de weg werden gegaan ten voordele van makkelijke talking points.

Het identiteitsvraagstuk werd aangehaald door een ombudsman van N-VA die in het publiek zat. Volgens hem is de Vlaming bang om zijn eigen identiteit (wat die ook moge zijn) te verliezen. Dit werd minzaam weggelachen. De man in kwestie vertelde echter dat hij vaak in contact kwam met burgers die er racistische ideeën op nahouden en vroeg zich af of er niet meer samengewerkt kon worden in plaats van verwijten te slingeren. Op het respons: "Wij willen samenwerken met elke democratische partij", volgde het luidste applaus van de avond. Ik was aangenaam verrast dat dit links het onderscheid met VB nog steeds kon maken. Over andere zaken was ik minder verrast. Zo was een studie die aanhaalt hoe de meeste rechtse stemmers helemaal geen sociaaleconomische outcasts zijn, bij de sprekers compleet ongekend.

Nog minder verrast, was ik dat elke kritiek op mogelijks antisemitisme binnen bepaalde linkse stromingen nog steeds afgeweerd wordt met dezelfde boutade. Wanneer Lies ons vroeg om een voorbeeld te nemen aan hoe de media bespeeld worden door linkse figuren in andere landen, noemde ze namelijk ook de naam Corbyn. Jeremy Corbyn is de leider van de Labourpartij in het Verenigd Koninkrijk en ligt al enkele maanden onder vuur omwille van vermeend institutioneel antisemitisme binnen zijn partij. Ik begreep niet hoe er voorbeeld te nemen valt aan de communicatie van een partij die, ironisch genoeg, aangevallen wordt voor zaken waarvan S&V zonet nog beschuldigd werd. Het gaat van hooggeplaatste leden van Labour die actief lid zijn in Facebook-groepen van Holocaustontkenners, het systematisch karikaturen maken van joden tot aan doodsbedreigingen aan joodse members, de beschuldigingen liegen er niet om. Al deze zaken werden naar traditie met slechts één argument onder tafel geveegd: dat kritiek tegen de staat Israël niet hetzelfde is as antisemitisme. Dit vind ik dan ook zowel te mak als te makkelijk.

 

conclusies trekken

De belangrijkste mismatch bleef voor mij echter de vermeende vertegenwoordiging. Het is een makkelijke aanval, maar in de uitroep “Wij zijn met meer!” lees ik een kordaat antwoord op een machtsgeil rechts dat denkt in naam van alle Vlamingen te spreken. Toch merkte ik op dat onachtzaam claimen te spreken voor het grootste deel van de bevolking iets is waaraan ook links zich schuldig maakt. Op de flyer van het event stond te lezen dat dwars samenwerkte met de organisatoren van het event, terwijl enkel onze hoofdredacteur een, louter modererende, functie in heeft genomen. Als je toch met zovelen bent, zoals je slogan zegt, hoef je niemand bij je zaak te betrekken die liever aan de zijlijn staat.

Al is die zijlijn niet altijd een optie. Ik ging volledig akkoord met Naomi toen ze aanhaalde dat neutraliteit en objectiviteit twee verschillende dingen zijn. Opkomend fascisme is een probleem en je moet daarbij een positie innemen. Ik geloof echter niet dat een links collectief zomaar even de boel kan redden met woorden als: samen, solidariteit of menselijkheid. Evenmin geloof ik in het te gedreven lijnen trekken tussen mensen van verschillende stromingen, zeker als de doelgroep van extreemrechts net deze mensen zijn die aan de andere kant staan van waaruit die lijn die getrokken wordt. Men verwijt het kapitalisme dat ze mensen heeft ontheemd van hun plek in de maatschappij. Maar heeft links zelf geen aandeel in de vervreemding van de mens? Door collectief te denken dat het draagvlak voor multiculturaliteit en identiteitspolitiek groot genoeg was, hebben ze zowel arbeiders als intellectuelen verjaagd. 

"Hebben wij als links, dan zelf niet gefaald om deze onvrede te kanaliseren?” vroeg iemand. "Wij zijn de onvrede", mompelde ik bij het buitenwandelen. Toch herviel dit links tijdens het nabespreken niet, zoals rechts vaker beweert, collectief in lege slogans en ideologische vooringenomenheid. Er bleef bij de meesten de mogelijkheid bestaan om het niet eens te zijn. Bij deze.



de dwarsdoorsnede

18/11/2018
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer kijken we naar het debuut van Lukas Dhont, Girl. De film is een prijsbeest met tal van nominaties en overwinningen in onder andere Cannes, Londen (BFI London Film Festival) en Pingyao (PYIFF). Daarbovenop is het de Belgische inzending voor de Oscars dit jaar.

Girl gaat over Lara, een transgender meisje dat worstelt met haar lichaam en haar droom om ballerina te worden. Ze kijkt reikhalzend uit naar haar geslachtsoperatie. Alleen duurt het nog even voor die operatie zal plaatsvinden, te lang naar Lara’s zin. Tussendoor volgt ze een opleiding aan de Antwerpse balletacademie, waar ze dubbel zo hard moet werken dan haar leeftijdsgenoten door de achterstand die ze opgelopen heeft. Van begin tot eind zitten we in Lara’s hoofd en daarmee middenin de worsteling die ze voelt door haar identiteit.

