de schilder in Pieter Embrechts

23/03/2017
Pieter Embrechts (© Jeroen Janssens | dwars)
🖋: 

Hij zit er vanavond “gaar” bij, zo zegt hij zelf. Een week van late avonden en vroege ochtenden tekent zijn gezicht. Pieter Embrechts zit niet stil. Zijn voorstelling A Street Concert verovert eindelijk de planken en ondertussen regisseert hij ook een voorstelling van Hugo Matthysen. Toch is er om halftien ’s avonds nog tijd voor een slaapmutsje. Hij bestelt een exclusieve jasmijnthee, grinnikt daar een beetje bij.

Er is meer dan tien jaar verstreken tussen het uitbrengen van zijn eerste Nederlandstalige album Maanzin en zijn nieuwe dubbelalbum Onderwoud. “Maar intussen heb ik natuurlijk niet stilgezeten.”

 

In die tussentijd verschenen er inderdaad nog heel wat platen. De vier platen met El Tattoo del Tigre, de twee met The New Radio Kings en de dubbel-cd van de vrolijke jongerenvoorstelling Sunjata zijn daar maar een greep uit. “Muziek is eigenlijk een constante in alle projecten die ik doe.”

 

“Het klopt echter wel dat het lang geleden was dat ik nog eens een album had uitgebracht met eigen Nederlandstalige songs die niet geschreven waren voor een project of voorstelling. Puur om de muziek op zich.”

 

Jezelf vervelen met een gitaar in de buurt is een hele goede potgrond om songs te schrijven.

 

“Songs ontstaan steeds wanneer ik even niets om handen heb. Jezelf vervelen met een gitaar in de buurt is een heel goede grond om songs te schrijven. Ik merk dat ik dat soort rust echt moet inbouwen. Je hebt immers tijd nodig om zoiets te laten groeien.”

 

“Doordat ik zoveel dromen heb, ontbreekt die tijd me weleens. Ik ben vaak ook zo gek om al die dromen in realiteit te willen omzetten, zonder een al te groot commercieel plan. De wil om te maken is vaak gewoon te groot en ik ben iemand die mezelf toelaat veel te verkennen.”

 

verhalen in de spotlight

“Gelukkig weet ik ondertussen waar ik kan gaan aankloppen met mijn artistieke dromen en heb ik de luxe dat ik die projecten ook kan maken. A Street Concert is er daar zo één van. Een nieuw theaterconcert dat ik net gemaakt heb onder de vleugel van HetPaleis.”

 

“De ondertitel is: gezongen portretten op doek. Dat vat het idee ook goed samen. Het concert bestaat uit portretten die ik van mensen heb gemaakt. Mensen die ik op de Turnhoutsebaan in Borgerhout heb ontmoet, wiens verhalen ik heb omgezet in lied, film en muziek. Hierdoor wordt de beleving van muziek en film voor het publiek ook veel intenser.”

 

De songs die Pieter speelt tijdens de voorstelling, duren soms langer dan tien minuten. “Dit omdat ze een verhaal vertellen dat waarachtig is. Het zijn geen songs met een commerciële ambitie. Ze zijn niet gemaakt voor radio. Ik moet bekennen dat ik me in die verhalende vrijheid soms meer thuis voel dan in de popmuziek.”

 

Pieter Embrechts (© Jeroen Janssens | dwars)

 

Verhalende songs, het is geen nieuwe ontdekking. Tien jaar geleden deed hij al tranen vloeien met het nummer Clara en Jos, waarin hij de aftakeling van zijn dementerende grootmoeder bezingt. “Dat is een heel goed voorbeeld”, bevestigt hij. “A Street Concert is exact dat idee! Beide zijn gestart met verhalen en gesprekken. Er is dus eigenlijk niet zoveel veranderd. Ik doe nog steeds hetzelfde als toen, maar nu een heel concert lang.”

 

Pieter stelt je voor aan mensen die in hetzelfde tijdsgewricht als wij leven, maar een heel andere geschiedenis met zich meedragen. “Laat die verhalen maar blootleggen wat er zich nu in de wereld afspeelt. Ik hoef daar geen grote woorden meer aan toe te voegen of met een politieke vlag staan zwaaien. Die verhalen spreken immers sterk genoeg voor zichzelf.”

 

“Ik vind het ook sterker om het publiek de ruimte te geven om conclusies te trekken. Door al die verschillende verhalen te laten zien, komt sowieso het vergelijk met je eigen leven naar boven. Dat vind ik wel een waardevol idee. Even stilstaan bij hoe anders mensen in het leven staan.”

 

Hij lacht. “Ik maak er nu al meer woorden aan vuil dan ik in de voorstelling doe.”

 

maatschappij piept door de bomen

We zien het niet alleen in A Street Concert, maar ook in zijn eerdere project Te Gek?! of in nummers zoals Respect: Pieter koppelt cultuur aan maatschappij en omgekeerd. Toeval? “Het zal met leeftijd te maken hebben”, peinst hij. “Je komt er opeens achter dat het ene altijd een impact heeft op het ander.”

 

“Bij leeftijdsgenoten zie ik dat ook. Theatermakers, songwriters, alle creatieve geesten absorberen altijd wat er leeft in hun omgeving en de wereld. Groot of klein. Het is dan ook logisch dat als je dingen maakt, al deze indrukken ook een weerslag hebben op je werk. Engagement is ook gewoon een vorm van wakker blijven voor wat er gebeurt in de wereld.”

 

Engagement is ook gewoon een vorm van wakker blijven voor wat er gebeurt in de wereld.

