poëzie

23/02/2017
🖋: 
Auteur extern

Daan Janssens (beeld: Stine Moons)


dw107 - herwonnen winterdagen.jpg



het laatste woord

23/02/2017
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het woord ‘verdwijnwoordenboek’.

Het woord ‘verdwijnwoordenboek’ klinkt magisch, geplukt uit een of ander sprookje, maar niets is minder waar. Het boek bestaat echt, wat erin stond bestond echt en misschien bestaat het op een dag terug echt. Klinkt dit je nogal ingewikkeld in de oren? Of net heel mystiek? dwars legt het je even uit.

 

De Nederlandse taal is ontstaan in 500 n.C. en evolueerde in 1150 naar het Middelnederlands. Doorheen deze jaren is onze taal erg veranderd, we gingen van verschillende dialecten naar een standaardisatie van het Nederlands. Er zijn woorden bijgekomen, maar ook weggevallen. En het zijn die laatste woorden die de kern vormen van het verdwijnwoordenboek. Het boek bevat namelijk woorden die verdwenen zijn uit onze taal. Je kan er ongeveer 1.500 woorden in terugvinden die onze Nederlandse taal verloor in de laatste 150 jaar.

 

Er zijn verschillende redenen waarom woorden verdwijnen. Enerzijds kan een woord vervangen worden door een nieuw en fris alternatief. Zo werd bijvoorbeeld het woord ‘lijflust’ ingewisseld voor het woord ‘libido’, het woord ‘wervelziek’ door ‘duizelig’ en ‘aamborstig’ door ‘kortademig’.

 

Anderzijds verdwijnen sommige woorden ook omdat de objecten of handelingen waarnaar ze verwijzen niet meer bestaan. Een mooi voorbeeld is bedsermoen: blijkbaar was het ooit een vaste gewoonte dat de man nog een donderpreek meekreeg van zijn vrouw voordat hij ‘s avonds laat (en misschien wel dronken) in zijn bed klom. Het bedsermoen zelf is waarschijnlijk niet helemaal verdwenen, maar het woord wordt toch al lang niet meer gebruikt.

 

Het verdwijnwoordenboek wordt samengesteld door Ton den Boon, een van de hoofdredacteuren van de Dikke Van Dale. In het verdwijnwoordenboek vind je dus woorden die onze taal hebben verlaten. Ben je toch curieus naar het rijke verleden van onze taal? Dan kan je altijd het verdwijnwoordenboek eens doornemen. Tijd om woorden te doen herleven! Want iedereen verdient toch een tweede kans? Wij van dwars zijn als echte taalfanaten alvast enthousiast!



statistiek, screenen en Bill Gates

23/02/2017
🖋: 

De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken; wat zijn/haar docent zoal op zijn brood smeert bijvoorbeeld. Peter Thijssen, professor Statistiek aan de Faculteit Sociale Wetenschappen wordt deze maand bestookt met vragen.

Niet iedereen beslist van de ene op de andere dag om prof te worden van een van de moeilijkste vakken aan de unief. Wat heeft tot die beslissing geleid?

Ik weet dat het vandaag modieus is om te spreken over beroepskeuzes en position switches. Maar de minder heldhaftige realiteit is dat ik hier enigszins stoemelings ben ingerold. Een belangrijkere vraag in mijn geval is dus waarom ik het blijf doen. Enerzijds denk ik dat het, zeker in post-truth tijden, een zinvolle taak is om mensen te leren hoe ze gedeeltelijke waarheden van volkomen onwaarheden kunnen onderscheiden. Hiervoor is statistiek immers een zeer belangrijk hulpmiddel. Anderzijds vind ik het een hele eer om een statistische inleiding te geven aan grote groepen jonge mensen die nog volop in hun impressionable years zitten, zoals psychologen zeggen. Proffen hebben tegenwoordig de mond vol van de impactfactoren van de tijdschriften waarin ze schrijven, maar ze vergeten dat de grootste impact die de meesten wellicht ooit zullen realiseren, deze is die ze hebben via de herhaalde contactmomenten met hun studenten.

 

Hoe belangrijk is statistiek in het hedendaagse leven? Kan het daadwerkelijk een leven veranderen?

Ja, omdat bijvoorbeeld mede op basis van de statistiek inconvenient truths zoals de klimaatopwarming, het verband tussen roken en de incidentie van longkanker of de associatie tussen media-aandacht en het aantal stemmen die politici behalen aan het licht worden gebracht. Inconvenient truths die sommigen steeds weer in vraag stellen, maar doorgaans zonder adequate statistische ondersteuning.

 

Hoe past u statistiek toe in uw dagelijkse leven?

Met mate. Zoals Kahneman in Thinking Fast and Slow (een must read voor elke student) helder heeft verwoord, is de mens niet geschikt om voortdurend statistisch redenerend door het leven te gaan. De kunst bestaat er dus in om de momenten waarop men het statistisch denken inzet, zorgvuldig te kiezen. Maar gelukkig kan je vaak terugvallen op anderen die de moeilijke klus voor jou verrichten. In dat geval kan je steunen op controles van hun argumentatie die minder energie vergen. Het zijn precies die controles die we in inleidingen tot de statistiek proberen aan te leren.

 

Iedere student die bij u in de aula heeft gezeten, herinnert zich vooral één ding aan uw colleges: Bill Gates. Hoe is die fascinatie tot stand gekomen en hoe lukt het u steeds om hem herhaaldelijk als voorbeeld bij de lesstof te halen?

Tja, dat is de tragedie van wat ik het Bill Gates-effect zou noemen. Een prof gebruikt iemand als illustratiemateriaal bij een belangwekkend verschijnsel. Het pijnlijke gevolg is dat studenten soms enkel de illustratie onthouden, maar de link vergeten met het verschijnsel waarop het betrekking had.

 

Heeft u ook wel eens semantische uitschieters bij uw onderzoek?