De kracht van de film zit in de intimiteit ervan. De film volgt Lara haast tot op het bot: veel close-ups van haar lichaam en wat ermee gebeurt in de voorbereidende fase van de geslachtsoperatie. Het zorgt voor een indringend verhaal. De film is niet per se mooi, maar het is evenmin lelijk. Het is wat het is, en dat is ook wat de film lijkt te willen overbrengen. Er is geen boodschap om mee naar huis te nemen, enkel Lara’s ervaring, gebaseerd op een deel van het waargebeurd verhaal van ballerina Nora Monsecour. Met dat in het achterhoofd wordt het einde, dat geen werkelijk einde is, logischer. We volgen Lara immers maar een paar maanden in haar jonge leven. Het verhaal was dus niet afgelopen aan het einde van de film. De rest van haar leven krijgen we niet te zien.

Voorgaand sterk punt is eveneens de grote zwakte van de film. Er is een plot, ja, maar de film lijkt wel uit het leven gegrepen. Hij bestaat uit momenten, impressies. Het is geen mooi geheel, hij heeft geen ingenieus plot en aan het einde ligt alles nog open. Of dat stoort, is een kwestie van smaak. Maar deze film kijk je niet voor de verhaallijn of boeiende nevenpersonages. Deze film moet je voor Lara’s leven kijken, of je kijkt hem niet.

Of Girl bij iemand in de smaak valt of niet, hangt dus af van de verwachtingen waarmee je naar de film gaat kijken. De film voelt aan als voyeurisme met al de close-ups en beelden van een lichaam dat niet voldoet aan Lara’s normen, maar wel het enige is dat ze krijgen kan. Lara pusht zichzelf tot haar uitersten op meerdere vlakken, vanuit de koppige weigering om ergens in achter te lopen. Die worsteling zie je. Tot het oncomfortabel is. Deels omdat je Lara het respect wilt gunnen dat ze zichzelf lijkt te ontzeggen, deels omdat het een aantal pijnpunten van de puberteit blootlegt die door meer mensen dan enkel Lara gekend zijn.

Precies dat punt maakt het zo jammer dat Netflix in de Verenigde Staten de film censureert. Het is niet zo dat de hele film in elkaar stort als een kaartenhuis zonder de desbetreffende scènes, het zijn alleen net essentiële scènes die hard aankomen. De censuur zelf heeft zijn redenen: Netflix is bang voor beschuldigingen van kinderporno door de scène waarin de toen vijftienjarige Victor Polster volledig naakt te zien is. De 'bedenkelijke' scènes zullen gehermonteerd worden zodat er niets “kwalijks” meer te zien valt. Kan dat? Ja. Als je de film nooit eerder gezien hebt, is de kans wellicht klein dat je het “mist”. Maar voor mij, iemand die de film in zijn totaliteit gezien heeft, is het jammer. Hoewel ik me een beetje een voyeur voelde door het getoonde naakt, had het weldegelijk een functie in het verhaal en bracht het de werkelijkheid in kaart zoals die voor Lara is. Dhont verbloemt niets in zijn debuut, wat precies is waarom het zo goed werkt. Als je dat eruit knipt, haal je ook een deel van de eerlijkheid weg. Juist dat censureren haalt de kracht weg van de beelden: het verhult en bedekt tot je achterover leunen kan.

Als er iets is wat je bij deze film niet moet doen, is het achterover leunen. Dan mis je het deel waar het onder je huid kruipt.



poëzie

18/11/2018
de opticien (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Jan-Willem Schneider


Dagen dalen neer en
Weken welven zich
tot jaren aaneen.
Eeuwen etaleren zich

Etalages spiegelen en gloeien.
Licht begint steeds helderder
te schijnen
dwars door spinrag
op een afwisselende passantenstroom

Als een dynamisch draad
zoeft de stroom zinderend
voorbij.

Inktsporen blijven en klonteren tot
een kleverige, langwerpige massa.
Die is vertragend, maar soms ook veilig,
als een traditie. Zij
heeft een brillenwinkel.

Wijd opent zij haar dikke deuren.
Enorm veel brillen.
En spreekt:
“Ik ben uw uitzicht.
Ik ben uw oog”
En spreekt:
“Ik ben uw blindheid.”



de dwarsdoorsnede

18/11/2018
🖋: 
Auteur

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Soms leidt dit ertoe dat een redactrice op een dinsdagavond in tovenaarsuniform en met een toverstaf in de aanslag de Antwerpse straten onveilig maakt op zoek naar magische wezens.

Na twee lange jaren was het eindelijk zover. De tweede film in de vijfdelige ‘Fantastic Beasts’-franchise, The Crimes of Grindelwald, ging dinsdag 13 november in avant-première in Kinepolis Antwerpen. Er waren die avond verschillende manieren om de film te zien, maar ik was vooral geïnteresseerd in het evenement dat georganiseerd werd door de Belgian Potterheads (goodiebags!). Tickets vlogen razendsnel de deur uit, gelukkig wist ik toch een kaartje te bemachtigen en zo stapte ik dinsdag met pen en papier (*kuch* toverstaf) in de aanslag de bioscoop binnen.

In het eerste deel van de Harry Potter-spin-off, Fantastic Beasts and Where to Find Them, trok Newt Scamander (Eddie Redmayne) naar New York en zette de stad op stelten in een wanhopige zoektocht naar zijn ontsnapte fabeldieren. Deze queeste eindigde met de vangst van niemand minder dan Gellert Grindelwald (Johnny Depp), een duistere tovenaar die niet moest onderdoen voor de dark lord himself. In The Crimes of Grindelwald gaat het verhaal verder. Grindelwald weet in 1927 te ontsnappen uit gevangenschap en gaat in Parijs op zoek naar Credence Barebone (Ezra Miller) om zijn macht voor eigen gewin te gebruiken. Hij is echter niet de enige die op zoek is naar Credence. Door allerlei omstandigheden belanden zowel Newt als zijn vrienden Tina Goldstein (Katherine Waterston), Queenie Goldstein (Alison Sudol) en Jakob Kowalski (Dan Fogler) ook in deze stad en zetten ze alles op alles om Grindelwald te stoppen.