 

“Maar dat is geen taak die muziek hoeft te vertonen, want muziek hoeft helemaal niets, behalve goede muziek zijn. Een boodschap hoeft er niet in te zitten. Wanneer Justin Timberlake SexyBack opneemt, wil hij het niet over politiek hebben. Dan wil hij alleen lekkere vuile dansmoves creëren op de dansvloer, en dat is prima.”

 

het onderwoud in de maneschijn

Pieter Embrechts (© Jeroen Janssens | dwars)Of we alle muzikale kanten van Pieter al mogen hebben aanhoren? “Mijn hardere gitaarwerk heeft zich vooralsnog enkel binnenskamers afgespeeld. Nochtans had ik in mijn jeugd enkele harde rockbands.”

 

“Omdat ik me de laatste jaren vooral toeleg op teksten, krijgen die doorgaans het voortoneel. De goesting om eens een plaat op te nemen waar met stevige gitaarrifs meer ruimte krijgen, besluipt me echter al een tijdje. Dus misschien moet ik daar het komende jaar eens werk van maken.”

 

“Natuurlijk gaan we komende zomer veel songs van Onderwoud spelen. De plaat is het voorbije jaar veel gedraaid op de radio en dus is het fijn dat het publiek die songs ook live kan komen ontdekken. Eenmaal uitgebracht zijn die songs ook niet meer alleen van jezelf. Ze worden een deel van het leven van de luisteraar. Het is prachtig om te merken dat de muziek iets met mensen heeft gedaan.”

 

Dat zijn eerste album voor schor gezongen zangstemmen zorgde tijdens autozomervakanties, doet hem lachen. “Is dat niet het fijne van muziek? Dat het een deel van jou kan worden? Van een bepaalde tijd? Dat is kostbaar.”

 

“Zelf draai ik die cd nooit meer”, mijmert hij. “Misschien moet ik daar opnieuw wat songs live van brengen, want je bent niet de eerste die daarachter vraagt.”

 

daar komt de schilder loeren

“Alleen heb ik niet de brandende ambitie om jarenlang dezelfde nummers te spelen. Ik ben een hongerig persoon, heb altijd goesting in het volgende. Ik ben meer van het principe zoals een schilder. Eens de werken klaar zijn, is er een tentoonstelling. Daarna begin je gewoon aan een volgende reeks. Zo kan het alleen niet altijd gaan in de muziek. Mensen willen ook graag de songs horen die ze ontdekt hebben op een plaat. Begrijpelijk.”

 

Hoewel hij ondertussen toert met A Street Concert, regisseert hij momenteel ook de nieuwe voorstelling van Hugo Matthysen. “Het is pittig, alles moet gebeuren in één week. Toch is het heel leuk om te doen. Hugo is een van mijn jeugdhelden. En hoewel ik al vaak met hem heb samengewerkt, zijn er nog steeds momenten waarop ik onder de indruk ben dat ik nu met een jeugdheld aan het werken ben.

 

Muziek moet helemaal niets, behalve goede muziek zijn.

 

“Toch kan ik ook erg botsen met Hugo. Dan wil hij plots scènes schrappen, omdat hij ze zelf niet goed genoeg meer vindt, daar waar ik diezelfde scène erg goed vind. Een beetje absurd dus, dat ik hem dan moet overtuigen van de kwaliteit van zijn eigen scenario.”

 

Regisseren doet Pieter niet voor het eerst. En ook niet voor het laatst, vermoedelijk. “Wanneer je meer tijd hebt voor zo’n project, is dat zalig om te doen. Ik ben graag bezig met al die elementen: muziek, tekst, spel, licht, vorm. Tempo, humor en verhaal. In een theatervoorstelling komen die dingen samen en als regisseur kan je daar echt mee werken. Heerlijk is dat.”

 

in Borgerhout

Ook de kortfilmpjes voor A Street Concert regisseerde Pieter zelf. Hij ging met een kleine cameraploeg de Borgerhoutse straten op om verhalen in beeld te brengen. “Ik had het plezier om met fijne monteurs te mogen samenwerken. Alleen ben ik ook wel iemand met een uitgesproken smaak of idee. Waardoor ze soms zeiden: ‘Pieter, misschien is het beter dat je er gewoon bij blijft zitten.’”

 

“Er is één filmpje van twaalf minuten waar we vier dagen en nachten op hebben gevloekt. Wanneer je dat nu bekijkt, ziet dat er zo eenvoudig uit. Dat passeert en je stelt je er geen enkele vraag bij. Het neemt je gewoon mee. Misschien zit daar de kunst in. Het verhaal pakt je mee en legt je weer neer. Iets maken dat eenvoudig aanvoelt kan soms erg complex zijn.”

 

Zelf neemt hij Borgerhout vaker mee in zijn werk. Alleen al het nummer In Borgerhout is daar een mooi voorbeeld van. Je kan er niet omheen: Borgerhout is zijn wijk. “Mijn grootouders vonden de verandering in Borgerhout verschrikkelijk. ‘Ooit was dat een chique buurt’, verzuchtten ze.”

 

Pieter Embrechts(3).jpg

 

“Ikzelf kwam hier echter wonen na mijn avonturentijd met de reeks W@=D@. Gedurende drie jaar hadden we ongelooflijke reizen gemaakt. Gefilmd in Afrika, Latijns-Amerika, India en China. Ik was zo blij dat ik in deze buurt al die mensen tegenkwam, had het gevoel dat ik daar nog was.”