Gelukkig bewijst deze vraag evenwel dat het Bill Gates-effect niet absoluut is (wat trouwens ook geldt voor andere effecten in de sociale wetenschappen). Want inderdaad gebruik ik Bill Gates’ inkomen als voorbeeld voor het effect van uitschieters bij onderzoek waarin men steunt op het inkomen. Nu onderzoekers via enkele toetsaanslagen de moeilijkste statistische analyses kunnen uitvoeren, vergeet men al te vaak om de data eerst zorgvuldig te screenen op uitzonderlijke waarden. Wat u precies bedoelt met ‘semantische’ uitschieters weet ik niet. Maar met echte uitschieters, zowel letterlijk als figuurlijk, heb ook ik in mijn onderzoek voortdurend te maken.

 

Wat is de gouden tip bij het studeren van statistiek?

Ik geloof zowel bij lesgeven als bij studeren in herhaling. Herhalen werkt, zoals mijn Bill Gates-voorbeeld ook aantoont. Ik geloof ook in het nut van samenwerken (niet tijdens het examen welteverstaan) en wandelen tijdens het leren. In die zin heb ik iets tegen blokken want deze term verwijst etymologisch naar ‘zitten als een blok’ en zich afsluiten.

 

Zat u vroeger in een studentenclub, zo ja welke? Heeft u een studentendoop gehad en zou u het weer doen als u het opnieuw mocht kiezen?

Toen ik aan de Universiteit Antwerpen studeerde, was ik wel degelijk lid van een studentenclub. Op UIA stond ik zelfs mee aan de wieg van een studentenclub. Maar studentendopen zijn en waren niet mijn ding en de studentenclubs waarvan ik lid was, deden er niet aan mee. Ik heb weliswaar begrip voor het nut van ingangsrituelen, maar ik heb veel moeite met het feit dat dopen nog al te vaak hand in hand gaan met macht(smisbruik).

 

Welke gebeurtenis van uw studententijd blijft u eeuwig bij?

Oh, er zijn er veel … Het rokerige café waar illustere fuiven plaatsvonden en waar de massale protesten tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld werden beraamd (thanks 1000 Appels). De prof die letterlijk en figuurlijk zijn hemdsmouwen oprolde voor hij aan zijn les begon (thanks Prof. Wim Thys). De mondelinge examens bij proffen waarover vrij schrikwekkende verhalen de ronde deden maar die uiteindelijk best meevielen (thanks Prof. Jan Ghysels).

 

Heeft u een guilty pleasure? Of iets wat de studenten helemaal niet weten dat u erg boeit?

Er zijn er wel meerdere. Zo ben ik bijvoorbeeld een fervente aanhanger van de soap Thuis. Het is fantastisch dat de scenarioschrijvers erin slagen om zowat alle mogelijke kansengroepen de revue te laten passeren en toch een vrij boeiend verhaal te blijven brengen. Ik vermoed dat het maatschappelijke nut hiervan niet te onderschatten valt. Chapeau trouwens voor de acteerprestaties van mensen als Pol Goossen (Frank Bomans). Misschien moeten we die maar eens voordragen voor een eredoctoraat van algemene verdienste.

 

Wat was het meest gênante moment tijdens uw colleges?

Gelukkig zijn het er niet veel, maar ooit stuurde ik een al te lawaaierige student buiten: “Wil de dame op de zeventiende rij de aula verlaten.” Het bleek een heer te zijn.



films uit 2016 die niemand zag, maar wel de moeite waard zijn

23/02/2017
🖋: 

Vanaf februari begeeft de Oscar-buzz zich op stoomsnelheid. Zo ook in België, waar de genomineerde prenten de bioscopen binnendruppelen en stelselmatig de box office kleuren.

Maar nu er een Oscarbeeldje op Leo’s schouw prijkt, er geen gebrek aan gekleurde genomineerden lijkt te zijn en een boycot daaromtrent uitblijft, vragen wij ons af: wat valt er nog te berichten over de Oscars van 2017? Behalve het gebruikelijke gebakkelei over enkele snubs & surprises en de sporadische sneer naar Trump (dan toch een boycot vanuit Iran?), lijkt ‘bitter weinig’ het juiste antwoord te zijn. Vergeet de berichtgeving over maatpakken en cocktailjurken, een alternatief standpunt biedt zich aan.

 

de kassa rinkelt

Het meest lovenswaardige aspect van de prestigieuze awardshow is het feit dat kleinere, onafhankelijke films – films die niet geproduceerd worden door een van de grote zes Amerikaanse filmstudio’s – een serieuze boost krijgen wanneer ze een Oscarnominatie in de wacht slepen. De nominatie voor een gouden beeldje betekent meer media-aandacht en daardoor een betere box office in zowel binnen- als buitenland.

 

Neem bijvoorbeeld Moonlight, een onafhankelijke dramaprent genomineerd voor beste film, waarvan het productiebudget geschat wordt op ‘slechts’ 4,5 miljoen euro. Ondertussen heeft de film in thuisland Amerika ongeveer 18,5 miljoen euro bijeengesprokkeld, een cijfer dat alleen maar stijgen zal wanneer de wereldwijde revenu wordt meegeteld. Als we ervan uitgaan dat een film ongeveer het dubbele van zijn productiebudget moet verdienen om break-even te draaien (met marketingkosten als verantwoordelijke voor deze verdubbeling), doet Moonlight het voorbeeldig.

 

Als we vervolgens de omzet van Moonlight vergelijken met die van Green Room of Swiss Army Man, twee films uit dezelfde stal als Moonlight en met ongeveer hetzelfde productiebudget als de Oscar-genomineerde film, is het verschil grandioos. Green Room en Swiss Army Man verdienden amper hun productiebudget terug. Overigens is de kans groot dat bijna niemand in België van het bestaan van de films afweet. Wegens hun beperkte marketing en louter binnenlandse release kan niemand hen dat kwalijk nemen, maar jammer is het wel, want het zijn twee uiterst charmante films in hun genre.

 

keuze van de expert

Welke andere films uit 2016 hoge toppen scheerden, maar amper de aandacht van het bredere publiek genoten? We vroegen het aan Vito Adriaensens, doctor aan de Universiteit Antwerpen en cinefiel in hart en nieren. Hij somde voor ons drie verdoken pareltjes op en gaf beknopt toelichting bij zijn keuze. Laat het evenwel duidelijk zijn dat zijn lijst géén pleidooi is om de opgesomde films voor een Oscar te nomineren. De films die hij gekozen heeft zijn dan ook niet gebonden aan de genre- en taalcategorieën die de Oscars zowel impliciet als expliciet stellen. Veel kijkplezier!

