een accuut gebrek aan dooplocaties op de buitencampus

25/10/2018
Studentendoop in het Park van Eden
🖋: 

“Schachten, schachten, wij zijn niet bij machte in het formuleren van zinnige gedachten!” De echo’s sterven weg uit de straten, het teken dat de doopmaand weer is afgelopen. Commilitones bergen hun witte jassen op en schachten keren blij vermoeid huiswaarts. Opvallend: dit jaar waren er geen gezangen op de site van het Fort VI in Wilrijk, nochtans sinds mensenheugenis de vaste doopstek van de kringen van de buitencampus.

In september communiceerde de universiteit dat ze op dit domein dopen niet (meer) toelaat. Ook het grasveldje achter de studentenhome van Campus Drie Eiken, de officiële dooplocatie voor de buitencampuskringen die opgenomen is in het doop- en feestcharter 2018-2019*, maakte de universiteit verboden terrein. Ontsteltenis bij de studentenkringen en een verrassing voor de stad, die op het laatste nippertje het Park van Eden als alternatief beschikbaar stelde.

 

ongelukkige keuzes en protest

Wij stelden de hamvraag: waarom is dopen aan Fort VI en op het grasveld achter de studentenhome verboden? Koenraad Keignaert en Tinne Nijs van het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten staan ons te woord. Ze leggen uit dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de site van het Fort VI en het grasveld achter de studentenhome als dooplocatie.

Alleen die laatste werd in het voorjaar voor de eerste keer opgenomen in het doop- en feestcharter van de Stad. Dat maakte dat het grasveld de officiële dooplocatie op de buitencampus was, waar kringen na een aanvraag gebruik van konden maken. Toch mocht geen schacht het gras betreden. “Het grasveldje was een ongelukkige keuze. Er is te lichtzinnig voorbijgegaan aan de mogelijke weerstand van de bewoners tegen die beslissing, onder het mom van ‘de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend’. In september was de soep weliswaar gloeiend heet. De bewoners van het studentenhome tekenden protest aan tegen de dooppraktijken die op minder dan tien meter van hun gevel zouden plaatsvinden. Het rectoraat gaf gehoor aan die klachten en besloot dat op geen enkel domein van UAntwerpen nog gedoopt mag worden.”

 

de doopdoos van Pandora

Die nultolerantie opende een onwelriekend potje voor het rectoraat: de ‘clandestiene’ dooppraktijken aan Fort VI. De site staat niet in het charter en een officiële beleidslijn van de universiteit verbiedt er het dopen. Toch is het fort al jaren de dooplocatie bij uitstek van de buitencampuskringen, omdat de voorgangers van Herman Van Goethem het dopen er telkens oogluikend toelieten. Dat gedoogbeleid was een onaangename verrassing voor het huidige rectoraat, dat besloot voet bij stuk te houden en dopen er nu ook in de praktijk te verbieden. Met als pijnlijk gevolg dat drie weken voor de start van het doopseizoen de buitencampuskringen zowel op het grasveld als aan het fort persona non grata waren.

 

Het grasveldje achter de studentenhome CDE als dooplocatie was een ongelukkige keuze.

 

“Bij een personeelswissel vallen er lijken uit de kast en dit was er een”, laten Koenraad en Tinne weten. Ze nemen het op voor hun broodheer. “Voor de rector was dit een pijnlijke affaire. Hij werd genoodzaakt snel een beslissing te nemen over het doopbeleid en dacht dat hij kon terugvallen op een beleidslijn die al jaren in voege was. Van het gedoogbeleid was hij niet op de hoogte. Dat kan hem moeilijk kwalijk genomen worden. Hij heeft de studenten alleszins niet in de wind willen zetten.”

 

mirakels, helden en levensgevaar

De goeie intenties van het rectoraat ten spijt, was het nieuws voor de studenten een klap in het gezicht. Ze voelden zich buitengesloten, omdat ze niet bij de discussies over een alternatieve locatie betrokken waren. Owen Diebels, praeses van ASK-Stuwer: “We hadden kunnen aangeven dat er aan het fort nog locaties zijn die zich perfect lenen voor het doopritueel.”

Koenraad en Tinne brengen begrip op voor deze denkpiste, maar repliceren dat de hele site van het fort verboden terrein zou zijn geweest. “De site is over de jaren heen veel kleiner geworden. Onder meer een topsportschool, schietclub, paramilitairen en een tennisvereniging hebben zich daar ondertussen gevestigd. Over het dopen denken zij allemaal hetzelfde: ‘Not in my backyard’. De onaangeroerde plekken op de site zijn dan weer levensgevaarlijk.”

 

Over dopen denkt iedereen tegenwoordig hetzelfde: 'Not in my backyard'.

 

Ze leggen ook uit dat er simpelweg geen tijd meer was om met de studentenkringen in overleg te gaan. Bij de stad horen we hetzelfde verhaal: “Een inspraakmoment voorzien was onmogelijk. Bovendien viel deze beslissing in september op een moment dat het Antwerpse Studentenoverleg (ASO) en de kringraden van ASK-Stuwer en Unifac nog niet plaats konden vinden.”

De buurtregisseurs** van de stad zijn overigens zonder meer de helden in het doopverhaal. Halsoverkop gingen ze op zoek naar een nieuwe dooplocatie en ze vonden die ook: uitzonderlijk kon de doop dit jaar plaatsvinden in het Park van Eden. Koenraad en Tinne: “De stadsdiensten hebben zich van hun beste kant laten zien. Tegen een strakke deadline hebben ze die site gefaciliteerd. Dat is een klein mirakel.”

 

een happy end?

Eind goed al goed? Nog niet helemaal. Hoewel de studenten de inzet van de Stad appreciëren en blij zijn dat ze überhaupt een locatie hadden om te dopen, geven ze aan dat het Park van Eden allesbehalve de ideale doopplek was. “Aansluitingen voor water en stroom waren er bijvoorbeeld niet”, vertelt Owen. “De schachten konden zich na de doop niet opfrissen en wanneer de zon onderging hadden we geen verlichting.” Koenraad en Tinne bieden soelaas en benadrukken dat het Park van Eden een tijdelijke oplossing was. “Nu hebben we weer een heel academiejaar om naar een nieuwe dooplocatie op zoek te gaan. De heisa zal volgend jaar nog niet vergeten zijn en zal niet opnieuw voorkomen.”

 

* De – om in studentikoze termen te blijven – codex voor dopen en feesten in Antwerpen.
** Een persoon die in een wijk aangesteld is om acties op te zetten die een positieve buurtbeleving bevorderen.



het laatste woord

25/10/2018
Pandemonium (© Suzanne Roes | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘pandemonium’.

Bij de buren begint een baby luidkeels te krijsen, op straat loeit een autoalarm al enkele minuten, bij de andere buren wordt er stevig geboord. In je tuin zetten krolse katten een waar gejammer op en om de zoveel tijd vliegt er een vliegtuig over. Het geluid wordt je allemaal te veel. Je bent in een waar pandemonium beland.

Sterker nog, dit pandemonium bestaat uit meerdere pandemoniums. Al die helse lawaaien bij elkaar zorgen voor een chaotische drukte, veel te luid om te kunnen verdragen. Een pandemonium is dan ook niets anders dan een hels lawaai of een wanordelijke toestand die door zulke lawaaien gecreëerd wordt.