 

De diversiteit groeit en blijft groeien. Laat net die veranderende westerse wereld het onderwerp zijn van A Street Concert. Theaterzalen en culturele centra hadden dit aanvankelijk niet door. “Ze vreesden dat de voorstelling zou gaan over kleine, lokale verhaaltjes. Hierdoor werd de voorstelling in eerste instantie weinig verkocht.” De voorstelling is echter geen lokaal plaatje van die lelijke Turnhoutsebaan, maar een veelzeggende vertelling over onze veranderende wereld. “Nu de mooie reacties en recensies binnenkomen, hebben we nog wat kunnen bij programmeren in het najaar.”

 

Hij kon zich dus weer geen schilder wanen. “Gelukkig is de goesting er altijd”, zo besluit hij. En daar eindigt ons slaapmutsje met deze zanger. Presentator. Acteur. Regisseur. Schilder. Maar bovenal, verteller. Slaap zacht!



de dwarsligger

23/03/2017
dwarsligger Valentina (© Diana Dimbueni | dwars)
🖋: 
Auteur

The homo sapiens studentus is a special species. Next to the typical activity of studying, the members of this species are known as real lovers of (night)life. But do they have other secrets to unfold? dwars finds out in their natural habitat, the student dorm.

This time we visit an Italian Erasmus student, who lives just a couple of blocks away from the Stadscampus. Her name is Valentina. She studies languages at the University of Catania, in Sicily, and aims to obtain her master’s degree in Antwerp. “Last year I applied to go on Erasmus in Spain, but I didn’t make the shortlist by just one spot. I was really sad about it, but I’m here now and being in Antwerp is my destiny, I believe.”

 

She seems to love every square meter of the city. The city centre, the Grote Markt and walks along the Schelde are all amazing, but the Meir is special to her: “Because I’m obsessed with shopping.”

 

Only one month into her exchange, she’s already had an unforgettably weird experience. “I went to an Irish pub near the Grote Markt. This old man dressed up like Elvis, with the typical haircut, stood up from his seat, came over to my table and said something in Dutch, that I didn’t understand.” She thought she understood his intentions and tried to be somewhat polite in rejecting him. “All I thought was: ‘Oh my god, no. Go away. I don’t speak your language!’ It was really strange, because an old man in Italy would just mind his own business.”

 

For someone used to the Mediterranean sun, the Belgian weather is quite a shock. One day, when it was about 10°C, she saw a guy wearing just a T-shirt. “I was like: ‘It’s so cold! Why are you wearing a T-shirt?’ For me, it’s really cold here. Not extremely cold, but not the weather to only wear a T-shirt!”

 

Apart from the weather, Valentina doesn’t dislike anything about Antwerp. She even likes the Belgian bureaucracy and the university’s organization. “Once I got lost in the R-building, so I went to the main entrance and I asked someone to help me, and they were very friendly in helping me find the right classroom for my courses. I really like that kind of mentality.” She talks about the situation at Italian universities where a lot of students might have the same (simple) question, but it usually takes a couple of days for the staff members to answer it.

 

While she’s eagerly talking, I wonder if all Italian girls are as talkative as she is. She says she doesn’t think so and actually considers herself to be quite shy. “It depends on the situation. I think I’m shy, but when I meet someone I really like, I quickly feel at ease.” Maybe that’s just the effect dwars has on people.



editoriaal

23/03/2017
🖋: 

De wereld maakt zich op voor de lente, al zou je dat niet merken als je nu naar buiten keek. Ondanks het grijze weer, proberen we ons er toch van te overtuigen dat de zomer eraan komt. Binnenkort draaien we collectief onze klok een uur vooruit voor het zomeruur, kopen we onze eerste T-shirts en jurkjes van de lentecollectie en speculeren we over de vraag of dat ene deuntje op de radio nu dé zomerhit van 2017 zal worden. Het streepje zon vorige week deed het ons bijna geloven.

 

Frank brengt ons echter terug naar de realiteit. De lente laat voorlopig op zich wachten, hoe hard we ons er ook van proberen te overtuigen dat hij er al is. Regen en rukwinden krijgen we, en wie daar geen genoegen mee neemt, zal als een trekvogel naar het zuiden moeten (p. 12). Niet iedereen heeft daar echter de tijd of het geld voor, het minst van al plichtsbewuste studenten die op dit moment natuurlijk liever het metrum van middeleeuwse rappers uitpluizen (p. 20). Thuisblijven geblazen dus, en dat betekent voorlopig regenjassen en truien dragen. Die pas gekochte T-shirts en jurkjes laten we best nog even in de kast.

 

Ach, dit weer heeft zo zijn voordelen: wie heeft nog nooit de wielerterroristen vervloekt die bij het eerste streepje zon doen alsof de weg van hen is? Of zich geërgerd aan de buurman die zijn favoriete muziek net iets te luid opzet in de tuin? Bovendien is zo’n vuurtje in de kachel best wel gezellig, zeker als je helemaal natgeregend in de zetel ploft. En diegenen die dat niet accepteren, kunnen zich nog altijd wijsmaken dat België geen druilerig land is (p. 34).



blikopener

23/03/2017
🖋: 
Auteur

Als centrum van onderwijs en onderzoek heeft de Universiteit Antwerpen een schat aan jong onderzoekstalent. Elke faculteit heeft meerdere doctoraatsstudenten om mee te pronken, die zich stuk voor stuk jarenlang verdiepen in hun gekozen vakgebied. Voor deze blikopener sprak dwars af met Wouter Haverals, doctoraatsstudent in de Letterkunde. Na een interview waarin we onder andere leerden dat middeleeuwers dol waren op hiphop, kunnen we alleen maar concluderen dat de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte haar zwierig imago wederom alle eer aandoet.

