Lees deze rubriek waarin een van de redactieleden een interessant, grappig of ronduit onnozel weetje meedeelt en word zelf een betweter.
Stadscampussers kennen de grote binnentuin van het Hof van Liere als hun broekzak. Zodra het lentezonnetje schijnt, lijkt heel studerend Antwerpen er zijn boterhammetjes te nuttigen. Op die manier krijgt de grote binnentuin al aandacht genoeg en daarom wijd ik deze betweter aan zijn kleine broer, die heel toepasselijk maar allesbehalve origineel de kleine binnentuin genoemd wordt. Dit toverachtige koertje biedt net als de grote variant een verzorgd grasperkje, een zuilengalerij en een heleboel kasseien waar je geweldig over kunt struikelen, maar daarbovenop staat er een waterput! Intrigerend, niet?
Weggestoken achter een klimopmuur van een van die prachtige uniefgebouwen waar je nooit een voet binnenzet, gaapt een verbazingwekkend diepe, maar nu met boombladeren en spinrag gevulde waterput. Een gat dat leidt tot de diepste krochten van onze universiteit en tot nader order onontgonnen terrein lijkt te zijn – de enige informatie die de website van UAntwerpen over de put verschaft is dat hij ‘waarschijnlijk aangeeft waar zich vroeger de keuken bevond’. Listige prietpraat als je het mij vraagt, tactisch neergepend om de curiositeit van buitenstaanders te temperen. Wat schuilt werkelijk in dat gat? Een gangenstelsel dat leidt naar geheime kamers van de universiteit? Een schuilkelder die als laatste toevluchtsoord moet dienen als iemand de grote rode knop indrukt? Misschien het verloren paneel van het Lam Gods, de heilige graal (en moet ik me dan zorgen maken over een moordlustig konijn?) of de Bende van Nijvel? Zoveel vragen, zo weinig antwoorden. Tijd voor diepgaande onderzoeksjournalistiek.
Met m’n heupgordels al vastgegespt en Petzl-materiaal bij de hand stond ik op het punt de put af te dalen, toen een wit uitgeslagen, zwaar transpirerende doch vriendelijke secretaresse kwam aangestormd en me dringend verzocht op m’n stappen terug te keren. Ze wees mij op de absurditeit van mijn onderneming en drong stevig aan de hele zaak te laten voor wat ze was. “Kom eens op koffie en dan zal ik je alles vertellen over de historiek van dit feitelijk erg ordinair waterputje”, zei ze vervolgens poeslief. “Wist je bijvoorbeeld dat er zich vroeger een keuken bevond?” Hah, slinkse secretaresse. Ik weet wel beter.






















Daarnaast is een veganistische levensstijl beter voor de planeet. Veganisme en ecologisme gaan hand in hand en dat is logisch ook: de vlees- en zuivelindustrie behoort tot de meest vervuilende die er bestaan. Volgens een rapport van de Verenigde Naties,
Een derde speerpunt is gezondheid. Tot ieders grote verbazing zijn veganisten geen ondervoede mensen met een doffe huid en dode blik in de ogen. Integendeel: they are alive and kicking. Iconisch voorbeeld is Patrik Baboumian, de sterkste man van Duitsland, maar ook in andere topsporten wordt de frisse, fitte veganistische delegatie steeds zichtbaarder. Blijkbaar kan je met een plantaardig dieet toch voldoende voedingsstoffen binnen krijgen, ook diegenen die je normaal uit dierlijke producten haalt. Zonder de nadelen die aan (overmatige) vlees- en zuivelconsumptie verbonden zijn: allergieën, aderverkalking, ademhalingsproblemen ... Ze beginnen heus niet allemaal met een A, maar hebben wel baat bij een Ander dieet. Het is alleen de kunst om de juiste balans te vinden en een beroep te doen op de brede waaier aan plantaardig voedsel die de wereld rijk is, om voldoende proteïnen, vitaminen en andere '-inen' op te nemen.