Het woord kennen we uit John Miltons Paradise Lost waar het de hoofdstad van de Hel is, gebouwd door Satan zelf. Hels lawaai, heb je hem? Milton heeft het woord dan weer gehaald uit het Grieks, meer bepaald door het samenvoegen van pan (alle) en daemon (demon). Een geschikte naam dus voor de hoofdstad van het demonenrijk.

Nog maar weinigen kennen vandaag de oorspronkelijke betekenis van het woord. Als iemand tegenwoordig de term nog gebruikt, is het eerder in de algemene betekenis van chaos of verwarring. Of ze kennen de Amerikaanse achtbaan in Six Flags, een van de bekendste pretparken van de Verenigde Staten. Uiteraard is deze wirwar van een rollercoaster vernoemd naar dit begrip. Elke rit hangt af van de vier inzittenden, zaken als gewicht en grootte beïnvloeden het traject.

Ook hebben al heel wat punk- en hardrockbands zich naar dit woord vernoemd. Luide muziek vooral dus. Verder is het ook de naam van het — naar eigen zeggen — grootste hardcore evenement ter wereld. Als je er als gabber nog niet geweest bent, kan je er maar beter snel naartoe gaan. Deze december is het namelijk voor de allerlaatste keer in Amsterdam. De buren konden het pandemonium waarschijnlijk niet meer aan.

Laat iemand je er dus nooit meer van beschuldigen dat je gewoon maar kabaal aan het maken bent. Nee, voortaan creëer je enkel nog maar pandemoniums.

 



Mohamed Barrie, passant met een plan

25/10/2018
Mohamed Barrie (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

African Youth Organisation (AYO) viert zijn verjaardag, na één jaar succesvol een thuis te bieden aan studenten van Afrikaanse afkomst – of met interesse voor Afrika. dwars ging aan de koffie met voorzitter Mohamed Barrie hoewel hij voor een kopje thee ging, want hij heeft een zeldzame aandoening waardoor hij van koffie in slaap valt. Dat is natuurlijk niet zo handig in een druk leven.

Mohamed woont in Borgerhout en doet zijn master Sociaal Werk aan UAntwerpen. “Sociaal Werk is echt mijn ding", vertelt hij. "Ik vind het fantastisch om mensen te prikkelen en krijg er zelf veel energie van.” Hiernaast is hij in de weer met van alles en nog wat, maar vooral met AYO, waarvan hij voorzitter en medeoprichter is. In zijn vrije tijd is hij ook coach van de vrouwenvoetbalclub U16 City Pirates en leest hij graag. Van af en toe niks doen kan hij ook genieten.

Mohamed heeft er twijfels bij hoe je momenteel in het hoger onderwijs in een bepaald model moet passen. Er wordt verwacht dat je theorie succesvol kunt herkauwen en reproduceren. "Studenten die goed kunnen blokken, hebben dus automatisch een voordeel." Op de vraag wat voor soort student hij is, heeft hij een duidelijk antwoord. “Ik ben een vrij assertieve student en probeer de les met een alerte blik te volgen. Ik ben kritisch naar mezelf toe, maar ook naar degene die de les geeft. Waarom de docent bepaalde dingen wel of niet behandelt, bijvoorbeeld."

 

Ik ben autonoom, een passant in dit leven.

 

aarden bij AYO

Het hoger onderwijs ziet Mohamed als een huis vol leven: "Het is een plek waar iedereen een kamertje zoekt. Wanneer je voor het eerst binnen komt voel je je niet zo thuis. Later leer je te aarden, zoals planten die hun diepe wortels hebben, in plaats van enkel de bladeren die meegenomen worden door de wind." Voor jongeren met Afrikaanse roots wil AYO dit aarden graag faciliteren.

Bij de instroom van studenten wordt de focus vooral op onderwijs zelf gelegd. De jongeren worden begeleid en er worden experts uitgenodigd voor bepaalde topics, zoals stress of timemanagement. Het eerste jaar is voor iedereen zoeken. "We streven naar een peer-to-peer ondersteuning. Iemand die bijvoorbeeld in de Sociale Wetenschappen zit, zal door mij ondersteund worden.”

 

de weg naar geluk

‘AYO’ komt uit het Yorubaans, een Nigeriaanse taal, en betekent ‘zelfrealisatie’ of ‘pad naar het geluk’. “Je hebt een diploma, oké. Een diploma is fijn, maar het is veel belangrijker hoe je er bent geraakt en wat heeft bijgedragen aan jouw zelfontplooiing", zegt Mohamed. "Opdat de studenten zich beter kunnen wapenen tegen druk, willen we ze tools leren gebruiken die ze al in zich hebben.”

Ze geven het startschot van het jaar met de introductieweek in oktober. “Bij AYO doen we niet aan dopen, gezien we niet echt een drinkcultuur hebben, maar feesten kunnen we natuurlijk wel. We gaan naar Café au Lait, waar ik zelf soms draai", aldus Mohamed. "Daar is een gemoedelijke sfeer, je kunt chillen of dansen als je daar zin in hebt." Nieuwe leden leren via AYO ook de stad en campus kennen. Die kennismaking is best persoonlijk. Zo laat Mohamed laat bijvoorbeeld zijn favoriete vegan eetplekjes zien.

 

Pas later kun je aarden, zoals planten die hun diepe wortels hebben.

 

Naast studentikoze activiteiten organiseert AYO culturele evenementen. Elke maand houden ze een African Storytelling-avond, gebaseerd op een intrigerend concept uit de Afrikaanse cultuur. "Je zit ’s avonds samen en luistert naar verhalen van de ouderen, opdat hun wijsheden niet vergeten worden." Die avond draait het om écht te luisteren en er dan over te praten. Dit concept lijkt verloren te gaan in het sociale mediatijdperk.

Daarnaast zijn ze bezig met Read it out loud. Per maand wordt er één boek behandeld en nodigen ze experts uit, waardoor dit initiatief zich kan ontwikkelen tot een soort platform. "Denk aan TED Talks met historische inhoud tot hedendaagse onderwerpen. Met al deze initiatieven kunnen we studenten bagage meegeven bovenop hun diploma."

 

goede bedoelingen zijn niet goed genoeg

De universiteit is deel van het systeem van de Westerse samenleving. Toch is ze niet bepaald een weerspiegeling van de realiteit in de straten van Antwerpen. "Hoe hoger je komt, hoe witter en mannelijker het wordt. De docenten zijn zich wellicht niet bewust van de witte bril waar ze door kijken."

Mohamed gaf het vak Sociologie als voorbeeld aan, waar er een aantal personen uit de geschiedenis naar voren komen. "Neem nu Auguste Comte: hij was een van de grondleggers van de sociologie, maar ook een schepper van racistische theoriemodellen. Onrechtstreeks was hij wellicht verantwoordelijk vele moorden." Dit werd echter niet aangekaart in de les. Bij zo'n gebrek aan nuances moet in vraag gesteld worden of de lesgevers zich bewust zijn van hun eigen gekleurde perspectief.