De nog prille carrière van Wouter Haverals leest als een promoflyer die de universiteit uitdeelt op opencampusdagen. Als startpunt opteerde hij voor de bachelor Taal- en Letterkunde: Nederlands - Engels. Al snel werd zijn voorliefde voor de Nederlandse taal duidelijk, waarna hij logischerwijs voor de master Nederlands koos. Daar groeide deze voorliefde uit tot een echte passie. Die gedrevenheid leidde uiteindelijk tot de keuze voor een doctoraatsonderzoek over de ritmische eigenschappen van de Middelnederlandse poëzie, waar hij inmiddels reeds twee jaar aan werkt. Daarnaast doceert hij samen met professor Willaert het mastervak 'Middeleeuwse poëzie en hiphop: oude verzen benaderd vanuit een hedendaags perspectief'.

 

luisteren is leuker dan lezen

De Middelnederlandse poëzie mag dan wel op perkament zijn overgeleverd, eigenlijk zijn de teksten vooral bedoeld om voorgedragen – en dus gehoord – te worden. In de middeleeuwse cultuur was lezen hoofdzakelijk een intellectuele bezigheid. Bovendien was perkament een schaars product en ongeletterdheid eerder regel dan uitzondering. Als je het wilde maken in de middeleeuwse entertainmentindustrie, kon je dus maar beter oefenen op het creatief voordragen van populaire werken.

 

Aangezien zelfs de rijkste hofhoudingen niet konden beschikken over een voicerecorder, blijft het tot op vandaag onduidelijk hoe deze kunstenaars omgingen met de gesproken taal. Gelukkig zijn er onderzoekers zoals Wouter die ons een handje toesteken. Een eerste hypothese was de overname van de Latijns-Griekse ritmiek. De klassieke poëzie werd steevast voorgelezen volgens een vast metrum. Deze stijl had ten tijde van het Middelnederlands – vanaf de dertiende eeuw – echter al lang afgedaan. Wanneer men een dergelijk metrum toepast op een Middelnederlandse tekst, krijgt men dan ook een gewrongen en onaangenaam resultaat.

 

MC Maerlant (© Yannick De Meulder | dwars)het rijmt, dus het is waar

In zijn onderzoek kiest Wouter voor een heel andere benadering. Omdat het ritme van een Middelnederlands dichtwerk bepaald wordt door de afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen, is het in de eerste plaats zaak om te achterhalen waar dichters in de middeleeuwen hun klemtonen precies legden. Dit kan worden afgeleid uit de rijmwoorden die zij gebruikten. Zo weten we bijvoorbeeld dat in de Middelnederlandse woorden ‘glorie’ en ‘memorie’ de klemtoon op de gemeenschappelijke klinker ‘o’ ligt, anders kunnen deze woorden namelijk niet op elkaar rijmen. Op deze manier kunnen we voor heel wat woorden te weten komen waar de klemtoon moet liggen.

 

Al deze rijmcombinaties worden ingegeven in een softwareprogramma dat helpt bij het zoeken naar verbanden. Bij elke nieuw ingevoerde klemtoon wordt een puzzelstukje op zijn plaats gelegd. Er zijn door de jaren heen te veel stukjes zoek geraakt om de puzzel helemaal te vervolledigen, maar dankzij deze methode tasten we niet langer volledig in het duister wanneer het gaat om de ritmiek in de Middelnederlandse poëzie.

 

Willem die Madocke maecte, of toch maar Drake?

De gelijkenissen tussen Middelnederlandse poëzie en hedendaagse hiphop zijn treffend. Neem nu de Antwerpse rapper Tourist LeMC: een woordkunstenaar met veel gevoel voor ritme die er lustig op los rijmt. Net als bij middeleeuwse poëzie ligt de waarde van hiphop bovendien in het orale karakter en de performance. Wat creatieve genieën als Maerlant, Hadewijch of Willem die Madocke maecte deden, was in essentie juist hetzelfde.

 

Desondanks kunnen we niet blind zijn voor de verschillen. In de middeleeuwen was het bijwonen van een voordracht gewoonlijk een voorrecht voor de adel en zijn hofhouding. Dit staat in schril contrast met de huidige hiphop, die zich vanuit de onderste lagen van de bevolking heeft opgewerkt tot een dominant genre in de eenentwintigste eeuw. De middelen die hiphop kan aanwenden om vaste ritmiek te doorbreken gaan natuurlijk ook veel verder dan louter eindrijm, zolang de ontvangers (denken te) weten waar het over gaat, kan zowat alles door de beugel.

 

Niet alleen de historische wortels van hiphop zijn interessant vanuit academisch oogpunt. Onlangs nog kwam de universiteit van Cambridge met een gids – een Cambridge Companion – over de impact en interpretatiemogelijkheden van het genre, met aandacht voor de ritmiek.