 

1) Kimi no Na wa (Your Name; Makoto Shinkai)

Zijn filosofische noties van sentimentaliteit kunnen dan niet meteen door iedereen gesmaakt worden, maar qua visualiteit valt het alvast niet te betwisten dat Shinkai de allerhoogste toppen scheert in de wereld van animatie. Zijn films zijn briljante parels die de concurrentie doen verbleken, en Kimi no Na wa stak dit jaar zo maar eventjes Hayao Miyazaki’s Sen to Chihiro no kamikakushi (Spirited Away, 2001) voorbij om het grootste anime kassucces in de Japanse geschiedenis te worden. Studio Ghibli’s La Tortue Rouge (The Red Turtle, Michael Dudok de Wit) verdient het om die Oscar te winnen, maar eigenlijk zouden alleen Kimi no Na wa en La Tortue Rouge genomineerd mogen worden, de rest van de bagger komt zelfs niet tot aan hun enkels.

 

2) O Ornitólogo (The Ornithologist; João Pedro Rodrigues)

In zijn vijfde langspeelfilm, O Ornitólogo, bouwt de Portugese regisseur João Pedro Rodrigues verder op het surrealisme dat al meer dan twintig jaar langzaam maar onopgemerkt doorheen zijn films sijpelt. Misschien is het ook deels mijn voorliefde voor ornithologie, maar wat mij betreft komt Rodrigues’ talent hier pas echt volledig tot uiting. Zoals steeds creëert hij een op zichzelf staande wereld met eigen wetten, en beide worden in dit geval begrensd door de prachtig gefilmde landschappen van de Dourovallei en gesymboliseerd door vogels. Allicht komt O Ornitólogo als foreign film in het arthouse-circuit terecht en zal hij daar een stille dood sterven, maar hij verdient beter, dus ga hem kijken en begin onmiddellijk een vogelcursus bij Natuurpunt.

 

3) Wiener-Dog (Todd Solondz)

Een film die compleet onder de radar gevlogen lijkt te zijn, vooral in de VS dan, is Todd Solondz’ nieuwste telg Wiener-Dog, een hilarische netwerkfilm waarin vier verhalen en een hele harem aan vreemde figuren verbonden worden door middel van een teckel. Wiener-Dog is een Solondz op zijn best, een combinatie van humor, oprechtheid en een topcast: Danny DeVito, Ellen Burstyn, Julie Delpy, Greta Gerwig en een worsthond in een tutu. Om het met de woorden van de film te zeggen: “Heel, motherfucker!

 


 

Ook filmprofs Tom Paulus en Steven Jacobs stuurden ons een lijstje met hun favoriete onbekende films uit 2016.

 

Tom Paulus:

  • No Home Movie (Akerman)
  • Elle (Verhoeven)
  • Paterson (Jarmusch)
  • Personal Shopper (Assayas)
  • Love and Friendship (Stillman)
  • Cemetery of Splendour (Weerasethakul)
  • Right Now, Wrong Then (Hong)
  • The Assassin (Hou)
  • L’Avenir (Hansen-Love)
  • Knight of Cups (Malick)
  • The Handmaiden (Park)

 

Steven Jacobs:

  • Home (Troch)
  • The Lobster (Lanthimos)
  • Elle (Verhoeven)
  • Embrace of the Serpent (Guerra)
  • The Secret Agent (filminstallatie in Brussel en New York van Stan Douglas)


met de hakken over de sloot

23/02/2017
🖋: 

Na de examens zou je het liefst onbezorgd neerploffen in de zetel, maar dan begint het eigenlijk pas. Je punten verschijnen op SisA, je weet of je in augustus moet terugkomen en soms kun je gelukkig van die negen nog een tien maken. Delibereren kan een enorme last van je schouders tillen. Ondanks centrale regelingen, kiezen sommige faculteiten ervoor hun eigen regels te handhaven. Welke faculteiten laten deliberaties toe en waarom zijn de verschillen zo groot?

Het Onderwijs- en Examenreglement (OER) geldt als steun en toeverlaat van de student. Artikel 20.1.5 biedt ons een inzicht in de deliberaties. Deze regels bepalen welke student een tweede kans krijgt en welke student die zelf moet grijpen in augustus. Normaal gezien is een student niet geslaagd voor een opleidingsonderdeel als hij of zij minder dan vijftig procent behaalt (artikel 20.1.4). De faculteit kan een uitzondering maken in het geval dat het om maximaal zes studiepunten gaat en het cijfer niet lager dan een acht op twintig is. Dat mag dus een vak van zes studiepunten zijn, of twee vakken van drie.

 

Het gaat alleen om bachelors, schakel- en voorbereidingsprogramma’s, want masters werken altijd met het full-creditsysteem, waarbij alleen tien op twintig succes betekent. Die deliberatie wordt overigens automatisch verwerkt, als student hoef je daar geen aanvraag voor te doen. Als je een examen toch opnieuw wil afleggen, moet het initiatief van jouw kant komen.

 

In principe is de deliberatieregel, artikel 20.1.5, een uitzondering, wat betekent dat faculteiten ervoor kunnen kiezen om die wel of niet te maken. Elke faculteit maakt haar eigen regels bekend aan de studenten via Blackboard. Zo kiest de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte (L&W) al sinds 2008 voor een full-creditsysteem. Ook de Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen (FBD) zit middenin de overgang naar dit systeem. Studenten vanaf academiejaar 2014-2015 kunnen daar niet meer delibereren. Bij Rechten wordt er vanaf dat jaar juist toegewerkt naar het OER. Dit is overigens wel een aanscherping van de regels die voordien golden. De mate waarin faculteiten afwijken van het OER varieert dus van het toevoegen van criteria tot het negeren van het aanvullende artikel.