Het is vanaf de eerste seconde duidelijk dat deze tweede Fantastic Beasts-film een stuk duisterder is dan zijn voorganger. In de eerste film wordt de dreigende ondertoon overschaduwd door de schattige wezentjes, de magie en de vriendschap die groeien tussen Newt, Tina, Queenie en Jakob. Deze frivoliteit is in het tweede deel volledig ondergeschikt geworden aan het sluimerende kwaad. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog is de sfeer in de tovenaarswereld allesbehalve vreedzaam. Grindelwald wil een conflict ontketenen en – willen of niet – iedereen dient daarin een kant te kiezen. Hierbij komen niet enkel liefde en vriendschap aan bod, maar ook angst en nauwelijks verholen verwijzingen naar het nazisme. Maar, happiness can be found in the darkest of times en hoewel de magische wezens veel minder schermtijd krijgen, zijn ze ook in de tweede film wel degelijk aanwezig. Na de schattige niffler, bowtruckles, thunderbirds, occamys en andere fabeldieren, die we in de eerste film leerden kennen, verschijnen er nieuwe wezens die meteen je hart stelen. Samen met de nieuwe (en oude) sets vormen ze een genot om naar te kijken. Niet alleen muggle Parijs en Londen, maar ook de verborgen tovenaarswerelden in beide steden worden schitterend in beeld gebracht. Visueel is de film dus een hoogstandje vol prachtige computeranimaties, sets en kostuums. Het verhaal is echter andere koek.

Grindelwald en Tina zoeken allebei om een andere reden naar Credence en er worden ook nieuwe personages geïntroduceerd die elk hun eigen motivatie hebben om hem te vinden. Queenie zoekt Tina, Newt en Jakob gaan achter beide zussen aan. Zijn jullie nog mee? Ik was dat alvast niet. J.K. Rowling, die zelf het script voor haar rekening nam, trachtte in deze filmreeks het Harry Potteruniversum verder uit te breiden en de kijkers meer inzicht te geven door zo veel mogelijk personages voor te stellen. Niet alleen verscheidene nieuwe, maar ook oude personages draafden op. Zowel de flashbacks naar Newt’s lessen op Hogwarts, de verschijning van een jonge en charmante Albus Dumbledore (Jude Law) als een stokoude Nicolas Flamel (Brontis Jodorowsky) zorgden voor een nostalgisch gevoel naar de magie van de Harry Potterfilms. Jammer genoeg kreeg de film zo een wirwar van verschillende door elkaar lopende verhaallijnen uit heden en verleden. Hierdoor werd er overbodige verwarring geschept waardoor je als kijker soms door de bomen het bos niet meer kon zien.

Doordat er zoveel verschillende verhaallijnen zijn, voelt de film, ondanks dat hij meer dan twee uur duurt, erg gehaast aan en lijken bepaalde plot twists volledig uit de lucht te vallen. Minder verhaallijnen en meer beeldtijd voor het toelichten van bepaalde zaken hadden kunnen voorkomen dat de diehard Potterheads het gevoel krijgen dat er storende fouten in de film geslopen zijn. Een beetje mysterie rond de plot twists mag wel, maar hier was er toch een overdaad. Dit zorgt voor een wrang gevoel omdat we nog twee jaar moeten wachten voor we erachter komen of er mega grote – best onvergeeflijke fouten – zijn gemaakt tegen het Harry Potteruniversum, of dat hier nog 'logische' verklaringen voor zijn.

De film heeft duidelijk ook een paar sterke punten. De visuele pracht die ik eerder noemde was er een van, maar ook de sterke acteerprestaties van zowat alle leden van de cast zijn een genot om naar te kijken. Daarnaast waren er ook interessante karakterevoluties van bepaalde personages en werden stereotiepe beelden die over de vier afdelingen op Hogwarts bestaan eindelijk doorbroken op het grote scherm. Deze pracht wordt echter vooral overschaduwd door de chaos die veroorzaakt wordt door de wirwar aan verhaallijnen en de overdaad aan informatie die deze met zich meebrengt. Op de kop toe zijn een paar 'fouten' tegen het Potteruniversum gewoon zo storend dat zelfs het enthousiasme van een diehard Potterhead spijtig genoeg getemperd wordt.

Kortom: Fantastic Beasts and the Crimes of Grindelwald heeft zowel negatieve als positieve elementen, maar is in zijn geheel vooral een prachtige chaos.



problematiek die zich al decennialang voortkabbelt

14/11/2018
🖋: 
Auteur

Het Stadspark is het Stadspark niet meer. Het stilstaande water in de vijver werkte als een magneet op Antwerpenaren die de hectiek van de drukke stad voor even wilden ontvluchten. Een oase van rust te midden van het lawaai en de uitstoot van de stad. Die tijden zijn vervlogen. De vijver staat droog en is het symbool geworden voor een problematiek die zich al zo’n dertig jaar voordoet. We spraken met Freddy Opsomer, voorzitter van het Buurtcomité Stadspark.

Ons gesprek begint bij de ingang halverwege de Rubenslei. Opsomer wijst ons op een grote boom zonder bladeren. “Die is dood omdat de wortels van veel van die historische bomen niet meer bij het grondwater kunnen”, geeft hij aan. Het blijkt om een kastanjelaar te gaan, een boom die met gemak driehonderd jaar oud kan worden. “Het grondwater is dertig jaar lang door alle werken gezakt. Dat kun je dus nu zien aan de vijver die verdwenen is.”