 

Wat je mening ook mag zijn over hiphop en de Middelnederlandse poëzie, en of je nu leefde in de dertiende eeuw of vandaag, beide hebben als doel de mensen te vermaken, en daar slagen ze wonderwel in. Of zoals Drake zou zeggen: “Show me a good time.



waarom privacy er nog steeds toe kan doen

23/03/2017
de privacydetective (dwars | © Lie Van Roeyen)
🖋: 
Auteur

Eind januari, een laat nieuwjaarsfeest. “Mij kan het eigenlijk niet veel schelen wat ze ermee doen, ik heb niets te verbergen.” Mijn gesprekspartner neemt nog een slokje koffie. Al dan niet door toeval ben ik alweer in een discussie over online privacy beland. “Maar ben je daar zeker van? Is het echt zo dat je niets te verbergen hebt?” Er wordt bevestigend geknikt. “Mag ik jouw gsm even?” vraag ik terwijl ik mijn hand uitsteek. “Ik zou graag even je sms’jes doorlezen.” “Waarom?” wordt er ongemakkelijk schuifelend gevraagd. “Heb je iets te verbergen dan?” Stilte.

Natuurlijk: kritiek geven is eenvoudig. Zeker in een artikeltje waar mijn tafelgenoot geen mogelijkheid tot respons heeft. Om eerlijk te zijn weet ik zelf het antwoord op mijn eigen vraag ook niet. Heb ik iets te verbergen? Iets wat ik niet zou willen delen zelfs al mocht het mijn overheid helpen zich beter te kunnen beschermen tegen ‘staatsvijanden’, zelfs al kan deze overheid me garanderen dat geen mens het ooit zal lezen en alles via algoritmen wordt geanalyseerd, zelfs al zal ik er zelf niets van merken? Pfff, ik weet het niet. Maar dat is, denk ik, ook niet waar online privacy in essentie over gaat.

 

Elk debat over privacy komt uiteindelijk neer op het onderscheid tussen veiligheid en vrijheid: wil je meer van het ene dan zal je bijna onvermijdelijk een deel van het andere moeten afstaan. Dit is allemaal oud nieuws. Maar misschien is dat nu ook precies het probleem: online privacy is vandaag zo'n invloedrijk topic geworden dat vrijwel iedereen al begint te zuchten wanneer het er opnieuw over gaat. Ja, we weten allemaal dat Facebook onze persoonlijke gegevens doorverkoopt, dat al onze privégesprekken in databanken van de Amerikaanse overheid zitten en dat de universiteit in veel lokalen in principe ons doen en laten kan registreren door de camera’s die er hangen. So what? Ik wil me dus ook meteen even verontschuldigen bij de lezers die er zo over denken. Mijn excuses, trakteer jezelf op een koekje van mij!

 

Het is helemaal waar: het debat over privacy is niet eenvoudig. Het roept al snel associaties op met zaken die ons te complex, te abstract en voornamelijk te saai lijken. Daarbij, wat doet het er eigenlijk nog toe? “Privacy is dead, get over it”, zou Mark Zuckerberg eens uitgeroepen hebben tijdens een speech. Stilzwijgend lijken wij het daar allemaal mee eens te zijn. Toch is ze noodzakelijk, onze privacy. Het gaat in zijn puurste vorm om de vraag naar wie wij zijn. Dat mag dan een zeer vage omschrijving lijken, maar weinig mensen zullen ontkennen dat een groot deel van wat ze doen op het internet mede bepaalt wie ze zijn. Laat mij zien welke artikels je online leest, welke YouTube-filmpjes je bekijkt, of je op een datingsite zit, of je weleens dingen downloadt en ik zal een vrij accuraat beeld hebben van wie jij bent. En zelfs als ik er zelf niets van kan maken, bestaat er nog altijd de mogelijkheid om er even een algoritme op los te laten dat al gegevens van duizenden andere mensen geanalyseerd heeft en op basis daarvan me erg precies kan zeggen wie jij bent, of er statistisch gezien een grotere kans bestaat dat je homoseksueel bent, of je gewicht wilt verliezen, en of je ooit al eens een soa opgelopen hebt. Op het internet construeren we dus deels onze eigen identiteit. Cru gesteld maakt wat we op het internet doen ons ook tot wie we zijn, of we dat nu willen of niet. En dan is het gevaarlijk wanneer deze online plek een van de meest gemonitorde omgevingen ter wereld wordt. Bovendien beïnvloedt louter het feit dat we weten dat we geobserveerd worden de manier waarop we ons online gedragen, zelfs als je er zoals mijn gesprekspartner geen graten in ziet en ervan overtuigd bent dat je niets te verbergen hebt.

 

Talloze psychologische studies wijzen dit uit: wanneer we ons ervan bewust zijn dat een ander ons bekijkt, gedragen we ons helemaal anders dan wanneer we alleen zijn. Een recente studie van MIT laat bijvoorbeeld zien dat na de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden het aantal keer dat zoektermen gegoogled werden waarvan we kunnen vermoeden dat de overheid liever niet heeft dat we ze opzoeken, ferm de dieperik in is gedoken. Denk aan ‘police brutality’ of ‘gay rights’. We conformeren wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. Ook dit is niets nieuws. Jeremy Bentham toonde dit banale sociologische feit al aan in 1791 met zijn Panopticum. Maar we lijken het vergeten te zijn. Laat dit een eerste punt zijn: je hebt wel degelijk iets te verbergen, met name je eigenheid. Net die kleine dingen die je niet zomaar aan een kennis op een of ander feestje zal zeggen – denk aan je seksuele geaardheid, het feit dat je die laatste Eurosonghit nog niet zo slecht vond of het aantal keer per week dat je je ex-lief gegoogled hebt. Misschien nog beangstigender is het besef dat je ook daadwerkelijk keurig in de pas gaat lopen wanneer je weet dat alles wat je online doet netjes geregistreerd wordt. Een vloek voor elke vorm van creativiteit en zelfexpressie! We moeten ernaar streven privacy weer bespreekbaar te maken, in zijn puurste vorm gaat het namelijk over de vraag wie we zijn. Het is te belangrijk het antwoord erop over te laten aan algoritmes.