 

het kluwen van faculteiten

Het is opvallend dat alleen L&W en FDB dit strengere systeem hanteren. Volgens Kathlijn Pittomvils, coördinator bij Taal- en Letterkunde, is die keuze er een voor transparantie. Het eerder gebruikte woord ‘streng’ is niet per se terecht. Het lijkt misschien wat oneerlijk. Als student Geschiedenis staar je dramatisch in de verte bij het halen van een negen. Had die professor je niet gewoon dat ene puntje meer kunnen gunnen? Wat was er gebeurd als je wel gedelibereerd kon worden? Pittomvils wijst ons erop dat professoren deze regelingen wel degelijk in het achterhoofd houden wanneer ze punten geven. Een professor van deze opleiding weet dat door een negen te geven de student het vak niet haalt, terwijl professoren op andere faculteiten dan weten dat de student het vak mogelijk delibereerd wordt.

 

Wat per faculteit gezien wordt als ‘strikt’ is natuurlijk ook relatief. De Faculteit Rechten maakte in het academiejaar 2014-2015 de verandering naar de deliberatieregels van het OER. Op Blackboard lichten zij toe dat ze met deze verandering studenten willen aansporen om hun tekorten op te halen “zodat ze voor alle opleidingsonderdelen een credit halen, wat de waarde van hun diploma ten goede komt.”

 

De vrijheid die faculteiten krijgen is belangrijk, omdat elke opleiding anders is. Aan de Faculteit L&W vinden we bijvoorbeeld veel studenten terug die van het modeltraject afwijken. Door de deliberaties simpel te houden, is er toch nog een vorm van overzicht en duidelijkheid voor de student. Opvallend is dat andere faculteiten zich er vaak niet bewust van zijn dat hun collega’s van het OER afwijken. Daar zijn de deliberaties waarschijnlijk zo vanzelfsprekend en verweven in de trajecten van hun studenten, dat het overstappen naar een full-creditsysteem onlogisch lijkt.

 

deliberaties een must?

Het idee achter de deliberaties is dat een ongelukkig examen een student niet tegen moet houden. Zo kunnen persoonlijke omstandigheden de student in de weg staan en is een examen natuurlijk altijd een momentopname. Black-outs zijn de nachtmerrie van elke student en hoeven door deliberaties niet meer het einde van de wereld te betekenen – wat je angstdromen je ook willen aanpraten.

 

Ook een gebrek aan talent voor een specifiek vak hoeft niet te betekenen dat een student de algemene stof van een opleiding niet voldoende beheerst. Dat laatste is dan wel waarom voor masterstudenten een strikt full-creditsysteem geldt. Vooral bij Geneeskunde is die grens belangrijk: “Het gaat om afgestudeerden die met hun diploma als gezondheidswerker aan de slag gaan en een belangrijke verantwoordelijkheid dragen over het leven en de kwaliteit van leven van de patiënt”, zegt Iris Wyns, domeincoördinator onderwijs.

 

deliberaties nationaal

De verschillen met andere Belgische universiteiten zijn vrij groot. Op Vlaams niveau is het grootste verschil dat UAntwerpen haar deliberatieregels toepast op de gehele bachelor. Zowel UGent als de Vrije Universiteit Brussel staan enkel deliberaties toe in het eerste jaar. Voor de rest van de bachelor en ook de master is alleen tien op twintig voldoende om te slagen. De reden daarvoor is vrij gemakkelijk te bedenken: als beginnend student kun je weleens een misstap begaan. Ook zijn eerstejaarsvakken vaak meer inleidend dan specifiek, als geneeskundestudent een tekort behalen voor een vak als wijsbegeerte is minder erg dan een tekort voor vakken die voor jouw vakgebied essentiële kennis bevatten.

 

Een ander Vlaams fenomeen zijn de zogenaamde toleranties van de KU Leuven. Hoewel andere universiteiten deliberaties ook weleens toleranties noemen, past KU Leuven een heel ander systeem toe. Elke student heeft een tolerantiekrediet van tien procent van het totaal aantal studiepunten van de opleiding. Op een jaar van zestig studiepunten, kun je er dus zes tolereren. Elke faculteit heeft natuurlijk bepaalde vakken die daarop een uitzondering vormen, zo zal je hoofdvakken altijd in augustus opnieuw moeten afleggen. Je moet deze toleranties ook altijd zelf inzetten. Waar delibereren een beslissing van de faculteit is, is het tolereren er een van de student. Wie een enorme ‘deliberatiefan’ is, mag overigens blij zijn dat hij niet in Wallonië studeert. Daar geldt overal: een negen is geen tien, en zal dat ook nooit worden.

 

Uiteindelijk is het dus niet zo vreemd dat deliberatieregels zoveel verschillen. Er blijken niet alleen tussen de universiteiten, maar ook binnen UAntwerpen verschillende ideeën over te bestaan. Je kan je vragen stellen bij het nut van delibereren, een student zou toch al zijn vakken moeten behalen? Maar het aantal toegestane studiepunten is zo laag, dat van misbruik door luie studenten absoluut geen sprake kan zijn. De verschillen zijn in werkelijkheid ook niet zo groot. Een negen in een full-creditsysteem is anders dan een negen die gedelibereerd kan worden. De volgende keer dat je baalt van de deliberatieregels op jouw faculteit, moet je maar denken: het gras lijkt altijd groener aan de overkant.

 

Van het OER bestaat sinds kort ook een digitale versie op Blackboard, waarin je kan zoeken naar begrippen die er niet letterlijk instaan zoals, je raadt het al, ‘deliberaties’. Voor zekerheid over welke deliberatieregels op jou van toepassing zijn, kijk je het best meteen naar de regels van jouw faculteit.



de dwarsdoorsnede

22/02/2017
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Met de soundtrack denderend door haar koptelefoon, kijkt redactrice Donna nog even terug op dit alom geprezen pareltje.

Sceptisch stapte ik de cinema binnen. Musicals zijn absoluut niet mijn ding. Als er om het minste of geringste gezongen wordt, elke wandeling verandert in een choreografie en de gebaren te theatraal zijn, kijk ik liever even weg. La La Land weet echter de perfecte balans te vinden tussen tapdansnummers, oude Hollywood romantiek en de moderne tijd.