De universiteit moet over haar rol als kennisinstituut reflecteren. Een tweede voorbeeld komt uit een les Literatuur. Er wordt gedoceerd over niet-witte schrijvers. "Maar als ik kijk naar wie de docent is, krijg ik het gevoel van object-subject. Het is hun onderzoeksproject. Soms is dat met de beste bedoelingen, maar het is niet genoeg." Mohamed heeft nog genoeg andere voorbeelden: in Hedendaagse Sociologie stond postkoloniale sociologie op het programma. "Dit was pas één week voor het examen, een half uurtje in de les", zegt Mohamed teleurgesteld. Het doet je afvragen wie er eigenlijk bepaalt wat er voor studenten relevant is.

 

toekomstmuziek

Is het dan niet belangrijk dat de diversiteit van perspectieven op een structurele manier een draagvlak krijgt? Mohamed maakt duidelijk dat hij het beu is om als student die nuances naar voren te moeten brengen. Een vaste job aan de universiteit ziet hij nog niet meteen zitten. "Hell no. Er zijn veel opties, veel wegen. Ik ben autonoom, een passant in dit leven", vertelt Mohamed. "Ik kan ergens in- of uitstappen, ik kan mij verbinden of loslaten. Maar ik wil vooral geen eigendom zijn van instellingen met hun clubjes en codes", gaat hij verder. "Ik sta achter mijn je m’en fou-houding, ik geef weinig om titels, erkenning of waardering.”

 

Ik heb onderweg graag een boek in de hand,
om het beeld te breken dat jongeren niet lezen.

 

“Soms sta je op een podium voor 700 man en erna doe je thuis de afwas voor je moeder. Daartussen ben je mens. Het eerste beeld geeft je status, maar is niet zo interessant als de ruwheid van het leven en de alledaagse dingen.”

 

onderweg naar verandering

Mohamed heeft altijd een boek in zijn tas zitten. Nu is dat The Dead Emcee Scrolls: The Lost Teachings of Hip-Hop van Saul Williams. "Saul Williams is een veelzijdige artiest. Hij is slam poet, muzikant, acteur en schrijver. In dit boek vindt hij geheimzinnige rollen perkament die hij tracht te ontcijferen." Literatuur zit in Mohameds bloed. "Ik heb een boek in mijn hoofd: het zijn drie verhalen die een reeks vormen, ik ga nog niet te veel vertellen. Het zal veel informatie bevatten voor de jeugd; een boek dat ik graag als kind had gelezen.”

“Ik heb onderweg het liefst een boek in de hand om het beeld te breken dat jongeren niet lezen. Zeker als kind van Afrikaanse afkomst herken je je niet in dat beeld. Je denkt, dat is niet voor ons." Soms gaat een kind naast hem zitten om hem vragen te stellen. Dan komt de socioloog in Mohamed naar boven. Hij creëert situaties en interageert met de publieke ruimte. "Het is fascinerend om te observeren hoe de onderstroom van de maatschappij in elkaar zit.”



25/10/2018
studentikoze koffiebars (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Koffiebars. Ze zijn een onmisbaar gegeven voor de Antwerpse studenten. Of je nu langsgaat voor je dagelijkse caffeine fix, afspreekt met vrienden voor je groepswerk of er uren spendeert terwijl je aan je thesis werkt, we zijn allemaal weleens in een koffiebar binnengestapt. Maar welke is nu eigenlijk de beste? Waar vind je de snelste wifi? Welke bar heeft de lekkerste koffie (of die met het meeste cafeïne)? En niet onbelangrijk, waar zijn de meeste stopcontacten? dwars ging voor jou op pad en gaf scores, zodat jij niet verder hoeft te zoeken naar je nieuwe favoriete studieplek.

Vandoag Is ’t       

Vandoag is'tkwaliteit van koffie: Vandoag Is 't is dé plek voor lekkere koffie aan een spotprijs. Je vindt er een uitgebreide kaart met zowel klassieke koffies als speciallekes voor een betaalbare prijs. Je kan je koffie ook gewoon meenemen, ideaal om wakker te blijven in de les.

studeren/wifi: Studeren kan, maar er zijn betere opties te vinden in de stad. Het is er redelijk krap en overdag altijd erg druk. Je moet een bijzonder hoog concentratievermogen hebben om niet afgeleid te raken.

ook om te eten? Ga niet met een lege maag studeren bij Vandoag Is’t, want lunchen kan je er niet. Gelukkig hebben ze wel zelfgemaakte wafeltjes en chocolademarshmallows. De perfecte versnapering bij je koffie.

sfeer: De charme van deze koffiebar ligt in zijn grootte. Het is een erg klein pand, waardoor het er altijd gezellig druk is, of er nu één persoon zit, of een hele groep. Het nadeel hieraan is dat je geen plek zal vinden tijdens de piekuren (rond de middag).

score: 4/5 koffiebonen

Prinsesstraat 2, 2000 Antwerpen

 

 

 

Viggo’s       

Viggo'skwaliteit van koffie: Hier wordt uitzonderlijk lekkere koffie geserveerd, en dan zeker de cappuccino. Af en toe tekenen ze een figuurtje in het melkschuim, wat de koffie erg instaproof maakt, voor wie zijn of haar studiemoment willen delen met de wereld.

studeren/wifi: Hoewel Viggo’s een beetje buiten de studentenbuurt ligt, is het studeren er toch erg aangenaam. Er is goede wifi aanwezig en je ziet er geregeld mensen met hun neus in de boeken. Een lange tafel siert  interieur van Viggo's, waardoor het een geschikte plek voor groepswerken is. De ligging van de koffiebar, redelijk dicht bij het station, valt in de smaak bij pendelaars.

ook om te eten? Tijdens het weekend kan je je er tegoed doen aan heerlijke pannenkoeken. Doorheen de week pakt Viggo's uit met zoetigheden zoals wortelcake en tiramisutaart.

sfeer: Viggo’s is een kleine, karaktervolle koffiebar met Scandinavisch interieur. Je kan er neerploffen in één van de comfortabele zetels, of aanschuiven aan één van de tafeltjes. Bij warm weer is het ook gezellig buiten vertoeven.

score: 3,5/5 koffiebonen

De Coninckplein 21

 

 

 

Cuperus (Paardenmarkt)       

Cuperuskwaliteit van koffie: Cuperus biedt uitstekende koffie aan. Je kan er terecht voor een ruim aanbod aan verschillende soorten, die je achteraf ook nog eens in een zakje mee naar huis kan nemen. Zo kan je er later verder van genieten. Bovendien kan je er ook gewoon filterkoffie bestellen, die je kan laten bijvullen voor een halve euro. Perfect voor studenten die een cafeïnekick kunnen gebruiken, maar aan een budget vasthangen.

studeren/wifi: Hoewel de wifi er soms een beetje traag loopt, kan je er wel studeren. De zaal is zo ingedeeld dat je er gemakkelijk met een groep samen kunt werken aan een project, evenals in je eentje studeren aan een tafeltje. Je vindt er talloze stopcontacten, dus je hoeft ook niet bang te zijn dat je laptop uit zal vallen.

ook om te eten? Bij Cuperus kan je ook terecht voor een snelle hap of een klein hongerke. Er is een open keuken waar ze continu cakes bakken, pastaslaatjes voorbereiden en luxe boterhammen smeren. Alles is dus erg vers. Door die open keuken verspreidt de cakegeur zich door de hele zaak. Erg moeilijk om niet toe te weerstaan.