“Ongeveer dertig jaar geleden is dit gestart met de premetrowerken”, gaat hij verder. Toch zijn de werken niet de enige boosdoeners. “Er zijn ook een aantal gebouwen die, om hun kelders en ondergrond droog te houden, continu grondwater wegpompen.” De aanhoudende droogte van afgelopen zomer, speelt volgens de voorzitter slechts een kleine rol bij het verdwijnen van de vijver.

In de wet is opgenomen dat grondwater weggepompt mag worden. Het is echter wel de bedoeling dat het water elders opnieuw in de grond terecht komt. In vakjargon heet dat retourbemaling. Het buurtcomité heeft bij de stad gevraagd om de toelatingen voor deze grondwateronttrekkingen. Uit deze stukken zou blijken dat er bij slechts twee onttrekkingen retourbemaling wordt toegepast.

“Wij stellen dat de stad een milieucompensatie aan de ontwikkelaar oplegt”, klinkt het strijdbaar. “Van dat geld kan de stad maatregelen treffen om het grondwaterniveau op peil te houden.” Hij voegt daar meteen aan toe dat er nog geen enkele milieucompensatie is opgelegd.

Het overkoepelende probleem beperkt zich echter niet tot het grondwater. Ook met het regenwater wordt volgens Opsomer niet goed omgesprongen. Hij stelt dat de wet voorschrijft dat een stad regenwater van afvalwater moeten scheiden. “Onze stad zou dus eigenlijk een dubbel rioolstelsel moeten hebben, want ook het regenwater wordt grotendeels afgevoerd naar het riool.”

“Dus zowel met ons grondwater als met ons regenwater gaat het slecht”, concludeert hij. “De stadsvijver is voor ons een symbool, of eigenlijk een symptoom, van een problematiek waar de hele binnenstad mee te maken heeft.”

Terwijl we richting de brug wandelen, doen de overvloedige zonnestralen de problematiek naar de achtergrond verdwijnen. Op deze prachtige nazomerdag regent het zonnestralen. Maar Opsomer blijft scherp. De kleine, tengere zestiger praat met het soort enthousiasme waar je als student u tegen zegt. Zijn energie, strijdvaardig- en bovenal vriendelijkheid maken dat je samen met hem nachten achter elkaar zou doorwerken om het grondwater handmatig in de Antwerpse bodem te pompen.

 

slagkracht

De voorzitter is hoopvol en staat er zeker niet alleen voor. “Inmiddels hebben we 350 leden in ons buurtcomité, daarnaast zijn we een petitie gestart die tot nu toe ruim drieduizend handtekeningen heeft gegenereerd.” Maar dat is niet het enige. “Ook hebben we het stadsbestuur met juridische procedures aangesproken. Want deze stadsvijver en dit park, en ook een aantal bomen in het park, die zijn als monument geklasseerd. De eigenaar heeft dan de plicht om actief instandhoudingsbeleid te voeren.”

Eenmaal op de brug kijken we uit over een droge vlakte waar ooit de vijver lag. “Je kunt erin voetballen”, klinkt het zonder enig schrijntje van ergernis. “Er waren politieke partijen die hier zijn komen voetballen om de toestand aan te kaarten. Die zaten dan allemaal wel in de oppositie, maar die zijn wellicht ook wel schuldig geweest in het verleden. Het waterprobleem is niet door één stadsbestuur ontstaan, het is een problematiek over de laatste dertig à veertig jaar. Het is alsmaar erger geworden.”

De meeste hoop put hij uit de rechtsprocedures. Hij noemt het voorbeeld van Ringland Antwerpen. Een burgerbeweging die getoond heeft dat je veranderingen teweeg kan brengen via de juridische weg. “Ze hebben een aantal procedures en bouwaanvragen geblokkeerd en de overheid zat toen verveeld.” Beide partijen zijn toen nader tot elkaar gekomen en hebben een compromis gesloten. “Eigenlijk willen wij dat ook, wij willen niet procederen om te procederen. Wij willen gewoon verandering.”

 

niet meer wachten

Er is binnen het buurtcomité ook nagedacht over een oplossing. “We zouden een extra verbinding willen van een oppervlaktewater. In het verleden was er een rivier die richting het stadspark kwam.” Een verbinding tussen Het Schijn en het Stadspark zorgde voor voldoende watertoevoer. “Die kwam dan in het Stadspark en via het Stadspark stroomde het water richting centrum naar de brouwerijen. Die gebruikten het water dan weer om bier te brouwen. Maar dat is allemaal verdwenen.”

Door de jaren heen heeft het Buurtcomité Stadspark uiteraard ook de nodige expertise opgebouwd. “Het Schijn heeft heel veel watercapaciteit die nu afgevoerd wordt naar de Schelde en vervolgens naar de zee. We willen eigenlijk die overcapaciteit aan water richting het stadspark brengen, een soort van persleiding die langs de spoorweg, in de bedding zou kunnen liggen. Dan moeten we alleen het laatste stukje ondergronds overbruggen. Maar dat moet verder onderzocht worden.”

De voorzitter geeft aan dat het tijd is voor actie. “Je kan het probleem zich niet nog eens tien jaar laten voortdoen.” Bovendien blijft hij hoopvol. “Als we niet geloven in de dingen die we doen, hadden we beter kunnen stoppen”, besluit hij.

 

 

Vind jij ook dat een oplossing voor het waterprobleem in Antwerpen niet nog tien jaar op zich kan laten wachten? Teken dan de petitie.



over China, Deng Xiaoping en existentiële ontwakingen

12/11/2018
Proffenprofiel: Ching Ling Pang (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die hij zelf niet durft stellen. Professor Ching Lin Pang is antropologe en hoofddocente aan het departement Vertalers en Tolken, en Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven.