23/03/2017
🖋: 
Auteur extern

Nouni van Arnhem


Cactuspoëzie - Nouni van Arnhem (© Nouni van Arnhem en Stine Moons | dwars)



a comparison between Antwerpian and Viennese student life

22/03/2017
Antwerp-Vienna (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

My choice of Antwerp as my Erasmus destination which was – admittedly – a random matter, turned out to be just right for me as it exceeded all my expectations and certainly varies from my daily routine in my hometown Vienna.

Student life in Antwerp is – in many respects – pretty similar to Vienna. We share a general understanding of a good night out as we both enjoy drinking, dancing and music and we also have a thing for shopping, hanging out, going to the movies and gossiping. Let’s say we have the typical student attitude towards life and our surrounding in common. However the way students in Antwerp organize and how they create their own atmosphere that fits perfectly with the spirit of this city, totally differs from everyday study life in Vienna.

 

First and foremost it is a matter of dimensions. Although Antwerp and Vienna both are junctions of the academic and cultural scene and attract students from all over the country, the University of Vienna is much bigger and in a way more impersonal than the Stadscampus here. The smaller scale of Antwerp’s University provides a much friendlier and personal student environment. Everybody literally knows everybody. You all attend the same parties you are next-door neighbors, you all participate in regular student activities and most of you are involved in one of the many student clubs. The University of Vienna on the other hand, is just too large to maintain such a cozy, intimate atmosphere. Back there you would be just a number to most of your professors, who would probably not even recognize you on the street, even if you attended their class about a minute ago. You would all have you individual circle of close friends kept separately from you study life.

 

Apart from that, Vienna applies a totally different grading system. Instead of assigning points from zero to twenty, we get marks from 1 to 5 – 1 meaning the best and 5 indicating a failure. In case of a failure Austrian students are able to retake an exam three times before being kicked out of university.

 

Moving on to the nightlife, Antwerp’s city structure offers a much greater deal of fashionable student bars and clubs, that are being frequented from lunchtime until late at night (the bars not the clubs). In Vienna most students stick to the rule “Kein Bier vor vier” meaning “no beer before four o’clock”, whereas here beer also embodies the perfect thirst quencher during lunchtime. And although beer is mostly served in half liters back home, the chances of feeling tipsy after a cute little beer in Antwerp however are far more likely due to the cheeky alcohol levels. With regards to the late night food supply Viennese students rely on McDonald’s, kebab and ‘Würschtlstände’ (wurst stands) while Antwerp is equipped with frituurs and a great number of nightshops. Besides that, it is extraordinary that all the great parties take place during the week, especially on Thursdays, rather than on weekends like in Vienna, because apparently most of the Belgian students go home on Fridays.

 

Apart from the better weather conditions in Vienna and sometimes strange opening hours, university life here in Antwerp has a hell of a lot to offer and differs greatly from the Viennese student environment.



opinie

22/03/2017
🖋: 
Auteur extern

Corine Nelemans


“Ik ben zwanger, wat nu?” Een vraag die veel studentes hopelijk bespaard blijft zolang zij dit nog niet op hun biologische planning hebben staan. Toch zien we deze vraag – of mag ik het een slogan noemen? – steeds vaker voorbijkomen. Jongeren Info Life (JIL) biedt hulpverlening bij en voorlichting over ongeplande, onverwachte of ongewenste zwangerschap en na miskraam of abortus en voert sinds een dikke maand een valentijnscampagne. Ja, ja, een ‘valentijnscampagne’, zo prijkt op hun website. Het kan dus goed zijn dat de eerste zin van dit opiniestuk je bekend in de oren klonk, want deze slogan valt sinds kort te lezen in de tram, in een openbaar toilet en last but not least in de Guido van februari-maart ...

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het hartstikke goed dat ongewenste zwangerschappen onder de aandacht worden gebracht, zodat jongeren en studentes weten dat ze er zeker niet alleen voor staan als ze hier op te vroege leeftijd mee te maken krijgen. Het is goed om hen erop te wijzen dat er organisaties bestaan die hen de hulp kunnen bieden die ze nodig hebben, maar het gaat me om de manier waarop. Is een studententijdschrift wel het gepaste medium om een godsdienstige ideologie te verkondigen, terwijl verwacht wordt dat JIL een objectieve instantie is? I don't think so.

 

Op het eerste gezicht lijkt de campagne er keurig uit te zien, geen christelijke visie te bekennen. Je zou dus denken dat JIL inderdaad net zo neutraal is als dat de organisatie hoort te zijn. Zodra je echter een uitvoerig kijkje gaat nemen op de door hen opgerichte website ongeplandzwanger.be, kom je erachter dat er vooral wordt gefocust op de negatieve (lichamelijke en psychologische) gevolgen die een abortus met zich mee kàn brengen. Jongeren worden door deze eenzijdige informatie – die nota bene niet eens wetenschappelijk accuraat is – misleid en in een bepaalde richting geduwd. In mijn ogen wordt er op deze manier juist meer angst gezaaid voor een abortus dan dat ze in overweging genomen kan worden.