sfeer: Er hangt een fijne sfeer in deze koffiebar. Zowel de muren, de tafels, als de plafonds zijn gedecoreerd met talloze plantjes en bloemen, wat de zaak een heel frisse uitstraling geeft. Door het Scandinavisch interieur voel je je ook meteen thuis. Toch staan de tafels niet te dicht bij elkaar, zodat je met een gerust gevoel kan studeren. Een minpuntje? Je staat er best lang in de rij. Hou daar rekening mee als je gehaast bent!

score: 4,5/5 koffiebonen

Paardenmarkt 28

 

 

 

CoffeeLabs       

CoffeeLabskwaliteit van koffie: Bij Coffeelabs kan je terecht voor een heerlijke kop koffie, maar ook voor een lekkere thee of een vers sapje. Aangezien deze koffiebar net buiten de studentenbuurt valt, liggen de prijzen ook ietsjes hoger. Een hele namiddag studeren bij Coffeelabs loopt dus wel snel op, iets om in je achterhoofd te houden.

studeren/wifi: Je kan hier aardig studeren. Het is een grote ruimte met veel tafels, zowel grote als kleintjes, maar ook zitbanken en houten planken waar je op kan loungen. Voor ieder wat wils dus. Stopcontacten vinden blijkt wel wat moeilijker. Zorg er dus zeker voor dat je batterij voldoende opgeladen is als je bij Coffeelabs wilt gaan studeren.

ook om te eten? Jazeker, je kan hier ook terecht voor een snelle hap of een uitgebreid ontbijt/lunch. Ook hier wordt alles vers bereid in de keuken en is het moeilijk weerstaan wanneer je voorbij de toonbank loopt. Bovendien bieden ze een groot aanbod vegetarische en veganistische maaltijden aan. Het menu verandert ook dagelijks, dus culinair zal je je er nooit vervelen.

sfeer: Coffeelabs is sfeervol ingericht, met een origineel interieur dat zowel praktisch als aangenaam voor het oog is. De tafeltjes achteraan staan wel redelijk dicht op elkaar gepropt. Vergeet zeker je oortjes niet als je er rustig wilt kunnen werken.

score: 3,5/5

Lange Klarenstraat 19



betweter

25/10/2018
Betweter (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

“Sorry, ik ben zo pokemon!” als verontschuldiging uitroepen nadat je een volle mok koffie over een toevallige tegenligger morst; het klinkt wat bevreemdend. Jezelf gelijk stellen aan de vrolijk gekleurde fictieve wezens is dat evenzeer. Bovendien hangt de associatie met de lyrics “I wanna be the very best, like no one ever was” in de lucht. Er bestaan minder aanstootgevende manieren je te excuseren voor een vuilgemaakte trui.

Toch is dit geen incorrecte manier om het koffieaccidentje te verklaren. Je hoeft met deze woordkeuze immers niet te doelen op de afkorting van Pocket Monsters, waaraan de gelijknamige tv-serie (Pokémon) haar naam ontleent. Hier schiet een handige zoekfunctie in Google Books ons te hulp, waarmee het aantal vermeldingen van een bepaald woord in gedigitaliseerde boeken nagegaan wordt. Wanneer we louter voor het wetenschappelijk plezier een kleinschalig experiment op poten zetten met het woord ‘pokemon’, biedt dit een verhelderend inzicht. Niet alleen aan het einde van de twintigste eeuw kunnen we een exponentiële toename van dit woordgebruik waarnemen. Tegen alle verwachtingen in verschijnt er ook rond het jaar 1870 een kleine opstoot.

Het zou mooi zijn als we de verklaring hiervoor vonden in de geboorte van een visionair die in zijn dromen de avonturen van de Pokémons zag en deze predikte aan zijn tijdsgenoten. Vervolgens zouden zij die voorspellingen neerpennen voor het nageslacht, zoals het goedgelovige luisteraars betaamt. Het vermakelijk verhaaltje ten spijt dient de juiste verklaring voor dit ongelooflijke fenomeen gezocht te worden in de linguïstiek.

Hiervoor moeten we naar Cornwall afreizen. In dit uiterst zuidwestelijk gebied van Engeland betekent het woord pokemon in het Cornisch niet meer en niet minder dan clumsy’of stupid. Onderzoek moet nog uitwijzen of het toegenomen woordgebruik op het einde van de negentiende eeuw te wijten valt aan een explosief aantal onhandige Cornish. Wat wel al met zekerheid geweten is, is dat in het midden van deze eeuw een grootscheepse actie op poten is gezet om dit dialect van de vergetelheid te behoeden. Om dit te bewerkstelligen, werden er en masse woordenlijsten en -boeken opgesteld, wat het toegenomen woordgebruik van ‘pokemon’ op schrift verklaart.

Mensen die tegenwoordig het woord pokemon opnemen in hun woordenschat, dragen zo bij aan het voortbestaan van het Cornish. In de toekomst hoef je je niet meer te verontschuldigen voor je 'onhandigheid' bij een morsongelukje. Je hebt gewoon een ontzettend hoog pokemongehalte. Hoe cool is dat!



de wereldverbeteraar

25/10/2018
de wereldverbeteraar 2.0 (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met kleine en grotere problemen uit het dagelijkse leven: gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zo’n proportie aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. In elke dwars kaart de wereldverbeteraar daarom een concreet probleem aan uit het studentenleven. Oplossingen groeien soms immers gewoon aan de bomen, als je maar naar boven durft te kijken om ze op te merken.

Koffie is de weg naar succes, dat weet iedereen. Het advies van de befaamde Harry Potter aan zijn medeleden van de Orde van de Feniks staat ons nog helder voor de geest: “Working hard is important but there is something that matters even more: coffee.” Toegang tot dit zwarte drankje is als een open deur naar sprankelend geluk, onuitputtelijke energie en het moeiteloos verzetten van bergen werk. Maar net zoals alle andere wegen die leiden tot een geslaagd leven, is het pad voor de een hobbeliger dan voor de ander.

Geen afhaalkoffie betekent namelijk minder kracht om alles uit het leven te halen, wat onvermijdelijk leidt tot minder inkomsten, wat dan weer betekent dat er minder tijd én geld overschiet om zich te goed te doen aan de hemelse drank. Met alle gevolgen van dien. Het is helaas de schrijnende waarheid: de structurele ongelijkheid zit niet alleen diep geworteld in de maatschappij, maar ook in de Universiteit Antwerpen. Niet alle studenten hebben dezelfde simpele en goedkope toegang tot het drankje der succes. Hoewel de eerste verschillen zich al voordoen tussen de Stadscampus en Campus Mutsaard, zijn het vooral de buitencampussen die het zwaarst getroffen worden door deze rampspoed. De enige koffiebronnen hier zijn de resto's en Starbucksapparaten. Voor deze studenten geen gezellige, kwaliteitsvolle koffieplekjes om aan het soms barre studentenleven te ontsnappen. Zij zitten gevangen in een mensonwaardige situatie, getekend door aanhoudend gebrek aan koffiekeuze.

 

Toegang tot dit zwart drankje is als een open deur naar sprankelend geluk.