U werkt aan het departement Vertalers en Tolken en bent verantwoordelijk voor Chinese taal en cultuur. Was dit de carrière waarvan u als kind droomde?

Ik heb er lang op moeten wachten, maar na vele omzwervingen ben ik nu beland waar ik thuishoor. Ik heb een baan die me helemaal op het lijf geschreven is. Als kind was ik altijd elders met mijn gedachten, vaak het hoofd voorovergebogen in de boeken. Later, als antropologe, heb ik geleerd om naast het verstand en de reflectie ook mijn zintuigen te gebruiken: aandachtig kijken, luisteren, voelen en ruiken.

 

U werkt ook aan de KU Leuven, bij het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderhedenonderzoek. Hoe bent u daar terechtgekomen?

Een kleine rechtzetting: ik heb vanaf dit academiejaar een voltijdse ZAP-aanstelling (zelfstandig academisch personeel, nvdr.) aan de UAntwerpen en een beperkte opdracht aan de KU Leuven. Dit komt omdat er in dat centrum geen ruimte is voor onderwijs en onderzoek rond China. Toen ik in 2010 geheadhunt werd door het HIVT (Hoger Instituut Vertalers en Tolken) – dat vanaf 2013 deel uitmaakt van onze universiteit – voor een deeltijdse functie om de vakgroep Chinees te versterken, heb ik meteen toegezegd. Dit was de uitgelezen kans om mijn visie te realiseren: studenten met Chinees als C-taal (zeg maar specialisatietaal) een opleiding aanbieden in de Chinese taal en cultuur met een focus op de hedendaagse Chinese samenleving, aangevuld met verblijf in China. Deze strategie heeft vruchten afgeworpen. We hebben dit jaar een recordaantal eerstejaarsstudenten.

 

Is er iets dat u zeker nog wil bereiken in uw academische carrière?

Natuurlijk! Ik heb geenszins het gevoel dat ik ‘gearriveerd’ ben. Ik zal dat gevoel nooit hebben, omdat ik vind dat het leven een onophoudelijk leerproces is. Ik ga er altijd van uit dat het beste nog moet komen. Op het vlak van onderwijs wordt vanaf volgend academiejaar in ons departement een master tolken Chinees aangeboden, wat een unicum is in Vlaanderen. Op het vlak van onderzoek heb ik nog vele ideeën en projecten. Bovendien wil ik mijn brugfunctie tussen culturen blijven uitbouwen in de twee richtingen: onze studenten meer inzicht geven in China, maar andersom ook Chinese studenten de kans bieden om meer te leren over Europa.

 

U schrijft veel over de hedendaagse ontwikkelingen in Azië, met een specifieke focus op China. Als u één vooroordeel of misverstand over dit land en haar bevolking de wereld uit kan helpen, welk zou dat zijn?

Een gulden advies: “Ga naar China!” De kans is groot dat je niet alleen terugkomt met een andere kijk op China maar ook met inspiratie. China vertegenwoordigt niet alleen het verleden, maar belichaamt ook het heden en de toekomst. Kunstenaars zoals Magnum-fotograaf Christopher Anderson hebben het begrepen, zo ook het schrijversduo Peter Hessler en Leslie T. Chang.

 

Wat is u het meest bijgebleven uit uw studententijd?

Aan de KU Leuven, toen ik Sinologie studeerde, niet veel. Ik was toen een bang, braaf en bedeesd meisje. Later als masterstudente aan de Universiteit Californië, Berkeley, heb ik een soort van rite de passage meegemaakt, zeg maar een existentiële ontwaking. Vooral het gevoel van vrijheid, openheid en respect voor diversiteit zijn me bijgebleven.

 

Hoe ziet uw ideale vakantiedag eruit?

Een zonnige herfstdag: tijd en ruimte hebben om mooie dingen te zien op een kunstbeurs, museum of galerie. Verder nog een lange wandeling of iets lekkers maken én verorberen met mensen die me dierbaar zijn.

 

Met welke overleden persoon zou u wel eens een tafeltje willen delen?

Ik zou graag ontbijten met Deng Xiaoping. Ik zou hem vragen wat hij vindt van de spectaculaire opkomst van Shenzhen: een onooglijk vissersdorpje dat uitgegroeid is tot een stad van de toekomst. En dit in minder dan vier decennia, tien jaar eerder dan zijn oorspronkelijke planning van vijftig jaar. Ik zou hem ook willen vragen wat hij vindt van de banlieues in Parijs en de migrantenwijken in Brussel. In zijn jonge jaren heeft hij de kans gehad naar Parijs te gaan, waar hij werkte als een bescheiden fabrieksjongen in een buitenwijk van Parijs. Zijn verblijf in Parijs is doorslaggevend geweest voor zijn levenslot als staatsman van China. Bij het ontbijt zou ik zeker croissants bestellen, omdat hij sinds zijn jeugd in Parijs een voorliefde heeft ontwikkeld voor deze ‘koehoornvormige broodjes’ (牛角面包).

 

Heeft u een guilty pleasure?

Ja, meerdere. Ik vind het bijvoorbeeld geweldig om voluptueuze bloemboeketten te kopen, vooral in de herfst en de winter als het buiten donker en kaal is.

 

Wat is het meest pakkende boek dat u recent gelezen hebt?

Ik lees weinig fictie, maar des te meer kunstboeken en catalogi. Kina före Kina (China voor het China werd) is een geweldige catalogus over Chinese kunst uit het stenen tijdperk aan de Gele Rivier.