 

Dit is overigens niet de eerste keer dat JIL als anti-abortusvereniging in de media verschijnt. De vereniging staat ondertussen namelijk op de zwarte lijst van Sensoa, de organisatie die in de meeste scholen seksuele voorlichting geeft, en minister Ben Weyts heeft de christelijke pro-life organisatie ook op een zwarte lijst geplaatst. Het is dus haast onmogelijk dat Guido niets afwist van de christelijk-geïnspireerde ideologie van JIL. Daarnaast vraag ik mij af of het niet erg kort door de bocht is om een advertentie met betrekking tot een ongeplande zwangerschap in een studententijdschrift te plaatsen. In 2015 werden namelijk de meeste abortussen gepleegd door vrouwen in de leeftijdscategorie 25 tot 30 jaar, wat toch niet echt de gemiddelde leeftijd van een studente is. We kunnen ons afvragen of het dus wel zo’n slimme zet was van Guido om ondanks deze schaduwzijde van JIL alsnog de advertentie te plaatsen …

 

JIL ik ben zwanger - affiche.jpgIk wil voordat ik verder ga graag benadrukken dat ik als meisje (21 jaar is in mijn ogen nog steeds de term 'meisje' waardig) zeker geen fervent feministe ben, maar als het aankomt op onderwerpen als abortus laat ik met alle liefde mijn feministische stem spreken.

 

Ik denk dat alle meisjes zich wel eens het “wat als?”-scenario inbeelden en nadenken over wat zij zouden doen bij een ongewenste zwangerschap. Ik moet toegeven dat hier voor mij geen eenduidig antwoord op te geven valt. Ik geniet met volle teugen van mijn studententijd: mijn lidmaatschap bij een studentenvereniging, mijn studie Toegepaste Taalkunde en mijn lieve vrienden en vriendinnen. Zou ik dat allemaal opgeven mocht ik nu spontaan zwanger worden? Zou ik in staat zijn een kind op te voeden terwijl ikzelf nog een groot kind ben? Of zou ik voor ‘de korte pijn’ kiezen en kiezen voor een abortus, lekker doorgaan met waar ik mee bezig ben? (Neem die korte pijn niet al te serieus, ik kan me voorstellen dat hier nog emotionele napijn van kan komen). Ik weet het niet. Spijt is negen van de tien keer verstand dat te laat komt, heeft een verstandig engeltje mij toegefluisterd.

 

Eén ding is zeker: de keuze kind/abortus moet weloverwogen worden. Het feit dat wij als meisje en vrouw de keuze hebben of wij een kindje op de wereld willen brengen of niet, is in ieder geval al heel waardevol. Sorry JIL, ik heb jullie door. Ik weet dat jullie liever zouden zien dat meisjes abortus niet eens meer zullen overwegen, maar ónze keuze moet niet op een sluikse manier beïnvloed worden door een campagne van een vzw die zichzelf als neutraal profileert, maar als we eens kritisch naar hun website kijken toch niet zo objectief blijkt te zijn en ons een kind in de schoenen probeert te schuiven ...

 

Corine Nelemans

 

 

 

Corine Nelemans (21) studeert Toegepaste taalkunde aan de Universiteit Antwerpen.



de dwarsdoorsnede

18/03/2017
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: het afgelopen week in première gegane theaterstuk Onschuld van de Roovers.

Iedereen heeft zijn last te dragen. Een koppel heeft hun dochter verloren, twee sans-papiers proberen in een nieuw land een nieuw leven op te bouwen, een diabetische ex-communiste wenst dat ze eigenares was van een tankstation, want dan zou één sigaret volstaan om alles de lucht in te laten vliegen. Ze moet echter genoegen nemen met intrekken bij haar dochter en diens partner. Een oud-filosofe heeft haar geloof verloren, een blind meisje danst voor mensen die ze zelf niet kan zien. Een eenzame vrouw verontschuldigt zich voor een zoon die ze niet heeft.

 

Op het eerste gezicht lijken deze mensen slechts losse draadjes die toevallig op dezelfde plek werden samengebracht. Gedurende negentien scènes gaan ze elkaar echter steeds meer kruisen. Ze raken verweven, eerst losjes, daarna strakker. Het resultaat: een ijzersterk stuk over onze prestatiegerichte maatschappij, op een manier waarop dood, liefde en humor met elkaar verwikkeld geraken. Een zwaar thema, zo lijkt het, maar door de juiste combinatie van ernst en zwans zeker verteerbaar, ook na een zware les- of werkdag.

 

Onschuld (de Roovers) | © Stef StesselOnschuld (de Roovers) | © Stef Stessel

 

Onschuld is één van de bekendere werken van Dea Loher (°1964), die tot de meest succesvolle hedendaagse Duitse theaterauteurs behoort. Robby Cleiren, Luc Nuyens en Sofie Sente van de Roovers brengen dit stuk op meer dan geloofwaardige wijze tot leven. Hierbij worden ze ondersteund Isabelle Van Heecke, Danny Bouman, Evgenia Brendes, Leen Diependaele, Idrissa Mbengue en Jovial Mhbenga.

 

 

Benieuwd? De Roovers toeren doorheen België en Nederland. Het programma en tickets vind je terug op de website van de Roovers.