 

Zelf ben ik nog maar een redelijk recentelijk ontwaakte koffiedrinker. Ik zou niet zeggen dat ik verslaafd ben, ik heb het gewoon nodig. De horror van het koffieloos leven staat nog duidelijk in mijn geheugen gegrift, zo goed als onverwerkt. Na het eerste contact van mijn lippen met het wonderdrankje transformeerden als bij toverslag de grijstinten van mijn bestaan in alle kleuren van de regenboog. Hierdoor kan ik mijn ogen niet meer sluiten voor de erbarmelijke situatie waarin sommige van mijn medestudenten zich nog bevinden. Eenmaal gezien kan het niet ont-zien worden.

Geef nou toe, de student die niet over de mogelijkheid beschikt – zowel fysiek als financieel – om tijdens een pauze of tussen de lessen door snel een kopje vloeibare energie te gaan halen, is een verloren student. Augustus Waters uit The Fault in Our Stars – Gus voor de vrienden – had ongelijk, the world is indeed a wish-granting factory. Alleen vergt die massa’s cafeïnerijke dranken als brandstof. In tijden waarin koffie de motor van de maatschappij is en cafeïnevrij succes een onbestaand fenomeen is, is het te gek voor woorden dat de wijdere omgeving rond UAntwerpen nog geen stappen heeft ondernomen om de gelijkheid der koffiedistributie te bewerkstelligen.

Koffie is niet voor niets een onontvreemdbaar recht voor ieder mens, kijk maar na in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De wereld zou dan ook zoveel beter zijn mocht onze universiteit over haar eigen koffieplantage beschikken. Het is het principe van ‘twee vliegen in één klap’, maar dan met meer exemplaren: zowel de studenten als de professoren terug aan het bewegen krijgen bij de bewerking van het land én een eindeloos toestromende voorraad koffie. Iedereen kan vanuit zijn eigen vakgebied een steentje bijdragen wanneer voor alle bachelorstudenten een verplicht vak van 10 studiepunten, buitenlandse studiereisjes en koffieconferenties voorzien worden. Hierdoor wordt de leerstof ineens in praktijk omgezet: drie vliegen in dezelfde klap dus. De vierde vlieg zorgt voor de kers op de taart: een Belgische koffie-gelijke samenleving is geboren.

 



25/10/2018
Rin Verstraeten | dwars 118
🖋: 

Op de universiteit kan je sporten naar hartenlust. Zumba, zaalvoetbal of pingpong, noem maar op. Maar wie zijn nu eigenlijk de studenten waarbij je pingpongballetjes en badmintonracketjes kan lenen? En wat doen zij een hele dag in dat kleine lokaal in het midden van de Agora? We smeerden onze benen in, trokken onze polsbandjes aan en hielden de UAntwerpen Plus Pass in de aanslag voor een gesprekje met de Sportraad.

In het sportkot, zoals dat kleine kamertje heet, ontmoeten we Jonas (praeses), Enya (PR) en Gilles (verantwoordelijke ASL outdoor) van de Sportraad. Ze blazen nog wat stoom af, want gisteren was het Sportraad Quiz én ging het Antwerp Students League (ASL) zaalvoetbaltoernooi van start. “De quiz was goed, maar op het veld ging het iets minder”, vertelt Jonas. “Een student had zijn voet omgeslagen. Vandaag kreeg ik te horen dat ze naar de spoeddienst zijn gegaan en dat de voet wellicht gebroken is.”

Of ze vaak getuigen zijn van zulke ongevallen? “Dat valt wel mee”, vervolgt Jonas, “al is er ooit een ziekenwagen de zaal binnengereden om iemand naar het ziekenhuis te voeren. Vaak zijn het kleine blessures, bijvoorbeeld wanneer iemand tijdens het voetballen tegen de muur botst. Vorig jaar heeft er overigens een student overgegeven in de zaal. Maar ik verzeker je: het was van de hitte, niet het gevolg van te veel alcohol!”

In het sportkot staat een microgolfoven met daarop een geopend pak pannenkoeken van het merk Colruyt. Het lijkt erop dat de studenten van de Sportraad hier vele uren vertoeven. Aan de muur hangt een schema met de permanentie. “Ik ben deze week elke dag aanwezig”, laat Gilles weten. “Ik krijg daarvoor een vergoeding van Sportsticker, de organisatie waarmee de universiteit en de Sportraad samenwerken om de verschillende sportactiviteiten en ASL-toernooien in goede banen te leiden. Jonas en Enya zitten hier nu vrijwillig, ter ondersteuning en om mij wat gezelschap te houden.” Ook ’s avonds is het sportkot geopend. “Ik doe vanavond de shift tot half twaalf. ’s Avonds is het zonder vergoeding weliswaar”, lacht Jonas. “Het is heel leuk om hier binnen te springen, je weet toch dat er altijd iemand aanwezig is”, vertelt Enya. “Van Jonas zeggen we trouwens dat hij niet op kot zit, maar wel op sportkot. Hij is hier altijd in de buurt.”

Studenten komen meestal langs om te pingpongen tijdens het middaguur of om de zaal te reserveren voor zaalvoetbal. Ook tijdens ons gesprek klopt een student aan die vraagt om een nieuw pingpongballetje, want dat van hem is kaduuk. Drukke avonden zijn vooral die waarop groepssessies als zumba, fatburning en BBB gepland staan. “Zeker aan het begin van het academiejaar is het dan even chaos”, legt Enya uit. “Wanneer je de zaal wil betreden, moet je namelijk met een persoonlijke vingerscan de poortjes openen. Om dat te laten slagen moeten we eerst je vingerafdruk hebben. Natuurlijk passeren alle studenten die nog niet binnen kunnen tien minuten voor de start van de les om een vingerafdruk te laten afnemen. Dan staat er een rij tot in het midden van de Agora en is het stevig doorwerken. Al geef ik toe dat ik, als de rollen omgedraaid zouden zijn, zelf ook pas tien minuten voor de sportles zou afkomen (lacht).”

Op een monitor kunnen Jonas, Enya en Gilles de poortjes van de zaal in het oog houden. Wanneer ze merken dat iemand problemen heeft om binnen te raken, spreken ze door een parlofoon om hulp te verlenen. Enya kreeg ooit iemand zo ver om de Kabouterdans te dansen. “Voor de grap stelde ik voor dat als de student binnen wilde, hij de plopdans voor de poortjes moest uitvoeren. Bleek die persoon dat ook echt te doen! Hij zong zelfs de tekst.”

Of Jonas, Enya en Gilles zelf vaak sporten? “Badminton in mijn thuisdorp, op een redelijk goed niveau”, laat Jonas weten. Enya neemt vaak deel aan de sessies fatburning en danst. Gilles deed aan handbal, maar was genoopt te stoppen wanneer hij last kreeg van zijn schouder. “Nu heb ik zo mijn eigen manier om op mijn lijn te letten”, lacht hij geheimzinnig. “Ik had wel verwacht dat ik veel meer zou gaan sporten toen ik lid werd van de Sportraad”, vervolgt hij. “Maar hoewel ik elke dag met sport bezig ben, schiet er door de organisatie van al die competities weinig tijd over om zelf aan sport te doen.”