 

Als u een bucketlist had, welke vijf dingen zouden er dan opstaan?

Ik functioneer op geheel andere wijze. Mijn lijst van verlangens is niet gebeiteld in steen. Ik probeer ten volle te leven en de rest komt – ten gepaste tijde – vanzelf. Alles waarvan ik als kind droomde, is grotendeels uitgekomen. Hoog tijd om des te harder te dromen.

 

Tot slot nog paar korte vragen. Groenten of fruit?

Fruit wegens zoeter en hapbaarder.

 

Boek lezen of tv kijken?

Boek, omdat tv te veel lawaai maakt.

 

Ochtendvogel of nachtraaf?

Ochtendvogel. Dan is de dag nog jong, vol mogelijkheden en de geest fris.

 

Als u één van uw zintuigen zou moeten opgeven, welk zou dat dan zijn?

Dat zou verschrikkelijk zijn. Ik wil geen enkel zintuig opgeven omdat ze één geheel vormen en dus ondeelbaar zijn. Als ik er dan toch een moet opgeven, misschien de reukzin, omdat geur in de moderne maatschappij meer en meer geneutraliseerd wordt.



de dwarsdoorsnede

02/11/2018
George Ezra (opwarming) (© George Ezra | dwars)

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer trokken we met twee redacteurs naar de Lotto Arena voor George Ezra en zijn muziek.

Onze concertervaring schoot als een teleurstelling uit de startblokken: tegen de tijd dat we beseften dat George Ezra naar de Roma – je leest het goed – kwam en wij die dag vrij waren, waren alle tickets de deur al uit. Daar sta je dan als fan. Je hebt twee cd’s om luidkeels mee te zingen, maar alleen op je bed staan dansen en zingen terwijl de muziek door de boxen galmt; het is niet hetzelfde.

 

We waren duidelijk niet de enige fans die op deze ontgoocheling stootten, want een paar weken later kwamen we via Facebook te weten dat wegens de grote vraag het concert verplaatst werd naar de Lotto Arena. Veel teleurgestelde, trotse tickethouders zagen hun gezellige locatie transformeren in een massagebeuren. Daar tegenover stonden heel wat euforische reacties: een tweede kans om dat felbegeerde ticket binnen te halen! Deze keer grepen we die kans met beide handen en schaften ons een ticket aan, weliswaar tegen een hogere prijs. 

 

Het is een reële mogelijkheid dat zijn muziek, zijn ongeloof over zijn eigen succes en de schattige verhaaltjes tussen de nummers door nog beter tot zijn recht waren gekomen in een kleinere zaal.

 

We geven het toe: wij hebben den George gezien ten koste van de geborgenheid van de Roma. Het is een reële mogelijkheid dat zijn muziek, zijn ongeloof over zijn eigen succes en de schattige verhaaltjes tussen de nummers door nog beter tot zijn recht waren gekomen in een kleinere zaal. Het gebrek aan grote schermen waarop ook de mensen met staanplaatsen hem goed hadden kunnen aanschouwen, is hier ook een indicatie van. Toch zorgden de vele gsm-lichtjes tijdens de rustigere nummers voor de gezelligheid die een grote groep gelijkgezinden soms kan oproepen.

 

Voordat we echter oog in oog stonden met George Ezra, mocht niemand minder dan zijn ‘kleine’ broertje Ethan het publiek verwelkomen. Ethan, Ten Tonnes zoals zijn artiestennaam luidt, bracht ons meteen in Halloweensfeer toen hij het podium betrad gehuld in een Harry Potter-kostuum. Hoewel dit onze harten meteen sneller deed slaan en hij de mensen op het middenplein aan het dansen kreeg, waren wij niet helemaal overtuigd van zijn zangkwaliteiten. Zijn stem wist immers amper de instrumenten te overstemmen en voor de aanwezigen die niet bekend waren met zijn muziek, was het moeilijk om te raden welke liedjes hij precies zong. We waren natuurlijk niet voor Ten Tonnes naar de Lotto arena afgezakt en keken reikhalzend uit naar het moment waarop George Ezra zelf het podium zou betreden.

 

Om 21 uur was het eindelijk zo ver: met een gitaar in de hand en een charmante glimlach op zijn gezicht stapte Ezra het podium op. Zijn openingsnummer Don’t matter now wist het publiek meteen mee te slepen en dankzij Get away, Barcelona en Pretty shinning people begonnen we opnieuw te verlangen naar de zuiderse zon en zwoele zomeravonden. Ezra vertelde ons dan ook dat hij deze liedjes schreef nadat hij zelf een maand in Barcelona doorgebracht had. Toen Paradise enkele minuten later door de zaal galmde, begon het publiek uit volle borst mee te zingen en te dansen. Listen to the man volgde al snel; alsof we al niet de hele avond aan zijn lippen hingen. Na dit nummer vertraagde Ezra het tempo en zette hij het gevoelige nummer Hold my girl in. Hoewel onze stemmen langzaamaan pijn begonnen te doen, konden we niet anders dan opnieuw uit volle borst meezingen.

 

George Ezra

 

Plots verlieten Ezra en zijn band zonder commentaar het podium. Naar ons gevoel duurde het wel een kwartier voordat het gejoel van de zaal hen weer terugriep om nog enkele nummers te spelen. Budapest vulde de Lotto Arena en Ezra vertelde ons heel bescheiden dat hij nog steeds niet kon geloven dat dit nummer, dat helemaal niets met de stad Budapest te maken had, zo’n succes werd. Het concert eindigde met een knal toen Shotgun uit de boxen kwam en we niet anders konden dan luidkeels mee te brullen. Er was nauwelijks een verschil te merken toen Ezra zijn micro naar de zaal richtte. Toen de laatste noten wegstierven en George Ezra zijn publiek bedankte, weerklonk er (niet voor de eerste keer die avond) een oorverdovend applaus. Helaas wel voor de laatste keer, maar homegrown alligator, see you later!