 

La La Land vertelt het verhaal van Mia en Sebastian, twee creatievelingen in Los Angeles. Terwijl Mia werkt als barista en daarnaast van auditie naar auditie rent om haar acteerdroom waar te maken, probeert Sebastian het leven als restaurantpianist te ontkomen en een eigen jazzcafé te openen. Toch is het niet zo perfect als het klinkt. Damien Chazelle, de regisseur, wilde een musical maken die leek op ‘het echte leven’ waar alles niet altijd loopt zoals je wil.

 

Te zoetsappig, te langdradig, … de film valt zeker niet bij iedereen in de smaak. Een overdonderende hoeveelheid Oscarnominaties wekt bij sommige mensen hun innerlijke filmcriticus. Vreemd, want mijn ogen vallen dicht van verveling bij de gemiddelde romantische film, maar La La Land wist me te boeien en ik moest zelfs een traantje wegpinken (een unicum!). Dat komt doordat de film niet alleen laat zien hoe mooi verliefdheid kan zijn, maar ook dat relaties complexer zijn dan ze aan de oppervlakte lijken. Dat je met je hele hart kan vechten om je dromen waar te maken, maar af en toe het liefst zou opgeven. De personages zijn dromerig, maar tegelijkertijd ook realistisch. Het mooiste aspect van de film vind ik het ‘wat als?’-gevoel. Wat ik daarmee bedoel merk je vanzelf als je in de cinema zit.

 

Of je het plot nu fantastisch vindt of niet, je zal je ogen uitkijken, beloofd. De combinatie van prachtige kleuren, knappe cinematografie en de geweldige acteerprestaties van Emma Stone en Ryan Gosling maken La La Land tot het kunstwerk dat het is. Ook de muziek blijft je nog dagen achtervolgen – op een goede manier.

 

La La Land draait nu nog in de cinema, maar blijft ook daarna zeker nog de moeite om thuis te kijken. Oh, en als iemand Emma Stone’s volledige garderobe uit deze film aan mij wil doneren, heel graag.

 

 



editoriaal

17/02/2017
🖋: 

Vermoeid plof ik in de zetel en zet het nieuws op, maar ik zap al snel weg. Ik heb vanavond geen zin om naar een oranje brulaap met te kleine handen te kijken. Of te luisteren naar de zoveelste politicus die beweert dat zijn loon niet te hoog is, terwijl de gemiddelde Belg slechts een fractie van dat loon verdient. Of nog beter! Hoe mannen, vrouwen en kinderen opgejaagd worden door ongeletterde barbaren die in naam van het geloof de grootste wreedheden aanrichten.

 

Nee, geef mij op deze druilerige avond maar iets hersenloos. Tijd voor Temptation, dus! Ah, een bende bronstige gorilla’s, die beweert hun relatie te willen testen door zich te bezatten op een eiland met krolse tijgerinnen in bikini. Niet dat hun vriendinnen minder hypocriet zijn, de leeuwen op het vrouweneiland lusten wel een sappige gazelle die zich lustig in de val laat lokken. Entertainment van de laagste soort, zo stond in de krant.

 

Toch kan ik niet wegkijken. Ergens knaagt er iets. Door naar het programma te kijken bevestig ik immers het bestaansrecht ervan. De bioscoop dan maar? Alleen heb ik geen zin in de zoveelste sequel of een zoetsappige musical, hoe goed die ook is (p. 32). Een museumbezoek is ook uit den boze, want dan moet ik uit mijn luie zetel komen (p. 4). Nee, vanavond liever mijn beste jazzplaat en een lekker biertje. Duke Elington weet mijn Sentimental Mood altijd perfect in muziek te vertalen. Prachtig, dat smaakt naar meer (p. 14)! Toch kan ik de rust niet vinden. Want ik ben kwaad. Kwaad op de wereld, omdat we in dezelfde val lopen als in 2016. Muren die in 2016 theoretisch waren, worden in 2017 werkelijkheid en dat schijnt niemand iets te kunnen schelen. Kwaad op mezelf, omdat dat me koud laat. Ik verkies te kijken naar degoutant entertainment, terwijl ik even een gedachte had kunnen sparen voor zij die die luxe niet hebben. En maar praatjes verkopen over de staat van de wereld. Ik schaam mij diep voor mijn eigen onverschilligheid. Zoals een wijze gorilla op een Thais eiland ooit zei: “Praatjes vullen geen gaatjes.” Het is tijd voor actie.



het verhaal achter Jazz in 't MAS

16/02/2017
🖋: 

Donderdagavond 23 februari vindt de zesde editie van het gratis evenement Jazz in ’t MAS plaats. Het is zo simpel als het klinkt. Op een gezellige winteravond speelt jong jazztalent op de bovenste verdiepingen van het Museum aan de Stroom de spreekwoordelijke pannen van het dak. Een laagdrempelig, gratis evenement waar iedereen kan kennismaken met muziek die eens wat anders is dan Bieber of Adele. Een netwerkevenement voor de sponsors en andere bedrijven. Een uniek podium voor beginnende jazzmuzikanten. Een door studenten opgerichte organisatie die kansen, ervaring en expertise biedt voor andere enthousiaste studenten en verenigingen. Klinkt al heel wat minder simpel. In het jaar waarin UAntwerpen met een nieuw student-ondernemersstatuut kwam, zocht dwars uit hoe een zot idee binnen een studentenclub is kunnen uitgroeien tot een evenement binnen een zelf opgerichte vzw die al aan zijn zesde editie toe is.

Tien voor zes. Ik ben te vroeg. Voor alles is een eerste keer, I guess. Ik besluit nog even te wachten en zoek daarna naar het juiste huisnummer. Tussen nummer 24 en 28 blijken echter twee deuren te zitten. Na, uiteraard, eerst bij de verkeerde aan te bellen, hoor ik een bekende stem uit de parlofoon van de andere komen. Ik volg de twee aanbellende jongens, waar ik blijkbaar ook een afspraak mee heb, naar boven. Geen tête-à-tête dus, maar een gesprek met een hele delegatie van vzw Talanton (Nico Deswaef en Simon Goyvaerts) en studentenclub EKA (Simon Rinckhout en Tom Michiels). Een beetje overweldigd door die grote opkomst zet ik mijn laptop neer en druk ik op de opnameknop van mijn net gedownloade dictafoonapp.