Hoewel het sportkot klein is en ze vele uren in het lokaal doorbrengen, zijn de praesidiumleden de muren nog niet beu gezien. “Maar wel Jonas’ gezicht”, merkt Gilles droogjes op. Hij kan nog net het pingpongballetje ontwijken dat naar zijn hoofd zoeft.



poëzie

25/10/2018
spraakatelier (© Anne Leupen | dwars 118)
🖋: 
Auteur

 

De hiaten worden er
zorgvuldig dichtgenaaid. De ideeën
vastgeknoopt aan eigenheid

De vulling dichtgestikt
en met spelden vastgepind 
aan opgelaten ballonnen.

Alles ontdaan van betekenis
uitgewrongen en gebleekt tot het algemene
en eventueel
mocht het nodig zijn
opgelapt met boutades

We graven ons in welbespraaktheid in 
zodat we niet langer moeten voelen
wat woorden betekenen

Eenheden zonder grootheid
Letters zonder ziel



vrouwelijke constructiewerkers gezocht

25/10/2018
Genderbeleid aan UAntwerpen (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

‘De proffen hebben hun tweemaandenbaardje afgeschoren’, zo luidden de eerste woorden van onze dwars 117. Dat proffen meestal mannen zijn, is zo vanzelfsprekend dat niemand vragen stelt bij zo’n openingszin. De cijfers die UAntwerpen in 2014 publiceerde, staken het niet onder stoelen of banken: hoe hoger de graad, hoe minder vrouwen. Onder de gewoon hoogleraren was in 2013 maar 15% vrouw. Nochtans zijn mannelijke studenten al meer dan tien jaar in de minderheid. Hoe kan het dan dat de academische wereld van UAntwerpen nog steeds een echte mannenwereld is?
 

In 2013 werd er aan het decreet op UAntwerpen en andere universiteiten een artikel over genderevenwicht in bestuurs- en adviesorganen toegevoegd. De rectoren van de Vlaamse universiteiten werden van deze wijziging niet bepaald vrolijk, maar het maakte wel duidelijk dat het tijd was voor verandering. Volgens het decreet mag maximaal twee derde van de bestuursorganen van hetzelfde geslacht zijn.

‘Er zou alleen geworven en gezeteld moeten worden op basis van competenties’, luidt één van de grote kritieken op dit soort quota. De kritiek is in zijn kern waar. Petra Meier, kersverse decaan en de enige vrouw in die functie, wijst er echter op dat wat als competent wordt gezien, gebaseerd is op decennia aan voornamelijk mannelijk bestuur. "Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is? Die discussie moeten we echt nog voeren.”

Naar aanleiding van het quotum is er in 2014 een actieplan geschreven voor een duurzaam genderbeleid. Een artificieel quotum opleggen heeft namelijk ook wat haken en ogen op praktisch niveau. Vrouwen zijn bijvoorbeeld nog altijd ondervertegenwoordigd binnen het zelfstandig academisch personeel (ZAP). Het gevolg is dat de vrouwen die er wel zijn in veel bestuursorganen moeten zetelen om de opgelegde quota te halen. “In sommige faculteiten en commissies moeten vrouwelijke proffen van de ene naar de andere vergadering omdat ze de enige vrouwen zijn. Terwijl mannen de taken kunnen verdelen. Zo worden vrouwen overbelast”, verklaart Kristien Seghers, domeincoördinator van het Team Gelijke Kansen en Diversiteit. Het actieplan heeft dan ook als doel om meer vrouwen als ZAP aan te werven en te behouden.

 

de status quo

We zijn ondertussen een kleine vier jaar verder en het actieplan van 2014 werd deze zomer getoetst aan de huidige stand van zaken. Dit resulteerde in een splinternieuw rapport over gender aan onze universiteit. Seghers gaf meer uitleg bij deze update van de cijfers uit 2013: “Bij studenten, pre- en postdocs, docenten en hoofddocenten zijn er geen aardverschuivingen te bemerken. Bij de hoogleraren daarentegen is het aantal vrouwen op tien jaar wel verdubbeld.”

Bij de studenten steeg het aantal vrouwen over de laatste tien jaar gestaag. Momenteel maken vrouwen met 56% het merendeel van de hoofdinschrijvingen uit, hoewel er nog sterke verschillen zijn tussen de faculteiten. Onder doctoraatsstudenten is de verdeling nog mooi gelijk, maar vanaf de postdocs zien we een knik in de grafiek. Slechts 45,4% van de studenten die hun doctoraat binnenhalen, is vrouw. Dat betekent dus dat minder vrouwen dan mannen hun doctoraat afmaken. Daarna gaat het van kwaad naar erger: maar 28% van de hoogleraren is vrouwelijk, bij de gewone hoogleraren daalt dat cijfer zelfs naar 18%. Op die hoogste treden van de academische ladder zie je wel een groot verschil sinds 2013.

 

Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is?

 

In vijf jaar is het aantal vrouwen in beide categorieën respectievelijk 16% en 9% gestegen. Deze cijfers zijn natuurlijk een momentopname: dat het aandeel vrouwelijke studenten nu zo groot is, zal op termijn zeker ook zichtbaar worden bij het academisch personeel. In afwachting daarvan moeten we de tijd wel een handje helpen. “Bij het bevorderingsbeleid zijn we heel goed bezig", vertelt Kristien Seghers. “Vrouwen maken nu soms net iets meer kans om bevorderd te worden. Dus het probleem zit niet in de promoties, maar in de aanwerving. We proberen onze maatregelen dan ook meer te richten op de pre- en postdocs."

 

bottleneck

Waar het strategisch actieplan van 2014 nog een breed oplossingskader bood dat inspeelde op verschillende aspecten van een loopbaan aan de universiteit, worden in de beleidsaanbevelingen van 2018 dus alle pijlen gericht op het kritieke punt tussen doctoraat en ZAP. “Het probleem is niet zozeer dat we onvoldoende vrouwen selecteren, maar dat er te weinig vrouwelijke kandidaten zijn. Vrouwen blijken minder geneigd om te solliciteren voor bepaalde functies”, vertelt Seghers ons. Om dit pijnpunt systematisch aan te pakken, worden alle aspecten van het probleem onder de loep genomen. Dat gaat van beeldvorming tot het weghalen van drempels bij vacatures en sollicitaties. “Ik denk dat we op zoveel mogelijk verschillende fronten kleine vooruitgangen moeten boeken”, beaamt Seghers. 

De vraag blijft of al deze maatregelen de kracht hebben om snel en grondig de bestaande structuren te veranderen. Na vier jaar uitvoering van het eerste actieplan is er immers amper verandering in de cijfers op te merken op dat specifieke knelpunt. Ondertussen dringt de tijd: “Als je kijkt naar wie er bij ons in de faculteit als eerste op emeritaat gaat, zijn daar heel wat vrouwen bij. Dan valt het aandeel vrouwelijk personeel in onze faculteit wel heel snel terug", merkt Ilse Loots, oud-decaan Sociale Wetenschappen, op. 

 

Vrouwen zijn vaak geneigd om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.