 

Kortom: George Ezra is een aanrader voor iedereen die een avond wil wegdromen, dansen en uit volle borst meezingen. Zeker de bekendere nummers als Paradise, Budapest en Shotgun zorgden voor enorm veel sfeer, maar ook zijn minder bekende nummers deden alle aanwezigen aan zijn lippen hangen.

 

Hoewel de muziek waarschijnlijk beter tot zijn recht was gekomen in een kleinere zaal zoals de Roma, slaagde Ezra erin om zowel de mensen op het middenplein, als de mensen met zitplaatsen bij het concert te betrekken. Het enige minpunt was het gebrek aan grote schermen waarop ook de mensen op de achterste rij goed konden zien wat er precies op het podium gebeurde, maar of je hem nu ziet in een kleine of grote zaal, tijdens de zomer of tijdens de winter, George Ezra weet altijd een glimlach op je gezicht te toveren.

 

PS: Om al die keren dat we al over het openbaar vervoer geklaagd hebben goed te maken: een speciale dankjewel aan alle medewerkers van De Lijn die op een rustige en georganiseerde manier de terugrit heel aangenaam hebben gemaakt. Op deze manier konden we ons gelukzalig gevoel met ons mee naar huis nemen.

 

Voor zij die er niet bij konden zijn in de Lotto Arena: op 10 mei 2019 zal Ezra opnieuw ons land met zijn aanwezigheid verblijden en geeft hij een concert in Vorst Nationaal. 



de dwarsdoorsnede

28/10/2018
kunnen machines kijken? (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer las onze redacteur het boekje Kunnen machines kijken? Aanzet voor een nieuwe filosofie van de fotografie van Thomas Crombez.

God ziet alles, maar wie speelt voor God? Of beter gezegd: wie kan er voor God spelen? In tijden waarin mensen diep ingekapseld zitten in een alomtegenwoordige spektakelcultuur en overspoeld worden door een eindeloze stroom gemanipuleerde beelden is deze vraag nog prangender geworden.

Thomas Crombez merkt terecht op dat machines kunnen kijken, ook al is het aannemelijk dat er een essentieel verschil bestaat tussen het kijken van een machine en een menselijke kijker. De hieraan gelinkte fotografie is bovendien met de steile opmars van de smartphonecamera steeds nadrukkelijker een fundamentele plaats in het alledaagse leven gaan innemen.

Een nieuwe filosofie van de fotografie dringt zich dan ook aan. Crombez waagt zich aan twee vragen uit dat domein. Hij doet dit met behulp van de ideeën van drie belangrijke filosofen uit de twintigste eeuw (Edmund Husserl, Roman Ingarden en Emmanuel Levinas): ‘Kan een zelfkijkende camera echt zelf kijken?’ en ‘Hoe sociaal zijn de beelden op sociale media?’

Dit zijn relevante vraagstukken in ons huidig klimaat, niet toevallig een stokpaardje van de De Questa-reeks waarvan dit boekje deel uitmaakt. Deze reeks streeft er immers steeds naar een jonge filosofische stem aan het woord te laten over een actueel thema, ‘in een heldere stijl en vrij van jargon’. Op 53 pagina’s een complex onderwerp als dit trachten te ontleden, het is geen te onderschatten opgave.

Dit weerhoudt Crombez er niet van om interessante inzichten aan te reiken, samen met stof tot nadenken over de mogelijke toekomstige dystopie als we de huidige tendens gewoon verderzetten. Kort en krachtig moet kunnen, als de uiteenzetting daarbij helder blijft. Het ene inzicht en de andere constatering volgen elkaar echter in zo'n snelheid op, dat het soms ten koste gaat van de ademruimtes die het bezinken van de informatiestroom mogelijk moeten maken.

Bovendien bleef ik als iemand die zelf een haat-liefdeverhouding heeft met technologie, en zich lang tegen sociale media heeft verzet (en nu weliswaar deel uitmaakt van het socialemediateam van dwars, maar dat zijn details), soms wat op mijn honger zitten.

Hoe interessant het ook is om via de filosofie te achterhalen waar de kijkende mens al dan niet verschilt van de kijkende machine – ik ga niet spoilen – de meer concrete consequenties bleken eerder afwezig te zijn. Er worden wel potentiële flashforwards in het betoog verweven en op theoretisch niveau kwamen het ongemak en de empathie van de mens ten opzichte van machines naar voren. Misschien ben ik te weinig filosofisch onderbouwd om hiermee helemaal voldaan te zijn.

Het inzicht dat technologie een prijskaartje heeft, zoals privacy en het vervagen van de grens tussen menselijk en mechanisch, lijkt me immers toch al langer bekend te zijn. De insteek is weliswaar vernieuwend, maar hoe kunnen we het dystopisch beeld van een samenleving waarin alles en iedereen 24/7 gezien wordt, ontwijken? Welke invloed gaat dit uitoefenen op de menselijke psyche?

In het laatste gedeelte, dat over het sociale van de sociale media, leidt de bondigheid van het vertoog ertoe dat het met momenten gaat aanvoelen als een manifest. Zinnen als ‘Wat als de selfie-makers doorkrijgen dat hun beelden leeg zijn, hoe vol hun newsfeed ook lijkt?’, en ‘Dat zal pas gebeuren wanneer ze zich ernstig zorgen maken over de waarde van hun afgebeelde gezicht.’ laten weinig aan de verbeelding over.