 

een zot idee en een steunend clubbestuur

Bij het organiseren van een evenement moet je je volgens Simon Goyvaerts twee vragen stellen: “Wat zijn mijn sterktes?” en “Welke mensen ken ik?” Toen hij als cultuurverantwoordelijke in 2011-2012 van studentenclub Nordkempus een activiteit op poten moest zetten, dacht hij meteen aan muziek. Hij kende mensen die net waren begonnen aan het conservatorium en begon te dromen van een jazzevenement. “Zoiets groeit heel organisch.” Toevallig had Simon die zomer contacten gelegd met mensen die vrijwilligerswerk deden in het toen splinternieuwe MAS en mailde hij hen opnieuw met de vraag of het mogelijk zou zijn om een jazzevenement te organiseren in de publieke ruimtes van het museum. “Jazz in ’t MAS, dat klinkt gewoon supergoed”, was de logica van het verhaal. Maar van het een kwam ook echt het ander en op de een of andere manier gaat de bal dan aan het rollen. “Ik heb heel veel geluk gehad dat ik de steun en het vertrouwen kreeg van het toenmalige bestuur van Nordkempus om zo'n risicovolle activiteit te organiseren. We mogen daar zelf als vereniging bijvoorbeeld geen drank verkopen en geen inkom vragen. Je betaalt wel geen zaalkosten omdat het binnen het programma van het MAS past, maar er zijn geen inkomsten.”

 

dw107 - Jazz in t MAS Talanton.jpg

 

“Al vanaf de eerste editie zijn we op zoek gegaan naar alternatieve manieren om dat te financieren”, voegt Nico toe. “En dan kom je op een bepaald moment uit bij sponsors. Dat begint heel simpel met hun logo op de poster, maar we hebben altijd verder nagedacht over hoe we met ons evenement echt een meerwaarde konden creëren voor onze sponsors, zodat wij ook meer van hen konden verwachten.”

 

Jazz in ’t MAS, dat klinkt gewoon supergoed.

 

“Jazz is sowieso al vrij classy en dat spreekt de bedrijfswereld wel aan”, gaat Simon verder. “Het MAS is ook havengesitueerd en we zochten naar bedrijven die daar belangen bij hebben, zoals bijvoorbeeld MSC.” Nico: “Dat is ook een vertrouwensband die je opbouwt. MSC sponsorde ons toen voor een fractie van het bedrag dat ze ons nu geven. We bouwen ook wel uit wat we aanbieden, want nu kunnen zij daar een heel netwerkevent aan koppelen en zijn er heel veel partners aanwezig waardoor het voor hen ook echt een prestigeproject geworden is. Dat groeit heel organisch ook weer.”

 

Simon: “We maken dit jaar voor de eerste keer ook een programmakrantje waar sponsors afhankelijk van hun inbreng publiciteitsruimte krijgen om ook op inhoudelijk vlak hun verhaal te vertellen aan de bezoekers. De sponsors worden dan ook vriendelijk uitgenodigd op het event zelf zodat ze kunnen beleven wat er leeft en kunnen zien dat hun geld nuttig besteed is.” Nico: “Het feit dat we bij MSC op zo’n goed blaadje staan is omdat zij toen zelf aanwezig waren en gecharmeerd waren door wat er georganiseerd werd.”

 

gratis, laagdrempelig en kansenbiedend

Na een aantal succesvolle edities overgroeide het evenement studentenclub Nordkempus en richtten Nico en Simon de vzw Talanton op. Toch bleef het contact met de club, de jonge nieuwe leden en ondertussen ook met EKA, zodat ze hun eigen expertise konden combineren met het nieuwe, enthousiaste inzicht en de voeling met de jeugd konden behouden.

 

dw107 - Jazz in t MAS 2017.jpg

 

Zo boden ze die studenten bovendien de kans om aan zoiets mee te werken en ervaring op te doen. Dat is de filosofie die achter Talanton, Oudgrieks voor talent, zit: jong talent ontwikkelen en verspreiden. De keuze voor jonge, beginnende jazzmuzikanten bij Jazz in ’t MAS was dan ook snel gemaakt. Door het evenement gratis te houden, blijft de drempel ook heel laag en trekt het meer dan alleen jazzliefhebbers aan zodat iedereen kan proeven wat het is en het ontwikkeld talent ook echt verspreid wordt.

 

“Zo hebben we al een aantal jaren een samenwerking met het conservatorium om daar de jazzmuzikanten te vinden, mensen met oog op een professionele carrière”, vertelt Nico. “Maar dit jaar willen we ook diversifiëren en hebben we contact gelegd met het deeltijds kunstonderwijs.” Op de Dag van het DKO hebben ze namelijk een wedstrijd georganiseerd. Wie wordt gekozen door de jury, mag komen spelen op het evenement. “Zo kunnen ook zij eens proeven van hoe het is om op te treden met een goede geluidsinstallatie, een publiek groter dan 200 man en worden ze misschien ook getriggerd om toch iets meer met muziek te doen dan het enkel bij een hobby te houden.”

 

Vaak bieden kansen zich aan als je iets van de andere kant bekijkt.

 

vertrouwen, durf en out of the box

Wanneer ik hen vraag welke tips ze hebben voor andere student- ondernemers, blijkt het belangrijkste het vertrouwen van de fondsen en de omkadering. “Heel belangrijk is ook”, gaat Simon verder, “dat als je een band hebt met iemand in een netwerk die je kan helpen, hoe klein die band ook is, je die moet durven gebruiken.” “Ook out of the box denken is heel belangrijk”, voegt Nico toe. “Vaak bieden kansen zich aan als je iets van de andere kant bekijkt. Ja, Jazz in ’t MAS in een gewone zaal met inkom en drankverkoop zou gemakkelijker zijn, maar het MAS heeft dan weer het voordeel dat het zo’n aantrekkingspool is. Zo’n wisselwerking en meerwaardecreatie komt uit een out of the box idee.”