 

Kordaat en structureel optreden is dus de boodschap. Meier is hier duidelijk over: “Er zijn al heel weinig plekken voor ZAP’ers. Als er zo’n opening komt, dan wordt er wel wat gescout. Dus waarom scouten we niet actief, zodat er in de groep sollicitanten al een groot aandeel vrouwen zit?” Of scherper: “Waarom zorgen we er niet voor dat daar waar het genderevenwicht scheef is, we enkel aanvragen bij de ERC Starter Grants (European Research Council) steunen van het ondervertegenwoordigde geslacht tot er een evenwicht bereikt is?” stelt Meier. Met zo’n Starter Grant ben je als onderzoeker zeker van een positie in het ZAP. UAntwerpen heeft hier dus de mogelijkheid om heel rechtstreeks in te grijpen en op een ambitieuze manier het genderevenwicht na te streven. “Dat is geen ingewikkelde maatregel, maar je moet als instelling het lef hebben om dat soort beleid te voeren.”

 

ambitie vs. consideratie

Naast aanwerving kan je ook via promotie zorgen voor een genderevenwicht in de hoge posities. Sinds 2014 is er op dat vlak duidelijk verbetering zichtbaar: eenmaal aangeworven worden vrouwen wel degelijk bevorderd. Ze maken zelfs iets meer kans op een promotie dan mannen. Seghers legt uit hoe het beleid van de laatste vier jaar die trend kon doen omkeren: “Wanneer je nu voldoet aan bepaalde criteria, krijg je sowieso een promotie. Dat is vanuit genderperspectief niet slecht omdat vrouwen vaak geneigd zijn om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.” Ze lijkt hiermee de vinger op de wonde te leggen. Iemand die zichzelf niet in een bepaalde positie ‘ziet’, zal ook niet snel solliciteren. 

"Decaan Meier en oud-decaan Loots lijken zich beiden ergens in die theorie te herkennen. “Voordat ik kans maakte om departementsvoorzitter te worden, kreeg ik van mijn mannelijke collega’s te horen dat dat wel in de lijn van mijn ambities lag. Daarvoor stond dat zelfs niet bij mij op de radar”, vertelt Meier. Loots blikt op een gelijkaardige manier terug: “Als ik niet gevraagd was geweest, dan zou ik er nooit opgekomen zijn om dit te doen. Het zijn die duwtjes die mij over de drempel hebben geholpen.”

 

de status quo voorbij

We kunnen wel stellen dat het genderevenwicht bij het personeel van UAntwerpen in 2014 niet in balans was. Het doel van het actieplan was dan ook om de scheefgetrokken status quo grondig bij te werken. Vier jaar later valt er nog steeds genoeg recht te trekken, maar veel van de maatregelen uit 2014 worden ondertussen uitgevoerd. Met de nieuwe beleidsaanbevelingen worden de gaten in het oorspronkelijke plan gedicht. Is die evolutie ook zichtbaar in een mentaliteitswijziging op de werkvloer?

 

Er wordt niet meer negatief gekeken naar quota’s, maar er wordt nog wel over gezucht. 

 

“Er is een groot solidariteitsgevoel, maar dat trekt zich absoluut ook door naar de mannen. Veel daarvan zijn jonge vaders, waardoor ook zij bewust beslissingen moeten nemen over hun loopbaan. Daar wordt veel samen over nagedacht aan de faculteit”, vertelt Loots. Meier voegt toe: “We hebben ook steeds meer gescheiden ouders en dus ook alleenstaande vaders en moeders. Het stijgende aantal echtscheidingen is misschien één van de grote factoren van verandering geweest, net als de zorg voor ouderen. De vraag naar een andere cultuur in de werkomgeving werd daarmee enkel prangender.”

Er zijn nog veel dingen die beter kunnen. Uiteindelijk zal de tijd een betere balans bieden, maar aangezien gendergelijkheid als waarde al enkele decennia hoog in het vaandel staat, kan het geen kwaad om de norm een handje te helpen. Loopt UAntwerpen dan achter? Dat zeker niet. Ze is nog niet waar ze moet zijn, maar ze was wel de eerste universiteit van Europa die een vrouwelijke rector had. Prof. Maria de Groodt-Lasseel gaf eind jaren '70 het startschot. Vanaf dat moment lag het academische pad open voor vrouwen. Nu rest het enkel nog wat vrouwelijke constructiewerkers die dat pad iets toegankelijker maken. Het is aan de volgende generaties studenten en academisch personeel om dat pad vrij van oneffenheden te maken.
 



het leven op straat in Antwerpen

25/10/2018
kunnen daklozen het dak op? (© Suzanne Roes | dwars)

Of je ze nu een muntstuk toestopt of je blik afwendt en wat sneller gaat lopen, daklozen zijn niet weg te denken uit het Antwerpse straatbeeld. Toch werd dakloosheid de afgelopen verkiezingen amper aangekaart. De prioriteiten liggen elders; de dakloosheid stijgt, maar de hulp niet. Integendeel. Daklozen lijken in de steek gelaten door de maatschappij en de politiek. Hoe kan dit? dwars ging op zoek naar antwoorden bij deze mensen zelf. De straat op dus. 

geen leien dakje 

Op het Sint-Jansplein raken we in gesprek met de Ierse Johnny. Hij groeide op in een weeshuis, om vervolgens van pleeggezin naar pleeggezin te moeten verhuizen. Toen hij zestien was, ging hij in het leger. Na op zijn achttiende over te schakelen naar de commando’s, heeft hij nog zo’n vijfentwintig jaar dienstgedaan bij de Special Forces. Nu heeft Johnny kanker en kan hij niet meer werken. Na eerst in Rotterdam en Amsterdam geleefd te hebben, is hij in Antwerpen beland. Op de vraag of hij wel eens om geld bedelt, reageert hij verbaasd: “Are you crazy? To hell with money. Don’t be crying saying ‘oh no, I haven’t got this, I haven’t got that. So what if you haven’t got it? Suck it in, put your chin up and walk, carry on, be a man. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where I put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.”

 

Als dakloze heb je weinig privacy en lijd je onder zware stress.

 

In de metrotunnel bij station Diamant vinden we Pieter, een man van begin dertig met een hond. Hij vertelt bewust afstand te hebben genomen van de maatschappij. “Ik besloot een paar jaar geleden dat ik niet mee wou doen aan deze corrupte maatschappij. Ik dacht dat ik honger en kou zou lijden, maar door een paar uur per dag circustrucs te doen verdien ik genoeg om eten en een slaapplaats te betalen voor mezelf en mijn hond. Ik voel me heel vrij.”
Hij vindt dat daklozen niet genoeg gehoord worden door de politieke partijen en geeft aan dat hij heeft gestemd op een partij die focust op dierenrechten. Bij het afscheid drukt hij de wens uit dat studenten niet zomaar alles vanbuiten mogen leren, maar dat ze zelf moeten nadenken en vragen stellen. 

 

op visite bij Victor

Na deze twee vrije geesten ontmoet te hebben, spraken we Haiyet Benabid, het hoofd van nachtopvang Victor. Zij begeleidt al meer dan twintig jaar daklozen in Antwerpen. "De daklozen slapen op slaapzalen en in bedden die wij erg proper houden. Hygiëne is hier belangrijk. Hoewel ze in principe alle basisbenodigden hebben hier, betekent dat niet dat ze tot rust kunnen komen. Ze hebben nog steeds weinig privacy en lijden aan zware stress."