18/03/2017
🖋: 

In tegenstelling tot een aanzienlijke hoeveelheid kortverhalen (Anderson, Murakami, Borges, Munro), suites (Bach, Bartok, Chopin) en eenakters (Beckett, Strindberg), kan ik geen enkele kortfilm opnoemen die me na aan het hart ligt. Hoewel ik in mijn niet meer zo piepjonge leven voldoende specimen bekeken moet hebben, heeft – nu ik erover nadenk – geen enkel voldoende indruk gemaakt om, spontaan uit de nevelen mijner geheugen naar voren te treden. (De muziekvideo van Madonna's Like A Prayer, misschien? #bestsongever)

Ongezien Kort, een avond gewijd aan deze veronachtzaamde kunstvorm en georganiseerd door enkele alumni van de Universiteit Antwerpen in samenwerking met Cinema Cartoons, was de ideale gelegenheid voor het toetsen van mijn onbemindheid aan de hand van de zes exemplaren die in één avondprogramma verzameld werden. De zaal zat afgeladen vol en alvorens de voorstelling zou beginnen had ik het genoegen door mijn buurvrouw gedoopt te worden met het mierzoete vocht dat men kriekbier pleegt te noemen. Voor de manische jongeman die ik bij tijd en wijle (veelal ondanks mezelf) ben, is elke reden om niet thuis te moeten zitten echter een goede dus hier was ik, klaar om overdonderd te worden.

 

De openingsfilm Van Alles en Nog Wat van Ben Verrept en Loic Dillen, is geconstrueerd volgens het aloude adagium van Ionesco dat “de hel [...] de herhaling [is]” en is gebaseerd op het type verkoper dat je in een bepaald soort winkel gijzelt en met zijn overdreven professionele vriendelijkheid dwingt tot aankopen waarvan je niet wist dat ze mogelijk waren, laat staan dat je er behoefte aan zou hebben. De vertolking van Wouter Vermeiren als de mefistofelische verkoper is een genot om naar te kijken, maar visueel voelt de film nogal één-op-één aan: What you see is what you get. Het verhaal wordt nergens overstegen door iets wat je ‘een beeld’ zou kunnen noemen.

 

De tweede film, Multiverse van de Estse Mari Kriis, was de visuele hoogvlieger van de avond. In heel gestileerde beelden onderzoekt zij de theorie van meerdere universa waarin eenzelfde relatie verschillende uitkomsten zou kunnen hebben. Uiteindelijke wordt deze theorie verworpen ten faveure van het ene universum waarin de relatie op de klippen loopt om redenen die toegelicht worden in de compleet overbodige, wat uitleggerige voice-over. Gelukkig zijn de beelden interessant genoeg om de boel overeind te houden en zelfs enige beroering in mijn broek teweeg te brengen.

 

De Man Zonder Gezicht was het minst interessante exemplaar in het programma omdat het verhaal gewoonweg niet sterk genoeg was en er beeldend nauwelijks iets te beleven viel. De film was gemaakt in het kader van een 48-uren project, maar dat mag geen excuus zijn. “Ik maak een foto voor op Insta” en “Ze leefden nog lang en gelukkig” wedijverden met elkaar voor de prijs van meest tenenkrommende zinsnede van de avond.

 

Vague à l'âme van Ahmed Akif was dan weer in alle ogenschijnlijke eenvoud de beste film van het programma. Hoewel het overduidelijk een studentenfilm is, met al het bijhorende maniërisme, werkte de elliptische vertelstijl. Bovendien was de poging tot poëzie geen slag in het ijle, zoals al te vaak wanneer studenten de opdracht krijgen een film te maken om vooral hun technische kwaliteiten aanschouwelijk te maken. Ik begreep niet helemaal wat er aan de hand was, maar voelde wel dat er iets persoonlijks op het spel stond en was emotioneel geïnteresseerd in de kleinschalige odyssee van de twee meisjes. Ik ben zowaar benieuwd naar meer werk van deze maker.

 

De enige animatiefilm op het programma, What Else van Jelle van Meerendonk, werd aangekondigd als een absurde film en bewees meteen dat het begrip ‘absurd’ aan inflatie onderhevig is. Absurdisme is geen stijl maar een ideeëngoed waarin (kort samengevat) de complete willekeur van het leven centraal staat. De dagdroom die een koffieapparaat tijdens zijn/haar noeste arbeid heeft is niet absurd, maar werkte wel op de lachspieren. De grofkorrelige animatiestijl was een verademing vergeleken met de afgelikte Disney- en Pixarstijl die het genre tegenwoordig domineert.

 

Afsluiter ['Zvuk], wederom van Ben Verrept, was in beide betekenissen van het woord, de meest beheerste film van de avond. Vertrekkend vanuit het duidelijkste idee, werd de zoektocht naar schoonheid in een postapocalyptische wereld naar het scherm vertaald middels klassiek aandoende zwart-wit cinematografie en weldoordachte kaders. Vic De Wachter laat zien dat hij, ook zonder zijn kenmerkende stemgeluid, de kunst verstaat een idee te belichamen en zijn gezicht is voldoende om de degelijk opgebouwde climax dat emotionele je-ne-sais-quoi te geven waarvoor film zou moeten dienen.

 

Bij dit soort avonden is het een gegeven dat de kwaliteit van de selectie wisselvallig is. De overdondering waarop ik in het begin van de avond hoopte, was misschien wel een kwestie van te hoge verwachtingen, maar, en dat is het belangrijkste, minstens de helft van de films was interessant genoeg om mijn aandacht vast te houden. Ook het eerder vermeldde ongeluk met kriekbier had geen noemenswaardige vlekken op mijn kledij achtergelaten, dus hoewel ik nog steeds niet helemaal overtuigd ben van de kortfilm, dook ik blijmoedig de nacht in met op mijn netvlies de afdruk van enkele veelbelovende beelden.

 

 

Wil je zelf ook de proef op de som nemen? Er wordt gefluisterd dat een tweede editie van Ongezien kort in het verschiet ligt. Hou volgend jaar dus zeker de programmatie van Cinema Cartoons in de gaten.