 

Het beste aan het evenement? Simon: “Het is een hele leuke kans voor iedereen om gewoon eens kennis te maken met jazz in een unieke setting. Dat totaalpakket is best wel magisch.” Nico: “We slagen erin een heel divers publiek aan te trekken. Het is zo leuk om te zien hoe mensen van verschillende groepen, leeftijden en sectoren samenkomen. De diversiteit van onze stad wordt ook weerspiegeld in het evenement. Dat zou natuurlijk overal kunnen, maar als ik zelf op café ga of naar een feestje of optreden, is dat niet het geval en is dat meestal enkel met de jongere generatie.”

 

 

Divers, magisch, uniek en bovendien gratis. Wie geïnteresseerd is, kan op 23 februari van 18u tot 22u terecht in het Museum aan de Stroom, Hanzestedenplaats 1, 2000 Antwerpen.



betweter

13/02/2017
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Zowat elke kerktoren in het Vlaamse landschap heeft er een. Als we omhoog kijken wordt de spits meestal gesierd door een windwijzer. Vaak staat hier nog een haan bovenop. Maar waar komt deze windhaan vandaan?

 

De haan was eigenlijk een heidens afweersymbool. Bij het aanbreken van een nieuwe dag kraait hij. Zo verdrijft hij als het ware het duister en verwelkomde hij elke dag het licht opnieuw.

 

Bij de kerstening heeft het christelijke geloof dit symbool overgenomen. Ze zochten verwijzingen naar de haan in de Bijbel en vonden die ook. Jezus zei tegen Petrus: “Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.” Sindsdien is de haan een symbool van Petrus die de leer van het christelijke geloof tot het einde van zijn dagen is blijven verkondigen. De haan kondigde in zijn heidense symboliek al een nieuw begin aan, maar deed dat ook bij de christenen. Wanneer iemand in God begint te geloven bijvoorbeeld, noemen ze dat eveneens een nieuw begin.

 

Naast het aankondigen van dit nieuwe begin staat de haan ook vaak symbool voor waakzaamheid. Hij kijkt hoog vanop de toren naar wat de mensen op de begane grond niet kunnen zien en kraait bij gevaar. Zo waakt hij over zijn kippetjes in de kerk.

 

Niet alle kerktorens hebben echter een (wind)haan op hun spits staan. In Nederland is de haan vooral op protestantse kerken en katholieke kerken van voor de reformatie te vinden. De katholieke kerken dragen daar meestal een kruis.

 

Het symbool van de lutherse kerken is dan weer een zwaan. In de vijftiende eeuw werd Johannes Hus (Hus betekende ‘gans’ in het Tsjechisch) op de brandstapel gezet voor ketterij. Hij zou gezegd hebben: “Jullie verbranden een gans, maar er zal een zwaan uit zijn as herrijzen.” Later werd deze zwaan aan Maarten Luther en de lutherse kerk gekoppeld.

 

De eerste verwijzing naar een kerkhaan dateert uit 820. In Italië zou bisschop Rampertus van Brescia een bronzen haan hebben laten gieten om op de toren van de kerk San Faustino Maggiore te plaatsen. De allereerste windwijzer is nog veel ouder. De oudste verwijzing komt uit 48 v.C. uit Athene. Daar werd een wijzer met een Triton op een achthoekige toren op de Akropolis geplaatst die de windstreken aanduidde.

 

Tegenwoordig zien we meer en meer vrije interpretaties van dit oude gebruik. Een goede zaak, of moeten we vasthouden aan ons traditioneel gouden vogeltje? Waarschijnlijk geen haan die er naar kraait.



van achter de ramen naar eerlijke kansen

12/02/2017
🖋: 

Aan het smalle straatje van Klapdorp, verscholen achter de grote weg van de Paardenmarkt, bevindt zich KoffieKlap. In deze koffiebar krijgen prostituees de kans werkervaring op te doen en de stap te zetten naar een ander leven. De bar is een initiatief van Cherut Belgium, een overkoepelende organisatie die hulp en begeleiding biedt aan deze vrouwen. dwars ging langs om meer te weten te komen.

de stap naar een andere baan

Onder het genot van thee en warme chocolademelk spreken we met Johanneke en Liesje. Beiden als vrijwilliger verbonden aan de moederorganisatie Cherut. Het interieur van KoffieKlap oogt hip: veel hout, wat de gezellige uitstraling ten goede komt, en door de combinatie van wit en pastelkleuren krijgt het geheel een moderne twist. Het lijkt een gewone koffiebar, maar schijn bedriegt. De bar is een initiatief van Cherut, waar Liesje ons over vertelt. “Wij zijn een organisatie die zich bekommert om meisjes en vrouwen in de prostitutie in België. We begonnen in Antwerpen en intussen zijn we uitgebreid naar Gent en Brussel.” Cherut biedt sekswerkers intensieve begeleiding aan door maatschappelijk werkers en therapeuten.

 

Daarnaast zijn er verschillende projecten opgezet die mogelijkheden creëren om uit de prostitutie te stappen. KoffieKlap is er daar één van. “Het kunnen voorleggen van werkervaring bleek een nood te zijn voor werkzoekenden die uit de prostitutie zijn gestapt”, vertellen Liesje en Johanneke. “We merkten dat mensen vaak geen eerlijke kans wordt gegeven om een plaats te vinden op de arbeidsmarkt. Als je tien jaar lang achter het raam hebt gestaan, wat ga je dan op je cv schrijven?” Het opdoen van ervaring bij KoffieKlap kan daar uitkomst bieden, maar het belang ervan is groter dan enkel de toevoeging op het cv. “Belangrijk is ook dat vrouwen kunnen leren met mensen om te gaan en dat ze zich deel voelen van iets. Dat ze van belang zijn.” Dat de stap naar een andere baan vaak moeilijk is, komt ook door andere factoren.