"Vooral in de winter zitten we vol", gaat ze verder. "Ik vraag me soms af hoe het kan dat het dan zoveel drukker is. Misschien verblijven onze bezoekers in de zomer meer in tenten of kraakpanden. Ik word altijd verdrietig als er gezinnen binnenkomen. Het moet een traumatische ervaring voor de kinderen zijn. Zeker oudere kinderen beseffen dat hun ouders hebben gefaald. Er zijn ook te veel bejaarden. 'Tot vanavond’ moeten zeggen tegen een gast met een stok raakt me en dat is maar goed ook. We zouden beter moeten kunnen voorkomen dat mensen op straat gezet worden." Ingrijpen voordat het te laat is dus. Haiyet roept studenten op om over mogelijke oplossingen na te denken.

 

Wanneer je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen. 

 

een levensverhaal in Sint-Andries 

Naast coSTA, een ontmoetingscentrum in Sint-Andries, zit Betonne Jeugd, een organisatie die kansarme jongeren een tweede thuis wil bieden. Daar ontmoeten we Vera. Vera heeft ooit zelf op straat geleefd en werkt nu als vrijwilliger bij Betonne Jeugd. “We proberen hier een thuisbasis te creëren”, vertelt ze. “Wij luisteren naar hun problemen en proberen te helpen, maar bovenal proberen we de jongeren elkaar te geven. Ze zijn elkaars beste steun omdat ze elkaar begrijpen. Hierbuiten moeten ze een masker opzetten. Ze verbergen allemaal een stuk van zichzelf, dat is ontzettend moeilijk.”

Vera stelt ons voor aan Wendy (25), een vrolijke jonge vrouw met een roze staart en enkele tatoeages op haar armen. “Mensen zien niet dat ik een dakloze ben. Ze hebben een beeld van wat dat is, maar dat klopt vaak niet. Je kan er evengoed netjes uitzien en dakloos zijn.” Wendy leeft al sinds haar elfde op straat. Over daklozencentra is ze niet zo te spreken. “De eerste keer dat ik alleen dakloos was”, begint ze, “wou ik absoluut niet naar een daklozencentrum. Je slaapt op een gang met allemaal jongenskamers en maar één vrouwenkamer, die niet bewaakt is. De mannen kunnen gewoon binnen en buiten lopen terwijl je je aan het omkleden bent. Bij mij is het daar ook misgegaan. Er was een zwaar verslaafde man die zo verliefd op mij was dat hij XTC in mijn drinken deed. Ik ben weggegaan omdat ik het echt niet meer aankon. Het maakte me niet uit waar ik belandde.” Toen Wendy bij Betonne Jeugd aankwam woog ze tachtig kilo. Daar is nog maar zestig kilo van overgebleven. “Het is heel hard om op straat te leven. Je kan je niet verzorgen, je weerstand verslechtert. Je hebt geen geld om te eten. Ik heb dagen niet kunnen eten.” 

 

Je krijgt maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s van 500 euro. De rekening klopt gewoon niet.

 

Wendy’s broers en zussen zijn inmiddels opgenomen in pleeggezinnen. Hun moeder leeft net als Wendy op straat. Toch vertelt ze dat je meer hebt aan de hulp van familie en vrienden, dan aan liefdadigheid of de overheid. “In daklozencentra moeten ook de oude mensen en mensen met kanker overdag naar buiten in de zomerperiode. Je mag alleen binnenblijven als je naar de dokter gaat die met Victor samenwerkt, maar die is bijna altijd volzet. Het klopt gewoon niet.”

Wendy geeft aan dat ze hard haar best doet, maar dat het moeilijk is om haar situatie te veranderen. “Ik probeerde naar school te gaan, maar heb dat niet kunnen volhouden. Je kan daar moeilijk elke dag stinkend of met honger heen.” Ze heeft een tijdje in een appartement gewoond, maar daar is ze door het gerecht uitgezet. “Zij begrijpen niet hoe moeilijk het is om na een straatleven weer in een huis te wonen. Ze gaan ervan uit dat we oud en wijs genoeg zijn om dat te kunnen. Maar als je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen.”

Ondanks Wendy's positieve instelling, blijft er toch een bittere nasmaak achter. “Ik denk wel dat ik eruit zal raken, maar ik ben er al jarenlang voor aan het vechten. Soms lijkt er nooit verandering te komen. Je moet alles zelf doen. De kracht heb ik wel, maar met kracht alleen kom je niet ver.”

 

waar wringt het schoentje? 

Een veelgebruikt argument is dat daklozen 'harder moeten werken of werk zoeken'. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het niet zo makkelijk. "Ga maar eens werk zoeken als dakloze", zegt Wendy, "ze kijken je slechts raar aan." Ook Haiyet denkt niet dat het probleem bij de daklozen zelf ligt. “Daklozen vinden vaak van zichzelf dat ze gefaald hebben. Ik ben het daar niet mee eens. Ze krijgen maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s vanaf 500 euro. De rekening klopt gewoon niet. De wetgeving is gefaald. Daar loopt het mis, niet bij de mensen zelf.” 

 

To hell with money. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where i put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.

 

Ook Pieter is het niet eens met het huidige systeem. Als we hem vragen wat hij aan de stad zou willen veranderen schiet hij een beetje in de lach. “De regering”, vertelt hij. “Bart De Wever staat zelfs boven mensenrechten en grondwet. Kraken is bijvoorbeeld een recht, maar niet in Antwerpen. Hier kun je gewoon meteen buitengezet worden.”

Vera ziet op haar beurt een oorzaak in de vermarkting van de sociale sector, die tot veel ontslagen heeft geleid. “Niet veel mensen worden op dit moment opgevangen, omdat dat mensen van buiten de stad aan zou trekken. Die daklozen zijn hier echter al. Het is niet dat er meer daklozen verschijnen als je meer plaatsen creëert. Er is gewoon niet genoeg plaats voor wie er al is."

Wendy zou graag meer preventieve hulp zien. “Met meer begeleiding zouden daklozen hun woningen kunnen houden. Ik ken veel mensen bij Victor die ingeschreven worden om een appartement te krijgen. Dat is verspilde moeite, want zonder begeleiding zullen ze toch moeten terugkomen.” Haiyet lijkt zich bewust te zijn van dit probleem. Ze geeft aan dat ook zij het nut inziet van een model met meer bemoeizorg, zoals in Nederland. “In conversatie blijven gaan en persoonlijk contact is erg belangrijk. Dat proberen we hier te doen, iedereen verdient die menselijkheid." 

 

Geïnspireerd om een handje mee te helpen? Meld je aan in opvangcentra als De Biekorf en Victor. Het Leger des Heils kan altijd hulp en/of kleding gebruiken. Ook bij coSTA, waar Betonne Jeugd gevestigd is en die ook andere leuke activiteiten organiseren, staan ze open voor nieuwe vrijwilligers. Dakant daklozenhulp gaat vanaf 21 oktober voedselpakketten uitdelen in de Zomerfabriek, zij kunnen altijd een bijdrage gebruiken. Het huidige systeem laat steken vallen. Kunnen wij die niet helpen oprapen? 

Noot van de redactie:
De namen van de (ex-)daklozen die wij hebben geïnterviewd zijn aangepast in verband met hun privacy.