Ook hier geldt weer dat het niet te ontkennen valt dat met sociale media gevaarlijke bijwerkingen gepaard gaan, zeker als er jongeren en pikante, private beelden bij komen kijken. Een diepere, misschien wel een vernieuwendere aftasting en nuancering van hoe de sociale media haar plek in de huidige maatschappij heeft opgeëist, hoe de samenleving zich hieraan aangepast heeft en hoe mensen die voor meer gebruiken dan louter profilering; ik miste het wel wat.

Kunnen machines kijken? is een veelbelovend proevertje dat goed op smaak gebracht is. Problemen en gevaren benoemen zonder mogelijke oplossingen aan te reiken, laat de lezer – mij althans – echter wel achter met honger naar meer. Misschien zit hier een mogelijkheid in voor een deel 2: Hoe maken we machines blind?



de dwarsdoorsnede

28/10/2018
Het Bezoek (© Stef Stessel | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: de theatervoorstelling ‘Het Bezoek’ van De Roovers & Muziektheater Transparant, gebaseerd op de tekst van Friedrich Dürrenmatt.

Als je stad failliet is, je kinderen door gebrek aan geld afgesneden worden van hoger onderwijs en levensreddende geneesmiddelen en armoede overheersen, hoe ver ga je dan om te overleven?

De inwoners van het stadje Güllen, eens zo florerend met dank aan de hoogovens, de auto-industrie en de felbegeerde titel van culturele hoofdstad, worden voor deze keuze geplaatst wanneer een oud-inwoonster na decennia haar geboorteplaats terug met haar aanwezigheid pleziert. Eens zo arm toen ze vertrok, keert ze nu terug als één van de rijkste vrouwen ter wereld, inclusief haar zevende man, haar zwarte panter en een morbide doodskist.

Liefdadigheid was haar eerder al niet vreemd: een crèche hier, een cultureel centrum daar. Güllen heeft echter (véél) meer nodig om opnieuw te 'leven'. Om dit te bewerkstelligen, heeft de gemeenschap haar ontvangst goed voorbereid, opgeluisterd met een engelachtig kinderkoor en een spectaculaire act van de lokale turnclub. De inwoners blijven niet op hun honger zitten: al snel volgt het aanbod van een miljardenschenking. Tot ieders verbazing blijkt hier echter wel een prijskaartje aan vast te hangen.

Eén mensenleven in naam van de gerechtigheid en het stadje wordt van de financiële ondergang gered. Eén moord op de kruidenier, in ruil voor een beter leven voor de hele stad. Serieus kan dit natuurlijk niet genomen worden. Voor een huurmoord, wat dit eigenlijk is, biedt men immers maximum enkele duizenden euro’s. Bij deze kan hun oude stadsgenote dit voorstel onmogelijk echt menen, toch? Zelfs wraak heeft zijn financiële grens.

Aanvankelijk lijkt de stad zich dan ook als één man achter het potentiële slachtoffer te scharen, onder het motto ‘liever arm dan bevlekt met bloed'. Morele principes heeft de bevolking wel. Maar wat als de man in kwestie zelf een moreel dubieus verleden blijkt te hebben? Tot waar loopt de menselijkheid, het humanisme, het belang en leven van één individu met op z'n zachtst uitgedrukt onvergeeflijke daden op zijn geweten? Waar neemt het gemeenschapsbelang het over? Eén voor allen of allen voor één?

De inwoners vinden zich al snel schipperend tussen hun loyaliteit aan hun stadsgenoot en de begeerte naar welvaart en voorspoed. Met deze informatie in het achterhoofd nam ik plaats in CC Ter Vesten te Beveren. Hoewel ik doorgaans wel een gezonde dosis drama kan smaken, vroeg ik mezelf toch wat af of ik hiermee niet al de hele plot kende. Het is echter niet de ontwikkeling van de verhaallijn die dit theaterstuk in de eerste plaats zo interessant - met momenten zelfs pakkend - maakt. Het zijn de in beeld gebrachte discoursveranderingen ter rechtvaardiging van de steeds meer uitgesproken meningen die je naar de keel grijpen. Het doet een klein alarmerend belletje in je hoofd rinkelen wanneer je als toeschouwer het kapitalisme met de menselijkheid ziet botsen: ‘Wat zou ik doen?’

Toch is het geen stuk van zware woorden, moeilijk volgbare verhaallijnen of metafysische dubbele betekenissen waar je alleen maar naar kan gissen. Het is altijd leuk je niet dom te hoeven voelen na een avondje theater. De toegankelijkheid wordt dan ook gegarandeerd doordat op regelmatige basis de sluimerende spanning gebroken wordt door een knullige turn act, matchende flashy schoenen en kale dochters die met hun haren staan te zwieren. De overweldigende livemuziek in combinatie met de schitterende, overtuigende acteerprestaties en de vleugjes humor zorgen voor een amusante theaterervaring, met een licht verontrustende nasmaak over de morele implicaties.

De Roovers (Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Luc Nuyens en Sofie Sente) worden bijgestaan door Warre Borgmans, Bert Haelvoet en Michael Vergauwen en Muziektheater Transparant. Tezamen vertolkten ze dit morele dilemma verpakt in een sappig omhulsel van humor al eerder tijdens de Zomer van Antwerpen, maar toeren nu - in het najaar van 2018 - langs Belgische en Nederlandse culturele centra en schouwburgen.

 

Interesse? Klik dan hier voor de programmatie.