 

Zo is de wereld van de prostitutie klein en lopen de vrouwen niet graag met hun privésituatie te koop. “Dan blijf je heel snel in dat wereldje hangen. Vaak gaat het om buitenlandse vrouwen die weinig Nederlands spreken.” Daar komt nog eens bij dat sekswerkers zelf beslissen wanneer zij werken en daarin met niemand rekening hoeven te houden. De verschillen met een reguliere baan verhogen de drempel.

 

Het draait bij KoffieKlap en Cherut om het bieden van kansen. Liesje: “Deze locatie kwam vrij en uiteindelijk heeft Johanneke de stap gezet om ook de verdieping hier beneden te huren, met de bedoeling er een eerlijke koffieplek te creëren.” De slogan van KoffieKlap – “eerlijke koffie, eerlijke kansen” – dekt dus goed de lading.

 

de straat op

Contact leggen met de meisjes gebeurt onder meer via het zogenoemde straatwerk. Dan gaan de vrijwilligers van Cherut het Schipperskwartier in om met hen in gesprek te gaan. Liesje vertelt hoe dat in de praktijk gaat. “Vaak hebben we een aantal vaste contacten, die we door de jaren heen hebben opgebouwd. Dus als ze ons zien komen, gaat het raam open en gaan we naar binnen. Soms is dat tien minuutjes, soms anderhalf uur.” In andere gevallen proberen de straatwerkers nieuwe contacten te leggen. Liesje gaat daarbij heel naturel met relaties om en gaat op haar gevoel voort.

 

“Soms leg je een eerste contact en heeft dat een vervolg, en soms niet. Maar in ieder geval hebben ze dan wel ons kaartje met ons telefoonnummer en weten ze wie we zijn.” Bij zo’n eerste stap reageren veel vrouwen wat argwanend. “Heel vaak denken ze: ‘Wat kom jij hier doen?’ Dus dan moet je altijd even een drempel over. Nadat je die eerste stap hebt gezet, heb je wel een connectie.”

 

Johanneke vertelt over een Roemeens meisje dat ze kortgeleden had ontmoet. “Ze zat achter een raam met vijf andere meisjes. Aan zo’n raam kun je vaak niet echt een gesprekje hebben.” Johanneke maakte daarom oogcontact met dit Roemeense meisje en besloot op haar af te stappen. “Ze deed het raam open en stelde zich nonchalant op. Ze vroeg mij wat ik daar kwam doen. Ik keek haar in de ogen en ik zei dat ik haar respecteerde. Ik kon zien dat het haar gewoon raakte. Als iemand dat gemeend kan zeggen, heeft dat veel waarde.”

 

De vrouwen vertellen hun verhalen meestal niet zomaar. Het tonen van begrip en de zichtbaarheid van straatwerkers zijn essentieel in het kweken van vertrouwen. Johanneke beschrijft hoe dat gaat. “Als een vrouw ervaart dat jij de situatie waarin zij zit begrijpt, dan komt er een soort vertrouwen. Dat zien we iedere keer weer. Het is niet zo dat ze dan meteen het telefoonnummer bellen en hulp vragen, maar ze gaan er wel door nadenken. Ze weten dan dat er mensen zijn die op de hoogte zijn van hun situatie.”

 

verhalen uit de prostitutiewereld

Tijdens het gesprek met Liesje en Johanneke komen we steeds meer te weten over de prostitutiewereld. Vrouwen komen daar op verschillende manieren in terecht. “Veel vrouwen hebben een achtergrond waarin ze in hun kinderjaren zijn misbruikt. Daardoor is de drempel om in de prostitutie te gaan werken veel kleiner.” Anderen komen terecht bij een pooier. De meisjes die er zelf voor kiezen om de prostitutie in te gaan vormen een minderheid.

 

Ook horen we over buitenlandse, getrouwde vrouwen die in België achter een raam staan, terwijl hun man in het thuisland woont met de kinderen. De vrouw zorgt dan voor extra inkomsten voor haar gezin. Ook loverboys, een fenomeen dat de laatste tijd steeds vaker voorkomt, en veranderingen in de prostitutiewereld passeren de revue. Het milieu is in de afgelopen jaren bijvoorbeeld steeds harder geworden en de klanten hebben steeds verdergaande wensen. Daarnaast blijkt dat criminele netwerken er een grote rol in spelen en dat mensenhandel vele gezichten kent. Daardoor is die niet altijd makkelijk te herkennen.

 

Wanneer vrouwen uit deze situatie willen geraken en via KoffieKlap de eerste stap proberen te zetten naar een nieuw leven, breekt er een periode van onzekerheid aan. Liesje geeft aan dat zij zich door haar eigen carrièreswitch kan inleven in de vrouwen die bij KoffieKlap werkervaring opdoen. Dat is een switch van een heel andere aard: ze is volop bezig om een zangcarrière als soloartiest op poten te zetten onder de naam Elisabeth Daniel. Die switch brengt ook onzekerheid en risico’s met zich mee, wat ze in de gesprekken met de vrouwen duidelijk probeert te maken.

 

vrijheid

Dat de organisatie Cherut en het initiatief KoffieKlap effect hebben, blijkt uit het verhaal van Laura. Zij is een van de vrouwen die de stap heeft gezet naar een ander bestaan. Laura kwam in begeleiding bij Cherut en heeft toen een tijdje gewerkt in KoffieKlap. Daar kon zij de eerste stap zetten naar een andere toekomst. Intussen woont ze ergens anders en heeft ze werk gevonden in een winkel. “Zij maakt plannen voor een andere toekomst en wil iets betekenen voor andere meisjes in de prostitutie.”

 

Dat is natuurlijk prachtig om te zien. Het voorbeeld sluit goed aan bij wat Johanneke ons vertelt over de visie van Cherut. “Als organisatie willen we bijdragen aan de samenleving. Geen enkel meisje, geen enkele vrouw of man mag zich om welke reden dan ook gedwongen voelen om in de prostitutie te werken. Toch zien we dat heel veel meisjes moeite hebben om uit het milieu te stappen. Dat willen we graag veranderen. ‘Cherut’ betekent vrijheid. Daar staan we voor bij KoffieKlap: de vrijheid om keuzes te hebben.” Een zaak met een belangrijke missie, dus. Dat is andere koffie.

 

De naam Laura is gefingeerd.